Huisartsen zijn de marionetten van de gezondheidszorg geworden. En daarom stop ik.

7 comments
  1. # Huisartsen zijn de marionetten van de gezondheidszorg geworden. En daarom stop ik

    Vrijdag 1 juli trekken huisartsen en -medewerkers naar het Haagse Malieveld om te protesteren tegen de druk op de huisartsenzorg. Voor sommige huisartsen komt dat verzet te laat: zij stoppen nu al met hun praktijk.

    _Robbert Collignon 28 juni 2022, 12:00_

    Ik ben een huisarts van 47 jaar en ik ben bijna twintig jaar werkzaam in de allermooiste huisartsenpraktijk in het leukste Brabantse dorpje met de allerleukste patiënten. Ik geniet van mijn spreekuren, ik hou van mijn huisartsenvak, ik heb een mooi inkomen en word op handen gedragen door mijn patiënten. Ondanks dat ik mijn stethoscoop echt nog niet aan de wilgen wil hangen, stop ik binnenkort als praktijkhoudend huisarts.

    Waarom? Omdat de huidige organisatie van het huisartsenvak ertoe leidt dat ik niet meer een goede huisarts kan zijn. Dit wil ik u graag uitleggen.

    *Zware spreekuren*

    Allereerst mijn spreekuren. Deze zijn ontiegelijk veel zwaarder geworden. Nee, niet omdat, wat veel mensen denken, de huisartsen steeds meer onzin moeten aanzien. Het tegendeel is waar. De huisartsen zien op hun spreekuur alleen nog maar uitdagende, belangrijke problemen en daarom is de inhoud van mijn spreekuren alleen maar leuker geworden. Zeer zelden zie ik patiënten van wie ik vind dat ze zich ‘aanstellen’.

    De tijd dat doktersassistenten fungeerden als secretaresses die louter de spreekuren van de huisarts vulden, ligt al ver achter ons. Onze assistenten zijn tegenwoordig zeer goed opgeleid en handelen steeds meer lichtere gezondheidskwalen zelfstandig af. Van griepjes tot verstopte oren, ze behandelen wonden, beoordelen oorontstekingen en stellen jonge ouders gerust die zware tropennachten moeten doorstaan vanwege hun zieke kroost.

    Pas als dit niet lukt of er is meer aan de hand, kom ik om de hoek kijken. Ik krijg dan de onmogelijke opgave om in tien minuten zowel het zieke kindje goed na te kijken als ook de ouders uit te leggen dat hun kind géén levensbedreigende ziekte onder de leden heeft, zoals hun indruk was na wat te hebben gegoogeld.

    Dit is een mooi voorbeeld van mijn leuke huisartsenwerk, maar niet in die verrekte tien minuten. Maar het kan nog veel erger. Ik krijg twintig minuten voor een slecht-nieuwsgesprek waarin ik een doodvonnis mag uitspreken en het bespreken van nog te verwachten lijden. Twintig minuten voor een trage, bejaarde patiënt die zich moet aan- en uit kleden voor een lichamelijk onderzoek en vervolgens ook wat meer tijd nodig heeft om mijn verhaal te begrijpen. Twintig minuten voor een patiënt die in huilen uitbarst omdat hij het leven niet meer ziet zitten, en voor wie ik moet overleggen met de ggz-crisisdienst (drie keer doorverbinden, wachten, wachten, geen plaats voor opname…) en ook twintig minuten voor een leuke, uitdagende chirurgische ingreep, waarbij het laten inwerken van een verdoving en het klaarzetten en opruimen van de benodigde materialen is inbegrepen.

    *Korte consulten*

    Ja, want dat zijn mijn twee producten die ik als huisarts te bieden heb: tien- en twintigminutenconsulten. Dit is al decennia zo, terwijl de consulten vele malen complexer zijn worden, het aantal (zelfstandige) ouderen toeneemt, mijn patiënten om meer en betere uitleg vragen en mijn medisch arsenaal groeit.

