‘Geef het Caribische deel van Nederland zetels in het parlement’
De verhouding van Nederland met het laatste restje overzees koninkrijk is nooit gemakkelijk geweest. Politicoloog Wouter Veenendaal en historicus Gert Oostindie hebben grote ideeën over hoe het beter kan.
Sheila Sitalsing 23 september 2022, 14:31
Al bijna vier eeuwen zijn ze verbonden met Nederland (véél langer dan Limburg), maar rimpelloos is de verbintenis nooit geweest. Je zal niet snel iemand serieus horen pleiten voor het verpatsen van Twente vanwege kansarme jongeren, of het afstoten van dat deel van Drenthe waar de armste mensen wonen en de grond het minste oplevert. Terwijl er eind 19de eeuw al stemmen opgingen aan de Noordzeekant om het Caribische deel van het koninkrijk – zes tropische eilanden – in de verkoop te doen. Weg ermee. Inspirerend voorbeeld was Denemarken, dat zijn Maagdeneilanden voor een nette prijs aan de VS overdeed.
Vervolgens ontworstelde voormalig Indië zich aan het koloniale juk, hobbelde Suriname de onafhankelijkheid in en bleef het laatste restje overzees koninkrijk fier overeind staan: de zes Caribische eilanden.
En dat blijft zo, zeggen Wouter Veenendaal en Gert Oostindie beslist. Er mag dan wel ook in deze eeuw af en toe een Nederlands politicus ‘zet ze op Marktplaats’ toeteren (PVV), of voor een gemenebest ijveren (VVD, SP), of dingen zeggen als ‘Als u morgen belt dat u eruit wil, gaan we dat onmiddellijk regelen’ (premier Rutte). Maar als je het aan beide wetenschappers vraagt, zeggen ze: gaat niet gebeuren.
Daarvoor zijn de belangen aan Caribische zijde te groot. Bovendien wonen er in Nederland inmiddels 170 duizend zielen van Antilliaanse afkomst, dat zijn meer mensen dan op het grootste eiland, Curaçao, wonen. ‘Het zevende eiland’, noemt Oostindie ze. ‘Alleen hierom al is het ondenkbaar dat je de banden zou doorsnijden.’
Over hoe het zo gekomen is – met een geschiedenis van verovering en mensenhandel – en hoe het dan wél verder moet – nee, niet moet, zou kunnen, want ze willen niet de indruk wekken dat ze als makamba’s iets voorschrijven – schreven ze een boek met een titel die het huwelijk mooi samenvat: Ongemak.
Wouter Veenendaal (1986) is politicoloog, doceert in Leiden en onderzoekt hoe politiek en democratie werken in kleine (eiland)staten. Historicus Gert Oostindie (1955) buigt zich al een leven lang over koloniale en postkoloniale geschiedenis.
‘De eilanden’ vormden vroeger één land, de Antillen. Twaalf jaar geleden, op 10 oktober 2010 (ook wel: ‘tientientien’), viel dat land uiteen in drie landen (Curaçao, Sint Maarten en het al eerder afgescheiden Aruba) en drie ‘bijzondere gemeenten’ (Bonaire, Sint Eustatius en Saba, oftewel de BES). De BES is binnenland, net als Delft of Amersfoort.
Ze hebben grote ideeën. Zoals: geef de drie grote eilanden zetels in het Nederlandse parlement. Voer er burgerfora en loting in. En Nederland: wees verantwoordelijker, en royaler.
**Achterin schrijven jullie dat ‘zeker rond dit thema twee witte mannen uit Nederland aan de Noordzee alléén niet de wijsheid in pacht kunnen hebben’, en bedanken jullie Antilliaanse collega’s voor kritisch meelezen. Zouden jullie dat tien jaar geleden ook zo hebben gedaan?**
Oostindie: ‘Vroeger zou ik daar misschien wegwuiverig over hebben gedaan.’
Veenendaal: ‘Gert is dertig jaar ouder dan ik. Dat maakt uit, ja. Toen ik voor het eerst op Curaçao kwam, was ik me er ontzettend van bewust dat ik een witte Nederlander ben die niet vanzelfsprekend met open armen wordt ontvangen. Curaçaose collega-politicologen klaagden: jij komt binnenvliegen met een dikke onderzoeksbeurs, gaat straks weer weg om elders mooie sier te maken met je onderzoek en wij horen er nooit meer wat van. Daar is een term voor: drive-by research. Daarom maak ik data en resultaten lokaal breed beschikbaar.’
