>Het werk is niet af, maar we zijn op de goede weg. Er is nu een kader waarin we vooruit kunnen. We hebben nog enkele pittige discussies voor ons.’ Minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) ziet perspectief in de discussie met Engie/Electrabel over de verlenging van de reactoren Doel 4 en Tihange 3. Ze acht het mogelijk dat voor het eind van het jaar een finaal akkoord is bereikt.
Samen met premier Alexander De Croo (Open VLD) sloot ze midden juli een niet-bindend akkoord met Engie/Electrabel over de verlenging van de twee reactoren voor tien jaar. Ze gaven dinsdag tekst en uitleg in de Kamercommissie Energie, die daarvoor was samengeroepen. De tekst van de letter of intent werdin afspraak met Engie/Electrabel vrijgegeven.
Daaruit blijkt dat Engie en de Belgische overheid inderdaad van plan zijn een aparte vennootschap op te richten, waarin ze elk voor 50 procent aandeelhouder zijn. Dat belet niet dat er ook een derde partij aandeelhouder kan worden.
‘We hebben goede leiders nodig die slechte boodschappen kunnen brengen’
Risico’s ingeperkt
Het gedeelde aandeelhouderschap beperkt de risico’s voor Engie/Electrabel, iets waar het bedrijf al lang op aanstuurt, en geeft mogelijkheden aan de staat om eventueel zelfs winst te boeken met de centrales. Maar volgens de teksten zal er ook nog een ‘geschikt steunmechanisme’ worden uitgewerkt door de Belgische staat.
Tussen haakjes volgt de suggestie dat dit een contract for differences zou kunnen zijn. Bij zo’n contract worden afspraken gemaakt over een minimum- en een maximumprijs van de geleverde elektriciteit. Daalt de prijs onder het minimum, dan springt de Belgische staat bij, stijgt de prijs boven het maximum uit, dan krijgt de Belgische overheid extra inkomsten.
Engie/Electrabel zou de risico’s zo dubbel inperken. Of de Belgische staat er beter van wordt, hangt af van de elektriciteitsprijs in de periode 2026-2036 en van de resultaten van de nog op te richten vennootschap. Bij de huidige prijzen zal geen steun nodig zijn, maar Engie/Electrabel wil zich indekken voor de volledige levensduurverlenging. De Europese Commissie moet zich hierover nog uitspreken.
Ook over het nucleair afval en de ontmanteling van de centrales, een grote bezorgdheid van Engie/Electrabel, zijn duidelijke afspraken gemaakt. Voor het nucleair afval en de splijtstoffen is afgesproken om een plafond af te spreken, een vast bedrag van wat de berging mag kosten, verhoogd met een risicopremie. De ontmanteling van de centrales valt voor rekening van Electrabel, behalve de kosten die duidelijk te maken hebben met de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3.
Het plafond en de afspraken over de ontmanteling baren sommigen grote zorgen, omdat volgens hen moeilijk te voorspellen is hoe hoog de kosten oplopen, en de factuur dus bij de belastingbetaler terecht dreigt te komen.
1 comment
>Het werk is niet af, maar we zijn op de goede weg. Er is nu een kader waarin we vooruit kunnen. We hebben nog enkele pittige discussies voor ons.’ Minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) ziet perspectief in de discussie met Engie/Electrabel over de verlenging van de reactoren Doel 4 en Tihange 3. Ze acht het mogelijk dat voor het eind van het jaar een finaal akkoord is bereikt.
Samen met premier Alexander De Croo (Open VLD) sloot ze midden juli een niet-bindend akkoord met Engie/Electrabel over de verlenging van de twee reactoren voor tien jaar. Ze gaven dinsdag tekst en uitleg in de Kamercommissie Energie, die daarvoor was samengeroepen. De tekst van de letter of intent werdin afspraak met Engie/Electrabel vrijgegeven.
Daaruit blijkt dat Engie en de Belgische overheid inderdaad van plan zijn een aparte vennootschap op te richten, waarin ze elk voor 50 procent aandeelhouder zijn. Dat belet niet dat er ook een derde partij aandeelhouder kan worden.
‘We hebben goede leiders nodig die slechte boodschappen kunnen brengen’
Risico’s ingeperkt
Het gedeelde aandeelhouderschap beperkt de risico’s voor Engie/Electrabel, iets waar het bedrijf al lang op aanstuurt, en geeft mogelijkheden aan de staat om eventueel zelfs winst te boeken met de centrales. Maar volgens de teksten zal er ook nog een ‘geschikt steunmechanisme’ worden uitgewerkt door de Belgische staat.
Tussen haakjes volgt de suggestie dat dit een contract for differences zou kunnen zijn. Bij zo’n contract worden afspraken gemaakt over een minimum- en een maximumprijs van de geleverde elektriciteit. Daalt de prijs onder het minimum, dan springt de Belgische staat bij, stijgt de prijs boven het maximum uit, dan krijgt de Belgische overheid extra inkomsten.
Engie/Electrabel zou de risico’s zo dubbel inperken. Of de Belgische staat er beter van wordt, hangt af van de elektriciteitsprijs in de periode 2026-2036 en van de resultaten van de nog op te richten vennootschap. Bij de huidige prijzen zal geen steun nodig zijn, maar Engie/Electrabel wil zich indekken voor de volledige levensduurverlenging. De Europese Commissie moet zich hierover nog uitspreken.
Ook over het nucleair afval en de ontmanteling van de centrales, een grote bezorgdheid van Engie/Electrabel, zijn duidelijke afspraken gemaakt. Voor het nucleair afval en de splijtstoffen is afgesproken om een plafond af te spreken, een vast bedrag van wat de berging mag kosten, verhoogd met een risicopremie. De ontmanteling van de centrales valt voor rekening van Electrabel, behalve de kosten die duidelijk te maken hebben met de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3.
Het plafond en de afspraken over de ontmanteling baren sommigen grote zorgen, omdat volgens hen moeilijk te voorspellen is hoe hoog de kosten oplopen, en de factuur dus bij de belastingbetaler terecht dreigt te komen.