[Archive](https://archive.ph/r25cx)
Hoe stop je een rechts-radicale opmars?
De 5 valkuilen van de oppositie
Zelfs als het nieuwe kabinet op niets uitloopt, kan Wilders daar garen bij spinnen. Hij zal de schuld in de schoenen schuiven van rechters en Europa. Het is een van de vele uitdagingen waar zijn tegenstanders voor staan.
Valkuil 1 – Het mag niet (van de rechter)
Een ‘gebakken-luchtakkoord’ noemt D66-aanvoerder Rob Jetten het. Zijn GroenLinks-PvdA-collega Frans Timmermans hekelt de financiële onderbouwing als ‘drijfzand’ en ‘wensdenken’. Wetenschappers waren er nog sneller bij om gehakt te maken van het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB. ‘Hoogleraren in het migratierecht: een flink aantal aangekondigde asielmaatregelen is zo goed als onmogelijk’, kopte de Volkskrant.
Terechte kritiek, die toch wringt. De verre voorlopers van Jetten en Timmermans wilden de verbeelding aan de macht. ‘Wees realistisch, eis het onmogelijke’, luidt nog altijd de leus van protestbewegingen over de hele wereld. Maar oog in oog met een radicaal-rechts kabinet, dat zonder goede reden een asielcrisis wil uitroepen en de hoge stikstofuitstoot hoopt ‘op te lossen’ door de definitie te veranderen, zien oppositiepartijen zich in de rol geduwd van kleurloze technocraten. Vooral voor de progressieve fracties is dat een probleem.
Die ontwikkeling is al langer gaande. Het is uiterst rechts dat tegen de bestaande politieke verhoudingen rebelleert. Denk aan het pleidooi van PVV-leider Geert Wilders voor een totale asielstop of de (alweer verbroken) belofte het klimaatbeleid ‘door de shredder’ te halen. In reactie daarop wijzen de voormalige rebellen ter linkerzijde op internationale verdragen en wetten die dat verbieden. Actiegroepen als Mobilisation for the Environment hebben zich gespecialiseerd in het dwarsbomen van politieke besluiten via de rechter.
Het is de juridisering van de oppositie. Als de tekenen niet bedriegen, raakt deze ontwikkeling de komende jaren in een stroomversnelling. Dat is geen goed nieuws. Ten eerste kan Wilders, mochten de plannen van ‘zijn’ kabinet worden afgeschoten, de schuld eenvoudig afschuiven op zijn favoriete tegenstanders. De rechters hebben hem gedwarsboomd. Of anders wel Europa.
De gebeurtenissen in landen als Hongarije, Turkije en tot voor kort Polen tonen – ten tweede – aan dat geen rechtsstaat immuun is voor zo’n aanhoudende reeks aanvallen. De rechtsprekende macht is prima in staat een kabinetsperiode lang tegen de stroom in te roeien. Maar die juridische beschermingswal houdt niet eindeloos stand. Op de lange termijn kunnen ook internationale verdragen worden opgezegd of aangepast. Rechters zijn vervangbaar.
Ten derde maakt louter vertrouwen op de corrigerende kracht van de rechtspraak de oppositie passief. Je hoort het nu al in Den Haag: laat deze coalitie het maar proberen. Dan ziet de kiezer vanzelf dat er niks terechtkomt van haar voornemens. Niet alleen zijn er tal van historische voorbeelden – van Mussolini in Italië tot Trump in de Verenigde Staten – waaruit blijkt dat achteroverleunen risicovol is. Het neemt ook de prikkel weg voor de oppositie om mee te bouwen aan een brede protestbeweging van onderop.
Hoe het dan wel moet? In plaats van het te houden bij een simpel ‘mag niet’ of ‘de feiten’ te laten spreken, is het voor democraten effectiever om te focussen op de achterliggende normen. Dat schrijven medewerkers van het Center for a New American Security in een overzicht van het bestaande academische onderzoek naar hoe te reageren op rechtspopulisten. Leg daarom uit waaróm een maatregel slecht is. Vertel ook wat onze rechtsstaat en democratie zo onmisbaar maakt.
