Dit is niet ‘iets voor mannen’: zo laten we meiden wél dromen van een carrière als wetenschapper

by Chaimasala

14 comments
  1. **Als het gaat om gendervooroordelen in de wetenschap, bevindt Nederland zich in de absolute achterhoede. Hoe gaan we dat veranderen? Vera Arntzen vroeg drie experts om raad en ontdekte dat een oranje speelgoedtractor kan helpen.**

    In een wijk waar de straten zich vullen met buggy’s, zat ik onlangs bij een vriendin thuis aan de beschuit met muisjes. Al kauwend op de roze en witte korrels keek ik naar de pasgeboren baby. Zou ze wetenschapper willen worden? Zou ze geloven dat ze dat kán?

    Sluit je ogen en probeer je een hoogleraar voor te stellen. Waarschijnlijk zie je nu een man voor je, stelt classicus en hoogleraar Mary Beard in haar manifest Vrouwen en macht. Het culturele stereotype dat de wetenschap voorbehouden is aan mannen, is volgens Beard ‘zo sterk dat het bij dit soort testjes zelfs voor míj nog moeilijk is om me mezelf of iemand zoals ik in mijn rol voor te stellen’.

    Met [de fotoserie ‘Where I work’](https://www.nature.com/immersive/where-i-work-exhibition/index.html) probeert het wetenschappelijke tijdschrift *Nature* het vastgeroeste beeld dat de wetenschapper een man is te doorbreken. Op een van de foto’s houdt promovendus Eletra de Souza een slang vast (met haar onderzoek hoopt ze het aantal dodelijke slangenbeten in Brazilië terug te brengen). Promovendus Yuhan Hu poseert naast een robot (die ze probeert socialer te maken door hem aanraking te leren).

    De talrijke voorbeelden van wetenschapsvrouwen ten spijt fantaseren meiden en vrouwen toch maar weinig over een academische carrière.

    **Uitzondering op de regel**

    Gendervooroordelen ontwikkelen zich al op jonge leeftijd. Al decennialang vragen onderzoekers kinderen van verschillende leeftijden een wetenschapper te tekenen. Kinderen van vijf tekenen ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke wetenschappers. Zodra ze een jaar of zeven of acht zijn, tekenen ze al meer mannen. Op hun veertiende tekenen ze vier keer zo veel mannen als vrouwen.

    Al op zesjarige leeftijd hebben meiden het idee dat jongens eerder ‘heel, heel slim’ zijn en beginnen ze extra uitdagende opdrachten te vermijden. Toen ik als twintiger in Leiden begon met mijn promotieonderzoek bij wiskunde bleek ik de uitzondering die de regel bevestigt: uit onderzoek weten we dat meiden wiskunde doorgaans al op negenjarige leeftijd beschouwen als ‘iets voor mannen’.

    Uit onderzoek waarbij proefpersonen op basis van portretfoto’s moeten inschatten of iemand wetenschapper is, wordt het vooroordeel dat de wetenschap voor mannen is, sterker naarmate een vrouw er stereotiep vrouwelijk uitziet.

    Als het aankomt op gendervooroordelen in de wetenschap, zit Nederland in de achterhoede. Van de zesenzestig onderzochte landen in een studie uit 2015, bleek de impliciete stereotypering van de wetenschapper als man hier het sterkste van allemaal. De ogenschijnlijke paradox – Nederland scoorde in dezelfde studie wél hoog op gendergelijkheid- verklaren de onderzoekers door de hoge ‘domein-specifieke gendersegregatie’.

  2. Zullen we dan aan elkaar beloven dat we dit andersom ook doen? Dat is pas feminisme.

  3. Hoe verklaar je dat veel landen in oost europa met een sterkere klassieke rol verdeling wel veel meer vrouwen in de wetenschap hebben.

    Laat mensen kiezen waar ze geintereseerd in zijn. Haal eventuele glazen plafonds zo veel mogelijk weg. Maar van kinds af aan te gaan beinvloeden vind ik wat vergaand.

