Nog een week en het handhavingsmoratorium vervalt. In een exclusief interview met ZiPconomy legt verantwoordelijk staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) uit waarom het kabinet nu toch echt doorpakt, hoe de ‘zachte landing’ eruitziet, waarom hij niets ziet alleen handhaving onder de 35 euro en waarom de flexbranche op extra aandacht mag rekenen.

Vijf weken is hij nu staatssecretaris van Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane. Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) viel met zijn neus in de boter. Vrijwel alles binnen zijn portefeuille komt aan het einde van het jaar samen in het Belastingplan. Een overvolle agenda, met politiek stevige onderwerpen als de BTW-verhoging en de problematiek rond box 3. En dan is er nog het zzp-dossier en de opheffing van het handhavingsmoratorium.

Toch maakt Van Oostenbruggen in deze drukke periode tijd vrij voor een lang gesprek, waarin we het vooral hebben over de ‘onvermijdelijkheid’ om per 1 januari toch echt dat moratorium op te heffen, over de zachte landing, het uitblijven van nieuwe wetgeving, en over waarom de flexsector in 2025 mag rekenen op extra aandacht van de Belastingdienst.

Over een week is het zover: dan wordt het handhavingsmoratorium opgeheven. Dit is ooit ingesteld in afwachting van nieuwe wetgeving. Die is er nog steeds niet. Toch wordt het moratorium opgeheven. Er zijn mensen die zeggen: wacht nu tot er nieuwe, duidelijke wetgeving is.

“Daar ben ik het echt niet mee eens. Het handhavingsmoratorium is ingesteld omdat de markt moest wennen aan het afschaffen van de VAR. Maar laten we eerlijk zijn: sindsdien is er veel gebeurd. Verschillende bewindspersonen, zoals Koolmees, Wiebes, Van Rij en Van Gennip, hebben gezegd: ‘We gaan wat doen met de arbeidsmarkt, we gaan het veranderen.’ “

“Helemaal eens en daar heb ik ook een politieke mening over. Maar ik constateer ook dat het nog niet gelukt is om nieuwe wetgeving te maken. Links en rechts, de polder – werkgevers- en werknemersorganisaties – zijn het gewoon niet met elkaar eens.
Als je geen overeenstemming krijgt dat we overal op de snelweg voortaan 110 mogen rijden, dan blijft het honderd. We kunnen niet blijven wachten. Als we geen nieuwe regels maken, dan gaan we handhaven op de bestaande wetgeving. Het is tijd dat we een duidelijk signaal geven.”

Duidelijkheid is er wel degelijk, maar niet iedereen vindt het wenselijk

“Ik hoor vaak van zzp-belangenorganisaties dat het allemaal niet duidelijk is. Maar er is een groot verschil tussen onduidelijkheid en iets niet wenselijk vinden. Dat zijn echt twee verschillende dingen.”

“Er is sinds de invoering van de Wet DBA veel veranderd. Destijds hadden we de VAR, en die gaf een ongecontroleerde vrijwaring. Daardoor werd er nooit iets voor de rechter gebracht. Maar sinds 2016 is er juist veel geprocedeerd. We hebben tientallen – misschien wel dertig of veertig – uitspraken gezien, tot aan de Hoge Raad toe. Onze hoogste rechter heeft duidelijk gemaakt hoe je een arbeidsrelatie moet beoordelen. Er is geen woord Spaans bij.”

“Fiscalisten, juristen, iedereen is het erover eens. Dat er dan nog mensen zijn die vinden dat je verpleegkundige kunt zijn, waarbij je zelf je eigen onderneming drijft omdat je graag vrij wil zijn hoe je je arbeidsrelatie vormgeeft… Tegen die mensen zeg ik: ik rijd misschien ook wel graag 110 op de snelweg, maar dat is niet de afspraak zoals we die in Nederland hebben gemaakt.”

We moeten nu de bocht nemen. Je kunt niet blijven wachten.

“Overigens, als je dus wil dat we allemaal 110 mogen rijden, dan moet je zorgen dat Veilig Verkeer Nederland, de ANWB, de politiek links en rechts en de politie het allemaal ondersteunen om voor die 110 te gaan. Dan kom je in het parlement bij elkaar en geef je daar een klap op, en dan rijden we voortaan 110.”

