De politieke strijd staat een nieuwe bestuurscultuur in de weg

5 comments
  1. Politiek draait om meer dan winnen of verliezen
    Politieke cultuur Als we politici opleiden om op een podium te staan, zullen ze hun ambt ook vooral als podium zien. De politieke strijd staat een nieuwe bestuurscultuur in de weg, stelt Mark Thiessen.

    In een uitstekend essay schreef de Britse politicus Rory Stewart onlangs over zijn frustraties met de Britse politieke cultuur. Hij beschrijft een Machiavelliaanse wereld, waarin het spel om de macht het enige is dat telt. Zijn titel, ‘When the flawed succeed’, vertelt ons wat hij als het probleem ziet, en in welke richting hij de oplossing zoekt. Niet in systeemverandering, maar in het verbeteren van politici zelf. Beter gezegd: in het verbeteren van het idee dat politici van politiek hebben. Niet een puur spel om de macht, maar iets groters dan dat.

    Dat is interessant voor de Nederlandse discussie over een nieuwe bestuurscultuur. Het woord bestuurscultuur draagt een duidelijke betekenis met zich mee. Wanneer we zeggen dat er iets mis is met de bestuurscultuur, dan hebben we het vooral over verkeerd gedrag van bewindspersonen en eventueel ambtenaren. En in Nederland zijn daar inderdaad problemen mee.
    Toch is dit een te nauwe blik op een bredere en complexe politieke werkelijkheid. Wie zich enkel richt op de bestuurscultuur, ziet niet het grote plaatje.
    Beter is het te kijken naar de politieke cultuur. Want het bestuur is onderdeel van iets dat omvattender is: de politiek. Bestuurders opereren niet in een vacuüm. Zij zijn actief in een spel, samen met andere groepen. Deze groepen oefenen grote invloed uit op elkaars handelen. Wanneer er iets misgaat in de bestuurscultuur kan je er donder op zeggen dat er ook iets mis gaat in bredere zin.
    Politici, bestuurders, ambtenaren en journalisten
    In Den Haag is er een politieke cultuur waarin minimaal vier groepen actief zijn: politici, bestuurders, ambtenaren en journalisten. Het frame ‘bestuurscultuur’ legt het probleem bij het bestuur, maar bestuurders vertonen politiek gedrag in een wereld waarin anderen ook politiek gedrag vertonen. De politieke cultuur, vormgegeven door de genoemde groepen, beïnvloedt alles.
    Deze politieke cultuur is vaak een zero-sum game. Het gaat om winnen of verliezen, en iedereen wil in dit spel zelf het sterkst naar voren komen, vaak door een ander te beschadigen. Het spel lijkt erop ingericht. Je krijgt aandacht bij controverse, bij aanvallen, bij schande roepen, door te beschadigen. NRC-columnist Tom-Jan Meeus schreef de voorbije weken vaak over deze destructieve politiek van „juichen voor jezelf en afrekenen met de ander” en de dreigende verdwijning van een open debatcultuur. Ook dat oefent invloed uit op hoe ons bestuur opereert.
    Journalisten spelen eveneens een rol in het vormgeven van onze politieke cultuur. Toen dit jaar de historische stap werd gezet om notulen van de ministerraad bij uitzondering openbaar te maken, was het interessant om te zien wat journalisten daarin gingen zoeken. Het antwoord: ze zochten eerst het woord ‘Omtzigt’, om hier vervolgens zo snel mogelijk over te tweeten. Was dit het belangrijkste dat in die notulen zou staan? Nee, maar wel het schadelijkste en dus hetgeen dat de meeste aandacht oplevert. Duiding wordt gereduceerd tot de simpele vraag: wie heeft gewonnen en wie heeft verloren? Ook dat gedrag geeft vorm aan een zero-sum politieke cultuur.