  4. Helemaal mee eens, naast het feit dat gelijke kansen voor iedereen balangrijk is, lopen we ook gewoon heel veel goede wetenschappers mis door vanwege vooroordelen mensen te ontmoedigen. Iedereen heeft er baat bij als iedereen zich vrij kan ontwikkelen.

  5. Afgaande op wat ik om me heen zie: iedereen hoor ik zeggen “ja iedereen moet gewoon doen wat ie leuk vindt, maar we moeten niet meisjes gaan voortrekken!”. Ja, dat snap ik wel, maar het is wel dat ik weleens een “meiden in de wetenschap” voorlichting had waar studenten langs kwamen die dit soort studies deden en wat denk je wat mensen zeiden? “ja, maar waarom dan alleen voor meisjes?”. Als “niet voortrekken” al betekent dat we niet eens iets mogen organiseren waar eens niet jongens bij zitten… Ja jezus.

    Door te doen alsof we hier geen tijd aan moeten besteden en het probleem te ontkennen, zullen we altijd in de achterhoede blijven.

    En de altijd leuke: “ja, maar hoe zit het dan met jongens in de zorg en de pabo???”. Ja, organiseren dát dan inderdaad voor jongens, maar men gebruikt deze logica in mijn omgeving vooral maar om te zeggen dat we vooral niets moeten doen.

    Maar hopelijk is het in de omgeving van anderen beter gesteld.

  6. Ik vind het een beetje kort door de bocht. Wetenschap is een enorm breed begrip, en in sommige takken zal je een oververtegenwoordiging hebben van mannen, en in andere juist weer niet. 

    Als je vervolgens wiskunde als voorbeeld pakt voor de wetenschap heb je wat mij betreft wel een beetje een bord voor je kop.

  7. Voor een wetenschappelijke carrière (als bèta) moet je aan verschillende universiteiten werken, bij voorkeur minimaal eentje in het buitenland. Op zich logisch, want zo heb je wetenschappelijke uitwisseling.

    Voor mij persoonlijk is dat onverenigbaar met het hebben van een partner (die ook zijn eigen carrière heeft) en het hebben van een jong gezin als moeder. Vroeger was het eenvoudig: de man ging gewoon en de vrouw volgde wel en regelde alles thuis. Tegenwoordig is het lastiger- überhaupt weinig mannen zullen hun carrière op pauze willen zetten voor hun partner.

    Dan de combinatie met een gezin. Idealiter krijg je voor je 35e als vrouw kinderen, daarna neemt je vruchtbaarheid af. Dan heb je het volgende dilemma:
    -Je krijgt kinderen tijdens je PhD (wat prima kan). Hier ben je waarschijnlijk maximaal 30 jaar oud- dus opzich een goede optie qua gezondheid. Vervolgens moet je meerdere keren met ze verhuizen (en je moet maar zien of je partner een baan vindt, want op jouw salaris overleven, succes) of je gaat alsnog de academische wereld uit.
    -Kinderen krijgen tijdens postdocs (vaak 2×2 jaar) is niet zo handig- dat is echt de tijd op te presteren, andere kun je fluiten naar je vaste aanstelling. Bedenk ook dat een postdoc niet gewoon een andere baan is op 30 min verder rijden- het is echt normaal om >2 jaar in een ander land te wonen en te werken. Een eerste aanstelling als assistent professor (zeer competitief) is vaak ook nog een tijdelijk contract- en de academische wereld is hard, dus waag je het erop om dan zwanger te worden en er 4 maanden uit te liggen?
    -Kinderen krijgen nadat je een vaste aanstelling hebt: hier ben je dus waarschijnlijk 35+. Als je normaal gezond bent kan het opzich goed, maar waarschijnlijk werk je gewoon deels door in je zwangerschapverlof (met eigen ogen gezien), want je hebt immers mensen om te begeleiden. En als je pech hebt ben je laat, want de biologische klok tikt gewoon door.

