[https://archive.ph/aY4vF](https://archive.ph/aY4vF)
De politiek laat de staatsfinanciën ontsporen. Het regeerakkoord zou moeten worden opengebroken om weer fatsoenlijk begrotingsbeleid te voeren, schrijft econoom Bas Jacobs. Anders ontstaan er weer financiële ongelukken.
‘Waar het hier om gaat, is: hoe voorkomen wij dat in Nederland de staatsfinanciën ontsporen. (…) U stelt nu commissies in die pas over een jaar gaan rapporteren. Dat is buitengewoon onverstandig beleid. Het is niet eens beleid; het is het wegdelegeren van uw verantwoordelijkheid. (…) Daarom zeg ik tegen u: regeer of stap op.’
Het citaat komt uit 2009. De wereld zit in een diepe financiële crisis en aan het woord is toenmalig oppositieleider Mark Rutte. Hij diende een motie van wantrouwen in tegen kabinet Balkenende-IV, omdat het de overheidsfinanciën zou laten ontsporen.
Die commissies waar Rutte op wees, legden vervolgens de basis voor een grote saneringsoperatie van de Nederlandse overheid. Onder leiding van inmiddels premier Mark Rutte werd gedurende zijn eerste en tweede kabinet voor 46 miljard euro aan structurele bezuinigingen en lastenverzwaringen doorgevoerd, midden in de grootste economische crisis die Nederland sinds de Grote Depressie (1929-1936) doormaakte.
De Nederlandse overheid ontpopte zich in binnen- en buitenland tot de bezeten boekhouder die iedereen de les las over de noodzaak van harde begrotingsdiscipline. Alle politieke partijen steunden met overweldigende parlementaire meerderheden de budgettaire krampen van kabinetten Rutte I en II, met uitzondering van de SP en de PVV. Die laatste deed dat pas ná het mislukte Catshuisberaad in 2012, toen ze Rutte I opblies.
Alle politieke partijen die de begrotingspolitiek van 2011-2017 steunden, op de VVD na, hebben inmiddels toegegeven dat het gevoerde begrotingsbeleid verkeerd was.
Nederland liep in zijn eigen zwaard. De consensus onder economen was dat de staatsschulden niet de oorzaak van de Grote Recessie waren. En dat straffe bezuinigingen in een diepe financiële crisis niet het juiste beleid zijn omdat het de vraaguitval alleen maar groter zou maken. Dat bleek. De Nederlandse economie liep ernstige averij op en pas na zeven jaar, in 2015, kwam het nationale inkomen weer op het niveau van voor de crisis.
Uit CPB-cijfers bleek dat de pogingen het begrotingstekort te verminderen (de tekortreductie) minimaal een derde van de economische schade veroorzaakte tijdens de Grote Recessie. De werkgelegenheid nam naar schatting met circa 365.000 mensen af. Alle politieke partijen die de begrotingspolitiek van 2011-2017 steunden, op de VVD na, hebben inmiddels toegegeven dat het gevoerde begrotingsbeleid verkeerd was.
DEFINITIEVE OMMEZWAAI
Tijdens de verkiezingen van 2017 werden de eerste tekenen zichtbaar van de ommezwaai in het begrotingsbeleid. Zonder enige publieke discussie heeft de Nederlandse politiek in stilte afstand gedaan van haar streng beleden budgettaire orthodoxie.
Dat de politiek zich had bevrijd van het juk van de begrotingsdiscipline bleek tijdens Rutte III toen de coronacrisis zich aandiende. De begrotingsteugels werden volledig gevierd en grote steunpakketten werden opgetuigd. In anderhalf jaar tijd, gedurende 2020 en 2021, werd maar liefst 80 miljard euro de economie in gejaagd. Er werd anderhalf keer zoveel geld uitgegeven als er gedurende 2011-2017 was bezuinigd.
De coronacrisis markeerde de definitieve ommezwaai in het begrotingsbeleid: geld speelt geen rol meer.
Bij haar aantreden besloot regering Rutte IV tot een historisch ongekende toename van de overheidsuitgaven met 75 miljard euro in één regeerperiode. Niemand had dit kunnen zien aankomen op basis van de verkiezingsprogramma’s van de regeringspartijen zelf.
