Het schrappen van de voorkeurspositie voor statushouders op sociale huurwoningen was een van de kroonjuwelen van het kabinet-Schoof. Het wetsvoorstel van demissionair minister Mona Keijzer (Wonen, BBB) komt er grofweg op neer dat gemeenten statushouders niet langer voorrang mogen geven bij de toewijzing van sociale huur om het feit dat zij statushouder zijn

Mona Keijzer: ’Als Nederlandse starter rond de 30 word je ingehaald door een 20-jarige uit Syrië voor een sociale huurwoning, mensen trekken dit niet meer’

Het leidde al tot felle kritiek vanuit Nederlandse gemeenten. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) waarschuwt al een lange tijd dat gemeenten hun wettelijke taak moeilijk kunnen uitvoeren. De organisatie is bang dat ’de opvang tot en met integratie door dit wetsvoorstel volledig vastloopt en dat de gevolgen hiervan worden afgeschoven op de samenleving’.

Ingrepen hebben ’geen effect’

De RvS sluit zich in haar advies aan bij deze kritiek. Door gemeenten het instrument van urgentie te ontnemen, verdwijnt de mogelijkheid om die achterstand te compenseren. ,,Het voorstel leidt tot ongelijke behandeling in strijd met de Grondwet, nu niet aannemelijk is dat de maatregelen die de regering aankondigt om de vereiste gelijke startpositie te bewerkstelligen, tijdig het benodigde effect hebben”, schrijft de Raad.

Dat het demissionaire kabinet intussen nieuwe maatregelen presenteerde om de kansen van statushouders te vergroten, verandert daar volgens de Raad niets aan. Het is immers ’niet realistisch’ te verwachten dat deze ingrepen op korte termijn effect sorteren.

Grondrecht op huisvesting in gevaar

Volgens het advies komt immers ook het grondrecht op huisvesting in gevaar. De Raad waarschuwt dat vergunninghouders zonder urgentie het risico lopen achter te blijven op de woningmarkt. Zulke scenario’s zijn volgens het advies ’maatschappelijk ongewenst’ en onverenigbaar met de verantwoordelijkheid die de overheid heeft tegenover erkende vluchtelingen.

De Raad raadt demissionair woonminister Mona Keijzer (BBB) dan ook af om het wetsvoorstel in te dienen bij de Tweede Kamer. Daar ziet Keijzer vanaf. ,,Ik ga het wetsvoorstel zo snel mogelijk naar de Tweede Kamer sturen voor behandeling’’, laat ze weten. Ze zegt het advies wel te ’bestuderen’.

Het plan van BBB-minister Keijzer staat los van een ander voorstel van de PVV om asielzoekers met een verblijfsvergunning onder geen enkele omstandigheid nog een urgentieverklaring te geven voor een sociale huurwoning. Omdat een aantal linkse Kamerleden de viering van Keti Koti verkozen boven stemmen en een aantal rechtse partijen een amendement van de PVV steunden, was hier een nipte meerderheid voor. Daarmee wordt volledig uitgesloten dat statushouders in bijzondere omstandigheden zoals zware medische problemen nog voorrang kunnen krijgen.

D-day in Tweede Kamer voor asielwetten: Keti Koti-miskleun dreunt nog na

Dit is echter juridisch niet houdbaar, liet Keijzer later die zomer via een Kamerbrief al weten. Volgens haar is het in strijd met artikel 1 van de Grondwet en met internationale verdragen, omdat het mensen puur op basis van hun nationaliteit uitsluit van een recht dat anderen wel hebben. Ze kondigde aan het amendement te willen ’repareren’ of de inwerkingtreding desnoods uit te stellen bij koninklijk besluit.