Offline Kinderen die op hun smartphone leven weten niet wat ze missen, dus ouders moeten het offline-leven beter verkopen, weet Christiaan Weijts.
De huistelefoon. En dat je eerst een moeder of broertje aan de lijn kreeg als je een klasgenoot belde. De belboom voor als het eerste uur uitviel.
Ik had een reünie van mijn middelbare school, en de gesprekken gingen – na de anderhalve tel die we nodig hadden om elkaar te herkennen – veel over de verschillen tussen toen en nu. De meesten van ons, midden-veertigers, hebben inmiddels zelf kinderen op de middelbare school. Alle veranderingen die we identificeerden waren op een of andere manier allemaal terug te voeren op dat ene apparaat, de smartphone.
Volgeplakte schoolagenda. Verveling. Pas met etenstijd thuiskomen zonder dat je ouders hoefden te weten waar je uithing.
Toch verlangden we niet per se terug naar onze walkman en gameboys. Dit voorjaar stelt Museum Beeld & Geluid in Den Haag allerlei voorwerpen tentoon die inmiddels zijn vervangen door apps: de telefooncel, fax, telegram, het spoorboekje, het stratenboek… En kent iemand de ‘cassettepost’ van PTT Post uit de jaren tachtig nog? Rode bandjes, voor maximaal tien minuten prehistorische voicemail.
Nee, van de zegeningen van het internet is moeiteloos een waslijst op te stellen, daarover waren we het eens. Het ging niet om die objecten en situaties, maar om iets subtiels, om de emoties en vaardigheden die eraan waren verbonden, en die wij, als laatste generatie die nog helemaal offline volwassen werd, nog kennen. Omgaan met verveling, geduld hebben, je verheugen, voor iets sparen, hunkeren naar iets onbereikbaars. Maar ook: onbespied, vrijuit je gang kunnen gaan.
Mijn 14-jarige zoon zei laatst: „Als ik een slecht cijfer haal, en ik ben daar zelf nét een beetje overheen, dan krijg ik het thuis van jullie opnieuw te horen.” In ons schoolleven zonder Magister keken ouders niet mee met elk telaatbriefje, elke onvoldoende, en zeurden ze niet over elk aankomend proefwerk.
Zou het mogelijk zijn om iets van de goede kanten van die pre-digitale belevingswereld alsnog door te geven? En kan dat zonder het harde gevecht dat wij allemaal elke dag leveren tegen de TikToks, Snapchats en Fortnites die onze tieners veranderen in vale zombies?
Opvoeden begint haast synoniem te worden aan ‘telefoonbeleid’. In mijn omgeving merk ik dat hier twee uiterste stijlen in bestaan. Dictatuur of anarchie. De een zet ’s avonds wifi uit en voert een regime met schermtijden, de ander heeft alles helemaal losgelaten. Wij thuis zitten ergens hier tussenin, maar het blijft een worsteling.
Eén mogelijke oplossingsrichting ontdekte ik op diezelfde reünie. Ik raakte in gesprek met Marjolein van Tilburg (45), die ook had gezien hoe haar dochter verstrikt raakte in haar telefoon. Nare situaties via appgroepen en Snapchat, dat permanent haar locatie zichtbaar maakte voor vrienden, verslavende nonsens-filmpjes… Het zat haar zo hoog dat ze er ’s nachts wakker van lag. Totdat ze een idee kreeg waarvoor ze uiteindelijk haar baan als topjurist bij een internationale organisatie opzegde.
Samen met onderzoekers van de Erasmus Universiteit ontwikkelde ze een platform en een app voor kinderen (en hun ouders) die voor het eerst een smartphone krijgen. ChatLicense heet het, een diploma waarmee je pas het digitale diepe in mag nadat je, in een spelwereld, bewezen hebt dat je wat basisvaardigheden beheerst.
