De Toeslagenaffaire heeft in de rechtspraak nu al bakens verzet. Er is voor het eerst een openbare reflectie van de rechtspraak verschenen op de inhoud van gewezen vonnissen. Daar hielden rechters in het openbaar altijd strikt hun mond over. Een vonnis is immers een feit ‘waar u het mee moet doen’, zoals de rijdende rechter het begrip ‘gezag’ placht in te vullen. De rechter praat nooit buiten zijn vonnis om – daarin heeft hij of zij qualitate qua gelijk. Dat wijkt pas als de beroepsrechter dat zegt.
Dat er nu een officieel clubje bestuursrechters alsnog de schaar zet in het eigen werk is uniek. Je zou het met enige ironie een afrekening in het milieu kunnen noemen. Twee weken geleden kwam ‘Recht vinden bij de rechtbank’ uit. Waarna de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak de bestuursrechters opriep activistischer te zijn. „Stap uit het systeem”, wees niet bang voor „tegendraadse uitspraken”, denk niet altijd dat de overheid wel een betrouwbare procespartij is. Ook dat is uniek. Nooit eerder gaf de voorzitter van dit bestuursorgaan een peptalk over de inhoud van jurisprudentie. Het zal velen hebben verbaasd. Meestal nemen rechters van de voorzitter van hun eigen Raad alleen een nieuwe bureaustoel aan, nooit inhoudelijk advies
Veel van de aanbevelingen die de bestuursrechters zichzelf nu geven duiden trouwens op structurele zwaktes die de hele rechtspraak betreffen. Van de toeslagenzaken werd maar 1 tot 2 procent op rechtspraak.nl gepubliceerd – in het geweld van de jaarlijks meer dan een miljoen rechtbankzaken was ‘toeslagen’ het tsjirpen van een krekel. Rechters spraken er onderling weinig over – ook niet tússen rechtbanken. De kwestie werd ook niet door de wetenschap opgepikt. En op de rechtbanken van Den Haag en Rotterdam na, intern niet geproblematiseerd. Volgens het rapport voelden de bestuursrechters zich gekneveld of lieten zij zich te makkelijk knevelen. Bij de Raad van State in hoger beroep kwamen ze er met geen mogelijkheid doorheen. En vervolgens lieten ze het er bij zitten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt later nog met een eigen rapport. Maar voor nu werd vooral de geïsoleerde positie akelig zichtbaar. Geen burger zal het zich realiseren, maar de bestuursrechters van de Raad van State maken dus geen onderdeel uit van de rechtspraak. En vallen dus ook niet onder het beheer van de Raad voor de Rechtspraak. Dat is nooit écht een brandende kwestie geweest – maar dat kan nu zomaar veranderen. In een vorig regeerakkoord is al eens, vergeefs, geprobeerd de Raad van State te hervormen. Het rommelt immers al een poosje. In 2007 lieten vreemdelingenrechters al weten dat ze zich niet door de Raad van State gehoord voelden. Dat oproer werd toen gekalmeerd met de belofte van regelmatige ‘benen-op-tafel’ gesprekken. Om te horen ‘wat er speelt’, begrip te kweken, informatie uit te wisselen. Zodat óók de Raad van State op tijd leert zien waar de burger in de knel komt, de overheid faalt, de wet onredelijk is.
Nu blijkt de rechtbank Rotterdam in 2014 de Raad van State in zo’n informeel gesprek al te hebben ingelicht over de structureel onrechtvaardige uitkomst van veel toeslagzaken. Ouders die helemaal niet fraudeerden, maar wel werden geruïneerd, soms om maar een paar honderd euro verantwoordingsverschil. Dat rondje intern klokkenluiden had nul effect. Na 2015, zo bleek uit het onderzoek, gaven de bestuursrechters de moed op en conformeerden zich. Voor zover ze dat niet al eerder deden.
Daarmee ligt de kwestie ‘Raad van State’ weer op tafel, dit hybride Hoog College van Staat dat advies aan de wetgever combineert met de rol van hoogste bestuursrechter. In formatietijd, ook dat nog. Intern is het netjes gescheiden, maar „voor het beeld is het niet goed”, merkte oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens zondag in Buitenhof nog maar eens op. Een club waartegen je intern kennelijk ‘op de barricaden’ moet en dan nul op het rekest krijgt. Hierna mogen de hogere bestuursrechters dus door het stof – dat mag nauwelijks minder kritisch zijn. Anders herleeft het oude verwijt star en ‘gouvernementeel’ te zijn helemaal. Maar of het onderling met de rechtbanken nog goed komt?
Er is in Nederland ook wel een probleem met hoe het bestuursrecht is ingestoken. Er wordt krampachtig geprobeerd te voorkomen dat de rechter inhoudelijk oordeelt over wetten of de uitvoering daarvan.
Maar het gevolg is dat je als burger in je hemd staat wanneer de situatie volstrekt onrechtvaardig is, maar de procedure ogenschijnlijk wel correct gevolgd is.
Volgens mij is het probleem dat de wet helemaal dichtgetimmerd was door de politiek en rechters dus moeilijk konden afwijken. Daarbij werd alle informatievoorziening richting de tweede kamer ook nog geblokkeerd of onjuist geinformeerd. Dus de verantwoordelijkheid ligt volledig bij de politiek. In andere landen hoor je nog wel eens dat ambtenaren of politici worden vervolgd. Het grootste probleem is dat er nog steeds geen hoofdverantwoordelijken in het strafbankje zitten.
