Steeds meer jongeren zijn somber, angstig en opgebrand. En dat komt niet alleen door de smartphone

by Charles_Polanski

9 comments
  1. Een goed artikel hier een paar interessante stukjes:

    >Volgens Arne Popma is het ziektebeeld van depressie niet wezenlijk veranderd, alleen is de inkleuring anders. ‘Jongeren zeggen vooral te lijden aan prestatiedwang, zich buitengesloten voelen, en ook aan een negatief beeld over de toekomst, klimaatcrisis, oorlogen – dat is de reële wereld.

    >Denissen doet al lang onderzoek naar gedrag en sociale media. Naar aanleiding van het boek van Jonathan Haidt heeft hij nog eens extra kritisch gekeken naar andere onderzoeken. ‘Het zijn meta- en zelfs meta-metastudies, en daaruit blijkt geen duidelijke causaliteit tussen mentale problemen en sociale-mediagebruik. Als er al sprake is van negatieve invloed, dan is die piepklein, minder dan één procent, wetenschappelijk misschien interessant maar praktisch bijna verwaarloosbaar.’

    >Ouders fixeren zich enorm op hun kinderen, en die worden daar later onzeker van, daar is wetenschappelijk veel meer bewijs voor dan voor de schadelijke effecten van smartphones.’ Hij wijst op een artikel daarover in The Journal of Pediatrics in 2023, waarin wordt aangetoond dat de afname van ‘independent activity’ van kinderen een oorzaak is van ‘mental diseases’ op latere leeftijd. ‘Door de controlezucht van ouders verliezen kinderen hun interne locus of control. Dat is zorgwekkend, want ze moeten zich juist autonoom kunnen ontwikkelen, hun eigen valkuilen tegenkomen en daarvan leren om hun eigen controlesysteem te kunnen ontwikkelen.’

    >Het optimaliseren van jezelf, daar wordt deze generatie al jong mee geconfronteerd. Ze moeten duurzame keuzes maken waarbij ze optimaal gebruik maken van de tijd. De hoeveelheid mogelijkheden in onderwijs, vrije tijd en sociale activiteiten en de druk om unieke, authentieke keuzes te maken zorgen voor een paradox of choice. Keuzevrijheid werkt verlammend in plaats van bevrijdend. Daar komen de prestatienormen overheen, waardoor kleine kiemzaadjes van eigen interesses soms niet tot wasdom komen.’ Deze generatie worstelt vooral daarmee: het verwachtingspatroon van hun ouders en de maatschappij. ‘Ze wikken en wegen wat af om de meest strategische keuze te maken, en daar komen ze niet allemaal uit. Hun blik wordt zo vernauwd. Terwijl ze vaak ook passies hebben die niet meteen passen bij hoe ons onderwijs is ingericht. Daardoor kun je je gemakkelijk afgewezen voelen. Dat vind ik pijnlijk.’

    >Ook dringt in het hoger onderwijs het besef door dat de prestatienormen drukken op studenten. Psychologen rukken op op de campussen. ‘We hebben twintig jaar sociale-mediagebruik achter de rug, daar komt nu een reactie op’, zegt Sanne Akkerman. ‘Zeggen “het gaat niet goed met mij” raakt meer geaccepteerd. Dat is iets anders dan jezelf moeten veranderen, dat heeft met vertraging en rust te maken.’

    >Corona heeft een lichtje gezet op wat er al langer aan de hand is, zegt jeugdpsychiater Arne Popma. ‘Alleen, jongeren weten vaak niet goed de weg naar hulp, en de wachtlijsten zijn lang. Hef dus die barrière op en zorg ervoor dat de paden naar hulp aansluiten bij hun leefwereld.’

    >Eigenlijk is Popma ‘best hoopvol’: we zitten in de fase van awareness. ‘In de vorige eeuw bestreden we infectieziekten door hygiëne, het aanleggen van riolering, door de ontdekking van vaccins. In deze eeuw lijden we aan vervreemding en binden we de strijd aan tegen mentale ziekten. Dat komt op gang, we gaan anders tegen psychische problemen aankijken, meer als iets normaals, iets van ons allemaal.’ Zijn oproep aan ‘iedereen’: luisteren naar een ander, zonder te oordelen of een probleem direct te willen oplossen.

    Dus er is een hoop meer aan de gang dan alleen schermgebruik of social media. En als we dit soort problemen voor willen blijven moeten we ons als samenleving aanpassen.

  2. Wat ik vooral lees is dat jongeren vooral zichzelf willen zijn (goh, wat nieuw), zich door een stroom van informatie die wij nooit hadden daarin bevestigd zien, maar vervolgens te maken krijgen met een samenleving die daar nog helemaal niet klaar voor is.

    Deze is zo typisch:
    > “narcistische gemeenschappen, met als exces de eindeloze uitbreiding van gendercategorieën – van lhb naar lhbtiqa+”

    Mensen hun identiteit als een exces bestempelen, lopen gillen over individualisme en gendergekte, ja, die kennen we wel.

    Opgroeien in een samenleving waarin je, integenstelling tot mijn generatie, jezelf gespiegeld kunt zien in allerlei rolmodellen, maar alsnog gewoon ouderwets belachelijk gemaakt en in elkaar gemept kan worden als je jezelf als jezelf presenteert.

    Ja, daar zou ik ook somber en angstig van worden. Zeker nu je een regering krijgt die op nietsverhullende wijze laat blijken dat je niet mag bestaan.

  3. 1) ik ben heel blij dat ik iets voor die tijd geboren ben en niet de druk heb gevoeld dat alles online kon komen te staan.

    2) elke generatie heeft zijn eigen problemen en wordt beschreven als verloren of ziek of zielig.

    Ook dit gaat voorbij, de volgende generatie is ook genaaid.

  4. Mijn somberheid ging geleidelijk weg toen ik klaar was met school. Ik kwam toen achter hoe veel druk op jongeren staat. Je moet hoog presteren, hulp krijgen is bijna onmogelijk, de posters van de scholen zeggen “wees jezelf” maar als je je POK en reflectie niet invult met bs die de docent wil zien ben je screwed.

  5. De wereld staat aan het einde van een schuldcyclus en er heerst nu onder de mensen die niet rijk zijn (dus voornamelijk veel jongeren) financieel nihilisme. Dit is niet alleen iets wat in Nederland voorkomt.

Leave a Reply