Bestaat ‘graaiflatie’, verkozen tot woord van het jaar, wel of niet? Nu de mist optrekt en de inflatie getemd lijkt, worden de oorzaken van de grootste prijsstijging in bijna een halve eeuw steeds duidelijker.
‘**Houd het hoofd koe**l, wees verantwoordelijk, denk na over de consequenties.’ Met die klemmende oproep richt Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, zich in mei 2023 tot de vakbonden. Die hebben kort daarvoor alarm geslagen over ‘graaiflatie’. Grote bedrijven als Shell en Unilever zouden misbruik maken van de stijgende prijzen. Door er stiekem nog een schepje bovenop te doen, aan de pomp of in de supermarkt, weten zij hun winstgevendheid niet alleen te behouden, maar zelfs te vergroten.
‘Emotie’, oordeelt Knot in de studio van Buitenhof. De miljardenwinsten waarover zoveel te doen is, zegt hij in het televisie-interview, zijn het resultaat van een even unieke als kortstondige mix van factoren. ‘2023, 2024 zullen juist moeilijke jaren worden voor ondernemers.’ Waarop hij de bal bij de werknemers legt. Door loonsverhogingen van tot wel veertien procent te eisen, riskeren zij volgens ’s lands hoogste centrale bankier een loon-prijsspiraal. Dat doemscenario is voor het laatst gezien in Nederland eind jaren zeventig. Stijgende arbeidskosten dwingen werkgevers dan om hun prijzen verder te verhogen. De vakbonden stellen vervolgens nog forsere looneisen, wat de inflatie verder opstuwt, enzovoorts. ‘Actie, reactie’, doceert Knot. ‘We willen niet in een vergeldingsinflatie-wereld terechtkomen.’
Negen maanden later ziet de economische toekomst er een stuk zonniger uit. De inflatie in januari ligt iets boven de drie procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) in een eerste raming. Dat betekent dat de prijzen de afgelopen twaalf maanden veel minder hard gestegen zijn dan eerder het geval was – in 2022 was de inflatie nog tien procent.
De dreiging van een loon-prijsspiraal lijkt daarmee vervlogen. Hetzelfde geldt voor de volkswoede over winstinflatie. Of platter gezegd: graaiflatie. Dat geldt niet voor het debat onder economen en beleidsmakers over deze term, door de leden van Onze Taal uitgeroepen tot woord van het jaar. Nu de rook optrekt, komt er juist steeds meer duidelijkheid over de oorzaken van de grootste prijsstijgingen sinds 1975. Lag het nou wel of niet aan de winsten?
**Terug naar hoe het begon.** Na decennia van prijsstabiliteit, waarin sommige economen verkondigen dat het inflatiespook dood was, of op zijn minst in winterslaap, krijgen consumenten gedurende 2021 te maken met stijgende prijzen. Hun energierekening verdubbelt. En later nog eens. Automobilisten betalen voor het eerst in de geschiedenis meer dan twee euro voor een liter benzine.
De boosdoener heet ook hier corona. Eerst dwingen de pandemie en opeenvolgende lockdowns fabrieken, mijnen, havens en bedrijven de deuren te sluiten. De mondiale productie stort in. Wanneer het ergste achter de rug is, schiet de vraag de lucht in. Met als gevolg een tekort aan bijna alles, van computerchips tot brandstof.
De Russische invasie van Oekraïne gooit eind februari 2022 olie op het vuur. Nederland moet diep in de buidel tasten om schaarse producten als gas en zonnebloemolie te importeren. Niet veel later worden ook andere goederen en diensten peperduur. Een brood kost aan het einde van dat jaar bijna een vijfde meer. Melk, kaas, eieren zelfs 28 procent. En het blijft niet bij hogere prijskaartjes. Het winkelend publiek maakt opnieuw kennis met ‘krimpflatie’: kleinere pakken wasmiddel, pindakaas of cruesli, voor dezelfde prijs.
‘We moeten accepteren dat we met z’n allen een stukje armer zijn geworden’, zegt dnb-president Klaas Knot. De inflatie is immers veroorzaakt door wat hij een ‘externe aanbodschok’ noemt. Aangezien niemand in Nederland daar wat aan kan doen, is het zaak de pijn eerlijk te verdelen. Iedereen moet een beetje inleveren, klinkt het ook in politiek Den Haag. Of je nou gepensioneerd bent, zzp’er, werknemer of werkgever.