En onder grote politieke druk wordt de geldkraan dit voorjaar nog verder opengedraaid.
De Tweede en Eerste Kamer vinden dat de AOW-uitkeringen moeten worden gekoppeld aan de stijging van het minimumloon (structureel 2,5 miljard euro) en de voorgenomen bezuiniging op de jeugdzorg moet worden geschrapt (structureel 0,5 miljard euro).
Daarnaast heeft de regering besloten om nog eens voor 2,8 miljard euro aan tijdelijke compensatie te geven voor de gestegen energie- en brandstofprijzen, bovenop de 3,2 miljard euro die al in het vat zat.
Den Haag is opnieuw op een financieel dwaalspoor beland. Net als in het vorige decennium voert de overheid economisch onverstandig begrotingsbeleid.
Ook wordt structureel 3,4 miljard euro extra vrijgemaakt om het defensiebudget op de NAVO-eis van 2 procent van het nationaal inkomen te brengen.
Het arrest van de Hoge Raad over de vermogensbelasting in box 3 dwingt de overheid om miljarden terug te geven aan spaarders die te veel belasting hebben betaald. De kosten van compensatie kunnen oplopen tot 12 miljard euro. Daarnaast zal de overheid 5 miljard euro per jaar mislopen aan belastingopbrengst omdat er tot nader order geen vermogensbelasting wordt geheven.
Alles bij elkaar genomen gaat dit om meer dan 20 miljard euro extra uitgaven, waarvan minimaal 6 miljard structureel. Tellen we dit op bij het regeerakkoord, dan gaan we op naar de 100 miljard euro extra overheidsuitgaven deze regeerperiode.
Den Haag is opnieuw op een financieel dwaalspoor beland. Net als in het vorige decennium voert de overheid economisch onverstandig begrotingsbeleid.
Kabinet Rutte IV verliest zijn budgettaire zelfbeheersing met 60 miljard in klimaat- en stikstoffondsen. Die begrotingsfondsen zijn een grote boekhoudkundige truc. Het zou slechts om ‘tijdelijk’ geld gaan en daarom niet de begroting op lange termijn belasten. Iedere regering kan zo over haar graf heen regeren en iedere nieuwe regering kan dezelfde truc steeds opnieuw uithalen. Ondertussen draaien toekomstige generaties op voor de kosten.
De regering haalt met de investeringsfondsen de begrotingsorde overhoop. Er is wel geld, maar er zijn geen uitgewerkte plannen. De deur wordt wagenwijd opengezet voor bedrijvenlobby’s, die zien dat miljarden aan publiek geld op zoek gaan naar een bestemming.
Meer verspilling van publiek geld dreigt. Vervuilers hoeven in Nederland helemaal niet te betalen, ze worden betaald, door de staat, met tientallen miljarden uit de klimaat- en stikstoffondsen. Terwijl economen eensgezind vinden dat milieuschade moet worden beprijsd.
De kinderopvang wordt zo goed als gratis gemaakt, maar de arbeidsdeelname zal nauwelijks toenemen. De kosten bedragen structureel meer dan 2 miljard euro per jaar.
Het leenstelsel wordt afgeschaft. Dat kost eenmalig 1,6 miljard euro aan compensatie, en structureel 1 miljard euro per jaar. De toegang tot het hoger onderwijs verbetert alleen niet, want het leenstelsel ontmoedigde mensen helemaal niet om te gaan studeren.
De AOW wordt mogelijk verhoogd, met een prijskaartje van 2,5 miljard euro per jaar. Maar de armoede onder ouderen behoort tot de laagste ter wereld. De regering had ook de koopkracht voor de minst draagkrachtige ouderen kunnen opkrikken met de inkomensafhankelijke ouderenkorting.
Onder economen bestaat nagenoeg unanimiteit dat compensatie voor de gestegen energieprijzen, zoals met de btw en accijnzen, niet verstandig is. Nederland wordt domweg armer. De overheid kan de lage inkomens eventueel tegemoetkomen, maar daarvoor moeten de midden- en hoge inkomens een offer brengen.