  8. Misschien ook verstandig om niet alleen meisjes en vrouwen naar de wetenschap te lókken, maar ook om te zorgen dat ze er kunnen blíjven. Doe iets aan een eventuele seksistische cultuur, zeker in de exacte vakken, en zorg ervoor dat er een goed beleid komt op wangedrag richting vrouwen.

  9. Het piramidespel aan de universiteit? Jaren zwoegen voor een paper dat niemand leest? Ik gun het niemand.

  10. Ik vind het over het algemeen een interessant stuk waar ik het gedeeltelijk mee eens en gedeeltelijk mee oneens ben, maar ik wil even ingaan op dit specifieke punt:

    > Laat wetenschappers als Einstein of Newton achterwege

    Is dit niet voornamelijk het gevolg van stereotypering van Einstein en Newton, en niet het feit dat Einstein en Newton zo stereotyp waren? Einstein was, naast natuurkundige, een [wetenschapsfilosoof](https://plato.stanford.edu/entries/einstein-philscience/), [demonstrant tegen segregatie](https://www.cfhu.org/news/the-little-known-einstein-an-ardent-defender-of-black-americans-against-racism/), [begenadigd violist](https://astro1.panet.utoledo.edu/~ljc/Ein_violin.pdf), en later in zijn leven [tegenstander van nucleaire wapens](https://radicalteatowel.co.uk/blog/the-manhattan-project-radicals-and-the-birth-of-the-antinuclear-movement). Newton is misschien iets meer een ‘traditionele’ wetenschapper, maar er is [speculatie dat hij queer was](https://www.asbmb.org/asbmb-today/people/061821/lgbtq-scientists-through-history) en een [undercoveragent tegen nepgeld](https://en.wikipedia.org/wiki/Isaac_Newton#Later_life)

    Ik denk dat het punt hier niet moet zijn ‘focus op counterstereotype wetenschappers’ en meer ‘benadruk dat geen enkele wetenschapper een stereotype is’

  11. Triestig lijkt me dat, als je opgroeit en denkt dat mannen slimmer zijn en meer kunnen.

    Ik dacht dat altijd van vrouwen. Nu vraag ik me wel af waarom het dan zo anders liep bij mij.

  12. Bijij is bij een PhD sollicitatie gevraagd naar mijn kinderwens, dus ik vind het wel ironisch dat het begint met een baby.

    Overigens voor een vakgebied in de modder. Een veldseizoen missen op een project waarvan de subsidie een x jaar loopt heeft dus impact. 

    Nou was ik niet met kinderen bezig maar de moed zakt je wel in de schoenen tijdens zo’n gesprek. (Naast dat het helemaal niet mag, maarja wie gaat er klagen als je in het vakgebied verder wilt)

  13. Volgens mij kiezen vrouwen gewoon niet zo veel voor beta vakken. Dat is toch hun keuze.

  14. Als ik zo om me heen kijk gaat dit al een paar jaar de goede kant op. Bij jonge wetenschappers heb ik vaak de indruk dat vrouwen al in de meerderheid zijn in veel wetenschapsgebieden. Aangezien er ook meer vrouwelijke dan mannelijke studenten zijn denk ik dat het mannen overschot er vanzelf uit groeit.

    Ook als ik naar mijn examenklas kijk zijn best veel vrouwen in de academische wereld blijven plakken, terwijl de meeste mannen in recordtijd [x]-developer of [x]-manager op hun LinkedIn-profiel plaatsten.

    Wat m.i. een groter probleem is, is dat er uit mijn klas 0 vrouwen software developer zijn geworden en 0 mannen PABO of psychologie hebben gedaan. Ook zijn er 3 vrouwen arts geworden en geen van de mannen.

    Overall lijken vrouwen steeds meer in de meerderheid te raken in academia, maar lijkt de genderbalans bij bepaalde studies juist steeds extremer te worden. Bij onze hogeschool is het aantal vrouwen dat ICT studeert zelfs afgenomen (er zijn wss meer vrouwelijke docenten dan studenten) en bij verpleegkunde is bijna 90% vrouw.

Comments are closed.