“Op de arbeidsmarkt is dat gewoon niet gebeurd. Ik zie het ook niet op termijn gebeuren. Wat ga je dan doen? Ga je dan maar niet handhaven omdat een deel van Nederland het niet wenselijk acht? Nee, daar ben ik heel duidelijk in als staatssecretaris. We moeten – en dat heb ik ook als Kamerlid gezegd – de bocht nemen. Je kunt niet blijven wachten. Het besluit om te gaan handhaven is genomen, en we gaan dat ook doen.”

Dus ook geen prioriteit geven aan handhaving onder de 35 euro zoals VVD kamerlid Thierry Aartsen graag wil?

Nee, dat kan praktisch niet, want de Belastingdienst beschikt niet over  gegevens over tarieven. Verschil maken is juridisch niet mogelijk en ook oneerlijk. Daarbij, er zijn organisaties waar tarieven veel hoger liggen en toch echt sprake is van schijnzelfstandigheid.

Ik hoop ook echt dat de media niet uitstraalt dat er niets veranderd

Dus kwam daar vorige week het “Handhavingsplan arbeidsrelaties 2025” met uw toelichting. Met daarin de invulling van de ‘zachte landing’ waar de Tweede Kamer om gevraagd heeft. De reacties en de media-aandacht liepen uiteen. De ene zegt: er is weinig veranderd, de ander zag er groot nieuws in.

“Dat er in 2025 geen boetes worden uitgedeeld, dat was geen nieuws. Dat was al besloten door mijn voorganger. Zo’n verzuimboete, waar gaat dat over? De naheffing loonheffing, daar moet je voor opletten. De arbeidsrechtelijke en pensioenrisico’s zijn veel groter dan een eventuele boete.”

“Ik hoop ook echt dat de media niet uitstraalt dat er niets veranderd is en dat mensen daar dan vertrouwen aan ontlenen. Dat is echt niet het geval. We hebben een handhavingsteam van tachtig man dat op bedrijfsbezoeken gaat en boekenonderzoeken uitvoert. Ook zijn zij onder andere verantwoordelijk voor de voorlichting aan de markt.

“Ook in 2024 hebben ze boekenonderzoeken gedaan, en deze lopen mogelijk nog door. Nieuw is dat we in 2025 in principe starten met een bedrijfsbezoek.”

Wat moeten we nu precies met die bedrijfsbezoeken voorstellen?

“Ik vind echt dat de Belastingdienst eerst netjes moet aankloppen en vragen hoe de vlag erbij hangt, zeker bij organisaties die het beste voor hebben met de maatschappij. Het idee is niet om meteen met zware sancties te komen, maar om in redelijkheid te kijken wat er speelt. Organisaties moeten de kans krijgen om fouten te herstellen voordat we zwaar geschut inzetten.”

Wat is nu het verschil met de situatie nu, waarin het met een aanwijzing wordt gewerkt?
“Een aanwijzing is echt het middel van de afgelopen jaren en die hoorde bij het handhavingsmoratorium. Een waarschuwing klinkt wat lichter. Maar een naheffing daarna is vrij gegarandeerd, kan ik je zeggen. We verwachten ook dat mensen zelf gaan corrigeren na zo’n waarschuwing.”

“Het team handhaving begint dus altijd eerst met een gesprek en mogelijk een waarschuwing?”

“Ja. Zo duidelijk is het in principe wel. Maar, we krijgen ook signalen over schijnzelfstandigheid van andere teams binnen de Belastingdienst, van de Arbeidsinspectie of FIOD. Dan krijg je geen ‘gesprekje’.”

Er circuleert onjuiste informatie. Dat is onderdeel geworden van de manier waarop brokers en leveranciers met klanten omgaan.

We lezen in uw brief aan de Kamer dat “de doelgroep arbeidsmiddelaars meer gestructureerd aandacht geven” zal worden.

“Met de komst van de Wet DBA zijn er heel wat partijen gekomen die zich voorstaan op het feit dat zij weten hoe de Wet DBA, of beter gezegd, hoe de wet op de loonbelasting zou moeten worden uitgelegd. Ze sluiten contracten af die ook vrijwaren voor loonheffingen. Ze worden geselecteerd op hun kennis en kunde om arbeidsrelaties goed te beoordelen. Ik denk wel dat we kunnen concluderen dat dat niet altijd overal even goed gaat.”

