In Carnisse gaat bijna niemand stemmen, in Hillegersberg bijna iedereen: ‘Het zit helemaal scheef’
We mogen naar de stembus. Maar in Rotterdam zal naar schatting de helft van de mensen niet gaan. Hoe komt dat, en wat is er aan te doen? ,,Het is makkelijk om de schuld aan de politici te geven.’’
Er is iets vreemds aan de hand in Carnisse. Eerst valt het je niet op: mensen doen de boodschappen, laten hun hond uit, niks aan de hand. Maar na een paar uur besef je ineens dat er iets anders is dan in de rest van de stad. Er hangen hier geen verkiezingsposters.
Acht tellen we er, na lang zoeken, in een wijk met elfduizend inwoners. Ja, aan de Pleinweg, aan de rand van de wijk, waar auto’s van en naar de Maastunnel racen: daar lachen de lijsttrekkers de voorbijrijdende automobilisten tegemoet. Maar in de straten van Carnisse, ook die waar druk gewinkeld wordt, zijn ze vrijwel afwezig.
Het is geen desinteresse, verzekeren partijen desgevraagd – om daarna toe te geven dat Carnisse een ‘moeilijke’ wijk is. Nergens in Rotterdam gaan immers zo weinig mensen stemmen als in deze wijk. Maar 25,7 procent van de bewoners ging vier jaar geleden naar de stembus. ,,We hebben er wel geflyerd, maar het wantrouwen is gigantisch”, zegt Faouzi Achbar, lijsttrekker van Denk. ,,En de desinteresse ook. ‘Jullie doen toch niks voor ons’, zulke reacties krijg je. En dat doorbreek je niet met een paar posters.”
Hoe anders is de situatie aan de andere kant van de stad, in het Molenlaankwartier, in Hillegersberg. Hier gaat bijna iedereen stemmen: de opkomst lag er vier jaar geleden op 73,5 procent, bijna drie keer zo hoog dus. Op maandagochtend druppelen de eerste stemmers al binnen in stembureau 103 aan de Grindweg. Het zijn er al meer dan vorig jaar bij de Tweede Kamerverkiezingen, toen dit stembureau ook op maandag open was, vertelt een medewerker.
De 78-jarige Nellie van der Velde is één van hen. Ze heeft net op de VVD gestemd, vertelt ze – zoals zovelen hier. Stemmen vindt ze een ‘vanzelfsprekendheid’. ,,Ik snap echt niet waarom in wijken als Charlois zo weinig mensen gaan stemmen. Ook al kiezen ze voor een partij als Denk, dat maakt mij echt niet uit. Het is juist belangrijk dat hun stem wordt gehoord.”
VVD oppermachtig
De enorme verschillen in opkomst zorgen er indirect voor dat wijken als Hillegersberg en Kralingen een grotere invloed op het beleid van de stad hebben dan die van Charlois en Feijenoord. En de cijfers laten zien welke partijen daarvan profiteren. In Kralingen-Oost en het Molenlaankwartier is de VVD oppermachtig (meer dan een derde van de stemmen), in Blijdorp en Liskwartier zijn dat GroenLinks en D66. Dit zijn wijken waar de opkomst ruim boven de 60 procent ligt.
Hoe anders is dat op Zuid. Neem Bloemhof, Hillesluis en Afrikaanderwijk, waar slechts een derde van de mensen gaat stemmen. Dit zijn de wijken waar Denk veruit de grootste is: de partij krijgt er tussen de 35 en 38 procent van alle stemmen. Wat als het opkomstpercentage in alle wijken gelijk zou liggen? ,,Dan waren wij misschien wel de grootste partij van de stad”, zegt Denk-lijsttrekker Achbar. ,,Het zit helemaal scheef.”
Burgemeester Aboutaleb maakt zich al langer zorgen over de lage opkomst in Rotterdam. Hij liet in 2016 onderzoek doen naar de manieren waarop Rotterdam en andere steden die opkomst proberen te verhogen en het effect daarvan. Het antwoord was nogal ontnuchterend: dat effect is er nauwelijks. Reclamecampagnes, ludieke acties: het heeft allemaal bijzonder weinig zin.
Rotterdamse wijken met de hoogste opkomst in 2018:
Liswartier (75 procent), Molenlaankwartier (73.5 procent), Blijdorp (63.6 procent), Kralingen-Oost (63.5 procent), Hillegersberg-Zuid (63.3 procent)
Wijken met de laagste opkomst in 2018:
Carnisse (25.7 procent), Tarwewijk (27.4 procent), Oud-Mathenesse (29.7 procent), Zuiderpark/Zuidrand (30.7 procent), Beverwaard (31.9 procent)
Een sombere conclusie, erkent Julien van Ostaaijen, een van de opstellers van het rapport, die al jarenlang onderzoek doet naar het onderwerp. ,,Eigenlijk zijn er maar twee acties waarmee je de opkomst wél meteen kunt verhogen”, zegt hij. ,,Een opkomstplicht en een financiële beloning. Maar dat lijken me nou niet de manieren waardoor mensen met de juiste intentie gaan stemmen.”