Consequenties ervaren
„Als volwassenen krijgen wij allerlei trainingen in cybersecurity”, zegt Van Tilburg, als ik haar later opzoek, „maar een kind van tien geven we dit cyberbommetje en dan zeggen we: alsjeblieft, veel plezier ermee.”
In een spelsituatie laat ze kinderen daarom situaties doorlopen die zijn gebaseerd op gesprekken die onderzoekers van de Erasmus Universiteit voerden met kinderen op op basisscholen: over onlinepestgedrag, nepaccounts, sexting, overmatig schermgebruik, in-app-aankopen, enzovoorts.
Bijvoorbeeld: een meisje uit jouw klas hangt ondersteboven aan de rekstok, haar billen zijn half bloot te zien. Jij filmt het. Wat doe je ermee? Op TikTok zetten, in de klassenapp? Van Tilburg: „Die scenario’s confronteren de kinderen meteen met de gevolgen van een keuze. Als het kind het online zet durft het meisje niet meer naar school, en moet het filmende kind twee maanden de telefoon inleveren.” De boodschap is dat je beter kunt kiezen voor een handigere optie: toestemming vragen, en een smiley op die blote billen plakken.
Zo wordt er niet door ouders of instanties met het wijsvingertje gezwaaid, maar ervaren ze de consequenties van hun fouten spelenderwijs, is de gedachte. „Niet dat niemand hierna meer een asshole-actie uithaalt, maar je gaat je een beetje beter gedragen.” Inmiddels bieden telecombedrijven die app aan bij een mobiele telefoonabonnement voor kinderen.
Van één scenario dacht Van Tilburg dat het veel te belerend zou overkomen. Amir wil zo graag goochelaar worden dat hij de hele dag goochelfilmpjes kijkt en dan hoofdpijn krijgt. Vraag aan de kinderen tijdens het onderzoek: zou je het tegen je ouders zeggen? Echt niet, zeiden de meesten, want dan mag ik minder op mijn telefoon. Amir vertelt het wel, vervolgens komt hij bij de opticien en blijkt dat hij een bril moet hebben.
Van Tilburg: „Alle zestig zeiden ze: wat slim van Amir om het gewoon te zeggen. Op die Rotterdamse basisscholen leerden wij wat er echt speelt bij die kinderen. Ze vinden het zelf ook best zonde als ze de hele dag achter hun scherm zitten. Wij denken dat we in gevecht moeten, maar ze willen ook op weg geholpen worden.”
Een belangrijk inzicht, dat ook uit recente onderzoeken blijkt. Volgens onderzoeksbureau Newcom vinden 5,2 miljoen Nederlanders dat ze kostbare tijd aan sociale media verspillen. Hoe jonger ze zijn, hoe langer ze aan TikTok gekluisterd zitten, en hoe ongelukkiger dit hun naar eigen zeggen maakt.
De Volkskrant hield onlangs een enquête over het nieuwe mobieltjesbeleid op middelbare scholen. Van de 228 ondervraagde scholen blijkt 47 procent strengere regels te hanteren dan de overheid adviseert. Daar blijven de mobieltjes ook in de pauzes ‘thuis of in de kluis’, en dat stuit op veel minder verzet dan vooraf gedacht. Het is gezelliger, zeggen ze.
Of dat thuis ook zo is, kun je je afvragen, want eenmaal op de bank claimen ze het recht op een flink inhaalshot, merk ik. Zo is mijn 14-jarige zoon net als Amir verslingerd aan filmpjes, in zijn geval van chef-koks, grillmasters en patissiers. Zelfs op de wc gaat dat maar door. Dat culinaire gekakel telkens weer met harde hand afkappen is vermoeiend en werkt niet helemaal. Maar als ik de tijd heb, en hem vraag één recept te kiezen, vervolgens met hem naar de haven fiets om de beste zalm uit te zoeken, die we thuis samen bereiden, dan lukt het, en zijn off- en online geïntegreerd.