Oostindie: ‘Het heeft ook voordelen om buitenstaander te zijn. De grote Curaçaose schrijver Boeli van Leeuwen verweet me eens arrogantie omdat ik had gesteld dat de eilanden van weinig belang zijn voor Nederland. Later kwam hij daarvan terug en zei hij: ‘Jij kan pijnlijke dingen zeggen die we zelf niet hardop kunnen uitspreken.’’
**Waarom is er zo weinig liefde in Nederland voor een gebiedsdeel dat met geweld is geannexeerd en al vier eeuwen erbij hoort?**
Veenendaal: ‘Het is desinteresse. De BES-eilanden zijn al twaalf jaar binnenland. Maar op ministeries hier is het institutionele geheugen zwak is en wordt beleid gedachtenloos opgelegd. Daar gaat echt iets fout. Dan zet Nederland een nieuwe brandweerkazerne neer op Bonaire mét centrale verwarming, omdat dit hier in de bouwvoorschriften staat. Terwijl het daar altijd 29 graden is.’
Oostindie: ‘Wat ook meespeelt: huidskleur. En taal.’
Veenendaal: ‘De eilanden willen uit pragmatisme in het koninkrijk blijven, niet uit liefde. De ontwikkelingen in Suriname na 1975 zijn geen reclame voor soevereiniteit.’
Oostindie: ‘Met Nederlands-Indië waren de banden altijd sterk. Aan de vooravond van de Japanse bezetting woonden daar 100 duizend Nederlanders. Ook met Suriname was affiniteit, omdat dat land heel Nederlands is, nog steeds, ook door de taal. Met de Antillen was dat minder. Er woonden hooguit enkele honderden Nederlanders. Na de slavernijperiode gingen de eilanden heel erg hun eigen gang en Nederland vond dat best.’
**Je zou haast denken dat alleen de koning van het overzeese deel van het koninkrijk houdt.**
Veenendaal: ‘En omgekeerd! Het koningshuis is er populairder dan in Nederland. Voor het koninklijk huis is het deel van de machtsbasis. Voor de bevolking is het Nederlandse paspoort ontzettend belangrijk. Dat opent deuren en maakt onbekommerd reizen mogelijk.’
**Boeli van Leeuwen schreef ooit: was Johannes van Walbeeck, die in 1634 Curaçao veroverde op de Spanjaarden, maar doorgezeild, dan waren we nooit in deze kille verhouding beland. Maar jullie adviseren om níét onafhankelijk te worden.**
Veenendaal: ‘Saint Kitts is het laatste Caribische eiland dat onafhankelijk is geworden, in 1983. Dat is niet voor niets. Het verschil tussen soevereine en niet-soevereine kleine eilandstaten is enorm. In welvaartsontwikkeling, in militaire bescherming, in weerbaarheid tegen grote criminaliteit, in bescherming van burgerrechten, in toegang tot hoger onderwijs. Op veel vlakken zijn kleine eilanden beter af als ze verbonden blijven met een oud-kolonisator. De voordelen aan de postkoloniale status zijn zo groot, dat ook Antilliaanse politici soms zéggen dat ze soevereiniteit willen, maar nooit nu. Altijd later.’
Interessante gedachte, in het buitenland is het niet ongewoon dat ze zetels reserveren voor hun ‘buitengebieden’, en vaak proportioneel iets zwaarder. In Denemarken bijvoorbeeld reserveren ze speciale zetels voor kiezers uit Groenland en Farroer eilanden.
Doe hetzelfde ook voor de provincies.
Voorstel van Pieter Omtzigt is prima, om het Deens model te volgen.
Lijkt me geen verkeerd idee, alleen al om de zichtbaarheid van Caribisch Nederland te vergroten, want volgens mij is het voor de meeste mensen vooral iets waar men even over hoort als er weer wat naars (vluchtelingencrisis, een ramp, of corruptie of zo) over in het nieuws komt – en dan is men dat deel van het land weer vergeten.
En het mag wel eens wat vaker deel gaan uitmaken van de Europees Nederlandse mediasfeer. Doen we die teringbende van Onguur Nederland eruit, en tijd voor een Caribisch Nederlandse zender. Eerst maar eens goed de mensen hier herinneren dat het land een stukje groter is dan we vaak denken – want als het overgrote deel van de Nederlandse bevolking niet echt bewust is van het Caribische deel is het lastig om het mensen te laten boeien.
Maar ja, eerst maar eens van Rutte af zien te komen.
