Commissie Eerste Kamer wil ‘discriminatiecheck’ op wetten

6 comments
  1. > Daarnaast moet de wetgever oppassen voor stigmatiserend taalgebruik en moeten wetten vooral niet te ingewikkeld zijn. Dat kan ertoe leiden dat mensen geen gebruik maken van bepaalde rechten, omdat ze de wet niet snappen.

    Dit lijkt me wat onzinnig. Ik denk niet dat stigmatiserend taalgebruik veel voorkomt in wetten, en evenmin dat de groep waar het hier om gaat uberhaupt de wet leest. Ik denk dat hier eerder voorlichting de sleutel is, inclusief een goed systeem van sociale raadslieden, in plaats van het aanpassen van de wetstekst.

  2. > Zo zouden wetten geschreven moeten worden met als uitgangspunt dat burgers goedwillend en deugdzaam zijn. De overheid moet dus meer vertrouwen hebben in de burgers.

    Ik denk dat een probleem juist is dat er te vaak achteraf gecontroleerd is, zodat er bij fouten een groot bedrag moest worden teruggevorderd. Misschien moeten we er juist voor zorgen dat we waar mogelijk iedereen bij de aanvraag al automatisch controleren, en dat ook bijvoorbeeld jaarlijks blijven doen, waarbij waar nodig automatisch pro-actief om informatie als bijvoorbeeld bijverdiensten wordt gevraagd. Op die manier signaleer je problemen voordat er veel terugbetaald moet worden, en door het bij iedereen te doen bestrijd je fraude zonder te discrimineren.

  3. Klinkt als symptoombestrijding, omdat het kabinet en parlement in het algemeen onvoldoende in staat zijn beleid van voldoende kwaliteit te maken en goed te toetsen.

    Het zal wel een stuiptrekking zijn naar aanleiding van de toeslagenaffaire om daadkracht te tonen.

  4. Een discriminatiecheck heeft een oogpunt op preventie. Het probleem daarmee is dat je van te voren al moet toetsen of er mogelijke discriminatie plaats vindt of gaat vinden. Dat is niet altijd onmiddellijk duidelijk.

    De situatie ligt ook heel anders. Het probleem schuilt niet in 1 of 2 wetten die discrimineren, maar dat de som van gebroken maatschappelijke systemen, tekorten en wanbeleid uiteindelijk lijden naar een situatie waarin wetten mensen beginnen te benadelen die hulp behoevend zijn en dat daaropvolgende straffen vaak niet in proportie staan tot de schade of het effect hebben van verbetering. Als klapper op de vuurpijl hebben wij geen noodrem om verdere schade te voorkomen. We hebben slechts een ombuds-mens die dergelijke misstanden mag aandragen en pogen te verbeteren, maar behandeling daarvan vraagt dan allemaal heel veel tijd.

    Het ontbreekt gewoon aan een oogpunt voor de menselijke maat in de schepping van beleid en dat probleem wordt uitvergroot door moeizame communicatie door alle betrokken partijen en uiteindelijk volgt er dan ook nog eens geen reflectie om gebreken op te lossen en zodoende zijn wij mensen aan het vervolgen die wijzelf buitenspel hebben gezet.

    Om een goed voorbeeld te noemen van hoe het nog meer goedbedoeld misgaat: vanuit de overheid wordt er soms bureaucratie afgedwongen om ervoor te zorgen dat alle betrokken partijen afspraken kennen en zich daaraan houden. Waar het dan vervolgens misgaat is dat het papierwerk dat later ontstaat wordt toegespitst op de behoeftes van uitvoerende en toetsende partijen om hun eigen belangen te cateren in plaats van een gezamenlijk of maatschappelijk belang. Burgers worden onderdeel van een contract dat van bovenaf wordt opgedrongen waar geen ruimte is voor steun, maar wel ruimte is voor straffen.

    Hetzelfde geld ook voor wetten. Het begint vanuit een idee van bescherming voor de simpele en kleine man. Wanneer deze een periode later moet worden ingevoerd, bevoordeelt zo’n wet plotseling een totaal andere, vaak rijkere of machtigere groep.

    Copyright wetten zijn een mooi voorbeeld daarvan. schrijvers, kunstenaars, software ontwikkelaars, fotograven en overige partijen waren ooit de beoogde belanghebbers, maar in de praktijk worden machtige partijen zoals multinationals, groothandelaren vaak oneerlijk juridisch voorgetrokken en moeten minder machtige personen wachten op hun recht. Dat is de wereld verkeerd om, wanneer ontwikkelingen stagneren bij monopolies en groeien door individuen.

    Wanneer dan in de toekomst dergelijke problemen worden benoemd in de politiek, dan is de politiek al ingesneeuwd in een raamwerk van regels die allemaal tegen elkaar aanleunen waardoor politici over elkaar heen vallen over de invalshoek. Regel x is namelijk afhankelijk van beleid y en nu kunnen we het niet eens worden welke variabele we het eerst aanpassen.

    Nu baal ik eigenlijk al een beetje van mijn eigen lap tekst, maar vooruit. Daar zijn wij weer.

  5. Beoordelen of nieuwe wetsvoorstellen aan de grondwet voldoen, dat was toch altijd de belangrijkste taak van de Eerste Kamer?
    Je zou denken dat je dat dan begint bij artikel 1.

  6. Is dat niet sinds het schrijven van de grondwet al de taak van de eerste kamer? Wat een grap van een orgaan is het ook zeg. Staat wel mooi op je CV.

Leave a Reply