Oude Kabinet knutselde met private partijen toch aan nationale plan EU herstelfonds

2 comments
  1. titel is “Het stiekeme Nederlandse selectieproces voor de EU-herstelmiljarden” maar omdat ik vanuit telefoon dit deed, en geen zin had in het switchen van google/reddit de hele tijd, kopieërde ik de titel die in het link stond wat niet hetzelfde bleek te zijn.

    12 minuten leestijd, geschreven door Lise Witteman en Peter Teffer

    In beslotenheid werkte de Nederlandse ambtenarij het afgelopen jaar aan een plan om de 6 miljard euro uit het Europese coronaherstelfonds te besteden. Achter de schermen werd tot in detail bekokstoofd welke hervormingen en projecten Nederland zou kunnen uitvoeren. Terwijl ongewenste stemmen werden buitengesloten, kreeg de vertrouwde lobby via een achterdeurtje wél toegang. Dit staat haaks op het Brusselse verzoek om een ‘brede consultatie’ te houden.

    DIT STUK IN 1 MINUUT

    * In het najaar van 2020 besluit het kabinet-Rutte III dat een nieuwe regering moet beslissen over het Nederlandse plan voor de miljarden uit het coronaherstelfonds. Niettemin wordt er door de ambtenarij alvast een inventarisatie gestart van ‘kansrijke projecten’ die binnen de spelregels van het fonds zouden passen.

    * De Tweede Kamer en andere maatschappelijke spelers worden niet bij deze verkenning betrokken. Het is immers een technische exercitie, meent het kabinet. Ook zou er te weinig tijd zijn voor een brede consultatie. Niettemin wordt er binnen de ambtenarij een grondig selectie- en toetsingsproces opgetuigd, waarbij projectplannen informeel aan de Europese Commissie worden voorgelegd, naast eventueel gevoelige hervormingen zoals een aanpassing van de hypotheekrenteaftrek.

    * Terwijl menig belangenvertegenwoordiger wordt geweerd, mogen sommige externe partijen wel degelijk meepraten. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt wie die partijen zijn, en wat hun bijdrage was. Uiteindelijk leidt deze verkenning tot een groslijst van 12 miljard euro, ongeveer het dubbele bedrag van het geld dat het Europese fonds beschikbaar stelt voor Nederland.

    * Het nieuwe kabinet neemt deze ambtelijke inventarisatie – ondanks de beperkte consultatie – nu als uitgangspunt voor het definitieve plan. De nieuwe minister van Financiën, Sigrid Kaag, is van plan om voor april een eerste voorstel te publiceren. Pas dan kunnen ook anderen meepraten.

    * Woensdag organiseert de Tweede Kamer een rondetafelgesprek met experts over het hele proces. Ook Follow the Money is uitgenodigd om te vertellen hoe de machtsverhoudingen door het Europese fonds verschuiven.

    Het is november 2021. Terwijl de formatie nog altijd voortduurt, is een aantal kersverse Kamerleden met enkele oude rotten bijeengekomen in een klein vergaderzaaltje van het Kamergebouw om te worden bijgepraat door demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën). Het zit ze niet lekker dat ze nog altijd niet weten wat het kabinet van plan is met het geld dat Nederland uit Europa tegemoet kan zien.

    Al zeker een jaar tasten de volksvertegenwoordigers in het duister over de slordige 6 miljard euro waar ook zij zeggenschap over zouden moeten hebben. Of eigenlijk al anderhalf jaar: sinds de eerste contouren werden geschetst van de gigantische Europese subsidiepot die het coronaherstelfonds is gaan heten (Recovery and Resilience Facility, RRF), heeft de Tweede Kamer de grootste moeite daar grip op te krijgen.

    Zo is het kabinet in de zomer van 2020 na lang onderhandelen akkoord gegaan met dit EU-initiatief, tegen de zin van de Kamer. De druk vanuit de rest van Europa was simpelweg te groot. Toen vervolgens die zak geld een feit was, klopten al gauw Nederlandse gemeenten en provincies aan bij het kabinet in de hoop een graantje mee te kunnen pikken.

    Zeker de noordelijke provincies waren er als de kippen bij om allerlei plannen onder de neus van de Rijksambtenaren te schuiven, zoals de ontwikkeling van een ‘waterstofvallei’ of de uitrol van de ‘circulaire economie’.

    Maar terwijl de regeringen van Italië, Frankrijk, Spanje, Kroatië, Griekenland, Tsjechië, Portugal en Roemenië reeds in het najaar van 2020 met plannen op de proppen kwamen, blijft het vanuit het Nederlandse kabinet angstvallig stil. Op zijn vroegst ergens in het voorjaar van 2021, zo krijgt de Kamer te horen, zal de regering een plan bij de Europese Commissie indienen. En pas dan zal de Kamer zicht krijgen op wat de Nederlandse overheid met het geld van plan is.

    **Ambtelijk getouwtrek**

    Intussen is er achter de schermen wel degelijk van alles gaande. Binnen de ambtenarij is een richtingenstrijd uitgebroken over hoe de Europese miljarden besteed moeten worden, blijkt uit documenten die Follow the Money boven tafel kreeg via een wob-verzoek.

