Stelletje opportunistische droeftoeters. Tsja. Dat Bromet (GL) uiteindelijk moet zeggen dat dit de doodnormaalste gang van zaken is.
> Het achterhouden van informatie wordt in de politiek als een zonde gezien.
Sinds wanneer?
Ik heb het debat gekeken en wat was het onzinnig. Ja, informatievoorziening is belangrijk en moet zeker worden nagekomen. Haar antwoorden op de vragen waren duidelijk en zijn ook in lijn met de reikwijdte van artikel 68 van de Grondwet. Wel opvallend dat NSC, de partij van het behoorlijk bestuur, op deze manier reageert. Ze steunen daarnaast zelfs de motie van BBB die al een standpunt bepaalt zonder een inhoudelijke reactie van het kabinet en een debat over het rapport. Van BBB mag je het inmiddels wel verwachten.
> Het beleid ten aanzien van het individuele inlichtingenrecht, zoals dat de afgelopen decennia in de wisselwerking tussen regering en Staten-Generaal heeft vorm gekregen, is in die zin bijzonder dat erkend is dat in eerste instantie gevraagde inlichtingen geweigerd kunnen worden, zonder dat een beroep op de verschoningsgrond ‘strijd met het belang van de staat’ wordt gedaan. Gesproken wordt dan wel van de ‘aanvankelijke weigering.’ Daarvoor kunnen diverse, op zichzelf heel plausibele, redenen bestaan. Het verzamelen van de gevraagde inlichtingen kost bijvoorbeeld erg veel tijd en moeite, en het is de vraag of die moeite in verhouding staat tot het belang dat met de vraag is gediend. Of op korte termijn komt het onderwerp waarnaar is gevraagd in een ander verband al in de Kamer aan de orde, en de minister acht het opportuun alle informatie gebundeld in die context aan de Kamer te geven. De brief uit 2002 noemt een aantal voorbeelden van deze aanvankelijke weigeringen.
> Opvallend aan dit beleid is dat het meer ruimte geeft aan ministers en staatssecretarissen dan grondwettelijk gezien vereist is om gevraagde inlichtingen te weigeren. Anders gezegd: het aanvankelijk weigeren van deze gevraagde inlichtingen is niet te beschouwen als een invulling of toepassing van de grondwettelijke weigeringsgrond ‘strijd met het belang van de staat’, maar in feite een beroep op de vragensteller om niet of op andere wijze van zijn inlichtingenrecht gebruik te maken. Het is dus afhankelijk van de instemming van de vragensteller of een bewindspersoon met een dergelijke aanvankelijke weigering ‘wegkomt’. Persisteert de vragensteller in zijn vraag, dan staat voor de bewindspersoon in kwestie geen andere keuze open dan hetzij de gevraagde inlichtingen alsnog te geven, dan wel zich expliciet op ‘strijd met het belang van de staat’ te beroepen.
Edit: wat wel opvallend is en ook een probleem van dit artikel is de onduidelijkheid. Aanpassing van het artikel zal meer duidelijkheid geven. De exacte inhoud zal goed moet worden besproken, maar dat zal waarschijnlijk niet gebeuren met het huidige politieke klimaat. Daarnaast heeft niemand dit probleem aangegeven tijdens het debat.
Grote woorden gebruiken en dan geen motie indienen is ook niet erg chique. Dit voelt voor mij als een raar schaakspel waar BBB, NCS en PVV samen besloten eventjes op een ander schaakbord de VVD een slag probeerden toe te brengen.
Voelt allemaal erg onvolwassen. Verkiezingen komen steeds dichterbij.
“Gele kaart”.
Dien dan een motie van afkeuring in als je een motie van wantrouwen te zwaar vind, maar wel de minister afkeurt. Er lijkt steeds minder respect te zijn van de Kamerleden voor de protocollen en het democratisch proces.
Ik trek van alle 4 de partijen en hun leden de betrouwbaarheid in twijfel.
