De wedstrijd in Apeldoorn werd gestreden tussen schapen van het ras Texelaar, die in Nederland in drie kleuren voorkomen: witte, blauwe en de Dassenkop. De witte soort, zoals het winnende schaap van Altenburg, heeft in het beste geval een zwarte snuit met een witte kop.
Knippen en wassen
Altenburg, die het schapenfokken met de paplepel ingegoten kreeg, verhuisde tien jaar geleden naar Texel om de dieren op ‘de bakermat’ van het schapenras te fokken. Op het eiland heeft hij alle prijzen al gewonnen, en twee jaar geleden kroonde Altenburg zich ook al Nederlands Kampioen, met een andere ooi.
Vanaf Texel is hij wel lang onderweg, het kostte Altenburg drie uur om naar het Gelderse Apeldoorn te reizen. Thuis bereidt hij de dieren goed voor. “Ik knip ze een beetje netjes, bij de poten, staart en hals. En dan was ik ze met de tuinslang. Het mooiste is als ze in de wind en zon opdrogen. Dan worden ze mooi wit.”