1 comment
[Archive](https://archive.ph/g6ACL)
Offline-leven leuk? Je moet het een kind wel verkopen
Offline Kinderen die op hun smartphone leven weten niet wat ze missen, dus ouders moeten het offline-leven beter verkopen, weet Christiaan Weijts.
De huistelefoon. En dat je eerst een moeder of broertje aan de lijn kreeg als je een klasgenoot belde. De belboom voor als het eerste uur uitviel.
Ik had een reünie van mijn middelbare school, en de gesprekken gingen – na de anderhalve tel die we nodig hadden om elkaar te herkennen – veel over de verschillen tussen toen en nu. De meesten van ons, midden-veertigers, hebben inmiddels zelf kinderen op de middelbare school. Alle veranderingen die we identificeerden waren op een of andere manier allemaal terug te voeren op dat ene apparaat, de smartphone.
Volgeplakte schoolagenda. Verveling. Pas met etenstijd thuiskomen zonder dat je ouders hoefden te weten waar je uithing.
Toch verlangden we niet per se terug naar onze walkman en gameboys. Dit voorjaar stelt Museum Beeld & Geluid in Den Haag allerlei voorwerpen tentoon die inmiddels zijn vervangen door apps: de telefooncel, fax, telegram, het spoorboekje, het stratenboek… En kent iemand de ‘cassettepost’ van PTT Post uit de jaren tachtig nog? Rode bandjes, voor maximaal tien minuten prehistorische voicemail.
Nee, van de zegeningen van het internet is moeiteloos een waslijst op te stellen, daarover waren we het eens. Het ging niet om die objecten en situaties, maar om iets subtiels, om de emoties en vaardigheden die eraan waren verbonden, en die wij, als laatste generatie die nog helemaal offline volwassen werd, nog kennen. Omgaan met verveling, geduld hebben, je verheugen, voor iets sparen, hunkeren naar iets onbereikbaars. Maar ook: onbespied, vrijuit je gang kunnen gaan.
Mijn 14-jarige zoon zei laatst: „Als ik een slecht cijfer haal, en ik ben daar zelf nét een beetje overheen, dan krijg ik het thuis van jullie opnieuw te horen.” In ons schoolleven zonder Magister keken ouders niet mee met elk telaatbriefje, elke onvoldoende, en zeurden ze niet over elk aankomend proefwerk.
Zou het mogelijk zijn om iets van de goede kanten van die pre-digitale belevingswereld alsnog door te geven? En kan dat zonder het harde gevecht dat wij allemaal elke dag leveren tegen de TikToks, Snapchats en Fortnites die onze tieners veranderen in vale zombies?
Opvoeden begint haast synoniem te worden aan ‘telefoonbeleid’. In mijn omgeving merk ik dat hier twee uiterste stijlen in bestaan. Dictatuur of anarchie. De een zet ’s avonds wifi uit en voert een regime met schermtijden, de ander heeft alles helemaal losgelaten. Wij thuis zitten ergens hier tussenin, maar het blijft een worsteling.
Eén mogelijke oplossingsrichting ontdekte ik op diezelfde reünie. Ik raakte in gesprek met Marjolein van Tilburg (45), die ook had gezien hoe haar dochter verstrikt raakte in haar telefoon. Nare situaties via appgroepen en Snapchat, dat permanent haar locatie zichtbaar maakte voor vrienden, verslavende nonsens-filmpjes… Het zat haar zo hoog dat ze er ’s nachts wakker van lag. Totdat ze een idee kreeg waarvoor ze uiteindelijk haar baan als topjurist bij een internationale organisatie opzegde.
Samen met onderzoekers van de Erasmus Universiteit ontwikkelde ze een platform en een app voor kinderen (en hun ouders) die voor het eerst een smartphone krijgen. ChatLicense heet het, een diploma waarmee je pas het digitale diepe in mag nadat je, in een spelwereld, bewezen hebt dat je wat basisvaardigheden beheerst.