Die communicatie moet volgens het rapport hand in hand gaan met activisme in buurten, op de werkvloer, in de vakbond of via het soort lokale spreekuren voor bewoners die in Nederland de SP nog altijd organiseert. Zodra mensen elkaar daadwerkelijk tegenkomen, blijken ze namelijk minder belang te hechten aan de door uiterst rechts opgestookte culturele en etnische tegenstellingen.
Valkuil 2 – Het hoort niet (volgens ons soort mensen)
Het moraliserende broertje van ‘mag niet’ heet ‘hoort niet’. Nog veel meer dan in het tijdelijke onderkomen van de Tweede Kamer is dat verweer te vinden op sociale media. Op vrijwel elke tweet van politici als Wilders en Baudet volgt sinds jaar en dag een stroom likes én een berg afkeer. Vaak kopiëren de critici het bericht voor hun volgers, met laatdunkend commentaar van eigen hand erbij. De boodschap is duidelijk. Dit soort dingen zeg je niet.
In de Verenigde Staten beseffen ze inmiddels dat dit verspilling van tijd en energie is. Vanaf zijn stormachtige opkomst in de aanloop naar de Republikeinse voorverkiezingen in 2016 deden de media verslag van zo’n beetje alles wat Donald Trump deed, zei en tweette. De vastgoedmiljardair stond garant voor spectaculaire kijkcijfers. Trumps plannen ‘mogen dan niet goed zijn voor Amerika, maar het is heel erg goed voor CBS’, merkte de toenmalige baas van de nieuwszender op.
De aanname was dat kiezers, zodra ze zagen wat voor een malloot Trump was, tot inkeer zouden komen. The Washington Post turfde zijn foutieve uitspraken als president. De krant kwam tot het duizelingwekkende getal van 30.573, oftewel 21 leugens per dag. Het had weinig effect. Ondertussen kreeg Trump al tijdens de voorverkiezingen in één maand tijd voor bijna twee miljard dollar aan gratis media-aandacht. Met hun stroom opgewonden commentaren en breaking news, analyseerde George Packer in The Atlantic, ruilen de media hun ‘geloofwaardigheid op de lange termijn in voor verdiensten op de korte termijn’.
Op dezelfde manier zal morele verontwaardiging geen enkele PVV- of BBB-stemmer van gedachten doen veranderen. Het maakt juist dat de oppositie blijft reageren op de stokpaardjes van de rechts-populisten. Wilders weet daar als geen ander gebruik van te maken. Toen hij in 2009 pleitte voor een kopvoddentaks riep de rest van de Tweede Kamer ‘schande’. Ondertussen ging het debat wel weer mooi over de islam. Niet over de aanpak van de financiële crisis of andere onderwerpen waarbij de PVV zich minder thuis voelt.
Een verstandige oppositie weigert te reageren op elke proefballon, zoals die over pak ’m beet een verhuizing van de Nederlandse ambassade naar Jeruzalem. Die volgt haar eigen agenda. Dat betekent ook weerstand bieden aan de moderne verleiding om ‘pakketpolitiek’ te bedrijven. Dat is het merkwaardige fenomeen dat conservatieven die sceptisch zijn over, bijvoorbeeld, de Europese eenwording, tegenwoordig ook meteen vraagtekens zetten bij klimaatverandering en een afkeer hebben van moslims. Ter linkerzijde leek het er de afgelopen weken op dat wie tegen het criminaliseren van uitgeprocedeerde vreemdelingen is of voor verhoging van het minimumloon, meteen ook hoort te gruwen van 130 kilometer per uur op de snelweg rijden. Enkel en alleen omdat dit kabinet er voorstander van is.