6 comments
Stelletje opportunistische droeftoeters. Tsja. Dat Bromet (GL) uiteindelijk moet zeggen dat dit de doodnormaalste gang van zaken is.
> Het achterhouden van informatie wordt in de politiek als een zonde gezien.
Sinds wanneer?
Ik heb het debat gekeken en wat was het onzinnig. Ja, informatievoorziening is belangrijk en moet zeker worden nagekomen. Haar antwoorden op de vragen waren duidelijk en zijn ook in lijn met de reikwijdte van artikel 68 van de Grondwet. Wel opvallend dat NSC, de partij van het behoorlijk bestuur, op deze manier reageert. Ze steunen daarnaast zelfs de motie van BBB die al een standpunt bepaalt zonder een inhoudelijke reactie van het kabinet en een debat over het rapport. Van BBB mag je het inmiddels wel verwachten.
> Het beleid ten aanzien van het individuele inlichtingenrecht, zoals dat de afgelopen decennia in de wisselwerking tussen regering en Staten-Generaal heeft vorm gekregen, is in die zin bijzonder dat erkend is dat in eerste instantie gevraagde inlichtingen geweigerd kunnen worden, zonder dat een beroep op de verschoningsgrond ‘strijd met het belang van de staat’ wordt gedaan. Gesproken wordt dan wel van de ‘aanvankelijke weigering.’ Daarvoor kunnen diverse, op zichzelf heel plausibele, redenen bestaan. Het verzamelen van de gevraagde inlichtingen kost bijvoorbeeld erg veel tijd en moeite, en het is de vraag of die moeite in verhouding staat tot het belang dat met de vraag is gediend. Of op korte termijn komt het onderwerp waarnaar is gevraagd in een ander verband al in de Kamer aan de orde, en de minister acht het opportuun alle informatie gebundeld in die context aan de Kamer te geven. De brief uit 2002 noemt een aantal voorbeelden van deze aanvankelijke weigeringen.
> Opvallend aan dit beleid is dat het meer ruimte geeft aan ministers en staatssecretarissen dan grondwettelijk gezien vereist is om gevraagde inlichtingen te weigeren. Anders gezegd: het aanvankelijk weigeren van deze gevraagde inlichtingen is niet te beschouwen als een invulling of toepassing van de grondwettelijke weigeringsgrond ‘strijd met het belang van de staat’, maar in feite een beroep op de vragensteller om niet of op andere wijze van zijn inlichtingenrecht gebruik te maken. Het is dus afhankelijk van de instemming van de vragensteller of een bewindspersoon met een dergelijke aanvankelijke weigering ‘wegkomt’. Persisteert de vragensteller in zijn vraag, dan staat voor de bewindspersoon in kwestie geen andere keuze open dan hetzij de gevraagde inlichtingen alsnog te geven, dan wel zich expliciet op ‘strijd met het belang van de staat’ te beroepen.
Bron: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2020D01523
Edit: wat wel opvallend is en ook een probleem van dit artikel is de onduidelijkheid. Aanpassing van het artikel zal meer duidelijkheid geven. De exacte inhoud zal goed moet worden besproken, maar dat zal waarschijnlijk niet gebeuren met het huidige politieke klimaat. Daarnaast heeft niemand dit probleem aangegeven tijdens het debat.
Grote woorden gebruiken en dan geen motie indienen is ook niet erg chique. Dit voelt voor mij als een raar schaakspel waar BBB, NCS en PVV samen besloten eventjes op een ander schaakbord de VVD een slag probeerden toe te brengen.
Voelt allemaal erg onvolwassen. Verkiezingen komen steeds dichterbij.
“Gele kaart”.
Dien dan een motie van afkeuring in als je een motie van wantrouwen te zwaar vind, maar wel de minister afkeurt. Er lijkt steeds minder respect te zijn van de Kamerleden voor de protocollen en het democratisch proces.
Ik trek van alle 4 de partijen en hun leden de betrouwbaarheid in twijfel.