    Deze idioot korte consulten verminderen de kwaliteit van de huisartsengeneeskunde. Door deze tijdsdruk, stuur ik de chirurgische ingreepjes maar door naar het ziekenhuis. Daar is een ingreep vele malen duurder, maar scheelt mij zeker dertig minuten. In plaats van een goede anamnese en lichamelijk onderzoek, laat ik patiënten maar even bloed prikken. In plaats van een geruststellend gesprekje over de buikpijn, wordt het een echografie van de buik – ter geruststelling. Dit is heel slechte en dure geneeskunde, waarbij ik mijn patiënt voor de gek hou en mijzelf verloochen.

    Daarnaast is er ook steeds minder ruimte voor consulten. De tijd die ik nodig heb voor vergaderen en organiseren, loopt nu al de spuigaten uit. En het wordt meer en meer. Dit komt omdat ik ongelofelijk veel meer zorg moet organiseren voor mijn patiënten. Een gigantische berg zorg vanuit ziekenhuizen, ggz-instellingen en bejaardenhuizen is op mijn bordje bij gekomen.

    *Leger ondersteuners*

    Vanwege al deze zorgtaken heb ik een leger aan praktijkondersteuners en andere assistentie moeten aannemen: praktijkondersteuner suikerziekte, praktijkondersteuner astma/COPD, praktijkondersteuner ggz, praktijkondersteuner ouderenzorg, et cetera. Ze leveren fantastisch werk, de kwaliteit van deze zorg blijkt heel hoog en de patiëntentevredenheid is ongekend. En last but not least, deze zorg is vele malen goedkoper dan in de ziekenhuizen.

    Maar de keerzijde is dat al deze doktersassistenten moeten worden aangestuurd, te woord gestaan en kampen met tal van vragen over patiënten die niet binnen hun protocol vallen. Daarnaast produceren zij een enorme hoeveelheid data.

    Data, zult u denken?

    Ja! Een van de grootste fouten die in Nederland is gemaakt, is dat de zorgverzekeraars zijn aangewezen om onze zorg te reguleren. Verzekeraars zijn rekenkamers en rekenkamers hebben heel veel data nodig. Ze kunnen niet zonder en zijn er gek op. Als je namelijk weet wat de zorg kost, de auto van de directeur en andere overhead, dan kun je de zorgpremie uitrekenen. En, nog belangrijker, dan kun je gaan sturen op bezuinigingen en dat is keihard nodig in onze gezondheidszorg. Daarom houden we ons eindeloos bezig met het produceren van eindeloos veel data. Hierdoor ontstaan echter forse problemen.

    De kosten van medicatie of van een nieuwe kunstknie zijn relatief makkelijk uit te rekenen. Maar wat kost een buikpijn, goede palliatieve zorg of, ons allerbelangrijkste ‘huisartsenproduct’, een geruststelling? De belangrijkste producten die een huisarts levert, zijn niet te berekenen, laat staan dat we kwaliteit ervan kunnen meten.

    *Bakzeil halen*

    En toch moet dat. Sterker, we moeten erover onderhandelen met de zorgverzekeraars. Hiertoe hebben de huisartsen zich moeten aansluiten bij de huisartsengroepen. Deze worden dus geleid en aangestuurd door huisartsen. Huisartsen kunnen geen ‘nee’ zeggen tegen hun patiënten en kunnen al helemaal niet onderhandelen met commerciële partners. Dus bij deze onderhandelingen haalt mijn huisartsengroep keer op keer bakzeil.

    Dit leidt ertoe dat ik steeds weer opnieuw moet inleveren op de zorg van mijn patiënten. Minder tijd voor onze praktijkondersteuners, minder controles mogen doen bij chronische ziekten en zelfs bemoeienis met het voorschrijven van medicatie. Ik moet vaak eerst het goedkope, door de verzekeraar protocollair opgelegde medicijn proberen, ondanks dat ik weet dat het bij deze specifieke patiënt toch niet het gaat werken.

    Het duurt niet lang meer voordat ik tegen mijn patiënt moet zeggen: ‘Sorry mevrouw, maar uw zorgverzekeraar betaalt onze psycholoog onvoldoende en daarom mag u niet meer naar onze psycholoog voor uw depressie, maar uw suikerziekte doen we gelukkig nog wel. Maar helaas moeten we uw suikerziekte gaan regelen met minder bloedcontroles en u krijgt vanaf nu inferieure suikerpillen de uw zorgverzekeraar goedkoop heeft weten uit te onderhandelen met de farmaceutische industrie.’

