[Archive](https://archive.ph/8Krv4)
Doordrukker-in-chief Dick Schoof verdient steviger rechtsstatelijk tegenwicht dan hij zelf heeft geboden
Tien columns geleden haalde ik een interview met topambtenaar Dick Schoof aan, als beangstigend voorbeeld van het Nederlands gebrek aan constitutionele cultuur. En nu wordt hij premier. Het stemt weer eens nederig.
De olijk-schampere tv-duiders waren Schoof van de week gunstig gezind, toen zijn voordracht bekend werd. ‘Hij heeft respect voor de rechtsstaat en dat is belangrijk voor Pieter Omtzigt’, zei de een. ‘Hij zal worden vertrouwd door Omtzigt, vanwege het belang van de rechtsstaat’, echode de ander. Maar aan die commentaren zie je toch vooral hoe snel de rechtsstaat van een wezenlijk kenmerk aan de democratie dat onmisbaar is voor ons allemaal, verwordt tot de politieke wens van één coalitiepartij.
Schoof zelf zei in de summiere toelichting op zijn kandidatuur – doorvragen was journalisten verboden – dat de democratische rechtsstaat als een rode draad door zijn leven loopt. Niet onwaar. Als hoofd van de AIVD, als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en als hoogste ambtenaar op Justitie heeft hij de rechtsstaat willen beschermen tegen terroristen en misdadigers. Maar hoe goed zal hij die beschermen tegen de grootste bedreiging, de overheid zelf?
Erop gewezen dat hij als ambtenaar vaak de randen van de wet had opgezocht, kreeg hij de vraag of hij dat als premier ook zou doen. Zijn antwoord: ‘Gaandeweg moeten we uitzoeken of we tegen de randen van de wet aanlopen en hoe we daarmee omgaan.’ Een andere mogelijke reactie was geweest: ‘Als kabinet zullen wij naar de geest van de wet handelen. Dus de kans dat wij onverhoopt tegen die randen aanlopen, is klein. Wanneer wij andere wetten wensen, zullen we die eerst langs democratische weg invoeren volgens onze grondwettelijke waarden.’
Nou ja, of zoiets, maar je proeft het verschil.
Een oud-topambtenaar die jaren met hem werkte, bevestigde op tv Schoofs neiging om die ‘randen’ op te zoeken. Hij is er ook wel overheen gegaan: infiltratie bij moskeeën door een onbevoegd bureau, het online laten volgen van burgers zonder wettelijke grondslag en een detentieregime voor overlastgevende asielzoekers, dat door de rechter werd afgeschoten. In dat interview met hem in De Groene Amsterdammer eerder dit jaar viel me al op dat zijn opvatting van de rechtsstaat zo minimalistisch is. Zijn ‘morele pijngrens’ ligt pas ‘daar waar de hele Staten-Generaal wetten gaat aannemen en de Grondwet zo gaat wijzigen dat je serieuze vraagtekens kunt gaan zetten bij het voortbestaan van de democratie’.
Mogen we een premier die misschien al een pietsie eerder pijn aan zijn moraal krijgt?
De ambtenaar Schoof geldt als iemand die politieke wensen doordrukt. Hij schat hoogstens in, vertelde hij zelf, of plannen – ook juridisch – ‘haalbaar’ zijn. Hij maalt niet om een corrigerend vonnis van de rechter. Alsof dat een gangbare methode is om de route mee uit te zetten, in plaats van een te vermijden, uiterst middel.
Het is de stand waarin een groot deel van ons openbaar bestuur staat. Politici verzinnen maatregelen, vaak gebaseerd op beeldvorming en behoorlijk losstaand van wat wij burgers in het leven tegenkomen, en het is aan ambtenaren om die erdoor te krijgen. NRC wist te melden dat Schoof in zijn tijd als NCTV interne waarschuwingen over dat burgers volgen niet mocht, negeerde. ‘Wie nog een keer over die wettelijke grondslag begint, kan zijn spullen pakken’, snauwde hij een medewerker toe volgens de krant.