“Er circuleert onjuiste informatie. Dat is onderdeel geworden van de wijze waarop brokers en leveranciers met klanten omgaan. Ja, dat vinden wij extra interessant, want ze zetten hun klanten op het verkeerde been en verdienen daar geld aan.”

Dat intermediairs in de flexbranche extra aandacht krijgen, vindt Van Oostenbruggen dan ook logisch. Immers, dat gebeurt bij andere intermediairs die advies geven, zoals accountants en fiscalisten. “Fraude door een accountant weegt toch net wat zwaarder dan bij een reguliere ondernemer.”

In het handhavingsplan staat ook dat de Belastingdienst meer inzicht wil krijgen in de hele inhuurketen en de driehoek opdrachtgever-intermediair-zelfstandige.

“Je hebt situaties met meerdere tussenpartijen, van brokers tot uitzendbureaus, en dat maakt handhaving uitdagender. Er is geen wet die zegt dat je maar één tussenpartij mag hebben, en soms zie je dat de keten uit wel vier of vijf partijen bestaat.”

“De vraag is of je als zzp’er onderaan zo’n keten nog wel echt zelfstandig bent. Dat onderzoeken we, en die inzichten worden onderdeel van onze handhavingsstrategie.”

Eén punt waar we het toch echt ook over moeten hebben, is de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen. Daar werken schijnzelfstandigen, zo hebben ze zelf geconstateerd. Maar ze mogen blijven, en het ministerie van Financiën gaat de naheffing en mogelijke boetes betalen als de leveranciers van zzp’ers deze van de Belastingdienst opgelegd krijgen. Dit staat haaks op het beleid van een staatssecretaris die heel duidelijk is over regels en handhaving, terwijl er tegelijkertijd een onderdeel van het ministerie van Financiën dezelfde regels blijft overtreden.

“UHT is nu toevallig in de media, maar er werken natuurlijk zzp’ers bij veel meer overheden, departementen, uitvoeringsorganisaties, gemeentes en waterschappen. Ik wil daarover een heel duidelijke lijn trekken en – alsjeblieft – citeer me daarin: wij handhaven niet anders bij de overheid dan bij het bedrijfsleven. Iedereen dient zich aan de wet te houden en iedereen is gelijk. De overheid is niet méér gelijk dan een ander. Wij zullen de overheid dus niet ontzien.”

Het kan gewoon: op een manier werken die conform de Nederlandse wet is.

Het punt is: de overheid betaalt eventuele boetes. Dat is voor een overheid toch iets makkelijker dan voor een mkb-ondernemer. Gaan alle overheden nu de boetes van leveranciers overnemen?

“Daar ga ik niet over. Het rijksbrede beleid voor externe inhuur is de verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken. Iedereen heeft in dit proces zijn eigen verantwoordelijkheid. Een zzp’er heeft verantwoordelijkheid, de broker of leverancier heeft verantwoordelijkheid, en iedere organisatie heeft verantwoordelijkheid. En ja, de overheid heeft diepe zakken. Maar houd in gedachten, ook de overheid dient zich aan budgetten te houden. Als je aanslagen of boetes krijgt omdat je fouten hebt gemaakt, gaat dat van dat budget af. Je dient gewoon goed HR-beleid te voeren, ook binnen de overheid en binnen een budget.”

Van Oostenbruggen maakt in het gesprek een stevig punt om te benadrukken dat zijn eigen Belastingdienst op dit vlak 100% schoon is. “Nul-komma-nul schijnzelfstandigen. Dat is niet mijn verdienste, maar ik ben er wel trots op. Daar is de afgelopen twee jaar keihard aan gewerkt. En het sterkt mij in het vertrouwen dat dit mogelijk is bij een grote bank of een groot bouwbedrijf. Ik zie het verschil niet tussen een Belastingdienst en een grote bank of een grote verzekeraar met een complex IT-landschap. Het kan dus gewoon: op een manier werken die conform de Nederlandse wet is.”