De geringe belangstelling is niet voorbehouden aan wijken met relatief veel problemen. Niet voor niets was de opkomst in de hele stad vier jaar geleden 46,7 procent. Het heeft zeker ook te maken met onbekendheid, zegt Van Ostaaijen. ,,De landelijke politiek komt vanzelf je huiskamer binnen. Je hoeft alleen maar de tv aan te zetten. Lokaal is dat anders.”
De samenleving is op dit punt behoorlijk passief, vindt Van Ostaaijen. ,,Mensen hebben heel weinig kennis, verdiepen zich er ook niet in. Weten niet goed waar de lokale overheid wel en niet over gaat, ook niet wie de belangrijke figuren zijn. Politici krijgen vaak de schuld van die geringe betrokkenheid, maar het is ook wel makkelijk om de schuld aan die één procent te geven die wél wat doet. Die andere 99 procent mag ook wel eens naar zichzelf kijken. Het lokale bestuur neemt beslissingen die direct impact kunnen hebben op je leven. Het loont om je erin te verdiepen.”
‘In andere landen, zoals Oekraïne, wordt juist gevochten voor het behoud van democratie’ – Burgemeester Aboutaleb
‘Elke stem telt’
Toch heeft de politiek het probleem óók aan zichzelf te wijten, vindt PvdA-lijsttrekker Richard Moti. Dat de opkomst veruit het laagst is in wijken met veel problemen, zegt voor hem genoeg. ,,Dit zijn de plekken waar we de mensen als overheid lang met wantrouwen hebben bejegend. Dan krijg je wantrouwen terug.”
En burgemeester Aboutaleb? Die doet vooral een klemmend beroep op alle Rotterdammers om te gaan stemmen, deze week. ,,In andere landen, zoals Oekraïne, wordt juist gevochten voor het behoud van democratie”, zegt hij. ,,Hier ís democratie, het is een groot goed. Maak daarom gebruik van je stemrecht. Elke stem telt.”
Ga jij stemmen?
Nou ja, dat verbaast mij niets gezien dat de meeste mensen in de genoemde wijken niet stemmen, omdat ze voelen dat het geen verschil maakt in hun dagelijkse leven. Het zou meer invloed hebben als politici meer zichtbaar zijn de rest van het jaar in plaats van alleen tijdens de verkiezingen. Er zijn zoveel mensen op zo’n lijst waar velen geen idee heeft wie ze zijn (vooral tijdens de gemeenteraadsverkiezingen en waterschappsverkiezingen) dus waar moet men op stemmen?
Wanneer armoede voelt dat je niet gehoord of gezien wordt, dat je niet meetelt als volwaardige burger, dat je je niet veilig voelt bij de overheid, en dat dit beeld steeds weer bevestigd wordt, dan is er geen hogere wiskunde nodig om te begrijpen dat men dan niet gaat stemmen op dat waar je geen vertrouwen in hebt. De telkens weer terugkerende framing van mensen in armoede als untermenschen is geen fabel maar feit – we zeggen dat we zo begaan zijn met hun lot maar zonder compassie en zonder moreel kompas is dit niets meer dan een dun laagje fineer. Het lijkt mij dat degenen die voelen dat ze toch niet meetellen dit haarfijn aanvoelen. Met alle gevolgen van dien.
Een hoop onderzoek terwijl de verklaring al in het artikel staat:
> ‘Jullie doen toch niks voor ons’
Als de mensen die in deze wijken leven het al jaren structureel zwaarder krijgen, ondanks de beloften van de politici die periodiek campagne komen voeren, is het niet gek dat het wantrouwen en de afstand groeit. Alle mooie woorden over democratie en compromissen en balans zoeken ten spijt; als je constant in de hoek zit waar de klappen vallen, geloof je daar na een tijdje ook niet meer in.
En dan kunnen we wel zeggen dat deze mensen maar moeten gaan stemmen als ze beter vertegenwoordigd willen worden, maar dat is jezelf bij de haren uit het moeras trekken.
Hangt dit niet gewoon sterk samen met het feit dat mensen in die wijken vooral laagopgeleid zijn, en dat in het algemeen hoogopgeleiden meer stemmen?
