‘Ik geef geen cent om de Bijlmer als de Bijlmer uit z’n nek kletst’

6 comments
  1. Bijzonder hoe deze man in een artikel zowel genuanceerd als bot is. Het interessantste vind ik zijn suggestie dat ‘zwart’ vastzit in een zelfbedacht stereotype. Althans zo vat ik zijn opmerking over bv FunX op. Commerciële, makkelijke cultuur die gepresenteerd wordt als alternatief en (politiek) vrij, maar die eigenlijk een continue herhaling is van bestaande beelden.

  2. Relateer dit eens aan de column van Sander Schimmelpenninck van vandaag: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/economisch-progressieve-ideeen-gaan-direct-in-tegen-het-eigenbelang-van-de-salonsocialist-daar-is-niks-mis-mee~b3543078/

    **Economisch progressieve ideeën gaan direct in tegen het eigenbelang van de salonsocialist. Daar is niks mis mee**

    Kritiek had ik natuurlijk wel verwacht. Vanuit eigen kring, en vanuit het rechts-libertarische kamp. Maar verrassend genoeg komt de voornaamste kritiek op de tv-serie Sander en de kloof uit linkse hoek, niet zelden van journalisten. Ik zou poverty porn bedrijven en zelf een ordinaire geldwolf zijn; bij de wereldwinkel stonden ze nog net niet ‘rot op naar je eigen landgoed’ te schreeuwen.

    Ook rondom het thema ongelijkheid blijken de heilloze dogma’s van de identiteitspolitiek te hangen. Een rijkaard die zich de ongelijkheidsproblematiek aantrekt, maakt zich in die verstoorde logica schuldig aan culturele toe-eigening, als een puber uit Vriezenveen die onhandig met gangstarap meebrabbelt. Mag niet. Alleen wie, zoals een Twittervolger het treffend verwoordde, in een plaggenhut woont en naar een natte krakershond ruikt, mag iets van ongelijkheid vinden.

    De journalistiek is vergeven van dergelijke identiteitsdenkers, wellicht omdat zij een eigen slachtofferschap te vieren hebben. Veel journalisten bezien hun werk immers met een zekere lompenromantiek, als een even heroïsche als onderbetaalde lijdensweg, waarin nooddruft een vereiste is voor het leveren van kwaliteit. De journalist heeft dan wel geen god, maar wel zijn principes, die hij overigens net zomin kan uitleggen als de gelovige zijn god.

    Presentator Charles Groenhuijsen, dankzij zijn commerciële dagvoorzitterschappen bepaald geen sappelaar, vroeg mij bij Op1 waarom ik mijn inkomen dan niet aan een goed doel schonk, als ik die kloof tussen arm en rijk dan echt zo’n probleem vond. Een infantiele jij-bak die uitsluitend hoon verdient, maar in het huidige anti-intellectuele klimaat is dit gewoon een hele normale vraag. Had ik maar Jansen moeten heten.

    Een progressief geluid is blijkbaar verdacht, wanneer dat afkomstig is van iemand met een hoog inkomen. Daarvoor is echter geen rationeel argument te bedenken. Wanneer prins Bernhard jr. voor een hogere vermogensbelasting pleit, heeft hij immers precies evenveel gelijk als een sociale huurder die hetzelfde bepleit. Sterker nog, ik zou menen dat het evidente belang van eerstgenoemde zijn geloofwaardigheid alleen maar vergroot.

    De complexiteit van de moderne wereld is voor velen moeilijk te behappen, net als het verschil tussen inkomen en vermogen of het verschil tussen verdienste en erfenis.

    Het rigide geloofwaardigheidsdenken en de voortdurende jacht op het hypocrisieverwijt is een manier om daarmee om te gaan, maar daarmee niet minder schadelijk. Dankzij sociale media is beeldvorming leidend geworden en schoolpleinretoriek genormaliseerd. Maar beeldvorming is zelden op meer gebaseerd dan vooroordelen, sensatiezucht, en andere zaken die verstandige mensen zouden moeten verwerpen.

    Salonsocialisme is in Nederland geen onbekend fenomeen, zeker niet in de media, maar blijkbaar alleen geaccepteerd wanneer dit met schimmigheid en een gebrek aan transparantie is omgeven. De salonsocialist heeft zijn slechte naam vooral te danken aan culturele issues; denk aan de grachtengordelbewoner die erg voor immigratie is, maar nooit een immigrant tegenkomt. De gevolgen van zijn progressiviteit raken hem niet, kortom. Hoe anders is dat juist bij economisch progressieve ideeën; deze gaan direct tegen het eigen belang van de salonsocialist in. Niks mis mee, lijkt me.

    Met de serie Sander en de kloof wilde ik de vermogensongelijkheid en kansenongelijkheid in Nederland inzichtelijk maken. Maar ik merk dat de serie nog iets bloot legt: een giftige afrekencultuur, een obsessie met de boodschapper en een diep gebrek aan interesse voor ideeën die ik tot voor kort nog vooral aan extreemrechts toeschreef. Pure armoede, want wanneer het ons niet meer lukt om ideeën te omarmen, zonder de boodschapper te hoeven omarmen, komen we echt niet meer vooruit.
    Meer over

    kunst, cultuur en entertainment massamedia

  3. Tja… Een successvolle zwarte man die *helemáál* geen last heeft van discriminatie. Die hebben we eerder gehoord. Uitspraken als
    > Voor wangedrag is geen enkel excuus. Ook niet de “sociaaleconomische omstandigheden”, zoals naïef links dan vergoelijkend zegt. Allemaal laf en slap gelul. Wat fout is is fout.’

    rieken naar puur anti-intellectualisme.

Leave a Reply