1 comment
[Archive](https://archive.ph/r25cx)
Hoe stop je een rechts-radicale opmars?
De 5 valkuilen van de oppositie
Zelfs als het nieuwe kabinet op niets uitloopt, kan Wilders daar garen bij spinnen. Hij zal de schuld in de schoenen schuiven van rechters en Europa. Het is een van de vele uitdagingen waar zijn tegenstanders voor staan.
Valkuil 1 – Het mag niet (van de rechter)
Een ‘gebakken-luchtakkoord’ noemt D66-aanvoerder Rob Jetten het. Zijn GroenLinks-PvdA-collega Frans Timmermans hekelt de financiële onderbouwing als ‘drijfzand’ en ‘wensdenken’. Wetenschappers waren er nog sneller bij om gehakt te maken van het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB. ‘Hoogleraren in het migratierecht: een flink aantal aangekondigde asielmaatregelen is zo goed als onmogelijk’, kopte de Volkskrant.
Terechte kritiek, die toch wringt. De verre voorlopers van Jetten en Timmermans wilden de verbeelding aan de macht. ‘Wees realistisch, eis het onmogelijke’, luidt nog altijd de leus van protestbewegingen over de hele wereld. Maar oog in oog met een radicaal-rechts kabinet, dat zonder goede reden een asielcrisis wil uitroepen en de hoge stikstofuitstoot hoopt ‘op te lossen’ door de definitie te veranderen, zien oppositiepartijen zich in de rol geduwd van kleurloze technocraten. Vooral voor de progressieve fracties is dat een probleem.
Die ontwikkeling is al langer gaande. Het is uiterst rechts dat tegen de bestaande politieke verhoudingen rebelleert. Denk aan het pleidooi van PVV-leider Geert Wilders voor een totale asielstop of de (alweer verbroken) belofte het klimaatbeleid ‘door de shredder’ te halen. In reactie daarop wijzen de voormalige rebellen ter linkerzijde op internationale verdragen en wetten die dat verbieden. Actiegroepen als Mobilisation for the Environment hebben zich gespecialiseerd in het dwarsbomen van politieke besluiten via de rechter.
Het is de juridisering van de oppositie. Als de tekenen niet bedriegen, raakt deze ontwikkeling de komende jaren in een stroomversnelling. Dat is geen goed nieuws. Ten eerste kan Wilders, mochten de plannen van ‘zijn’ kabinet worden afgeschoten, de schuld eenvoudig afschuiven op zijn favoriete tegenstanders. De rechters hebben hem gedwarsboomd. Of anders wel Europa.
De gebeurtenissen in landen als Hongarije, Turkije en tot voor kort Polen tonen – ten tweede – aan dat geen rechtsstaat immuun is voor zo’n aanhoudende reeks aanvallen. De rechtsprekende macht is prima in staat een kabinetsperiode lang tegen de stroom in te roeien. Maar die juridische beschermingswal houdt niet eindeloos stand. Op de lange termijn kunnen ook internationale verdragen worden opgezegd of aangepast. Rechters zijn vervangbaar.
Ten derde maakt louter vertrouwen op de corrigerende kracht van de rechtspraak de oppositie passief. Je hoort het nu al in Den Haag: laat deze coalitie het maar proberen. Dan ziet de kiezer vanzelf dat er niks terechtkomt van haar voornemens. Niet alleen zijn er tal van historische voorbeelden – van Mussolini in Italië tot Trump in de Verenigde Staten – waaruit blijkt dat achteroverleunen risicovol is. Het neemt ook de prikkel weg voor de oppositie om mee te bouwen aan een brede protestbeweging van onderop.
Hoe het dan wel moet? In plaats van het te houden bij een simpel ‘mag niet’ of ‘de feiten’ te laten spreken, is het voor democraten effectiever om te focussen op de achterliggende normen. Dat schrijven medewerkers van het Center for a New American Security in een overzicht van het bestaande academische onderzoek naar hoe te reageren op rechtspopulisten. Leg daarom uit waaróm een maatregel slecht is. Vertel ook wat onze rechtsstaat en democratie zo onmisbaar maakt.
