
Na twee weken lesgeven op een middelbare school hield deze schrijver het voor gezien: het is niet te doen zo | De Volkskrant

Na twee weken lesgeven op een middelbare school hield deze schrijver het voor gezien: het is niet te doen zo | De Volkskrant
17 comments
**Na twee weken lesgeven op een middelbare school hield deze schrijver het voor gezien: het is niet te doen zo**
Schrijver Anne-Gine Goemans kwam onbevoegd als docent Nederlands op een middelbare school terecht en schrok van het grote aantal leerlingen met persoonlijke problemen, stoornissen en corona-achterstanden. Na twee weken hield ze het voor gezien.
Anne-Gine Goemans15 april 2022, 13:04
Je moet niet gaan janken voor de klas. Schreeuw nooit: ‘Ik sta hier voor jullie!’ En je moet nooit maar dan ook nooit stoer lopen doen. Drie welgemeende adviezen van mijn 15-jarige zoon. Ik vraag hem wat hij precies bedoelt met stoer doen. Morgenochtend sta ik voor het eerst als docent Nederlands voor een brugklas en een 5 en 6 vwo-klas. ‘Je moet niet gaan praten met straattaal: fakka niffo, kifesh, patta’s, fatoe, kaolo. Je weet toch.’
Ja, ik weet toch. Gisteren ontmoette ik de mentor van mijn nieuwe brugklas in de kopieerruimte en hij leerde me een andere les: teachers don’t smile until Christmas. Kerstmis ligt al een tijdje achter ons, maar ik begrijp zijn boodschap. Je moet als nieuwe docent de eerste vier maanden stevig en streng optreden en leerlingen geen ruimte geven, anders breken ze de tent af.
‘Wat moet ik volgens jou dan wel doen?’, vraag ik mijn zoon. ‘Gewoon, leuk lesgeven, en als er wat gebeurt het je niet aantrekken. Er is altijd in een klas wel iemand die met een stoel gooit, dat maak je minstens één keer mee.’
Noem het een noodgreep. Halverwege het jaar vertrokken twee docenten Nederlands op een middelbare school in Haarlem en op korte termijn was er met geen mogelijkheid vervanging te vinden. ‘We hebben de bodem van de put bereikt’, zei de conrector toen ze vroeg of ik tijdelijk Nederlandse les wilde geven op de scholengemeenschap met gymnasium, atheneum, havo en vmbo-t. De naam laat ik buiten beschouwing, het gaat niet om een specifieke school maar om een landelijk probleem. Door het tekort aan docenten staan er steeds vaker onbevoegden voor de klas: in het voortgezet onderwijs is dat ongeveer vier procent (Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren, 2020) maar de cijfers zullen fors toenemen. Ruim een derde van de vacatures in het voortgezet onderwijs is momenteel moeilijk vervulbaar. Over acht jaar, luidt de raming van de Trendrapportage, is er op middelbare scholen een tekort aan 1.700 extra voltijd-leraren. Schoolleidingen moeten vaker noodgrepen uitvoeren door zij-instromers, studenten van de lerarenopleiding of volledig onbevoegden in te schakelen.
De wet laat het toe om een docent te benoemen die (nog) niet voldoet aan de juiste bekwaamheidseisen. De inzet van deze onbevoegden is alleen voor bepaalde tijd en onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Zo mag een volledig onbevoegde docent zoals ik maximaal een jaar lesgeven voor een vacature die moeilijk vervulbaar is. Het komt dan aan op bekwaamheid, inhoudelijke vakkennis opgedaan door werk.
‘Bekwaam ben je zeker’, zei de conrector, en in mijn naïviteit vond ik dat ook. Al ruim tien jaar geef ik lezingen op middelbare scholen over mijn romans die op boekenlijsten staan. Duizenden leerlingen vertelde ik over mijn research en reizen en zelfs de grootste boekenhater hing aan mijn lippen. Ordeproblemen heb ik zelden en als er een etterbakje tussen zit, dan laat ik hem of haar voor de groep uit mijn roman voordragen.
Binnen twee weken sta ik na een spoedcursus (hoe werkt het administratieve programma Magister, waar vind ik de digitale lesboeken) voor de klas. Het advies ‘teachers don’t smile until Christmas’ sla ik het eerste uur al in de wind. Met een glimlach begroet ik op woensdagochtend mijn brugklas met 27 leerlingen en twee leerlingen die met coronaklachten online de les volgen. We maken kennis, ze stellen vragen. Heeft u kinderen? Vinden ze u thuis streng? Ik maak een grapje dat mijn kinderen vinden dat ik zelfs de hond niet kan opvoeden.