3 comments
De Toeslagenaffaire heeft in de rechtspraak nu al bakens verzet. Er is voor het eerst een openbare reflectie van de rechtspraak verschenen op de inhoud van gewezen vonnissen. Daar hielden rechters in het openbaar altijd strikt hun mond over. Een vonnis is immers een feit ‘waar u het mee moet doen’, zoals de rijdende rechter het begrip ‘gezag’ placht in te vullen. De rechter praat nooit buiten zijn vonnis om – daarin heeft hij of zij qualitate qua gelijk. Dat wijkt pas als de beroepsrechter dat zegt.
Dat er nu een officieel clubje bestuursrechters alsnog de schaar zet in het eigen werk is uniek. Je zou het met enige ironie een afrekening in het milieu kunnen noemen. Twee weken geleden kwam ‘Recht vinden bij de rechtbank’ uit. Waarna de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak de bestuursrechters opriep activistischer te zijn. „Stap uit het systeem”, wees niet bang voor „tegendraadse uitspraken”, denk niet altijd dat de overheid wel een betrouwbare procespartij is. Ook dat is uniek. Nooit eerder gaf de voorzitter van dit bestuursorgaan een peptalk over de inhoud van jurisprudentie. Het zal velen hebben verbaasd. Meestal nemen rechters van de voorzitter van hun eigen Raad alleen een nieuwe bureaustoel aan, nooit inhoudelijk advies
Veel van de aanbevelingen die de bestuursrechters zichzelf nu geven duiden trouwens op structurele zwaktes die de hele rechtspraak betreffen. Van de toeslagenzaken werd maar 1 tot 2 procent op rechtspraak.nl gepubliceerd – in het geweld van de jaarlijks meer dan een miljoen rechtbankzaken was ‘toeslagen’ het tsjirpen van een krekel. Rechters spraken er onderling weinig over – ook niet tússen rechtbanken. De kwestie werd ook niet door de wetenschap opgepikt. En op de rechtbanken van Den Haag en Rotterdam na, intern niet geproblematiseerd. Volgens het rapport voelden de bestuursrechters zich gekneveld of lieten zij zich te makkelijk knevelen. Bij de Raad van State in hoger beroep kwamen ze er met geen mogelijkheid doorheen. En vervolgens lieten ze het er bij zitten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State komt later nog met een eigen rapport. Maar voor nu werd vooral de geïsoleerde positie akelig zichtbaar. Geen burger zal het zich realiseren, maar de bestuursrechters van de Raad van State maken dus geen onderdeel uit van de rechtspraak. En vallen dus ook niet onder het beheer van de Raad voor de Rechtspraak. Dat is nooit écht een brandende kwestie geweest – maar dat kan nu zomaar veranderen. In een vorig regeerakkoord is al eens, vergeefs, geprobeerd de Raad van State te hervormen. Het rommelt immers al een poosje. In 2007 lieten vreemdelingenrechters al weten dat ze zich niet door de Raad van State gehoord voelden. Dat oproer werd toen gekalmeerd met de belofte van regelmatige ‘benen-op-tafel’ gesprekken. Om te horen ‘wat er speelt’, begrip te kweken, informatie uit te wisselen. Zodat óók de Raad van State op tijd leert zien waar de burger in de knel komt, de overheid faalt, de wet onredelijk is.
Nu blijkt de rechtbank Rotterdam in 2014 de Raad van State in zo’n informeel gesprek al te hebben ingelicht over de structureel onrechtvaardige uitkomst van veel toeslagzaken. Ouders die helemaal niet fraudeerden, maar wel werden geruïneerd, soms om maar een paar honderd euro verantwoordingsverschil. Dat rondje intern klokkenluiden had nul effect. Na 2015, zo bleek uit het onderzoek, gaven de bestuursrechters de moed op en conformeerden zich. Voor zover ze dat niet al eerder deden.
Daarmee ligt de kwestie ‘Raad van State’ weer op tafel, dit hybride Hoog College van Staat dat advies aan de wetgever combineert met de rol van hoogste bestuursrechter. In formatietijd, ook dat nog. Intern is het netjes gescheiden, maar „voor het beeld is het niet goed”, merkte oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens zondag in Buitenhof nog maar eens op. Een club waartegen je intern kennelijk ‘op de barricaden’ moet en dan nul op het rekest krijgt. Hierna mogen de hogere bestuursrechters dus door het stof – dat mag nauwelijks minder kritisch zijn. Anders herleeft het oude verwijt star en ‘gouvernementeel’ te zijn helemaal. Maar of het onderling met de rechtbanken nog goed komt?
Lees ook de digitale nieuwsbrief van juridisch redacteur Folkert Jensma.
https://archive.md/xmM0J#selection-1623.0-1631.1
Er is in Nederland ook wel een probleem met hoe het bestuursrecht is ingestoken. Er wordt krampachtig geprobeerd te voorkomen dat de rechter inhoudelijk oordeelt over wetten of de uitvoering daarvan.
Maar het gevolg is dat je als burger in je hemd staat wanneer de situatie volstrekt onrechtvaardig is, maar de procedure ogenschijnlijk wel correct gevolgd is.
Volgens mij is het probleem dat de wet helemaal dichtgetimmerd was door de politiek en rechters dus moeilijk konden afwijken. Daarbij werd alle informatievoorziening richting de tweede kamer ook nog geblokkeerd of onjuist geinformeerd. Dus de verantwoordelijkheid ligt volledig bij de politiek. In andere landen hoor je nog wel eens dat ambtenaren of politici worden vervolgd. Het grootste probleem is dat er nog steeds geen hoofdverantwoordelijken in het strafbankje zitten.