Een grote fout in de jaren zeventig was om met sterk stimulerend begrotingsbeleid te reageren op de oliecrisis. Die fout dreigt zich nu te herhalen door de oorlog in Oekraïne. Het is onverstandig om bij een kleiner aanbod de vraag extra op te poken met een ruim begrotingsbeleid.
Treurigstemmend, en bepaald geen detail, is dat de hogere inkomensgroepen en vermogenden aan het langste eind trekken, terwijl de lage inkomensgroepen grote klappen krijgen.
De inflatie is nu 10 procent, de hoogste sinds 1975. De economie is, net als toen, zwaar geraakt door een sterke, negatieve aanbodschok. De productiekosten schieten omhoog door hogere prijzen van olie, gas, brandstof, metalen, granen, voedingsmiddelen, bouwmaterialen en transport. Dit komt boven op de al ontregelde productieketens door corona. De arbeidsmarkt is bovendien krap. Een stimulerend begrotingsbeleid jaagt de inflatie nu alleen maar verder aan.
Treurigstemmend, en bepaald geen detail, is dat de hogere inkomensgroepen en vermogenden aan het langste eind trekken, terwijl de lage inkomensgroepen grote klappen krijgen. Gratis kinderopvang? Vooral de hoge inkomens zullen profiteren. Afschaffing leenstelsel? Vooral kinderen uit de hoogste inkomensgroepen hebben hiervan profijt. Energiecompensatie met 6 miljard? Het overgrote deel komt terecht bij de hoogste inkomens. Hogere AOW? Dan krijgen álle gepensioneerden extra geld, ook rijke ouderen. Compensatie en geen belasting in box 3? Vermogenden wrijven in hun handen.
Die begrotingsfondsen moeten verdwijnen. Daarmee kunnen miljarden worden vrijgespeeld om tegenvallers op te vangen en kan de begrotingsorde worden hersteld.
Is by design
Goed in de oren knopen iedereen.
Potverteren is helemaal geen linkse hobby, maar dus vooral een rechtse.
4 comments
[https://archive.ph/aY4vF](https://archive.ph/aY4vF)
De politiek laat de staatsfinanciën ontsporen. Het regeerakkoord zou moeten worden opengebroken om weer fatsoenlijk begrotingsbeleid te voeren, schrijft econoom Bas Jacobs. Anders ontstaan er weer financiële ongelukken.
‘Waar het hier om gaat, is: hoe voorkomen wij dat in Nederland de staatsfinanciën ontsporen. (…) U stelt nu commissies in die pas over een jaar gaan rapporteren. Dat is buitengewoon onverstandig beleid. Het is niet eens beleid; het is het wegdelegeren van uw verantwoordelijkheid. (…) Daarom zeg ik tegen u: regeer of stap op.’
Het citaat komt uit 2009. De wereld zit in een diepe financiële crisis en aan het woord is toenmalig oppositieleider Mark Rutte. Hij diende een motie van wantrouwen in tegen kabinet Balkenende-IV, omdat het de overheidsfinanciën zou laten ontsporen.
Die commissies waar Rutte op wees, legden vervolgens de basis voor een grote saneringsoperatie van de Nederlandse overheid. Onder leiding van inmiddels premier Mark Rutte werd gedurende zijn eerste en tweede kabinet voor 46 miljard euro aan structurele bezuinigingen en lastenverzwaringen doorgevoerd, midden in de grootste economische crisis die Nederland sinds de Grote Depressie (1929-1936) doormaakte.
De Nederlandse overheid ontpopte zich in binnen- en buitenland tot de bezeten boekhouder die iedereen de les las over de noodzaak van harde begrotingsdiscipline. Alle politieke partijen steunden met overweldigende parlementaire meerderheden de budgettaire krampen van kabinetten Rutte I en II, met uitzondering van de SP en de PVV. Die laatste deed dat pas ná het mislukte Catshuisberaad in 2012, toen ze Rutte I opblies.
Alle politieke partijen die de begrotingspolitiek van 2011-2017 steunden, op de VVD na, hebben inmiddels toegegeven dat het gevoerde begrotingsbeleid verkeerd was.