Het loopt anders. Nadat de prijzen ook in 2023 onverstoorbaar blijven stijgen, wordt in eerste instantie naar de vakbonden en hun looneisers gewezen.
Maar er klinken ook andere geluiden, en niet alleen van de usual suspects. Nota bene de Europese Centrale Bank (ecb) in Frankfurt wijst op de wel heel snelle groei van de bedrijfswinsten. Eind 2019, aan de vooravond van de coronacrisis, hadden beursgenoteerde ondernemingen in de eurozone een gemiddelde winstmarge van 7,2 procent. Je zou verwachten dat, in het kader van de eerlijke verdeling van de inflatiepijn, dit cijfer flink zou dalen. Het tegenovergestelde blijkt het geval. De winstmarges stijgen naar 8,5 procent.
Onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds (imf) schatten dat de lonen sinds 2022 slechts een kwart van de inflatie hebben veroorzaakt. De winsten zijn goed voor bijna 45 procent. De jubelcijfers die multinationals als Unilever (8,3 miljard euro winst, een stijging van een kwart) en Shell (ruim 36 miljard euro, verdubbeling) presenteren, stoken het vuurtje verder op. Het dividend vloeit rijkelijk. Uit nieuwe cbs-cijfers blijkt dat grote ondernemingen in Nederland in 2022 maar liefst 125 miljard euro hebben uitgekeerd. Dat is bijna tweeënhalf keer zo veel als een jaar eerder.
Het brengt ecb-bestuurder Fabio Panetta tot de opmerkelijke uitspraak dat een winst-prijsspiraal dreigt. En het bekendere broertje, de loon-prijsspiraal? Hoewel de inflatie zonder salarisverhogingen ongetwijfeld lager was geweest, blijkt die vrees sterk overdreven. Tekenend is het voorbeeld van België. Anders dan in Nederland hebben bij de zuiderburen de meeste werknemers wél recht op automatische indexatie. Stijgen de prijzen, dan groeien hun lonen vanzelf mee. Maar in plaats van dat België kampt met hyperinflatie, blijft de geldontwaarding er juist achter bij die van Nederland. Vrijwel nergens in de eurozone stijgen de prijzen in 2023 zo langzaam.
##Hoe konden bedrijven zich beter beschermen tegen het inflatiespook dan hun personeel?
**
Nog altijd is niet iedereen overtuigd**. In het FD vergeleek Mathijs Bouman graaiflatie onlangs met ‘swaffelen’, het woord van het jaar in 2008. ‘Er zijn vast een paar perverselingen die zich er schuldig aan maken, maar de overgrote meerderheid houdt alles netjes achter de rits.’ In een andere column, in economenvakblad ESB, stelden drie auteurs de retorische vraag of het fenomeen überhaupt wel bestaat. ‘Of zie je het alleen met zo’n psychokinetische energiemeter uit Ghostbusters?’ Winstinflatie is volgens hen in strijd met de micro-economische theorie. Die veronderstelt dat bedrijven, juist als ze marktmacht hebben en dus daarvoor al hogere prijzen rekenden, minder ruimte hebben voor verdere verhogingen.
Tegenover deze sceptici staat een groeiende stapel onderzoeken die uitwijzen dat er wel degelijk iets aan de hand is. Daarmee is niet gezegd dat hoge winsten de enige oorzaak van de prijsstijgingen zijn. In 2022 lag het vooral aan de duurdere import, concludeerde het Centraal Planbureau (cpb) afgelopen oktober in een studie. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat in 2023 de hogere winstmarge de belangrijkste aanjager van de inflatie werd.
Dat veel ondernemers desondanks woedend reageren op de verwijten van graaiflatie, sowieso een term met een sterke morele lading, is begrijpelijk. Het cpb wijst er namelijk op dat een beperkt aantal zeer profijtelijke bedrijfstakken verantwoordelijk lijkt voor het leeuwendeel van de inflatie. Voorop de energiesector. De bijdrage van, bijvoorbeeld, de handel en de bouw is daarentegen bescheiden. Dat beeld wordt bevestigd door een nieuwe publicatie van Anne Kingma en Bram van Wersch van het ministerie van Financiën. Tot de sectoren waar de marges het sterkst zijn gestegen, behoren de olie- en gaswinning, maar ook andere activiteiten als managementadvies, webhosting en reisbureaus.
