Vader Rob Marrevee over buitenlandse adoptie: ‘Had ik dit allemaal geweten, dan had ik het nooit gedaan’

6 comments
  1. InterviewRob, Zenebe en Jarra Marrevee
    Vader Rob Marrevee over buitenlandse adoptie: ‘Had ik dit allemaal geweten, dan had ik het nooit gedaan’

    Rob Marrevee (60), adoptievader van zoons Zenebe (25) en Jarra (22), rekent in zijn boek Vaderland af met het ‘sprookje’ dat een kind uit een arm land te ‘redden’ is met genoeg liefde. Zijn zoons steunen hem. ‘Het is mijn missie om iets open te breken.’
    Anneke Stoffelen13 juni 2022, 05:00
    Rob Marrevee en zoon Zenebe. ‘De onvoorwaardelijke band die ouders en kinderen normaal gesproken hebben, is voor ons niet haalbaar.’ Beeld Lin Woldendorp
    Rob Marrevee en zoon Zenebe. ‘De onvoorwaardelijke band die ouders en kinderen normaal gesproken hebben, is voor ons niet haalbaar.’Beeld Lin Woldendorp

    Als Zenebe Marrevee (25) iemand voor het eerst ontmoet, loopt zo’n kennismaking vaak ongeveer zo:

    ‘En waar kom jij dan oorspronkelijk vandaan?’
    ‘Uit Ethiopië.’
    ‘O, wat spreek je goed Nederlands zeg.’
    ‘Ja, dat klopt, ik ben hier opgegroeid. Ik ben geadopteerd.’
    ‘Zo, dan heb je wel echt geluk gehad man.’

    Zo voelt het voor Zenebe helemaal niet. En hoezo heeft hij meer geluk gehad dan iemand die in Nederland is geboren? Die heeft dat toch ook niet zelf bepaald? ‘Maar als je dat soort opmerkingen vaak genoeg hoort’, zegt Zenebe, ‘dan ga je vanzelf denken: ik moet niet zeiken.’

    Dat gevoel van niet mogen zeuren, dankbaar moeten zijn, dat is volgens Zenebe’s vader Rob Marrevee een gevolg van het ‘adoptiesprookje’: het idee dat buitenlandse ouders via adoptie een kind uit een arm land redden en dat alle eventuele problemen zijn op te lossen met een flinke scheut liefde.

    Deze week verschijnt zijn boek Vaderland, waarin Rob Marrevee (60) afrekent met dat sprookje. Het boek en een bijbehorend toneelstuk geven een zeer persoonlijk inkijkje in de moeilijkheden die zijn gezin heeft ervaren sinds in 2001 de broers Zenebe en Jarra, toen 4 en 1, werden geadopteerd uit Ethiopië.
    Paspoort van Jarra toen hij naar Nederland kwam. Beeld Privé-archief Rob Marrevee
    Paspoort van Jarra toen hij naar Nederland kwam.Beeld Privé-archief Rob Marrevee

    Buitenlandse adoptie is de afgelopen jaren behoorlijk onder vuur komen te liggen. Er waren talloze schandalen in het nieuws, van ‘weeskinderen’ die nog gewoon ouders bleken te hebben tot ‘baby farms’ in Sri Lanka waar kinderen werden gebaard puur om ze later te verhandelen in een adoptieprocedure.

    De Nederlandse overheid kondigde vorig jaar, na een uiterst kritisch rapport van de commissie-Joustra, een tijdelijke stop af voor alle buitenlandse adopties. Inmiddels werkt minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming) toch weer aan een nieuw, strenger systeem, waarin adoptie mogelijk blijft als laatste keuze voor kinderen die in eigen land geen toekomst hebben.

    In de maatschappelijke discussie gaat het vooral over de institutionele misstanden: geknoei met documenten en potentiële kinderhandel. Maar in Vaderland werpt Rob Marrevee een fundamentelere vraag op: is het überhaupt een goed idee om een klein kind weg te plukken uit zijn omgeving en op te laten groeien in een vreemd land?