De eerste les verloopt vrolijk rommelig en diezelfde dag krijg ik de brugklas voor een tweede uur. We moeten aan de slag, volgende week staat er een proefwerk ingepland. Ze klappen hun laptops open en de ellende begint.
Lege accu’s, vergeten wachtwoorden, vastlopende opdrachten. Tot in de puntjes bereidde ik de les voor, maar nu komt het aan op ict-vaardigheden – waarover ik niet beschik. Halverwege het uur slaat Ivo zijn beeldscherm stuk. ‘Waarom deed je dat?’, vraag ik. ‘Mijn laptop liep vast’, antwoordt hij. Als er eindelijk iets van stilte is loop ik langs de rijen. Rosa bekijkt een filmpje op YouTube en klikt het net te laat weg. Enkele kinderen oefenen Franse woordjes. Straks hebben ze een proefwerk, is de uitleg. Ik zeg dat iedereen voortaan zijn boek meeneemt. Vingers gaan verontwaardigd omhoog. Een computer en alle lesboeken passen niet in hun rugzak, luidt het commentaar.
‘Kut, what the fuck’, zegt Jamila voor de derde keer. Twee leerlingen nemen paracetamol tegen hoofdpijn en vragen of ze water mogen halen. Achter in de klas wordt ruzie gemaakt over een muis, batterijen vliegen door het lokaal.
Ik waarschuw dat het stil moet zijn en noteer de namen van vier herrieschoppers op het bord. ‘Als jullie doorgaan, dan zet ik een streep achter je naam en dat betekent melden bij de afdelingsleider.’ Een bijdehandje brengt me op de hoogte van het strafsysteem. ‘Pas bij twee streepjes mag je de klas worden uitgestuurd.’ Een vinger gaat omhoog. ‘U heeft kauwgom in uw mond, dat mag niet.’ Mijn weerwoord – ‘Ik mag alles’ – is flauw, maar mijn glimlach is ver te zoeken.
Ivo, die zijn scherm sloopte, lift zijn tafel als een gewichtheffer. Ik zet een rode streep achter zijn naam en achter die van zijn lachende buurman. Ivo pakt traag zijn spullen in en maakt zich breed als hij nog trager langs me loopt. Ik herken het bokito-gedrag van mijn eigen jongens, maar die zijn een stukje ouder. Deze snotneus is pas 12.
Tijdens het avondeten blaas ik stoom af. 5 en 6 vwo gingen prima, maar die brugklas was niet te houden. Kutkoters, hoor ik mezelf zeggen. Mijn zoons (15 en 19 jaar) en dochter (21) zijn niet onder de indruk. Ze vertellen grinnikend over docenten die huilend wegrenden of woede-uitbarstingen kregen. Ik ken de verhalen, maar voel nu pas met deze docenten mee.
’s Avonds besluit ik de leerlingenlijst met bijzonderheden toch te bekijken. Ik wilde onbevooroordeeld beginnen, maar wellicht helpt het als ik meer over hun achtergronden weet. Op de lijst met achttien namen staan vijf leerlingen die op hoog niveau sporten en daardoor lessen mogen missen. Dertien leerlingen hebben persoonlijke problemen, dyslexie of kampen met stoornissen als add, adhd en ppd-nos. Ik zoek informatie over ass en pdd-nos en lees over autisme. Ook verdiep ik me in dysgrafie en dyspraxie, nooit van gehoord. Een docent, besef ik, moet een halve psycholoog zijn.
Ik bel een collega en vraag of het normaal is dat zoveel leerlingen in een klas een stoornis of heftige persoonlijke problemen hebben. Ja, zegt ze. ‘Door het passend onderwijs komen er steeds meer kinderen die extra begeleiding nodig hebben. De coronacrisis heeft de problemen die al veel langer spelen nog meer blootgelegd en ook nog eens voor achterstanden gezorgd.’
‘Maar extra begeleiding is toch niet te doen met zulke grote klassen?’, vraag ik.
‘Dat is ook niet te doen’, beaamt ze. ‘Het geeft veel stress.’
Ik lees verder over de Wet passend onderwijs, ingevoerd in 2014 met het idee dat meer leerlingen naar een gewone school kunnen die past bij hun mogelijkheden, zodat ze niet naar het speciaal onderwijs hoeven. Onderwijsinstellingen wijzen er al jaren op dat de wet een ordinaire bezuinigingsmaatregel was die op de meeste scholen is mislukt. Zelfs het ministerie van Onderwijs concludeerde twee jaar geleden dat het passend onderwijs niet zo goed heeft uitgepakt.