Die communicatie moet volgens het rapport hand in hand gaan met activisme in buurten, op de werkvloer, in de vakbond of via het soort lokale spreekuren voor bewoners die in Nederland de SP nog altijd organiseert. Zodra mensen elkaar daadwerkelijk tegenkomen, blijken ze namelijk minder belang te hechten aan de door uiterst rechts opgestookte culturele en etnische tegenstellingen.
Valkuil 2 – Het hoort niet (volgens ons soort mensen)
Het moraliserende broertje van ‘mag niet’ heet ‘hoort niet’. Nog veel meer dan in het tijdelijke onderkomen van de Tweede Kamer is dat verweer te vinden op sociale media. Op vrijwel elke tweet van politici als Wilders en Baudet volgt sinds jaar en dag een stroom likes én een berg afkeer. Vaak kopiëren de critici het bericht voor hun volgers, met laatdunkend commentaar van eigen hand erbij. De boodschap is duidelijk. Dit soort dingen zeg je niet.
In de Verenigde Staten beseffen ze inmiddels dat dit verspilling van tijd en energie is. Vanaf zijn stormachtige opkomst in de aanloop naar de Republikeinse voorverkiezingen in 2016 deden de media verslag van zo’n beetje alles wat Donald Trump deed, zei en tweette. De vastgoedmiljardair stond garant voor spectaculaire kijkcijfers. Trumps plannen ‘mogen dan niet goed zijn voor Amerika, maar het is heel erg goed voor CBS’, merkte de toenmalige baas van de nieuwszender op.
De aanname was dat kiezers, zodra ze zagen wat voor een malloot Trump was, tot inkeer zouden komen. The Washington Post turfde zijn foutieve uitspraken als president. De krant kwam tot het duizelingwekkende getal van 30.573, oftewel 21 leugens per dag. Het had weinig effect. Ondertussen kreeg Trump al tijdens de voorverkiezingen in één maand tijd voor bijna twee miljard dollar aan gratis media-aandacht. Met hun stroom opgewonden commentaren en breaking news, analyseerde George Packer in The Atlantic, ruilen de media hun ‘geloofwaardigheid op de lange termijn in voor verdiensten op de korte termijn’.
Op dezelfde manier zal morele verontwaardiging geen enkele PVV- of BBB-stemmer van gedachten doen veranderen. Het maakt juist dat de oppositie blijft reageren op de stokpaardjes van de rechts-populisten. Wilders weet daar als geen ander gebruik van te maken. Toen hij in 2009 pleitte voor een kopvoddentaks riep de rest van de Tweede Kamer ‘schande’. Ondertussen ging het debat wel weer mooi over de islam. Niet over de aanpak van de financiële crisis of andere onderwerpen waarbij de PVV zich minder thuis voelt.
Een verstandige oppositie weigert te reageren op elke proefballon, zoals die over pak ’m beet een verhuizing van de Nederlandse ambassade naar Jeruzalem. Die volgt haar eigen agenda. Dat betekent ook weerstand bieden aan de moderne verleiding om ‘pakketpolitiek’ te bedrijven. Dat is het merkwaardige fenomeen dat conservatieven die sceptisch zijn over, bijvoorbeeld, de Europese eenwording, tegenwoordig ook meteen vraagtekens zetten bij klimaatverandering en een afkeer hebben van moslims. Ter linkerzijde leek het er de afgelopen weken op dat wie tegen het criminaliseren van uitgeprocedeerde vreemdelingen is of voor verhoging van het minimumloon, meteen ook hoort te gruwen van 130 kilometer per uur op de snelweg rijden. Enkel en alleen omdat dit kabinet er voorstander van is.