    Zijn zoons staan er helemaal achter dat hij de zwaarste momenten uit hun jeugd deelt met de wereld, vertellen ze in het nieuwbouwhuis van hun ouders in Lent, vlak bij Nijmegen. Zenebe zit aan de eettafel tegenover zijn vader. Jarra (22) is online aanwezig, een schermpje tussen hen in.

    Hij praat via Facetime mee, omdat hij tijdelijk op Malta werkt. In september gaat hij beginnen aan een mediaopleiding in Utrecht. Zenebe is net gestopt met zijn hbo-opleiding sociaal werk en wil na de zomer een nieuwe poging wagen in die richting, maar dan op mbo-niveau.

    Dat studeren lastig gaat, heeft deels met het adoptietrauma te maken, zegt Zenebe. ‘Ik heb altijd geloofd dat ik op een gegeven moment van mijn woede en verdriet af zou zijn. Maar dat is niet echt het geval.’

    Rob Marrevee heeft door het schrijven aan dit boek veel nagedacht over zijn eigen aandeel in de problemen die zijn zoons ervaren. Hij komt tot een harde, pijnlijke conclusie over de adoptie: ‘Had ik dit allemaal geweten, dan had ik het destijds nooit gedaan.’
    Dat is een heftige boodschap om als adoptieouder publiekelijk uit te spreken.

    Rob: ‘Het is mijn missie om hiermee iets open te breken. Ik heb mijn boek opgestuurd naar een groep adoptieouders van Ethiopische kinderen met wie we vroeger jaarlijks samenkwamen. Ik dacht: ik krijg vast veel reacties. Maar mooi niet. Terwijl onze situatie echt niet uniek is. Er zijn genoeg adoptiegezinnen waar het allemaal nog veel moeilijker is.’
    Waarom is dat zo’n taboe?

    Rob: ‘De loyaliteit naar je kind, en andersom ook, is kennelijk zo groot dat we het liever allemaal bedekt houden.’

    Zenebe: ‘Sommige mensen hebben geen zin in dat hele gedoe. Dan kies je voor lachen en zwaaien. Ik begrijp dat, maar ik hou dat zelf niet vol voor de rest van mijn leven.’
    Het is geen vrolijk boek geworden.

    Zenebe: ‘Nee. Anderen schrikken als ze lezen dat we zo veel ruzie hebben gehad. Maar voor mij is het normaal, ik kijk er niet van op.’

    Rob: ‘Het is misschien jammer dat ik niet meer mooie momenten heb beschreven, want die waren er ook. Maar ik ben bang dat mensen dan alleen die positieve kant van adoptie blijven benoemen. Terwijl het gewoon ontzettend heftig is.’

    Zijn stem schiet omhoog bij die laatste zin.

    Zenebe: ‘Rustig maar.’

    Rob: ‘Waar wij last van hebben, is dat anderen het probleem steeds bagatelliseren. Als ik vertelde wat voor botsingen wij hadden, dan zeiden mensen: dat is gewoon de puberteit, daar heeft die en die ook last van. Goed bedoeld, maar het maakt je wel eenzaam.’

    Zenebe: ‘Ik heb mijn familie in Ethiopië proberen uit te leggen dat er dingen zijn waarover ik verdrietig en boos ben, ook al leef ik in een land waar ik materieel gezien alles heb. Zij zien dat als luxeproblemen. Voor mij was het pijnlijk dat ik daar geen begrip vond, maar hier ook niet.’
    Waarom zijn de problemen in adoptiegezinnen anders?

    Zenebe: ‘De onvoorwaardelijke band die ouders en kinderen normaal gesproken hebben, is voor ons niet haalbaar. Dat wat voor iedereen supernormaal is, wat anderen voor lief nemen, dat hebben wij niet. Wij lopen op onze tenen. Er is zo veel afstand, niks is vanzelfsprekend. Er is een groot cultuurverschil, dus is het moeilijk elkaar echt te begrijpen. Vrienden zeggen: ik heb ook veel ruzie met mijn ouders. Ja, maar ik denk dat het onvoorwaardelijke ervoor zorgt dat jij je ouders makkelijker iets kunt vergeven, en andersom ook. Bij mij roepen ruzies meteen angst op om te worden verlaten.’