Waar het in de kern op neerkomt: leerkrachten hebben geen tijd om elk kind individueel te helpen. Klassen zijn te groot, met gemiddeld 26 leerlingen in het voortgezet onderwijs. De administratieve rompslomp is enorm toegenomen en dat tegen een matig salaris. Niet zo gek dat er een toenemend tekort aan leerkrachten is.
De volgende ochtend deel ik bij het koffieapparaat mijn eerste ervaringen. ‘Bedenk je dat we hier voornamelijk kinderen uit de gegoede middenklasse hebben. Mijn zoon geeft les in Amsterdam en heeft leerlingen in de daklozenopvang wonen.’
Even later sta ik sta achter in de klas met mijn rug tegen de muur. Wat een waanzin. Ik ben niet bezig met de inhoud, maar fungeer als een levend programma dat het gebruik van sociale media op de schermen van de leerlingen moet tegenhouden. Ik kijk mee over de schouder van een leerling die ‘vietsen’ en ‘boeffen’ schrijft. Lisa staat niet op de bijzonderhedenlijst, ze heeft door de coronapandemie waarschijnlijk leerachterstanden opgelopen. Bij veel meer brugklasleerlingen zie ik taalfouten die niet meer op het voortgezet onderwijs thuishoren. Waar te beginnen met puinruimen?
Mijn vriendin is echt pislink op deze mevrouw en dat is ze zelden, maar waar deze vrouw het grote lef vandaan haalt om onvoorbereid even het onderwijs in te gaan, na twee weken haar contract op zegt en dan met veel dedain denkt wel een stuk over het onderwijs denkt te kunnen schrijven is haar dan ook ontgaan.
Klinkt als een combinatie van “Les geven is een beroep, waar je een gedegen beroepsopleiding voor nodig hebt, en wat je niet even kan oppakken na 2 weekjes cursus over een administratief programma.” en passend onderwijs. Maar ik vraag me af of ze het zonder passend onderwijs wel getrokken had. Lesgeven is in sommige jaren meer pedagogiek dan vakkennis.
Niet dat ik een fan van van passend onderwijs, de verhalen van rond de invoering, en hoe dat zorgde voor niet-passend onderwijs zijn me sterk bijgebleven. Maar “Ik ben onbevoegd en kan niet lesgeven” is echt geen sterk punt daartegen.
Wat denkt ze zelf dan? Wat een arrogantie heb je als je denkt dat je bekwaam bent om voor de klaar te staan als je goed bent in lezingen geven.
Ze legt de vinger mooi op de zere plek. De instroom van onbevoegden is funest voor de kwaliteit van onderwijs. Dat wordt nog verergerd doordat onderwijs geven veel moeilijker is geworden door het gepast onderwijs.
De mensen die roepen dat ze niet zo verbaasd moet zijn dat ze het zonder opleiding niet volhoudt, moeten niet vergeten dat anderen die wél bevoegd zijn het ook vaak niet volhouden. Een kwart van de docenten stopt in de eerste vijf jaar met het werk. Het ligt dus niet slechts aan haar eigen incompetentie.
Het belangrijkste dat ik hier uithaal is dat er zo weinig docenten zijn dat dit soort mensen aangenomen moeten worden om de schoenen van de missende componente docenten te vullen
Als je snel door haar anekdotes leest zie je gelijk dat dit duidelijk iemand is die door de leerlingen gelijk werd doorzien. Daarna is het een kwestie voor die leerlingen in net genoeg weg te komen met geklier en je autoriteit ligt aan diggelen.
Niet dat het makkelijk is om een brugklas in het midden van het jaar over te nemen. Plus ze heeft Nederlands, wat niet hoog in de *fun* schaal staat voor veel leerlingen.
Maar ze heeft wel gelijk: zonder ervaring of basiskwaliteit is het niet te doen.
Ik werk al ruim 20 jaar als docent op een VMBO. Je moet een dictator zijn met een groot hart. Niet dreigen met maatregelen of straf, maar gelijk uitdelen. Zonder aanziens des persoons. Dan is het duidelijk voor de leerlingen, dat respecteren ze.
Maar ook je grote hart tonen. Dus je luistert naar het meisje dat haar verzorgpony kwijt raakt. En je komt er een week later ook op terug. En niet te flauw zijn als de mannen in de klas een keertje willen handjedrukken. Gewoon doen, ook al verlies je. Dat respecteren ze.
En verder de focus op het werk. Dat is af en netjes. Controleer het, hou het bij. En als het af en netjes is, uitgebreid belonen met complimenten of eens wat gekkigheid in de klas. Niet af? Nakomen, zonder aanziens des persoons. Dat respecteren de leerlingen.