Het zijn de laagste inkomens die hiervoor opdraaien. Doordat zij relatief meer uitgeven aan energie en dagelijkse boodschappen, voelen zij de inflatie extra hard in de portemonnee. Ondertussen profiteren zij niet van de gestegen winsten – ze bezitten amper aandelen en andere vermogenstitels. ‘Vooral de rijkste tien procent van de huishoudens hebben geprofiteerd van de winstgestuurde inflatie sinds 2021’, concluderen fnv-onderzoekers Vera Vrijmoeth en Jacob-Jan Koopmans, opnieuw in de ESB, ‘terwijl de lagere inkomens hun koopkracht het meest zien dalen.’ Het is te danken aan de uitgebreide overheidssteun, waaronder de energietoeslag, dat de uiteindelijke schade beperkt is gebleven.
Blijft over de waarom-vraag. Hoe is het mogelijk dat bedrijven zich, in elk geval in eerste instantie, zoveel beter hebben weten te beschermen tegen het inflatiespook dan hun personeel? imf-onderzoekers noemen een voor de hand liggende reden. ‘Ondernemingen kunnen prijzen snel aanpassen om hun winstgevendheid te beschermen, terwijl loon onderhevig is aan meer stroperigheid, bijvoorbeeld doordat het bepaald wordt door eerdere loononderhandelingen.’
Dat kan slechts een deel van het verhaal zijn, want in normale tijden zou dit niet moeten kunnen. Een energieleverancier die de prijzen te ver opschroeft, krijgt onvermijdelijk te maken met opzeggingen. Helaas waren de afgelopen jaren verre van normaal. Iedereen wist dat energie schaars was. Dus konden bedrijven hun winstmarges in stand houden, of zelfs vergroten, zonder marktaandeel te verliezen. Hun afnemers hadden tenslotte geen alternatief.
Een van de weinigen die hier vanaf het begin op heeft gewezen, is de jonge Duitse econoom Isabella Weber. Samen met collega’s onderzocht ze, met behulp van kunstmatige intelligentie, de zogenoemde earnings calls waar beursgenoteerde bedrijven uitleg geven over hun nieuwste resultaten. Op die manier leerden ze wat bestuurders zélf zeiden over waar hun enorme winsten vandaan kwamen.
Mooi zo ik hoop dat de vakbonden dit soort analyses ook lezen en niet te veel naar die randdebiel Knot luisteren
Klaas Knot is een incompetente zakkenvuller die niets anders doet dan de leugens die de werkgeversorganisaties hem voeren herhalen.
>Anders dan in Nederland hebben bij de zuiderburen de meeste werknemers wél recht op automatische indexatie. Stijgen de prijzen, dan groeien hun lonen vanzelf mee. Maar in plaats van dat België kampt met hyperinflatie, blijft de geldontwaarding er juist achter bij die van Nederland. Vrijwel nergens in de eurozone stijgen de prijzen in 2023 zo langzaam.
Ik moet soms nog wel terug denken aan vroeger toen we grappen maakten over dat Belgen dom waren. Gezien de huidige staat van Nederland zullen ze zich daar inmiddels kapot lachen.
Knotsgek die Klaas.
> De jubelcijfers die multinationals als Unilever (8,3 miljard euro winst, een stijging van een kwart) […] stoken het vuurtje verder op.
Het is teleurstellend dat partijen als de Groene de basisjournalistiek niet eens correct kunnen krijgen. Ze hebben een heel artikel geschreven over winstflatie, ze citeren zelf meerdere artikelen waaruit blijkt dat de winstflatie geconcentreerd is bij een beperkt aantal sectoren. En om dan je punt te maken kies je een bedrijf uit waarin helemaal geen sprake is van winstflatie? WTF!
6 comments
Aangezien de Groene artikels achter een loginmuur plaatst, is hier de archive link om het artikel te lezen:
https://archive.is/XrHjB
Winstinflatie als oorzaak van prijsstijgingen
#Nog een schepje erbovenop
Bestaat ‘graaiflatie’, verkozen tot woord van het jaar, wel of niet? Nu de mist optrekt en de inflatie getemd lijkt, worden de oorzaken van de grootste prijsstijging in bijna een halve eeuw steeds duidelijker.