Nederland liep in zijn eigen zwaard. De consensus onder economen was dat de staatsschulden niet de oorzaak van de Grote Recessie waren. En dat straffe bezuinigingen in een diepe financiële crisis niet het juiste beleid zijn omdat het de vraaguitval alleen maar groter zou maken. Dat bleek. De Nederlandse economie liep ernstige averij op en pas na zeven jaar, in 2015, kwam het nationale inkomen weer op het niveau van voor de crisis.
Uit CPB-cijfers bleek dat de pogingen het begrotingstekort te verminderen (de tekortreductie) minimaal een derde van de economische schade veroorzaakte tijdens de Grote Recessie. De werkgelegenheid nam naar schatting met circa 365.000 mensen af. Alle politieke partijen die de begrotingspolitiek van 2011-2017 steunden, op de VVD na, hebben inmiddels toegegeven dat het gevoerde begrotingsbeleid verkeerd was.
DEFINITIEVE OMMEZWAAI
Tijdens de verkiezingen van 2017 werden de eerste tekenen zichtbaar van de ommezwaai in het begrotingsbeleid. Zonder enige publieke discussie heeft de Nederlandse politiek in stilte afstand gedaan van haar streng beleden budgettaire orthodoxie.
Dat de politiek zich had bevrijd van het juk van de begrotingsdiscipline bleek tijdens Rutte III toen de coronacrisis zich aandiende. De begrotingsteugels werden volledig gevierd en grote steunpakketten werden opgetuigd. In anderhalf jaar tijd, gedurende 2020 en 2021, werd maar liefst 80 miljard euro de economie in gejaagd. Er werd anderhalf keer zoveel geld uitgegeven als er gedurende 2011-2017 was bezuinigd.
De coronacrisis markeerde de definitieve ommezwaai in het begrotingsbeleid: geld speelt geen rol meer.
Bij haar aantreden besloot regering Rutte IV tot een historisch ongekende toename van de overheidsuitgaven met 75 miljard euro in één regeerperiode. Niemand had dit kunnen zien aankomen op basis van de verkiezingsprogramma’s van de regeringspartijen zelf.
En onder grote politieke druk wordt de geldkraan dit voorjaar nog verder opengedraaid.
De Tweede en Eerste Kamer vinden dat de AOW-uitkeringen moeten worden gekoppeld aan de stijging van het minimumloon (structureel 2,5 miljard euro) en de voorgenomen bezuiniging op de jeugdzorg moet worden geschrapt (structureel 0,5 miljard euro).
Daarnaast heeft de regering besloten om nog eens voor 2,8 miljard euro aan tijdelijke compensatie te geven voor de gestegen energie- en brandstofprijzen, bovenop de 3,2 miljard euro die al in het vat zat.
Den Haag is opnieuw op een financieel dwaalspoor beland. Net als in het vorige decennium voert de overheid economisch onverstandig begrotingsbeleid.
Ook wordt structureel 3,4 miljard euro extra vrijgemaakt om het defensiebudget op de NAVO-eis van 2 procent van het nationaal inkomen te brengen.
Het arrest van de Hoge Raad over de vermogensbelasting in box 3 dwingt de overheid om miljarden terug te geven aan spaarders die te veel belasting hebben betaald. De kosten van compensatie kunnen oplopen tot 12 miljard euro. Daarnaast zal de overheid 5 miljard euro per jaar mislopen aan belastingopbrengst omdat er tot nader order geen vermogensbelasting wordt geheven.
Alles bij elkaar genomen gaat dit om meer dan 20 miljard euro extra uitgaven, waarvan minimaal 6 miljard structureel. Tellen we dit op bij het regeerakkoord, dan gaan we op naar de 100 miljard euro extra overheidsuitgaven deze regeerperiode.
Den Haag is opnieuw op een financieel dwaalspoor beland. Net als in het vorige decennium voert de overheid economisch onverstandig begrotingsbeleid.