    Rob: ‘Het is moeilijk voor te stellen wat dat betekent, als je het zelf niet meemaakt. Mijn vrouw en ik begonnen aan adoptie omdat we graag kinderen wilden. En we projecteren al onze liefde op hen. Wij hebben allerlei verwachtingen en zij kunnen daar niet aan voldoen, ook al willen ze het wel. In dat lijf zit zo veel informatie van vroeger, ze zijn al een keer enorm teleurgesteld. Dus hoe meer liefde wij willen geven, hoe spannender het voor hen wordt. Dat is frustrerend als ouder, want je wilt zo graag.’

    Het idee om te adopteren ontstond in de periode dat Rob Marrevee en zijn vrouw Irma bezig waren met kunstmatige inseminatie en ivf. Hoe vaker die vruchtbaarheidsbehandelingen mislukten, hoe serieuzer het plan werd. Ze werkten in die tijd beiden in de jeugdhulpverlening en waren dus niet naïef, zegt hij. ‘In het tehuis waar Irma werkte, kwam ze genoeg geadopteerde kinderen tegen. We wisten dat het lastig zou worden. En toch dacht ik: met veel aandacht, liefde en hulpverlening komt het goed.’

    In 2001 reisden ze, na zes jaar op een wachtlijst, naar Ethiopië om twee broertjes op te halen uit een kindertehuis. Bij de eerste ontmoeting gaf Zenebe zijn adoptieouders een kus, zoals de nonnen hem kennelijk hadden opgedragen, en zei: ‘I love you very much.’

    Zenebe was destijds 4, werd gezegd. Later is gebleken dat hij vermoedelijk een jaar ouder is. Zijn broertje Jarra was 1 toen ze naar Nederland kwamen.
    Uit het familie-album: Rob en Irma Marrevee halen de broertjes Zenebe en Jarra op uit Ethiopië in 2001. Beeld Lin Woldendorp
    Uit het familie-album: Rob en Irma Marrevee halen de broertjes Zenebe en Jarra op uit Ethiopië in 2001.Beeld Lin Woldendorp

    De eerste jaren was het wennen en waren er lastige episodes, maar daar hadden ze op gerekend. Op de basisschool ging het met de jongens relatief goed. Rob tegen Zenebe: ‘Je leek best gelukkig.’

    Zenebe: ‘Ja dat was ook wel zo, ik was toen vrij zorgeloos. Ik wilde wel altijd zo Nederlands mogelijk zijn, net als mijn vrienden. Dus ik deed mijn best om heel goed Nederlands te spreken en me zo netjes mogelijk te gedragen.’

  2. Hopelijk een flinke eye opener voor mensen die denken dat het allemaal zonneschijn en rozen is om een kind te adopteren, zeker als ze al wat ouder zijn

  3. Wel mooi dat ze er allebei eerlijk over kunnen zijn zonder dat er rancune bij komt, maar dat zal ook niet altijd zo geweest zijn

  4. Het boek niet gelezen, noch zelf ervaring met adoptie, maar uit dit artikel heb ik het idee dat er meer aan de hand is dan alleen de problematiek met adopteren uit het buitenland – ouders met hoge verwachtingen, generatiekloof (de bekende “we hebben het hier zo goed dus je mag je niet kut voelen”), omgevingsfactoren etc. Ik snap dat dit de ervaring is van een gezin, en het is zeker goed dat het benoemd wordt, maar dit klinkt wel heel negatief naar alle adopties, terwijl het dus een groter probleem lijkt dan alleen een kind uit het buitenland halen.

  5. Als interlandelijk adoptiekind herken ik er wel wat issues in hun verhaal. Ondanks dat wij thuis niet veel slaande ruzies gehad hebben zou adoptie nu toch ook minder vanzelfsprekend geweest zijn voor mijn ouders. Mede omdat ik er blijkbaar toch wat psychische klachten door ontwikkeld heb. Ik worstel dan ook wel wat met het actuele vraagstuk om interlandelijke adoptie niet meer, of zeer beperkt, mogelijk te maken.

Leave a Reply