Opinie | Met kosmopolitisch links stop je geen autoritair rechts – NRC

by Despite55

7 comments
  1. M.i. goed opiniestuk in de NRC over wat de linkse partijen zouden moeten doen om het vertrouwen van de bange en verwarde kiezer terug te winnen.

  2. Waarom denken columnisten toch dat dit argument de 5001e keer wél aanslaat? Lezen ze al die andere columns met exact dezelfde boodschap niet?

  3. Vandaag leerde ik dat de Cheneys blijkbaar kosmopolitisch links zijn

  4. Links moet iets meer focus leggen op oplossingen en minder verschillen benadrukken, maar laten we alsjeblieft wel eerlijk blijven over de problemen die we moeten oplossen en niet nep-problemen gaan proberen op te lossen, puur omdat ‘het volk’ uit angst denkt dat het een probleem is.

  5. Helemaal eens met dat stuk. Erger me al jaren aan die Democraten in Amerika die stilletjes de arme en middenklasse helpen, maar ondertussen luidruchtig de immigranten en andere minderheidsgroepen ondersteunen. Als ze dat zouden omdraaien, zouden ze op meer stemmen kunnen rekenen.

  6. Niet echt een nieuwe boodschap. Je zou ook verwachten dat de SP het een stuk beter zou doen als dit inderdaad zou kloppen.

    M.i. is de analyse van tom van der meer een stuk sterker. Hij pleit voor meer ideeënstrijd in het midden ipv dat zo veel mogelijk bij elkaar houden. Zo niet krijg je meer technocratische grijze eenheidsworst of pvda, d66, cda of vvd nou wint. Er is nauwelijks merkbaar verschil in beleid dus stemmers zwerven steeds van anti-establishmentpartij naar nieuwe anti-establishmentpartij.

    Zie stuk recensie van [hier](https://www.groene.nl/artikel/kan-het-wat-korter) [(archive)](https://archive.is/5zSFL)

    > Ondertussen is er een nieuwe standaard ontstaan voor politiek succes: versimpeling, verharding, radicalisering en wantrouwen richting de instituties (zoals rechters, politici, journalisten). Korter! Soberder! Harder! Forser! Dat is het winnende devies. Scherp laat Meeus zien hoe de duidelijkheid vreet aan datgene wat juist politiek is, het omgaan met onenigheid.

    > Daarmee zijn we bij een contra-intuïtieve stelling uitgekomen: de huidige politiek heeft de kunst van het conflict verloren. Het is de hoofdgedachte van het boek van Tom van der Meer, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Op het eerste gezicht zou je gezien de hevigheid van de politieke standpunten van opposities van deze tijd (migratie, huisvesting, klimaat, cultuur, onderwijs et cetera) denken dat er niets anders is dan conflict. Dat we eerder meer consensus nodig hebben dan meer conflict. Toch bepleit Van der Meer overtuigend precies het tegenovergestelde.

    > De verkiezingsoverwinning van een extreem-rechtse partij als de pvv is te danken aan het gebrek aan conflict tussen middenpartijen. ‘In hun jacht op de kiezer hebben middenpartijen hun inhoudelijke verschillen laten verwateren’, schrijft Van der Meer. Het centrale vraagstuk van de democratie is niet óf er conflict moet zijn, de kwestie is wélk conflict centraal staat en hoe dat moet worden vormgegeven.

    > Van der Meer laat zien dat Nederland klem zit tussen technocratie en populisme. ‘Het populisme draait in de kern om de tegenstelling tussen de gecorrumpeerde machthebbers en de uitdagers die namens het goede volk de strijd aangaan. In het technocratische wereldbeeld staan bestuurlijke waarden als efficiëntie en effectiviteit centraal. De politiek moet pragmatisch en no-nonsense de optimale uitkomst doorvoeren.’ De populist vecht tegen de gecorrumpeerde vijand van het volk, voor de technocraat is de tegenstander incompetent.

    > Van der Meers analyse toont gelijkenissen met die van Meeus, maar is minder essayistisch en wat fundamenteler van aard. Hij ontleedt verschillende lagen van conflict in de Nederlandse politiek. De Nederlandse politiek is allereerst steeds meer in de greep geraakt van leiderschap en de inzet op het premierschap. Hoewel personen op zich belangrijk zijn, verwordt dit al gauw tot een platte vorm van politiek, waarbij inhoudelijke tegenstellingen buiten het zicht raken. Het fenomeen medialogica versterkt dit, omdat media en politici allebei aandacht willen krijgen en vasthouden. Met voortdurende peilingen wordt politiek verslagen als een sportwedstrijd, gericht op scores, winnaars en verliezers van de week, op het incident, de verspreking en de soundbite.

    > Dan is er ook de technocratisering van de besluitvorming. In technocratie is de centrale veronderstelling dat er voor een probleem een optimale bestuurlijke oplossing bestaat die geen of weinig politieke discussie vraagt. Deze vorm van politiek is al jaren dominant in Nederland en terug te vinden in alle grote dossiers, van de financiële crisis tot de woningcrisis, van het migratiedossier tot corona. Telkens worden deze kwesties opgediend vanuit een bestuurlijke doelmatigheidslogica, in plaats van een politieke afweging tussen rivaliserende waarden. ‘Beleid zou juist zijn wanneer bestaande wetgeving en verdragen het toestaan, als een lijstje dat de regering en coalitiepartijen konden afvinken zonder zelf een afweging te hoeven maken tussen conflicterende waarden.’ Technocratie zien we ook terug in langdurig uitstelgedrag, waarmee het zicht op alternatieven wordt ontnomen. Denk aan het stikstofprobleem dat jarenlang onder het tapijt werd geschoven, waarbij botsende belangen en visies werden weggemoffeld.

    > Door deze ontwikkelingen raken de fundamentele tegenstellingen uit het zicht en valt er voor de kiezer in het midden niets te kiezen. Van der Meer beschrijft het nuchter als een simpele wetmatigheid: ‘Als er geen geloofwaardige oppositie binnen het systeem is, zal die oppositie van buiten het systeem komen.’ Dan komen radicale en populistische bewegingen op, met als ultiem risico dat er democratische erosie plaatsvindt en rechtsstatelijke normvervaging. Populisten die neutrale instituties verdacht maken, academici die worden weggezet als activisten, rechters als politici, journalisten als ‘mainstream media’. Van der Meer heeft echter vertrouwen in de veerkracht van de Nederlandse democratie en legt de verantwoordelijkheid voor het democratische verval – en de wederopstand – vooral bij de middenpartijen.

  7. Melkert heeft het helemaal mis en ik mag het zeggen want ik heb ooit nog op hem gestemd. Niet eens erg veel spijt van.

    Dit opiniestukje is een van de domste dingen die ik dit jaar gelezen heb. Ik ga er niet te veel woorden aan vuil maken. Behalve dan, autoritaire mensen zijn wel per definitie slecht. Natuurlijk is dit zo, net zoals seksisme of racisme altijd slecht is. Als je jezelf boven anderen stelt en vindt dat je meer rechten hebt dan ben je op zijn minst een grote klootzak.

    Dan over het politieke midden, de Democraten in de VS hebben recent het “redelijke midden” geprobeerd te overtuigen en we hebben allemaal gezien hoe goed dat werkt. Daarvoor won Labour wel in het VK, maar met minder stemmen dan onder Corbyn, alleen waren de Tories deze keer ingestort. Dus rot ff lekker op met die centristische onzin, het is nergens op gebaseerd.

Comments are closed.