‘**Houd het hoofd koe**l, wees verantwoordelijk, denk na over de consequenties.’ Met die klemmende oproep richt Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, zich in mei 2023 tot de vakbonden. Die hebben kort daarvoor alarm geslagen over ‘graaiflatie’. Grote bedrijven als Shell en Unilever zouden misbruik maken van de stijgende prijzen. Door er stiekem nog een schepje bovenop te doen, aan de pomp of in de supermarkt, weten zij hun winstgevendheid niet alleen te behouden, maar zelfs te vergroten.
‘Emotie’, oordeelt Knot in de studio van Buitenhof. De miljardenwinsten waarover zoveel te doen is, zegt hij in het televisie-interview, zijn het resultaat van een even unieke als kortstondige mix van factoren. ‘2023, 2024 zullen juist moeilijke jaren worden voor ondernemers.’ Waarop hij de bal bij de werknemers legt. Door loonsverhogingen van tot wel veertien procent te eisen, riskeren zij volgens ’s lands hoogste centrale bankier een loon-prijsspiraal. Dat doemscenario is voor het laatst gezien in Nederland eind jaren zeventig. Stijgende arbeidskosten dwingen werkgevers dan om hun prijzen verder te verhogen. De vakbonden stellen vervolgens nog forsere looneisen, wat de inflatie verder opstuwt, enzovoorts. ‘Actie, reactie’, doceert Knot. ‘We willen niet in een vergeldingsinflatie-wereld terechtkomen.’
Negen maanden later ziet de economische toekomst er een stuk zonniger uit. De inflatie in januari ligt iets boven de drie procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) in een eerste raming. Dat betekent dat de prijzen de afgelopen twaalf maanden veel minder hard gestegen zijn dan eerder het geval was – in 2022 was de inflatie nog tien procent.
De dreiging van een loon-prijsspiraal lijkt daarmee vervlogen. Hetzelfde geldt voor de volkswoede over winstinflatie. Of platter gezegd: graaiflatie. Dat geldt niet voor het debat onder economen en beleidsmakers over deze term, door de leden van Onze Taal uitgeroepen tot woord van het jaar. Nu de rook optrekt, komt er juist steeds meer duidelijkheid over de oorzaken van de grootste prijsstijgingen sinds 1975. Lag het nou wel of niet aan de winsten?
**Terug naar hoe het begon.** Na decennia van prijsstabiliteit, waarin sommige economen verkondigen dat het inflatiespook dood was, of op zijn minst in winterslaap, krijgen consumenten gedurende 2021 te maken met stijgende prijzen. Hun energierekening verdubbelt. En later nog eens. Automobilisten betalen voor het eerst in de geschiedenis meer dan twee euro voor een liter benzine.
De boosdoener heet ook hier corona. Eerst dwingen de pandemie en opeenvolgende lockdowns fabrieken, mijnen, havens en bedrijven de deuren te sluiten. De mondiale productie stort in. Wanneer het ergste achter de rug is, schiet de vraag de lucht in. Met als gevolg een tekort aan bijna alles, van computerchips tot brandstof.
De Russische invasie van Oekraïne gooit eind februari 2022 olie op het vuur. Nederland moet diep in de buidel tasten om schaarse producten als gas en zonnebloemolie te importeren. Niet veel later worden ook andere goederen en diensten peperduur. Een brood kost aan het einde van dat jaar bijna een vijfde meer. Melk, kaas, eieren zelfs 28 procent. En het blijft niet bij hogere prijskaartjes. Het winkelend publiek maakt opnieuw kennis met ‘krimpflatie’: kleinere pakken wasmiddel, pindakaas of cruesli, voor dezelfde prijs.
‘We moeten accepteren dat we met z’n allen een stukje armer zijn geworden’, zegt dnb-president Klaas Knot. De inflatie is immers veroorzaakt door wat hij een ‘externe aanbodschok’ noemt. Aangezien niemand in Nederland daar wat aan kan doen, is het zaak de pijn eerlijk te verdelen. Iedereen moet een beetje inleveren, klinkt het ook in politiek Den Haag. Of je nou gepensioneerd bent, zzp’er, werknemer of werkgever.