Kabinet Rutte IV verliest zijn budgettaire zelfbeheersing met 60 miljard in klimaat- en stikstoffondsen. Die begrotingsfondsen zijn een grote boekhoudkundige truc. Het zou slechts om ‘tijdelijk’ geld gaan en daarom niet de begroting op lange termijn belasten. Iedere regering kan zo over haar graf heen regeren en iedere nieuwe regering kan dezelfde truc steeds opnieuw uithalen. Ondertussen draaien toekomstige generaties op voor de kosten.
De regering haalt met de investeringsfondsen de begrotingsorde overhoop. Er is wel geld, maar er zijn geen uitgewerkte plannen. De deur wordt wagenwijd opengezet voor bedrijvenlobby’s, die zien dat miljarden aan publiek geld op zoek gaan naar een bestemming.
Meer verspilling van publiek geld dreigt. Vervuilers hoeven in Nederland helemaal niet te betalen, ze worden betaald, door de staat, met tientallen miljarden uit de klimaat- en stikstoffondsen. Terwijl economen eensgezind vinden dat milieuschade moet worden beprijsd.
De kinderopvang wordt zo goed als gratis gemaakt, maar de arbeidsdeelname zal nauwelijks toenemen. De kosten bedragen structureel meer dan 2 miljard euro per jaar.
Het leenstelsel wordt afgeschaft. Dat kost eenmalig 1,6 miljard euro aan compensatie, en structureel 1 miljard euro per jaar. De toegang tot het hoger onderwijs verbetert alleen niet, want het leenstelsel ontmoedigde mensen helemaal niet om te gaan studeren.
De AOW wordt mogelijk verhoogd, met een prijskaartje van 2,5 miljard euro per jaar. Maar de armoede onder ouderen behoort tot de laagste ter wereld. De regering had ook de koopkracht voor de minst draagkrachtige ouderen kunnen opkrikken met de inkomensafhankelijke ouderenkorting.
Onder economen bestaat nagenoeg unanimiteit dat compensatie voor de gestegen energieprijzen, zoals met de btw en accijnzen, niet verstandig is. Nederland wordt domweg armer. De overheid kan de lage inkomens eventueel tegemoetkomen, maar daarvoor moeten de midden- en hoge inkomens een offer brengen.
Een grote fout in de jaren zeventig was om met sterk stimulerend begrotingsbeleid te reageren op de oliecrisis. Die fout dreigt zich nu te herhalen door de oorlog in Oekraïne. Het is onverstandig om bij een kleiner aanbod de vraag extra op te poken met een ruim begrotingsbeleid.
Treurigstemmend, en bepaald geen detail, is dat de hogere inkomensgroepen en vermogenden aan het langste eind trekken, terwijl de lage inkomensgroepen grote klappen krijgen.
De inflatie is nu 10 procent, de hoogste sinds 1975. De economie is, net als toen, zwaar geraakt door een sterke, negatieve aanbodschok. De productiekosten schieten omhoog door hogere prijzen van olie, gas, brandstof, metalen, granen, voedingsmiddelen, bouwmaterialen en transport. Dit komt boven op de al ontregelde productieketens door corona. De arbeidsmarkt is bovendien krap. Een stimulerend begrotingsbeleid jaagt de inflatie nu alleen maar verder aan.
Treurigstemmend, en bepaald geen detail, is dat de hogere inkomensgroepen en vermogenden aan het langste eind trekken, terwijl de lage inkomensgroepen grote klappen krijgen. Gratis kinderopvang? Vooral de hoge inkomens zullen profiteren. Afschaffing leenstelsel? Vooral kinderen uit de hoogste inkomensgroepen hebben hiervan profijt. Energiecompensatie met 6 miljard? Het overgrote deel komt terecht bij de hoogste inkomens. Hogere AOW? Dan krijgen álle gepensioneerden extra geld, ook rijke ouderen. Compensatie en geen belasting in box 3? Vermogenden wrijven in hun handen.
Die begrotingsfondsen moeten verdwijnen. Daarmee kunnen miljarden worden vrijgespeeld om tegenvallers op te vangen en kan de begrotingsorde worden hersteld.
Is by design
Goed in de oren knopen iedereen.
Potverteren is helemaal geen linkse hobby, maar dus vooral een rechtse.
Met dank aan de VVD. Man, man, man.
Joh.. wat raarrr