5 comments
In Carnisse gaat bijna niemand stemmen, in Hillegersberg bijna iedereen: ‘Het zit helemaal scheef’
We mogen naar de stembus. Maar in Rotterdam zal naar schatting de helft van de mensen niet gaan. Hoe komt dat, en wat is er aan te doen? ,,Het is makkelijk om de schuld aan de politici te geven.’’
Er is iets vreemds aan de hand in Carnisse. Eerst valt het je niet op: mensen doen de boodschappen, laten hun hond uit, niks aan de hand. Maar na een paar uur besef je ineens dat er iets anders is dan in de rest van de stad. Er hangen hier geen verkiezingsposters.
Acht tellen we er, na lang zoeken, in een wijk met elfduizend inwoners. Ja, aan de Pleinweg, aan de rand van de wijk, waar auto’s van en naar de Maastunnel racen: daar lachen de lijsttrekkers de voorbijrijdende automobilisten tegemoet. Maar in de straten van Carnisse, ook die waar druk gewinkeld wordt, zijn ze vrijwel afwezig.
Het is geen desinteresse, verzekeren partijen desgevraagd – om daarna toe te geven dat Carnisse een ‘moeilijke’ wijk is. Nergens in Rotterdam gaan immers zo weinig mensen stemmen als in deze wijk. Maar 25,7 procent van de bewoners ging vier jaar geleden naar de stembus. ,,We hebben er wel geflyerd, maar het wantrouwen is gigantisch”, zegt Faouzi Achbar, lijsttrekker van Denk. ,,En de desinteresse ook. ‘Jullie doen toch niks voor ons’, zulke reacties krijg je. En dat doorbreek je niet met een paar posters.”
Hoe anders is de situatie aan de andere kant van de stad, in het Molenlaankwartier, in Hillegersberg. Hier gaat bijna iedereen stemmen: de opkomst lag er vier jaar geleden op 73,5 procent, bijna drie keer zo hoog dus. Op maandagochtend druppelen de eerste stemmers al binnen in stembureau 103 aan de Grindweg. Het zijn er al meer dan vorig jaar bij de Tweede Kamerverkiezingen, toen dit stembureau ook op maandag open was, vertelt een medewerker.
De 78-jarige Nellie van der Velde is één van hen. Ze heeft net op de VVD gestemd, vertelt ze – zoals zovelen hier. Stemmen vindt ze een ‘vanzelfsprekendheid’. ,,Ik snap echt niet waarom in wijken als Charlois zo weinig mensen gaan stemmen. Ook al kiezen ze voor een partij als Denk, dat maakt mij echt niet uit. Het is juist belangrijk dat hun stem wordt gehoord.”
VVD oppermachtig
De enorme verschillen in opkomst zorgen er indirect voor dat wijken als Hillegersberg en Kralingen een grotere invloed op het beleid van de stad hebben dan die van Charlois en Feijenoord. En de cijfers laten zien welke partijen daarvan profiteren. In Kralingen-Oost en het Molenlaankwartier is de VVD oppermachtig (meer dan een derde van de stemmen), in Blijdorp en Liskwartier zijn dat GroenLinks en D66. Dit zijn wijken waar de opkomst ruim boven de 60 procent ligt.
Hoe anders is dat op Zuid. Neem Bloemhof, Hillesluis en Afrikaanderwijk, waar slechts een derde van de mensen gaat stemmen. Dit zijn de wijken waar Denk veruit de grootste is: de partij krijgt er tussen de 35 en 38 procent van alle stemmen. Wat als het opkomstpercentage in alle wijken gelijk zou liggen? ,,Dan waren wij misschien wel de grootste partij van de stad”, zegt Denk-lijsttrekker Achbar. ,,Het zit helemaal scheef.”
Burgemeester Aboutaleb maakt zich al langer zorgen over de lage opkomst in Rotterdam. Hij liet in 2016 onderzoek doen naar de manieren waarop Rotterdam en andere steden die opkomst proberen te verhogen en het effect daarvan. Het antwoord was nogal ontnuchterend: dat effect is er nauwelijks. Reclamecampagnes, ludieke acties: het heeft allemaal bijzonder weinig zin.
Rotterdamse wijken met de hoogste opkomst in 2018:
Liswartier (75 procent), Molenlaankwartier (73.5 procent), Blijdorp (63.6 procent), Kralingen-Oost (63.5 procent), Hillegersberg-Zuid (63.3 procent)
Wijken met de laagste opkomst in 2018:
Carnisse (25.7 procent), Tarwewijk (27.4 procent), Oud-Mathenesse (29.7 procent), Zuiderpark/Zuidrand (30.7 procent), Beverwaard (31.9 procent)
Een sombere conclusie, erkent Julien van Ostaaijen, een van de opstellers van het rapport, die al jarenlang onderzoek doet naar het onderwerp. ,,Eigenlijk zijn er maar twee acties waarmee je de opkomst wél meteen kunt verhogen”, zegt hij. ,,Een opkomstplicht en een financiële beloning. Maar dat lijken me nou niet de manieren waardoor mensen met de juiste intentie gaan stemmen.”