    *Softwarepakketten*

    Een ander probleem van data is dat die moeten worden geproduceerd door software. Elk laboratorium, ziekenhuis, ggz-instelling en digitale zorgaanbieder (ja, we moeten uw depressie ook digitaal proberen te behandelen van uw zorgverzekeraar) heeft andere softwarepakketten. Dat moet allemaal samen komen in mijn huisartsencomputer. U raadt het al. De ict-kosten zijn gigantisch en de bakken manuren om deze dolle kermis te laten werken, worden vreemd genoeg nergens geregistreerd, laat staan, gedeclareerd.

    Veel van mijn bijscholingen gaan dan ook niet meer over geneeskunde, maar over hoe we dit voor elkaar krijgen, zoals dat ook geldt voor het protocolleren, digitaliseren en het organiseren van patiëntenstromen. Dit doen we hoofdzakelijk buiten kantooruren in plaats van dat we tennissen of de kinderen naar bed brengen. Het ‘goede’ nieuws is dat onze artsenregistratiecommissie deze onderwerpen net zo belangrijk vindt als, bijvoorbeeld, een cursus oogheelkunde, en dus krijgen we er net zoveel bijscholingspunten voor.

    *Jonge generatie*

    De nieuwe, jonge generatie huisartsen ziet dit en bedankt hiervoor. Zij willen ’s avonds wel hun kinderen naar bed brengen. En als ze zich ’s avonds laten bijscholen, moet het over een zinvol onderwerp gaan, waardoor ze een goede huisarts blijven of een nog betere worden.

    Daardoor is er een enorm tekort ontstaan aan huisartsen die een eigen praktijk willen voeren. Ik snap ze, maar vind het enorm jammer dat ze hierdoor het allermooiste aspect van ons vak vaak mislopen. Dat is voor mij het opbouwen van een langdurige, diepgaande vertrouwensrelatie met patiënten, waardoor ik als huisarts mijn patiënten nog beter begrijp en hun gezondheidssituatie kan inschatten. Volgens mij kun je dan pas de állerbeste huisartsengeneeskunde bedrijven.

    Ik ga nu deze relatie met mijn fantastische patiënten verbreken, en dat doet onvoorstelbaar veel pijn.

    _Robbert Collignon, toegewijd en gepassioneerd huisarts. _

  2. Heel mooi verwoord door deze huisarts, de zorg is in de 10 jaar dat ik dit werk al doe echt helemaal kapot gemaakt. Heb verschillende jaren in thuiszorg/verzorgingshuis/revalidatie en gehandicaptenzorg gewerkt waarvan ik in de laatste nu nog werkzaam ben. Het probleem wat deze huisarts formuleert ligt bijna hetzelfde als in mijn sector. Ik werk bij een van de grootste organisaties van Nederland en dat is ook te merken. Er is wel geld voor 7 service bureaus en ik weet niet hoeveel lagen management, maar voor de directe zorg zelf wordt er steeds minder geld vrij gemaakt.

    Ken een verhaal vanuit een andere organisatie waar ze een team van interim managers hebben aangenomen (welgeteld 14!) om per casus te bekijken waar er op bezuinigd kan worden.

    Voorbeeld: pietje heeft al 10 jaar fysiotherapie, in de 10 jaar gaat Pietje niet voor of achteruit. Dus we gaan de fysiotherapeut er af halen dat scheelt geld. Gevolg dat Pietje niet gemobiliseerd wordt omdat er geen tijd voor is, zal snel even met de rolstoel van de woon naar slaapkamer verplaatst worden en over 2 jaar moet er een rolstoel aangeschaft worden.

    Als ik bij mij zie hoe snel cliënten lichamelijk achteruit gaan, en dat mijn collega’s en ik zelf ook toch maar “makkelijk” een rolstoel pakken in plaats van met ze te lopen. Want je wil zelf ook op tijd naar huis want overuren mag je niet schrijven.