Enkele opmerkingen over dit artikel vanuit een Arubaans perspectief:
Op Aruba is Nederland niet decennia lang bezig met het investeren op het eiland. Dit is een misverstand dat vloeit uit de media die altijd de eilanden in een hoop willen gooien. Zelfs in dit artikel zie je dat nog steeds. Veel vergelijkingen die gemaakt worden tussen “eilanden en Nederland” kunnen worden aangepast naar “Curacao en Nederland”. Er wonen dus niet meer mensen uit de “Antillen” in Nederland dan op het grootste eiland Curacao, maar er wonen bijna zoveel Curacaoenaars in NL dan in Curacao zelf. Dit is maar een voorbeeld, maar het is belangerijk om de context te begrijpen van de relatie tussen de bevolkingen van elk eiland tegenover NL.
Hier is helemaal niemand en dus ook geen enkel politieke partij met onafhankelijkheid bezig. Aruba betaalt al decennia alles zelf(met uitzondering van COVID, en die zijn ook maar leningen die terugbetaalt hoeven te worden). Er was ooit een soort van ontwikkelingshulp van zo’n 15-25 miljoen Florin per jaar, maar dit is in de jaren 90 door Aruba zelf stopgezet.
Over het voorstel van Veenendaal en Oostindie ben ik volstrekt mee eens. Ik heb hier op de subreddit ooit ook al opgemerkt dat er een grote democratische achterstand bestaat in ons koninkrijk en dat enkele zetels toegevoegd aan het Nederlands parlement dit zou kunnen oplossen. We hebben namelijk een “rijksministerraad”, maar er ontbreekt een “rijksparlement”. Dit leidt tot “powertrips” van Nederlandse bestuurders tegenover de eilanden waar ze adviezen van de Raad van State(waar continu de Nederlandse overheid filleert word over de handelingen mbt het koninkrijk) gewoon kunnen negeren. Dit kan zomaar gebeuren omdat de commissie koninkrijksrelaties veelal de Nederlandse regering op hun woord geloven of te laat reageert op gebeurtenissen.
Parlamentaire zetels zou naast een onafhankelijk geschillencommissie(zoals er al plannen voor waren) en toetsen naar het statuut wat wel en niet mag, zou kunnen leiden tot orde op zaken waar politici niet meer beleid proberen te voeren gebasseerd op hun persoonlijke gedachten of bereidheid.
>Oostindie: ‘Geef ze daarom drie zetels in het Nederlandse parlement, zodat volksvertegenwoordigers het debat kunnen beïnvloeden. Over koninkrijkszaken, buitenlands beleid, justitie; alles dat ze raakt.’
Behoorlijk absurd dat we dit niet doen, hoe snel kan dit geregeld worden?
Oh ja, en hoe snel denk je dat dit zal gaan…?
6 comments
INTERVIEW WOUTER VEENENDAAL EN GERT OOSTINDIE
‘Geef het Caribische deel van Nederland zetels in het parlement’
De verhouding van Nederland met het laatste restje overzees koninkrijk is nooit gemakkelijk geweest. Politicoloog Wouter Veenendaal en historicus Gert Oostindie hebben grote ideeën over hoe het beter kan.
Sheila Sitalsing 23 september 2022, 14:31
Al bijna vier eeuwen zijn ze verbonden met Nederland (véél langer dan Limburg), maar rimpelloos is de verbintenis nooit geweest. Je zal niet snel iemand serieus horen pleiten voor het verpatsen van Twente vanwege kansarme jongeren, of het afstoten van dat deel van Drenthe waar de armste mensen wonen en de grond het minste oplevert. Terwijl er eind 19de eeuw al stemmen opgingen aan de Noordzeekant om het Caribische deel van het koninkrijk – zes tropische eilanden – in de verkoop te doen. Weg ermee. Inspirerend voorbeeld was Denemarken, dat zijn Maagdeneilanden voor een nette prijs aan de VS overdeed.
Vervolgens ontworstelde voormalig Indië zich aan het koloniale juk, hobbelde Suriname de onafhankelijkheid in en bleef het laatste restje overzees koninkrijk fier overeind staan: de zes Caribische eilanden.
En dat blijft zo, zeggen Wouter Veenendaal en Gert Oostindie beslist. Er mag dan wel ook in deze eeuw af en toe een Nederlands politicus ‘zet ze op Marktplaats’ toeteren (PVV), of voor een gemenebest ijveren (VVD, SP), of dingen zeggen als ‘Als u morgen belt dat u eruit wil, gaan we dat onmiddellijk regelen’ (premier Rutte). Maar als je het aan beide wetenschappers vraagt, zeggen ze: gaat niet gebeuren.