    Nieuwe informatie, nieuwe aanvallen
    Nu het gesprek zich richt op een nieuwe bestuurscultuur, gaat het automatisch ook over regels die de foute bestuurscultuur moeten beteugelen. Maar wanneer de politieke cultuur niet verbetert, zal dit geen enkele zin hebben. Met het veranderen van de regels zorg je er enkel voor dat het spel anders gespeeld zal worden.
    Wat in de politieke cultuur dan niet verandert, is dat bewindspersonen zich namelijk gedwongen blijven voelen zichzelf te beschermen. Zij weten immers dat het besturen plaatsvindt in de context van een politieke strijd. Wanneer ze volledige transparantie geven, zullen ze geen applaus ontvangen. Alle nieuwe informatie zal aangegrepen worden voor verdere aanvallen. Ook als er eigenlijk niets is dat ze verkeerd gedaan hebben. En zelfs als alles op tafel wordt gelegd, zal er nog steeds om meer gevraagd worden. Tijdlijnen. Appjes. Ministerraadnotulen. Om maar de schijn van geheimzinnigheid te blijven wekken, om die weer te kunnen aanvallen.
    Ook de term bestuurscultuur zelf wordt inmiddels als frame ingezet om anderen mee aan te vallen. Het woord is een wapen geworden om een ander te beschadigen. En we zien in het gedrag van de grootste voorvechters van een nieuwe bestuurscultuur hoe diep zelfs bij hen het politieke gedrag zit, het gericht zijn op ‘winnen’ en de sterkste zijn. D66 probeerde met insinuaties in de media informateur Remkes zwart te maken. Caroline van der Plas van de nieuwe partij BBB heeft er een politiek spel van gemaakt om net te doen alsof ze niet aan het politieke spel meedoet. Wanneer de Raad van State kritiek heeft op de Tweede Kamer, probeert SP-Kamerlid Renske Leijten de Raad met een motie de mond te snoeren. Wanneer Pieter Omtzigt onder vuur komt te liggen vanwege zijn vermeende rol bij de mondkapjesdeal van Sywert van Lienden, gebruikt zijn woordvoerder vertragingstactieken. Tactieken die hij van de regering niet zou accepteren. Als de voorvechters van de nieuwe bestuurscultuur gebruik maken van dezelfde tactieken die ze hun doelwitten verwijten, wat zegt dit dan over de bredere politieke cultuur?
    Misschien kunnen zij niet anders. Want het aanvallen van anderen en het beschermen van jezelf zit diep in onze politieke cultuur. Zo diep, dat het moeilijk is dit te veranderen. Wanneer we in een zero-sum spel zitten, wie is dan de eerste die durft te zeggen dat hij of zij er niet meer aan meedoet? Met het gevaar ‘buitenspel’ te komen staan. Toch is precies dat nodig. Onze politieke cultuur wordt vormgegeven door mensen en wanneer we de cultuur willen veranderen, moeten de mensen veranderen. Hoe kunnen we dat doen?
    Je kunt als Kamerlid een onzinmotie indienen. Maar het hoeft niet.
    Wellicht zit een deel van de oplossing in de manier waarop politici geselecteerd en opgeleid worden. Je kunt stellen dat politici in Nederland veelal niet gekozen worden door burgers, maar opgeleid, door hun partijen. Slechts weinigen halen genoeg voorkeurstemmen om op eigen kracht in de Tweede Kamer te komen. De meesten danken hun zetel aan de plek op de lijst die hen door de partij wordt gegund. Een groot deel van de mensen die onze politieke cultuur vormen – politici, maar ook bestuurders – maakt eerst carrière in hun eigen partij, volgen daar opleidingsprogramma’s en worden in selectiegesprekken beoordeeld op hun kunnen.
    Een blik op het trainingsaanbod van politieke partijen laat zien dat ze vooral leren om op een podium te staan. Ze leren debatteren, speechen en presenteren. Ze leren de vorm en het spel. Dat is voor iedere politicus belangrijk. Maar wanneer we politici blijven opleiden om op een podium te staan, zullen ze daarna ook hun ambt als een podium zien: ze zullen naar aandacht zoeken en sterk en overtuigend op dat podium willen optreden. Wanneer we willen dat onze politieke cultuur verandert, zullen we eerst dat moeten veranderen. We zullen onze politici moeten opleiden om de hun gegeven verantwoordelijkheden te kunnen dragen en hen ook beoordelen op de manier waarop ze hun ambt vervullen en niet op hoe ze op het podium staan.

    Tegelijkertijd moeten we niet kinderachtig doen. Het politieke spel zal altijd gespeeld worden. Politieke strijd is nodig in een democratie, om onderlinge inhoudelijke en persoonlijke verschillen duidelijk te maken. Die strijd kunnen en willen we niet laten verdwijnen. Wat belangrijk is, is de manier waarop er gestreden wordt. In een democratie zijn daar weinig vastgelegde regels voor. Veel belangrijker zijn de ongeschreven normen die een democratie gezond houden.
    In hun boek How Democracies Die beschrijven de politicologen Levitsky en Ziblatt hoe de Amerikaanse democratie aan het afglijden is juist omdat die normen niet meer vanzelfsprekend zijn. Volgens hen springen er twee normen uit die cruciaal zijn om een democratisch systeem in leven te houden. Ten eerste wederzijdse tolerantie van groepen die in het systeem actief zijn, bijvoorbeeld politieke partijen, die elkaar moeten erkennen als legitieme spelers. Ten tweede wat zij noemen ‘institutional forbearance’, oftewel, terughoudendheid bij het inzetten van de middelen die het systeem je toestaat om je zin door te drijven of anderen te beschadigen.
    Precies bij dat laatste gaat het mis in de Nederlandse politieke cultuur. Het is mogelijk om als ministerie een persbericht heel laat op een vrijdag te sturen, zodat het slechte nieuws het Journaal niet haalt. Maar je hoeft het niet te doen. Het is mogelijk om als parlementariër een onzinmotie in te dienen, zodat je de krant haalt. Maar je hoeft het niet te doen. De trend is echter om dit juist wel te doen.

  2. Dit is wel een voorbeeld van wensdenken. “Als iedereen nou eens …” zich netjes in zou houden en politiek open kaart zou spelen? Dan zouden al onze problemen oplossen. Een avondcursus politieke integriteit zou moeten volstaan voor ons parlement.

    Het gaat volstrekt voorbij aan de structurele factoren die aan de grondslag liggen, en focust op de morele imperfectie van de poppetjes.

  3. Mja en toch interessante duiding:
    Journalisten moeten scoren want de krant moet vol en advertenties verkocht dan wel same voor journalistieke tv. Werkt prima met schandalen
    Ambtenaren moeten doen wat de politiek ze vertelt. Ze zijn niet verantwoordelijk en dragen geen consequenties.
    Politici moeten op het podium en zitten in de draaideur met de loobyisten voor een baantje later. Beleid hoeft er alleen tot aan de volgende verkiezing goed uit te zien.

  4. Ik zou het boek “tegen verkiezingen” aanraden. Vele grote denkers uit de geschiedenis zagen de verkiezingen als aristocratisch en lotingen juist als echt democratisch.

  5. In de VS is de politieke cultuur natuurlijk nog vele malen ernstiger verziekt. Maar dat irritante gespin (vooral D66 excelleert erin) is overigens wel bloedirritant.

    Rory Stewart is trouwens een prachtige en heel interessante vent. Echt een homo universalis.

Leave a Reply