Nu was dat in 2015. Ook Schoof heeft de schreeuw om een nieuwe bestuurscultuur sindsdien gehoord. Oog gekregen voor de spanning tussen dwingende regels en onrechtvaardige uitkomsten. In deze krant benadrukte hij drie jaar geleden dat hij op grond van feiten en argumenten tegen politici moet kunnen zeggen wanneer die een onhoudbaar standpunt innemen. Toch viel me ook toen al een citaat op, over het toeslagenschandaal: ‘Mijn stelling was: degene die zegt dat zo’n affaire ons niet kan overkomen, kan meteen zijn biezen pakken. Dat zou een totaal gebrek aan reflectie zijn.’
Tja, reflecteer of ik schop je eruit. Wellicht nog altijd iets te topdown om de broodnodige tegenspraak te organiseren, waarmee onze rechtsstaat langer mee kan dan vandaag.
Als premier lijkt Schoof zich op te zullen stellen als doordrukker-in-chief: ‘Mijn plannen zijn wat de fractievoorzitters hebben afgesproken’, zei hij, daarmee de laatste illusie om zeep helpend dat we hier te maken hebben met meer dualisme dan voorheen. Dat er tussen de afspraken dingen staan waarvan op voorhand al duidelijk is dat ze praktijkmensen binnen de overheid en burgers klem zullen zetten? ‘In de uitwerking van het akkoord zullen we kijken naar de uitvoerbaarheid van wat is opgeschreven met het doel om dat te realiseren’, riposteerde Schoof. Ik vrees dat dat precies is wat al decennia misgaat: eerst komt het scoren, daarna pas de werkelijkheid. Niet voor niets herkent de Nationale Ombudsman in de asielplannen contouren van het toeslagenschandaal.
Je hoort wel zeggen dat Schoof als premier een ‘technocraat’ zal blijven. Nederlanders hebben van oudsher een wat kinderlijke behoefte aan zulke figuren, maar het is onzin. De agenda van deze coalitie is door en door politiek. Schoof zal dat als boegbeeld dus ook zijn. Hij en zijn bewindsploeg verdienen stevig rechtsstatelijk tegenwicht, steviger dan Schoof zelf lijkt te hebben gegeven aan zijn politieke bazen.
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast [Stuurloos](https://www.volkskrant.nl/podcasts/stuurloos~bbdd90cf/). Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
1 comment
[Archive](https://archive.ph/8Krv4)
Doordrukker-in-chief Dick Schoof verdient steviger rechtsstatelijk tegenwicht dan hij zelf heeft geboden
Tien columns geleden haalde ik een interview met topambtenaar Dick Schoof aan, als beangstigend voorbeeld van het Nederlands gebrek aan constitutionele cultuur. En nu wordt hij premier. Het stemt weer eens nederig.
De olijk-schampere tv-duiders waren Schoof van de week gunstig gezind, toen zijn voordracht bekend werd. ‘Hij heeft respect voor de rechtsstaat en dat is belangrijk voor Pieter Omtzigt’, zei de een. ‘Hij zal worden vertrouwd door Omtzigt, vanwege het belang van de rechtsstaat’, echode de ander. Maar aan die commentaren zie je toch vooral hoe snel de rechtsstaat van een wezenlijk kenmerk aan de democratie dat onmisbaar is voor ons allemaal, verwordt tot de politieke wens van één coalitiepartij.
Schoof zelf zei in de summiere toelichting op zijn kandidatuur – doorvragen was journalisten verboden – dat de democratische rechtsstaat als een rode draad door zijn leven loopt. Niet onwaar. Als hoofd van de AIVD, als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en als hoogste ambtenaar op Justitie heeft hij de rechtsstaat willen beschermen tegen terroristen en misdadigers. Maar hoe goed zal hij die beschermen tegen de grootste bedreiging, de overheid zelf?
Erop gewezen dat hij als ambtenaar vaak de randen van de wet had opgezocht, kreeg hij de vraag of hij dat als premier ook zou doen. Zijn antwoord: ‘Gaandeweg moeten we uitzoeken of we tegen de randen van de wet aanlopen en hoe we daarmee omgaan.’ Een andere mogelijke reactie was geweest: ‘Als kabinet zullen wij naar de geest van de wet handelen. Dus de kans dat wij onverhoopt tegen die randen aanlopen, is klein. Wanneer wij andere wetten wensen, zullen we die eerst langs democratische weg invoeren volgens onze grondwettelijke waarden.’
