Onderwijsministers maken rekenfout: nog 2 miljard aan coronageld over

by Chronicbias

1 comment
  1. Onderwijsministers maken rekenfout: nog 2 miljard aan coronageld over

    Van de 5,8 miljard euro die scholen kregen om achterstanden als gevolg van corona weg te werken, was eind 2022 zo’n 2 miljard euro nog niet uitgegeven, blijkt uit onderzoek van Follow the Money. De onderwijsministers meldden eerder aan de Tweede Kamer dat er maar een krappe 900 miljoen over was.

    Met het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) stelden voormalig onderwijsministers Arie Slob (ChristenUnie) en Ingrid van Engelshoven (D66) begin 2021 in totaal 5,8 miljard euro coronahulpgeld beschikbaar voor het primair en voortgezet onderwijs. Deze miljardeninjectie was volgens de ministers noodzakelijk om de leerachterstanden ten gevolge van de coronacrisis terug te dringen.

    Scholen kregen op basis van het aantal leerlingen een bedrag overgemaakt. Dat gebeurde grotendeels in 2021 en 2022, maar ook in 2023 werd er 1,4 miljard euro uitgedeeld. Een voorwaarde was dat de gehele subsidie voor de zomervakantie van 2023 besteed moest zijn. Er was immers sprake van een noodsituatie: hoe langer scholen zouden wachten, hoe groter de achterstanden konden groeien.

    Maar het geld zo snel besteden, bleek geen gemakkelijke opgave. Eind 2022 was bijna de helft van het tot dan toe uitgekeerde NPO-geld nog niet uitgegeven, blijkt uit onderzoek van Follow the Money.

    In totaal gaat het om zo’n 2 miljard euro. Dat is ruim twee keer zoveel als waar het ministerie zelf vanuit gaat. Begin november stuurden onderwijsministers Mariëlle Paul (primair en voortgezet onderwijs) en Robbert Dijkgraaf (hoger onderwijs) nog een brief naar de Tweede Kamer waarin werd gesproken over ‘een totaal van ‘971 miljoen euro [..], waarvan 883 miljoen euro in het funderend onderwijs.’

    ——————————————–

    OVER DIT ONDERZOEK
    Follow the Money onderzocht de jaarrekeningen van 2022 van tweehonderd besturen in Nederland. In totaal telt het primair onderwijs 864 besturen, het voortgezet onderwijs 255. Hoewel de besturen willekeurig werden geselecteerd, variëren ze in grootte en schoolniveau, en zijn ze verspreid door het hele land.

    Schoolbesturen kregen het NPO-geld overgemaakt onder de lumpsum, de belangrijkste financiering van het basis- en voortgezet onderwijs. De lumpsum wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het aantal leerlingen dat staat ingeschreven op een school. Schoolbesturen zijn vrij om de lumpsum naar eigen inzicht te besteden en verantwoorden hun keuzes in het jaarverslag.

    De besteding van NPO-geld moet in het jaarverslag apart worden verantwoord. ‘Het gaat daarbij om de grote lijnen en globale processen in het programma,’ staat op de website van het ministerie.

    Subsidiegeld dat nog niet is besteed, kunnen bestuurders toevoegen aan een ‘NPO-bestemmingsreserve’ om later uit te geven. Follow the Money bekeek in alle 200 jaarverslagen over hoeveel ‘NPO-bestemmingsreserves’ besturen eind 2022 beschikten.

    De honderd onderzochte basisschoolbesturen hadden eind 2022 137 miljoen euro aan NPO-geld over. Bij de honderd middelbare scholen was dat 336 miljoen euro. Doorgerekend betekent dat dat alle schoolbesturen bij elkaar eind 2022 in totaal nog 2 miljard aan NPO-geld op hun rekeningen hadden staan.

    Bijna alle schoolbesturen hadden eind 2022 nog een fors NPO-bedrag op de bank. Slechts één bestuur had op dat moment al het NPO-geld besteed.

    —————————

    Onvolledige cijfers
    Het NPO had een ‘ongekende omvang’, erkende onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) bij de aankondiging in februari 2021. Het extra geld moest, naast het verhelpen van achterstanden, de werkdruk op docenten verminderen, emotionele en sociale ondersteuning aan leerlingen bieden en de toenemende kansenongelijkheid terugdringen.