  3. Heel goed en duidelijk geschreven. Er zal zolang de VVD aan de macht is waarschijnlijk vrij weinig veranderen, maar het belichten van de problemen is altijd goed. Vooral als we regelrecht afstreven op amerikanisering in dit land. Zal wel niet lang meer duren voordat de kosten van de zorgverzekering ook de pan uitreizen, of dat ze belachelijke onuitvoerbare ideeën zoals “duurdere zorgverzekering voor ongezondere levensstijl” gaan invoeren.

    Ik heb gelukkig nog wel een huisarts die net als Robbert zich met man en macht inzet voor de patiënt, maar ik wens deze man ook echt een beter leven toe. Een burn-out ligt volgens mij bij elke huisarts op de loer.

  4. Ik heb ook het idee dat ze de zorg gewoon steeds intensiever belasten omdat er simpelweg ook steeds meer vraag is, en dat de makkelijke korte termijn optie is.

    Niemand in de politiek wil zich branden aan het echte probleem bespreken lijkt het soms: met een budget van 100 miljard op 18 miljoen betalen we dus gemiddeld al zo’n €6600 per persoon per jaar. Die lullige €100 per maand waar mensen over struikelen is krap één-vijfde van die kosten. Daarnaast worden mensen ook steeds ouder, en is berekend dat richting 2050 een op de drie mensen in de zorg moet werken.

    Lange termijn kunnen we de zorg niet verder uitknijpen en belasten. Als we dit houdbaar willen, zullen er dus mensen bij moeten en dat gaat geld kosten. Als we pak ‘m beet 25% meer uit geven aan de zorg wat goed klinkt, is dat niet €125 euro de maand die je kwijt bent in plaats van honderd maar zal er €1650 per jaar aan belastinggeld extra naar de zorg moeten.

    En geld is voor zo’n huisarts niet eens het probleem, het is gewoon dat je niet genoeg tijd krijgt om je werkt te doen. Maar ook daar geldt hetzelfde riedeltje, als je van de tien minuten tijd een whopping kwartier wil maken dan is dat 50% meer huisarts die we nodig hebben, als de rest van de zorg evenredig schaalt is dat dus ook snel €3000 per persoon per jaar meer.

    En mensen zijn al raar boos op het zorgsysteem dat het geld kost. Alsof ziekenhuizen gewoon een natuurlijk product zijn die uit de grond groeien als bomen en grondwater. Mensen worden extreem boos als ze zelf iets moeten betalen aan zorg, alsof het allemaal gratis is. Dat is het niet, het is heel waardevol en heel duur.

    Zijn we bereid meer te betalen? Zo nee, accepteren we dan minder zorg? Sneller euthenasie? Het zijn moeilijke keuzes

  5. Dit is een van de redenen waarom ik twijfel of ik uberhaupt de huisartsenopleiding in wil. Huisarts worden was mijn reden om de opleiding in te gaan, maar de praktijkeigenaar waarbij ik mijn stage deed zag er compleet uitgeput uit. Al deze artikelen over hoe klaar de gemiddelde huisarts is met het werk helpt ook niet.

  6. Ik heb altijd al enorme moeite gehad met hoeveel tijd een behandelaar maximaal kan uittrekken voor een patient. Ik snap dat er ergens een grens moet zijn, maar toen ik een aantal jaar geleden zo in de put zat kon ik er niet met mijn verstand bij dat men zei “uuuh helaas is de tijd om, ik zie je over 2 weken weer?”.

    Ik was/ben een vrij gesloten persoon, ik moet altijd even opwarmen voordat ik bij de kern van mijn problemen kom. Je kunt niet binnen 10 a 20 minuten een fatsoenlijk gesprek voeren met mijn huisarts over wat het is om transgender te zijn, hoe het is om je ongehoord te voelen, dat de psycholoog (die aanbevolen werd) je niet serieus neemt omdat je niet aan een “ik hou van hakken, make-up en shoppen” stereotyp voldoet.

    Het is zoeken en hopen op de kleine dingetjes waarmee je jezelf uiteindelijk kunt helpen. “probeer dit”, “vermijd dat”, “ik schrijf een ander pilletje voor”, “laten we over 2 weken nog eens kijken” want er zijn nog 3 minuten over van je 10 minuten gesprek…

Leave a Reply