Van bubbelbad naar bedelstaf: ‘Geen auto, geen vakantie, geen nieuwe kleren’

9 comments
  1. Ik groeide op als bijstandskind, er kon weinig. Gelukkig was de sociale zekerheid toen een stuk beter. Ik kon gewoon een goede opleiding volgen, net als mijn broer en zus. We verdienen nu alledrie heel behoorlijk gemiddeld boven 2x modaal. Leven op het minimum is veel, veel slechter geworden, je kunt nu bijna niet meer pmhoog klimmen op de social ladder. Vroeger zeiden ze “Wie als een dubbeltje geboren is, zal nooit een kwartje worden”, ok vond dat toen heel dom, maar vandaag de dag is het wederom waar en snap ik het volledig.
    Voor referenrie, ik ben gen-x.

  2. Hoe gaat het eigenlijk met de middeninkomens in Nederland, mensen met een MBO/HBO diploma in loondienst? Je hoort best veel over de minima en over de grootverdieners in de media terwijl die eerste groep juist enorm belangrijk is voor de beeldvorming omtrent ongelijkheid. Zijn er tegenwoordig nog mensen waarmee het “eigenlijk best wel prima” gaat in NL?

  3. Deze vrouw:

    *Hoe durf je te insinueren dat arme mensen geen geld hebben door slecht om te gaan met geld!*

    Ook deze vrouw:

    *Was ooit steenrijk en heeft blijkbaar niets gespaard of geïnvesteerd in zekerheid voor haar en haar familie*

    Ze verkocht uiteindelijk niet eens zelf der huis, dat moest de bank doen! Precies dezelfde situatie als wat ze overhoort!

    In Nederland brokkelt de sociale mobiliteit zeker af, mensen komen nauwelijks uit het minimum als ze daar geboren zijn of eenmaal zitten. Mensen in de bijstand hebben het zó moeilijk dat het echt vrijwel onmogelijk is jezelf omhoog te werken want je hebt gewoon geen mentale of financiële ruimte. Vooral met kinderen.

    Maar in die huil verhalen van mensen die ooit rijk waren maar nu straatarm gaan echt meestal wonderbaarlijk slechte, en vaak hebzuchtige, geldbeslissingen aan vooraf. Ze hadden ook niet in een enorme villa kunnen wonen als ze zo’n precaire financiële positie hadden. Ze wordt boos als arme mensen van gokken worden beticht maar wat is wonen in een villa met een enorme lening erop behalve gokken dat het allemaal wel goed komt? Hun hele levensstijl was een gok.

    Ik heb het zelf ook meegemaakt, gezin bij mij in de straat, enorm huis, grote auto’s, zeer breed leven. Verloor de baan en redelijk onmiddellijk de schuldhulp in. Dan ben je gewoon onverantwoordelijk bezig. Dan heb je blijkbaar geen enkele verzekering, ben je geen schulden/hypotheek aan het afbetalen, heb je geen alternatieve carriere of spaargeld.

    Anyways, liever maakten ze artikelen over mensen die ook echt vanuit achterstand komen, die hebben het nóg moeilijker en daar geloof ik veel eerder dat het niet hun schuld is.

  4. >Larissa stak ook de helpende hand toe toen Dorine een jaartje klassenouder was op het Maerlant-lyceum en een borrel moest geven. Timmerman wilde de gefortuneerde gasten niet in haar sociale huurwoning op drie hoog achter ontvangen, dus mocht ze het bijna drie keer zo grote Scheveningse huis van Larissa als borrelplek gebruiken.

    Lekker oppervlakkig gebleven.

  5. Geboren eind jaren 80, en opgegroeid in complete armoede. Dit ook omdat mijn ouders opgegroeiden in nog extremere armoede. Zij met hele gezinnen, jaren geleefd in oude, vieze en koude ruimtes waar ooit Joodse slachtoffers in werden ‘opgehokt en afgevoerd’. Al voelden zij zich toen niet verloren, want zij hadden elkaar.

    Mijn broer en ik groeiden op met verslaafde ouders. Verslaafd aan bruin, wit, afwisselend me dat gifgroene goedje, opgeborgen in de koelkast.
    Geld was er niet, maar er waren wel veel uitjes. School werd afgebeld, want er was iemand ziek. Ik zogenaamd, maar eigenlijk was het mijn moeder. Ik moest mee naar haar dokter, een busreis naar Hoog Catherijne. Daar, in de hal naar de bioscoop, lag in dekens gevouwen haar medicijnman. Hij zag er zelf ook erg ziek uit. Ik dacht dat hij een oom was, want zo zag ik iedereen met een zelfde donkere huidskleur, als een oom of tante.

    Ik vond het niet erg dat mijn ouders verslaafd waren. High waren ze juist extra lief voor mij. Ik kreeg dan in ieder geval geen klappen. Mijn vader was een keer zo kwaad op me toen ik hem s’ochtends wakker maakte. Hij gooide me van de trap af. Ik denk dat hij toen geen geld had voor drugs. Als ik nu, 20 jaar later, in de spiegel kijk en mijn scheve neus zie, dan wordt ik daar weer aan herinnerd.

    De armoede bleef in mijn jeugd. Geen eten, of drinken in de koelkast. Ik dronk koffiemelk omdat ik het water uit de kraan zo zat was. Of ik zocht naar de verstopte pot vitamine pilletjes, omdat die zo op snoepjes leken.
    Ik kon ook niet mee op schoolreis, omdat ik niet verzekering was. Een zorgverzekering vond mijn vader grote onzin, ook nadat het verplicht was. Ik snap dat wel, als je zelf als kind op een vuilnisbelt opgroeide. Want daar, in die vroegere joden kampen, werd geen vuilnis opgehaald. Dus mensen leefden in hun eigen afval.

    Nu, jaren later, ben ik financieel veel beter af. Niet vanwege een goede baan, want ik ben op mijn 25e afgekeurd vanwege de gevolgen van mijn zware jeugd. De gevolgen kwamen vele diepe dalen later, psychoses, insomnia, flashbacks, paniekaanvallen, depressies en zelfmoordpogingen.

    Ik heb een prachtige sociale huurwoning, een wajong uitkering, een lieve vriend en geen schulden. Ik geef amper geld uit, want ik doe niks, dus ik kan goed sparen.

    Maar ik leef niet, want de effecten van armoede en ernstige trauma’s, van generatie op generatie, zijn tekenend. Ik heb geen sociaal vangnet, geen vrienden, geen werk, geen verleden of toekomst. Naar buiten durf ik niet, maar binnen blijven is ook beangstigend. Ik zit vast in het drijfzand van armoede, dat meer lagen kent dan het hebben van weinig geld.

  6. Mijn moeder had dit kunnen zijn. Was ooit heel erg succesvol en we leefden in rijkdom. Alles vergooid en slechte financiële beslissingen gemaakt waardoor ze nu in de schuldsanering zit.

  7. Oké, deze mevrouw was dus niet rijk maar dacht dat ze rijk was. Ze spendeerde veel meer dan ze kon veroorloven, geen reserves opgebouwd, er veranderd iets in haar situatie en het hele kaartenhuis stort in.

    Conclusie: eigen schuld, dikke bult.

  8. Ik vraag me wel heel erg af in wat voor wereld je leeft als je denkt dat een minder vermogende vriendin vragen of ze toiletjuffrouw wil spelen op je feestje (sorry, “party”) acceptabel is.

Leave a Reply