Nou ja, of zoiets, maar je proeft het verschil.
Een oud-topambtenaar die jaren met hem werkte, bevestigde op tv Schoofs neiging om die ‘randen’ op te zoeken. Hij is er ook wel overheen gegaan: infiltratie bij moskeeën door een onbevoegd bureau, het online laten volgen van burgers zonder wettelijke grondslag en een detentieregime voor overlastgevende asielzoekers, dat door de rechter werd afgeschoten. In dat interview met hem in De Groene Amsterdammer eerder dit jaar viel me al op dat zijn opvatting van de rechtsstaat zo minimalistisch is. Zijn ‘morele pijngrens’ ligt pas ‘daar waar de hele Staten-Generaal wetten gaat aannemen en de Grondwet zo gaat wijzigen dat je serieuze vraagtekens kunt gaan zetten bij het voortbestaan van de democratie’.
Mogen we een premier die misschien al een pietsie eerder pijn aan zijn moraal krijgt?
De ambtenaar Schoof geldt als iemand die politieke wensen doordrukt. Hij schat hoogstens in, vertelde hij zelf, of plannen – ook juridisch – ‘haalbaar’ zijn. Hij maalt niet om een corrigerend vonnis van de rechter. Alsof dat een gangbare methode is om de route mee uit te zetten, in plaats van een te vermijden, uiterst middel.
Het is de stand waarin een groot deel van ons openbaar bestuur staat. Politici verzinnen maatregelen, vaak gebaseerd op beeldvorming en behoorlijk losstaand van wat wij burgers in het leven tegenkomen, en het is aan ambtenaren om die erdoor te krijgen. NRC wist te melden dat Schoof in zijn tijd als NCTV interne waarschuwingen over dat burgers volgen niet mocht, negeerde. ‘Wie nog een keer over die wettelijke grondslag begint, kan zijn spullen pakken’, snauwde hij een medewerker toe volgens de krant.
Nu was dat in 2015. Ook Schoof heeft de schreeuw om een nieuwe bestuurscultuur sindsdien gehoord. Oog gekregen voor de spanning tussen dwingende regels en onrechtvaardige uitkomsten. In deze krant benadrukte hij drie jaar geleden dat hij op grond van feiten en argumenten tegen politici moet kunnen zeggen wanneer die een onhoudbaar standpunt innemen. Toch viel me ook toen al een citaat op, over het toeslagenschandaal: ‘Mijn stelling was: degene die zegt dat zo’n affaire ons niet kan overkomen, kan meteen zijn biezen pakken. Dat zou een totaal gebrek aan reflectie zijn.’
Tja, reflecteer of ik schop je eruit. Wellicht nog altijd iets te topdown om de broodnodige tegenspraak te organiseren, waarmee onze rechtsstaat langer mee kan dan vandaag.
Als premier lijkt Schoof zich op te zullen stellen als doordrukker-in-chief: ‘Mijn plannen zijn wat de fractievoorzitters hebben afgesproken’, zei hij, daarmee de laatste illusie om zeep helpend dat we hier te maken hebben met meer dualisme dan voorheen. Dat er tussen de afspraken dingen staan waarvan op voorhand al duidelijk is dat ze praktijkmensen binnen de overheid en burgers klem zullen zetten? ‘In de uitwerking van het akkoord zullen we kijken naar de uitvoerbaarheid van wat is opgeschreven met het doel om dat te realiseren’, riposteerde Schoof. Ik vrees dat dat precies is wat al decennia misgaat: eerst komt het scoren, daarna pas de werkelijkheid. Niet voor niets herkent de Nationale Ombudsman in de asielplannen contouren van het toeslagenschandaal.
Je hoort wel zeggen dat Schoof als premier een ‘technocraat’ zal blijven. Nederlanders hebben van oudsher een wat kinderlijke behoefte aan zulke figuren, maar het is onzin. De agenda van deze coalitie is door en door politiek. Schoof zal dat als boegbeeld dus ook zijn. Hij en zijn bewindsploeg verdienen stevig rechtsstatelijk tegenwicht, steviger dan Schoof zelf lijkt te hebben gegeven aan zijn politieke bazen.
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast [Stuurloos](https://www.volkskrant.nl/podcasts/stuurloos~bbdd90cf/). Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.