Het loopt anders. Nadat de prijzen ook in 2023 onverstoorbaar blijven stijgen, wordt in eerste instantie naar de vakbonden en hun looneisers gewezen.
Maar er klinken ook andere geluiden, en niet alleen van de usual suspects. Nota bene de Europese Centrale Bank (ecb) in Frankfurt wijst op de wel heel snelle groei van de bedrijfswinsten. Eind 2019, aan de vooravond van de coronacrisis, hadden beursgenoteerde ondernemingen in de eurozone een gemiddelde winstmarge van 7,2 procent. Je zou verwachten dat, in het kader van de eerlijke verdeling van de inflatiepijn, dit cijfer flink zou dalen. Het tegenovergestelde blijkt het geval. De winstmarges stijgen naar 8,5 procent.
Onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds (imf) schatten dat de lonen sinds 2022 slechts een kwart van de inflatie hebben veroorzaakt. De winsten zijn goed voor bijna 45 procent. De jubelcijfers die multinationals als Unilever (8,3 miljard euro winst, een stijging van een kwart) en Shell (ruim 36 miljard euro, verdubbeling) presenteren, stoken het vuurtje verder op. Het dividend vloeit rijkelijk. Uit nieuwe cbs-cijfers blijkt dat grote ondernemingen in Nederland in 2022 maar liefst 125 miljard euro hebben uitgekeerd. Dat is bijna tweeënhalf keer zo veel als een jaar eerder.
Het brengt ecb-bestuurder Fabio Panetta tot de opmerkelijke uitspraak dat een winst-prijsspiraal dreigt. En het bekendere broertje, de loon-prijsspiraal? Hoewel de inflatie zonder salarisverhogingen ongetwijfeld lager was geweest, blijkt die vrees sterk overdreven. Tekenend is het voorbeeld van België. Anders dan in Nederland hebben bij de zuiderburen de meeste werknemers wél recht op automatische indexatie. Stijgen de prijzen, dan groeien hun lonen vanzelf mee. Maar in plaats van dat België kampt met hyperinflatie, blijft de geldontwaarding er juist achter bij die van Nederland. Vrijwel nergens in de eurozone stijgen de prijzen in 2023 zo langzaam.
##Hoe konden bedrijven zich beter beschermen tegen het inflatiespook dan hun personeel?
**
Nog altijd is niet iedereen overtuigd**. In het FD vergeleek Mathijs Bouman graaiflatie onlangs met ‘swaffelen’, het woord van het jaar in 2008. ‘Er zijn vast een paar perverselingen die zich er schuldig aan maken, maar de overgrote meerderheid houdt alles netjes achter de rits.’ In een andere column, in economenvakblad ESB, stelden drie auteurs de retorische vraag of het fenomeen überhaupt wel bestaat. ‘Of zie je het alleen met zo’n psychokinetische energiemeter uit Ghostbusters?’ Winstinflatie is volgens hen in strijd met de micro-economische theorie. Die veronderstelt dat bedrijven, juist als ze marktmacht hebben en dus daarvoor al hogere prijzen rekenden, minder ruimte hebben voor verdere verhogingen.
Tegenover deze sceptici staat een groeiende stapel onderzoeken die uitwijzen dat er wel degelijk iets aan de hand is. Daarmee is niet gezegd dat hoge winsten de enige oorzaak van de prijsstijgingen zijn. In 2022 lag het vooral aan de duurdere import, concludeerde het Centraal Planbureau (cpb) afgelopen oktober in een studie. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat in 2023 de hogere winstmarge de belangrijkste aanjager van de inflatie werd.
Dat veel ondernemers desondanks woedend reageren op de verwijten van graaiflatie, sowieso een term met een sterke morele lading, is begrijpelijk. Het cpb wijst er namelijk op dat een beperkt aantal zeer profijtelijke bedrijfstakken verantwoordelijk lijkt voor het leeuwendeel van de inflatie. Voorop de energiesector. De bijdrage van, bijvoorbeeld, de handel en de bouw is daarentegen bescheiden. Dat beeld wordt bevestigd door een nieuwe publicatie van Anne Kingma en Bram van Wersch van het ministerie van Financiën. Tot de sectoren waar de marges het sterkst zijn gestegen, behoren de olie- en gaswinning, maar ook andere activiteiten als managementadvies, webhosting en reisbureaus.