Consequenties ervaren
„Als volwassenen krijgen wij allerlei trainingen in cybersecurity”, zegt Van Tilburg, als ik haar later opzoek, „maar een kind van tien geven we dit cyberbommetje en dan zeggen we: alsjeblieft, veel plezier ermee.”
In een spelsituatie laat ze kinderen daarom situaties doorlopen die zijn gebaseerd op gesprekken die onderzoekers van de Erasmus Universiteit voerden met kinderen op op basisscholen: over onlinepestgedrag, nepaccounts, sexting, overmatig schermgebruik, in-app-aankopen, enzovoorts.
Bijvoorbeeld: een meisje uit jouw klas hangt ondersteboven aan de rekstok, haar billen zijn half bloot te zien. Jij filmt het. Wat doe je ermee? Op TikTok zetten, in de klassenapp? Van Tilburg: „Die scenario’s confronteren de kinderen meteen met de gevolgen van een keuze. Als het kind het online zet durft het meisje niet meer naar school, en moet het filmende kind twee maanden de telefoon inleveren.” De boodschap is dat je beter kunt kiezen voor een handigere optie: toestemming vragen, en een smiley op die blote billen plakken.
Zo wordt er niet door ouders of instanties met het wijsvingertje gezwaaid, maar ervaren ze de consequenties van hun fouten spelenderwijs, is de gedachte. „Niet dat niemand hierna meer een asshole-actie uithaalt, maar je gaat je een beetje beter gedragen.” Inmiddels bieden telecombedrijven die app aan bij een mobiele telefoonabonnement voor kinderen.
Van één scenario dacht Van Tilburg dat het veel te belerend zou overkomen. Amir wil zo graag goochelaar worden dat hij de hele dag goochelfilmpjes kijkt en dan hoofdpijn krijgt. Vraag aan de kinderen tijdens het onderzoek: zou je het tegen je ouders zeggen? Echt niet, zeiden de meesten, want dan mag ik minder op mijn telefoon. Amir vertelt het wel, vervolgens komt hij bij de opticien en blijkt dat hij een bril moet hebben.
Van Tilburg: „Alle zestig zeiden ze: wat slim van Amir om het gewoon te zeggen. Op die Rotterdamse basisscholen leerden wij wat er echt speelt bij die kinderen. Ze vinden het zelf ook best zonde als ze de hele dag achter hun scherm zitten. Wij denken dat we in gevecht moeten, maar ze willen ook op weg geholpen worden.”
Een belangrijk inzicht, dat ook uit recente onderzoeken blijkt. Volgens onderzoeksbureau Newcom vinden 5,2 miljoen Nederlanders dat ze kostbare tijd aan sociale media verspillen. Hoe jonger ze zijn, hoe langer ze aan TikTok gekluisterd zitten, en hoe ongelukkiger dit hun naar eigen zeggen maakt.
De Volkskrant hield onlangs een enquête over het nieuwe mobieltjesbeleid op middelbare scholen. Van de 228 ondervraagde scholen blijkt 47 procent strengere regels te hanteren dan de overheid adviseert. Daar blijven de mobieltjes ook in de pauzes ‘thuis of in de kluis’, en dat stuit op veel minder verzet dan vooraf gedacht. Het is gezelliger, zeggen ze.
Of dat thuis ook zo is, kun je je afvragen, want eenmaal op de bank claimen ze het recht op een flink inhaalshot, merk ik. Zo is mijn 14-jarige zoon net als Amir verslingerd aan filmpjes, in zijn geval van chef-koks, grillmasters en patissiers. Zelfs op de wc gaat dat maar door. Dat culinaire gekakel telkens weer met harde hand afkappen is vermoeiend en werkt niet helemaal. Maar als ik de tijd heb, en hem vraag één recept te kiezen, vervolgens met hem naar de haven fiets om de beste zalm uit te zoeken, die we thuis samen bereiden, dan lukt het, en zijn off- en online geïntegreerd.