De kloof tussen de Randstad en de rest van Nederland groeit, vooral op het gebied van mobiliteit. Dat blijkt uit onderzoek van sollicitatieplatform Beaks. De kloof tussen de Randstad en de rest van het land – met name Noord-Nederland – omvangt volgens het onderzoek lagere lonen, grotere woon-werkafstanden en beperkte thuiswerkopties in ‘de provincies’.
Het onderzoek van Beaks concludeert verder dat werknemers in Noord-Nederland minder verdienen en minder tevreden zijn over hun salaris dan in de rest van het land. De ontevredenheid over het salaris voedt het groeiend gevoel van ongelijkheid, aldus het onderzoek.
Langere afstanden
Afstanden voor woon-werkverkeer in Noord-Nederland zijn gemiddeld langer. Groningen heeft zelfs de langste gemiddelde woon-werkverkeer-afstanden van Nederland, schetst het onderzoek van Beaks. Beperktere ov-opties buiten de Randstad zorgen ervoor dat maar liefst 69 procent van de Nederlanders in Noord-Nederland kiest voor het gebruik van de auto. Slechts 5 procent maakt gebruik van het ov.
Geplande prijsverhogingen dragen volgens het onderzoek niet bij aan een verandering op het gebied van een transitie in mobiliteitsgebruik. “Een enkeltje Heerenveen naar Leeuwarden kost ruim 7 euro en een enkeltje Groningen naar Winschoten bijna 8,5 euro”, concludeert Beaks.
Thuiswerken geen optie
Het bezwaar van werknemers in Noord-Nederland en de provincies gaat niet alleen over “te duur ov”. De brandstofprijzen voor autogebruik blijven ook stijgen en omdat inwoners buiten de Randstad vaker zijn aangewezen op de auto, loopt ook dat in de papieren: zowel Euro95, diesel als LPG zijn structureel en aanzienlijk duurder dan drie jaar geleden.
Thuiswerken is voor veel werknemers in de provincie, waaronder in Friesland, Groningen en Drenthe, vaak niet mogelijk. Zo’n 61 procent van de werknemers aldaar werkt helemaal nooit thuis. Dat is ruim boven het landelijke gemiddelde dat op 53 procent ligt.
Afhankelijk van auto
Terwijl in de Randstad discussies over hybride werken en ov-gebruik de boventoon voeren, blijven werknemers in het noorden van Nederland voorlopig afhankelijk van de auto. Zij maken daardoor hoge reiskosten. Mobiliteit is voor hen duurder dan in de rest van Nederland, terwijl ze sterker afhankelijk zijn van vervoer om op het werk te komen. Dit werkt de groeiende ongelijkheid en oneerlijke kostenverdeling verder in de hand.