De geringe belangstelling is niet voorbehouden aan wijken met relatief veel problemen. Niet voor niets was de opkomst in de hele stad vier jaar geleden 46,7 procent. Het heeft zeker ook te maken met onbekendheid, zegt Van Ostaaijen. ,,De landelijke politiek komt vanzelf je huiskamer binnen. Je hoeft alleen maar de tv aan te zetten. Lokaal is dat anders.”
De samenleving is op dit punt behoorlijk passief, vindt Van Ostaaijen. ,,Mensen hebben heel weinig kennis, verdiepen zich er ook niet in. Weten niet goed waar de lokale overheid wel en niet over gaat, ook niet wie de belangrijke figuren zijn. Politici krijgen vaak de schuld van die geringe betrokkenheid, maar het is ook wel makkelijk om de schuld aan die één procent te geven die wél wat doet. Die andere 99 procent mag ook wel eens naar zichzelf kijken. Het lokale bestuur neemt beslissingen die direct impact kunnen hebben op je leven. Het loont om je erin te verdiepen.”
‘In andere landen, zoals Oekraïne, wordt juist gevochten voor het behoud van democratie’ – Burgemeester Aboutaleb
‘Elke stem telt’
Toch heeft de politiek het probleem óók aan zichzelf te wijten, vindt PvdA-lijsttrekker Richard Moti. Dat de opkomst veruit het laagst is in wijken met veel problemen, zegt voor hem genoeg. ,,Dit zijn de plekken waar we de mensen als overheid lang met wantrouwen hebben bejegend. Dan krijg je wantrouwen terug.”
En burgemeester Aboutaleb? Die doet vooral een klemmend beroep op alle Rotterdammers om te gaan stemmen, deze week. ,,In andere landen, zoals Oekraïne, wordt juist gevochten voor het behoud van democratie”, zegt hij. ,,Hier ís democratie, het is een groot goed. Maak daarom gebruik van je stemrecht. Elke stem telt.”
Ga jij stemmen?
Nou ja, dat verbaast mij niets gezien dat de meeste mensen in de genoemde wijken niet stemmen, omdat ze voelen dat het geen verschil maakt in hun dagelijkse leven. Het zou meer invloed hebben als politici meer zichtbaar zijn de rest van het jaar in plaats van alleen tijdens de verkiezingen. Er zijn zoveel mensen op zo’n lijst waar velen geen idee heeft wie ze zijn (vooral tijdens de gemeenteraadsverkiezingen en waterschappsverkiezingen) dus waar moet men op stemmen?
Wanneer armoede voelt dat je niet gehoord of gezien wordt, dat je niet meetelt als volwaardige burger, dat je je niet veilig voelt bij de overheid, en dat dit beeld steeds weer bevestigd wordt, dan is er geen hogere wiskunde nodig om te begrijpen dat men dan niet gaat stemmen op dat waar je geen vertrouwen in hebt. De telkens weer terugkerende framing van mensen in armoede als untermenschen is geen fabel maar feit – we zeggen dat we zo begaan zijn met hun lot maar zonder compassie en zonder moreel kompas is dit niets meer dan een dun laagje fineer. Het lijkt mij dat degenen die voelen dat ze toch niet meetellen dit haarfijn aanvoelen. Met alle gevolgen van dien.
Een hoop onderzoek terwijl de verklaring al in het artikel staat:
> ‘Jullie doen toch niks voor ons’
Als de mensen die in deze wijken leven het al jaren structureel zwaarder krijgen, ondanks de beloften van de politici die periodiek campagne komen voeren, is het niet gek dat het wantrouwen en de afstand groeit. Alle mooie woorden over democratie en compromissen en balans zoeken ten spijt; als je constant in de hoek zit waar de klappen vallen, geloof je daar na een tijdje ook niet meer in.
En dan kunnen we wel zeggen dat deze mensen maar moeten gaan stemmen als ze beter vertegenwoordigd willen worden, maar dat is jezelf bij de haren uit het moeras trekken.
Hangt dit niet gewoon sterk samen met het feit dat mensen in die wijken vooral laagopgeleid zijn, en dat in het algemeen hoogopgeleiden meer stemmen?