Het is onzettend moeilijk, je leert dit alleen maar in de praktijk en het duurt jaren voordat je het je eigen hebt gemaakt. Maar deze drie speerpunten helpen me om het allemaal behapbaar te houden.
Natuurlijk echte problemen met het lerarentekort, werkdruk en passend onderwijs, maar wat ik nog mis: waarom accepteren we dat leerlingen zich zo gedragen? In andere landen, zoals bijvoorbeeld Italië, moet je het echt niet in je hoofd halen om je respectloos tegen een leraar te gedragen. Misschien moeten we voor (de onderbouw van) het voortgezet onderwijs toch toe naar het model waar de docent niet een vriend is die je met de voornaam aanspreekt, maar iemand die op meer afstand staat en waar nodig direct streng straft.
Ik heb bij ons op school (ook een zgn. gegoede school met eigenlijk maar weinig probleemjongeren) ook maar weinig zij-instromers het zien volhouden. Lesgeven is heel wat anders dan presenteren of bijles geven (zo’n sollicitant hebben we ook wel eens gehad: “ik denk wel dat ik kan lesgeven, ik help mijn kinderen en buurjongen ook wel eens bij hun huiswerk…” Pffffrrrrt!
Ik ben zelf 2.03m en dat maakt één les indruk, maar daarna lopen ook de meest vriendelijke leerlingen over je heen als je niet de boel niet strak houdt. De dag rustig starten met een krantje en een kop koffie is er in het onderwijs niet bij: vanaf minuut 1 moet je continue scherp zijn en de eerste tekenen van onrust in de kiem smoren… Maar juist dat spelletje maakt het (voor mij) ook leuk. Ik lach met de leerlingen, ik kan ze gelukkig behoorlijk enthousiast te krijgen voor wiskunde en ben aan het einde van de dag ook echt moe, maar voldaan.
Jammergenoeg moet er na dat laatste lesuur nog van alles gedaan worden waar ik geen zin in heb (vergaderen, administratie, gesprekken met zorgteam, ouders, externe hulpverleners etc.). Ik zou die tijd zoveel liever gebruiken om dan mijn lessen nog beter te maken. Want dan kan ik ‘s avonds ook nog eens -in plaats van dat dan doen- met moeders de vrouw op de bank Ozark ofzo kijken.
Ik doceer zelf dit vak aan een moeilijkere doelgroep en ik stoorde mij direct aan al die negatieve woorden in dat ‘essay’ (bijv. snotneus, ‘ontzettend irritant’) en dat voor iemand die slechts 2 weken (!) les heeft gegeven op een middelbare school.
Interessant stuk
Mevrouw is ook docent op een journalistiekopleiding. Voor het verhaal is dat niet zo leuk om erbij te vermelden blijkbaar. Maar ze hebben dus niet zomaar iemand voor de klas gezet zonder *enige* onderwijservaring.
Oud docent hier, 7 jaar volgehouden en na een flinke burnout het bedrijfsleven in. Nooit meer.
Docenten moeten lessen uit handen nemen. IPV elk jaar dezelfde les te geven, 1x door 1 iemand in Nederland opnemen en afspelen in de klas. Bespaart zoveel tijd waarin de docent kan nakijken en vragen beantwoorden. Veel colleges bij mij op de universiteit gaan al zo. Docent doet alleen vragen en nakijken. Scheelt hen uren.
>‘U heeft kauwgom in uw mond, dat mag niet.’ Mijn weerwoord – ‘Ik mag alles’ – is flauw, maar mijn glimlach is ver te zoeken.
Ik heb nooit een docent meegemaakt die kauwgom kauwde in de klas. Kauwgom kauwen was een uiting van verveling en onverschilligheid. Geen wonder dus dat leerlingen zich misdragen. Als je je eigen les al niet serieus neemt, zullen de leerlingen dat zeker niet doen.
>Ik waarschuw dat het stil moet zijn en noteer de namen van vier herrieschoppers op het bord. ‘Als jullie doorgaan, dan zet ik een streep achter je naam en dat betekent melden bij de afdelingsleider.’ Een bijdehandje brengt me op de hoogte van het strafsysteem. ‘Pas bij twee streepjes mag je de klas worden uitgestuurd.’
Wat een geneuzel met namen en streepjes op het bord. Dat is toch gewoon een vrijbrief om te ravotten als je weet dat je docent gebonden is aan zo’n systeem? Tot je naam op het bord staat kun je zonder gevolgen stennis schoppen. Zeg tegen de leerlingen dat ze zich moeten gedragen en anders vliegen ze eruit. Meer dan dat hoeven ze niet te weten.
“ik zoek informatie over ass” paragraaf 14 zin 8