    De regeling stuitte direct op veel weerstand. Vooral de korte bestedingstermijn van tweeënhalf jaar werd, zowel vanuit de politiek als het onderwijsveld, fel bekritiseerd. Door het lerarentekort was het vóór de coronacrisis al vrijwel onmogelijk om nieuw personeel voor de klas te krijgen, laat staan op zo’n korte termijn en met concurrentie van alle andere scholen in Nederland.

    Onderwijsminister Dennis Wiersma (VVD) besloot begin 2022 daarom de deadline twee jaar op te schuiven. Scholen krijgen nu tot de zomervakantie van 2025 de tijd om het resterende NPO-geld te besteden.

    Die extra tijd is hard nodig, al schetsten de onderwijsministers afgelopen november nog een ander beeld. Het niet-uitgegeven bedrag dat ze in hun Kamerbrief noemden – 883 miljoen euro – is te laag. In reactie op vragen van Follow the Money erkent het ministerie dat het is uitgegaan van onvolledige cijfers. Het heeft in haar berekening slechts 510 van de 864 primair onderwijs-besturen en 220 van de 255 voortgezet onderwijs-besturen meegenomen.

    Het ministerie licht ook toe dat het voor haar berekening is uitgegaan van bedragen die schoolbesturen zelf hebben aangeleverd bij het Onderwijsportaal van DUO. Ze zijn dus niet afkomstig uit jaarverslagen, zoals wel in de Kamerbrief staat.

    Dit verklaart mogelijk deels het verschil tussen de berekening van het ministerie en die van Follow the Money. Scholen waren namelijk niet verplicht hun NPO-reserves in te vullen bij DUO. Het ministerie: ‘In de jaarrekening moet dat wel. Daarom kan het zijn dat schoolbesturen de bestemmingsreserve niet specifiek hebben aangeleverd via het Onderwijsportaal, terwijl ze in hun jaarverslagen wel uitgebreider rapporteren over de gang van zaken rond het NP Onderwijs, de besteding van de middelen, het nog niet bestede deel van de middelen, etcetera.’

    ‘Hoewel we op verschillende manieren bij schoolbesturen het belang hebben benadrukt om in het Onderwijsportaal ook de data over bestemmingsreserves in te vullen, zien we dat een grote groep van de schoolbesturen de bestemmingsreserve NP Onderwijs niet heeft gespecificeerd bij de aanlevering van de data over 2022,’ aldus het ministerie.

    Op 29 januari verschijnt bij Follow the Money een reconstructie van de NPO-subsidie.

    ——————–

    VERSCHIL IN BEREKENINGEN
    De cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verschillen sterk met uitkomst van het onderzoek van Follow the Money. Deels is dit te verklaren doordat het ministerie niet alle schoolbesturen in haar berekening heeft meegenomen. Maar zelfs als het bedrag waar het ministerie op uitkomt wordt doorgerekend naar alle besturen blijft het verschil groot: 1,4 miljard tegenover 2 miljard euro aan reserves.

    Waar dit verschil precies vandaan komt, is niet met zekerheid te zeggen. Het ministerie van Onderwijs kan het niet achterhalen, ook niet na het bekijken van de dataset van Follow the Money.

    Wel is het zo dat het ministerie cijfers heeft gebruikt die schoolbesturen op vrijwillige basis hebben aangeleverd. Deze zijn niet gecontroleerd door een accountant. Follow the Money heeft gekeken naar cijfers in de jaarrekeningen van scholen, deze zijn wel gecontroleerd door een accountant. Mogelijk zijn ook hierdoor verschillen ontstaan.

    ——————————

    Onderzoeksjournalistiek kost tijd en dus geld, dus als je wil FTM wil steunen; overweeg dan eens een lidmaatschap. Ze hebben geen reclames, maar drijven op betalende leden. Kan ook maandelijks opzegbaar: https://www.ftm.nl/abonnement/

    Studenten kunnen dankzij zakelijke abonnees gratis lid worden: https://www.ftm.nl/student

Leave a Reply