Het zijn de laagste inkomens die hiervoor opdraaien. Doordat zij relatief meer uitgeven aan energie en dagelijkse boodschappen, voelen zij de inflatie extra hard in de portemonnee. Ondertussen profiteren zij niet van de gestegen winsten – ze bezitten amper aandelen en andere vermogenstitels. ‘Vooral de rijkste tien procent van de huishoudens hebben geprofiteerd van de winstgestuurde inflatie sinds 2021’, concluderen fnv-onderzoekers Vera Vrijmoeth en Jacob-Jan Koopmans, opnieuw in de ESB, ‘terwijl de lagere inkomens hun koopkracht het meest zien dalen.’ Het is te danken aan de uitgebreide overheidssteun, waaronder de energietoeslag, dat de uiteindelijke schade beperkt is gebleven.
Blijft over de waarom-vraag. Hoe is het mogelijk dat bedrijven zich, in elk geval in eerste instantie, zoveel beter hebben weten te beschermen tegen het inflatiespook dan hun personeel? imf-onderzoekers noemen een voor de hand liggende reden. ‘Ondernemingen kunnen prijzen snel aanpassen om hun winstgevendheid te beschermen, terwijl loon onderhevig is aan meer stroperigheid, bijvoorbeeld doordat het bepaald wordt door eerdere loononderhandelingen.’
Dat kan slechts een deel van het verhaal zijn, want in normale tijden zou dit niet moeten kunnen. Een energieleverancier die de prijzen te ver opschroeft, krijgt onvermijdelijk te maken met opzeggingen. Helaas waren de afgelopen jaren verre van normaal. Iedereen wist dat energie schaars was. Dus konden bedrijven hun winstmarges in stand houden, of zelfs vergroten, zonder marktaandeel te verliezen. Hun afnemers hadden tenslotte geen alternatief.
Een van de weinigen die hier vanaf het begin op heeft gewezen, is de jonge Duitse econoom Isabella Weber. Samen met collega’s onderzocht ze, met behulp van kunstmatige intelligentie, de zogenoemde earnings calls waar beursgenoteerde bedrijven uitleg geven over hun nieuwste resultaten. Op die manier leerden ze wat bestuurders zélf zeiden over waar hun enorme winsten vandaan kwamen.
Mooi zo ik hoop dat de vakbonden dit soort analyses ook lezen en niet te veel naar die randdebiel Knot luisteren
Klaas Knot is een incompetente zakkenvuller die niets anders doet dan de leugens die de werkgeversorganisaties hem voeren herhalen.
>Anders dan in Nederland hebben bij de zuiderburen de meeste werknemers wél recht op automatische indexatie. Stijgen de prijzen, dan groeien hun lonen vanzelf mee. Maar in plaats van dat België kampt met hyperinflatie, blijft de geldontwaarding er juist achter bij die van Nederland. Vrijwel nergens in de eurozone stijgen de prijzen in 2023 zo langzaam.
Ik moet soms nog wel terug denken aan vroeger toen we grappen maakten over dat Belgen dom waren. Gezien de huidige staat van Nederland zullen ze zich daar inmiddels kapot lachen.
Knotsgek die Klaas.
> De jubelcijfers die multinationals als Unilever (8,3 miljard euro winst, een stijging van een kwart) […] stoken het vuurtje verder op.
Ik raad iedereen aan om even grafiek [grafiek 3 onderaan de pagina hier](https://www.veb.net/artikel/09375/unilever-is-steeds-meer-een-bedrijf-met-twee-gezichten) te bekijken om te zien wat hier de oorzaak van is. Hint: het is niet de winstflatie.
Het is teleurstellend dat partijen als de Groene de basisjournalistiek niet eens correct kunnen krijgen. Ze hebben een heel artikel geschreven over winstflatie, ze citeren zelf meerdere artikelen waaruit blijkt dat de winstflatie geconcentreerd is bij een beperkt aantal sectoren. En om dan je punt te maken kies je een bedrijf uit waarin helemaal geen sprake is van winstflatie? WTF!