10- tot 14-jarigen beginnen vaker eigen bedrijf

by Cubelock

8 comments
  1. Mijn kleine Neefje Romeo
    Weet snoep voor cash te flippen!
    Die leerde van een video
    Laatst online drop te shippen!

  2. Als het geen dropshippers zijn, maar daadwerkelijk jonge ondernemers met een goed idee / die een gat in de markt vinden: prachtig.

  3. Mijn broertje heeft dat ook gedaan. Ik weet niet meer precies hoe oud die was, maar het zal niet ouder dan 14 zijn geweest. Een bijbaan in de supermarkt verdiende geen reet, als je dat op die leeftijd überhaupt al kan krijgen. Ik kan mijn eigen frustratie rondom gebrek aan geld op die leeftijd ook wel herinneren, dus zijn frustratie daarmee snap ik wel. Dus die begon als nauwelijks-een-puber met wat web design voor het lokale winkelcentrum (dat nog vast zat in de jaren 90 in plaats van de 2010s). Gaandeweg steeds meer web design klusjes gekregen en uiteindelijk overgestapt op programmeren. Een opleiding heeft hij niet, na het voortgezet onderwijs ging hij voltijd ZZP’en.

    Ik zou het niet kunnen. Ik ben er te puur een technicus voor. Op technisch vlak ben ik best heel prima, maar op sociaal vlak heb ik niet die magic touch. Het gaat nergens meer over hoe goed die jongen is in netwerken.

  4. > Volgens de Kamer van Koophandel is de toename waarschijnlijk te danken aan de vele aandacht aan zelfstandig ondernemerschap binnen het onderwijs

    Ben blij om dit te horen! Europa is haar competitieve kant aan het verliezen en de kinderen zijn de toekomst. Het is zo belangrijk dat er genoeg mensen zijn die risico durven te nemen.

  5. Ik dacht dat kinderarbeid niet toegestaan was?

  6. Toen ik 10 was heb ik ook een eigen bedrijf opgezet, met knikkers. Ik was dol op knikkers, groot of klein, gespikkeld of doorzichtig met zo’n gekleurd golfje erin. De hele dag dacht ik nergens anders aan. Wat zijn knikkers gaaf! Maar hoe krijg ik er meer?

    Bij ons op het plein werkte het zoals op zoveel pleinen des vaderlands in die tijd: je rolde je knikkers naar een kuiltje toe. Elk van die sferische schoonheden die haar doel wist te bereiken, werd deel van de buit. Kreeg je al je knikkers erin? Dan was de buit van jou! Ook werd er, achter het fietsenhok in de late uurtjes van de namiddagpauze, soms aan ruilhandel gedaan – vier kleintjes voor een middelgrote, twee middelgroten voor een grote, etcetera. De wisselkoers fluctueerde van dag tot dag, maar dat mocht de pret niet drukken.

    Mijn vloek was dat ik voor geen meter kon knikkeren. Letterlijk – hoe ik mijn arm ook liet wapperen of mijn hand draaide, elke knikker plofte recht voor mijn neus op de grond.

    De eerste keren dat ik bankroet raakte, wilden mijn ouders me nog wel een bail-out geven. Er verscheen dan een fonkelnieuw zakje knikkers uit de winkel, en, hoewel ze klein waren en in hun nieuwigheid nog weinig eer bevatten, koesterde ik ze. Maar op een dag, toen ik voor de zoveelste keer in tranen bij mam aanklopte, kreeg ik tot mijn verbazing nee op het rekest. Het zou ‘een onheuze beïnvloeding van de knikkermarkt’ zijn om mijn falen nog langer te bekostigen, en ook ‘leed de pa- en makas er te zwaar onder’.

    Ik begon push-ups te doen om mijn armspieren te ontwikkelen, en won advies in bij de grootste knikkeraars van het plein, maar het mocht niet baten. Een week later was ik, nu echt definitief, weer blut.

    Ik was troosteloos, durfde het plein niet meer op. Een kat in het nauw maakt rare sprongen, en toen ik voor mezelf vast had gesteld dat er geen andere opties meer waren, ging ik naar de slechte jongens van groep 8.

    De jongens van groep 8 waren gigantisch, praktisch volwassen al. Zij hielden zich bezig met voor mij mytische grotekinderenproblemen als de afsluitingsmusical en hun verdere carriere in het middelbaar onderwijs. Knikkers deerden hun niet meer. Door de maanden van mijn bestaan als tienjarige had ik me soms met huivering afgevraagd of dit mijn voorland was, of ook ik straks klaar zou zijn met knikkeren. Maar nu had ik andere dingen aan mijn hoofd.

    (Wordt vervolgd)

Leave a Reply