    Terwijl het departement van Hoekstra (Financiën) de pot geld vooral wil gebruiken om reeds geplande projecten mee te bekostigen, hoopt het ministerie van Eric Wiebes (Economische Zaken) vooral nieuwe plannen op te tuigen. ‘Financiën probeert een politieke discussie in de ministerraad en de inzet op additionaliteit (extra investeringen, red.) te belemmeren,’ rapporteert bijvoorbeeld een geïrriteerde EZ-ambtenaar eind september van dat jaar aan Wiebes.

    Die is echter van mening dat de hele discussie beter aan een nieuw kabinet kan worden overgelaten. ‘Het volgende kabinet gaat bepalen of en hoe het een beroep doet op eventuele middelen,’ gaf Wiebes zijn ambtenaren te verstaan. ‘Pas daarna is de besteding relevant.’

    **Ambtelijke verkenning**

    Maar niet veel later neemt het kabinet een opmerkelijk besluit. ‘Het kabinet geeft opdracht tot een ambtelijke verkenning naar de mogelijke inhoud van een Nederlands herstelplan,’ schrijven Hoekstra en Wiebes eind november 2020 aan de Tweede Kamer. ‘Kansrijke maatregelen’ zullen alvast in kaart worden gebracht, waarna het volgende kabinet ‘het definitieve besluit’ neemt. Kortom, er wordt een groslijst opgesteld van projecten die volgens de EU-criteria in aanmerking komen voor het RRF-geld, waar een nieuw kabinet dan uit kan kiezen.

    In de brief wordt de indruk gewekt dat het om een puur technocratisch selectieproces gaat. Een inventarisatie van de mogelijkheden, volgens de spelregels van het RRF. Het kabinet acht het dan ook niet nodig om uitgebreid binnen de samenleving na te gaan waar de behoeftes of ambities liggen, ondanks het verzoek van de Europese Commissie om een ‘brede consultatie’ uit te voeren. Immers, zo schrijven Wiebes en Hoekstra, het nieuwe kabinet behoudt de ruimte om te kiezen voor ‘additionele hervormingen en investeringen’. Dat is ook het moment dat de Kamer en andere belanghebbenden hun zegje mogen doen.

    Zo weet het kabinet-Rutte III handig ongewenste stemmen buiten de deur te houden, terwijl de ambtenarij in alle rust de contouren van een nationaal plan in elkaar begint te timmeren. Uit de opgevraagde stukken blijkt hoe menig gemeente, provincie of belangenbehartiger te horen krijgt dat er helaas geen mogelijkheid is om suggesties en ideeën aan te dragen.

    Hoewel er op het moment dat Wiebes en Hoekstra de brief versturen nog 3,5 maand te gaan is tot de verkiezingen en de formatie uiteindelijk 299 dagen zal duren, verkoopt het kabinet dit als een ‘krap tijdspad’ voor inspraak. ‘Daarom zal er geen mogelijkheid zijn tot een brede maatschappelijke uitvraag,’ valt te lezen in de communicatierichtlijn bedoeld voor ‘stakeholders’, zoals bedrijfstakken, lagere overheden en maatschappelijke organisaties.

    **Ambtenaren selecteren**

    De ambtenaren maken snel vorderingen. Vanuit alle departementen worden plannen geopperd, gewogen en weer afgeschoten, onder regie van Economische Zaken. De kansrijkste projectvoorstellen worden vervolgens informeel getoetst bij de Europese Commissie, om te bezien of ze de Brusselse criteria kunnen doorstaan.

    Ook tegenover de Europese ambtenaren wordt duidelijk gemaakt dat een volgende regering pas besluit ‘welke van de maatregelen uiteindelijk in het nationaal plan komen,’ maar dat hun voorbereiding zal bijdragen aan ‘snelle besluitvorming,’ zo blijkt uit documenten die Follow the Money bij de Europese Commissie heeft opgevraagd.

    De Kamer staat erbij en kijkt ernaar. Tijdens een parlementair overleg eind februari 2021 vraagt D66-Kamerlid Joost Sneller nog aan minister Hoekstra of het niet logischer zou zijn om wat meer sectoren te betrekken bij het hele proces. ‘In andere landen zie ik dat het midden- en kleinbedrijf wordt gevraagd om met suggesties en wensen te komen. Daar is het veel meer een interactief proces, het staat daar veel meer open. Hier lijkt het veeleer een strik ambtelijke hoog-overexercitie,’ protesteert hij.

    Maar Hoekstra toont zich weinig ontvankelijk. ‘Als de heer Sneller spreekt van een strikt ambtelijke hoog-overexercitie, dan klinkt het als iets wat niet goed genoeg zou zijn,’ reageert de bewindsman een beetje gepikeerd. Niettemin zegt hij toe om bij het departement van Economische Zaken te vragen ‘of er nog ruimte is voor andere actoren in de samenleving om mee te doen’. Daar wordt verder niets meer van vernomen.

    Tegen die tijd is bovendien een groot deel van het werk al verzet. In luttele maanden tijd heeft het inmiddels demissionaire kabinet-Rutte III (in januari afgetreden vanwege het toeslagenschandaal) een stapel projectplannen van tientallen miljarden euro’s teruggebracht tot een selectie van 12,4 miljard euro en de plannen getoetst bij de Europese Commissie. Het behelst ongeveer het dubbele van wat Brussel aan Nederland te vergeven heeft. Na de verkiezingen hoeven de partijen aan de formatietafel alleen nog de projecten van hun voorkeur eruit te filteren, zo lijkt de insteek.

Leave a Reply