Daarvoor zijn de belangen aan Caribische zijde te groot. Bovendien wonen er in Nederland inmiddels 170 duizend zielen van Antilliaanse afkomst, dat zijn meer mensen dan op het grootste eiland, Curaçao, wonen. ‘Het zevende eiland’, noemt Oostindie ze. ‘Alleen hierom al is het ondenkbaar dat je de banden zou doorsnijden.’
Over hoe het zo gekomen is – met een geschiedenis van verovering en mensenhandel – en hoe het dan wél verder moet – nee, niet moet, zou kunnen, want ze willen niet de indruk wekken dat ze als makamba’s iets voorschrijven – schreven ze een boek met een titel die het huwelijk mooi samenvat: Ongemak.
Wouter Veenendaal (1986) is politicoloog, doceert in Leiden en onderzoekt hoe politiek en democratie werken in kleine (eiland)staten. Historicus Gert Oostindie (1955) buigt zich al een leven lang over koloniale en postkoloniale geschiedenis.
‘De eilanden’ vormden vroeger één land, de Antillen. Twaalf jaar geleden, op 10 oktober 2010 (ook wel: ‘tientientien’), viel dat land uiteen in drie landen (Curaçao, Sint Maarten en het al eerder afgescheiden Aruba) en drie ‘bijzondere gemeenten’ (Bonaire, Sint Eustatius en Saba, oftewel de BES). De BES is binnenland, net als Delft of Amersfoort.
Ze hebben grote ideeën. Zoals: geef de drie grote eilanden zetels in het Nederlandse parlement. Voer er burgerfora en loting in. En Nederland: wees verantwoordelijker, en royaler.
**Achterin schrijven jullie dat ‘zeker rond dit thema twee witte mannen uit Nederland aan de Noordzee alléén niet de wijsheid in pacht kunnen hebben’, en bedanken jullie Antilliaanse collega’s voor kritisch meelezen. Zouden jullie dat tien jaar geleden ook zo hebben gedaan?**
Oostindie: ‘Vroeger zou ik daar misschien wegwuiverig over hebben gedaan.’
Veenendaal: ‘Gert is dertig jaar ouder dan ik. Dat maakt uit, ja. Toen ik voor het eerst op Curaçao kwam, was ik me er ontzettend van bewust dat ik een witte Nederlander ben die niet vanzelfsprekend met open armen wordt ontvangen. Curaçaose collega-politicologen klaagden: jij komt binnenvliegen met een dikke onderzoeksbeurs, gaat straks weer weg om elders mooie sier te maken met je onderzoek en wij horen er nooit meer wat van. Daar is een term voor: drive-by research. Daarom maak ik data en resultaten lokaal breed beschikbaar.’
Oostindie: ‘Het heeft ook voordelen om buitenstaander te zijn. De grote Curaçaose schrijver Boeli van Leeuwen verweet me eens arrogantie omdat ik had gesteld dat de eilanden van weinig belang zijn voor Nederland. Later kwam hij daarvan terug en zei hij: ‘Jij kan pijnlijke dingen zeggen die we zelf niet hardop kunnen uitspreken.’’
**Waarom is er zo weinig liefde in Nederland voor een gebiedsdeel dat met geweld is geannexeerd en al vier eeuwen erbij hoort?**
Veenendaal: ‘Het is desinteresse. De BES-eilanden zijn al twaalf jaar binnenland. Maar op ministeries hier is het institutionele geheugen zwak is en wordt beleid gedachtenloos opgelegd. Daar gaat echt iets fout. Dan zet Nederland een nieuwe brandweerkazerne neer op Bonaire mét centrale verwarming, omdat dit hier in de bouwvoorschriften staat. Terwijl het daar altijd 29 graden is.’
Oostindie: ‘Wat ook meespeelt: huidskleur. En taal.’
Veenendaal: ‘De eilanden willen uit pragmatisme in het koninkrijk blijven, niet uit liefde. De ontwikkelingen in Suriname na 1975 zijn geen reclame voor soevereiniteit.’
Oostindie: ‘Met Nederlands-Indië waren de banden altijd sterk. Aan de vooravond van de Japanse bezetting woonden daar 100 duizend Nederlanders. Ook met Suriname was affiniteit, omdat dat land heel Nederlands is, nog steeds, ook door de taal. Met de Antillen was dat minder. Er woonden hooguit enkele honderden Nederlanders. Na de slavernijperiode gingen de eilanden heel erg hun eigen gang en Nederland vond dat best.’
**Je zou haast denken dat alleen de koning van het overzeese deel van het koninkrijk houdt.**
Veenendaal: ‘En omgekeerd! Het koningshuis is er populairder dan in Nederland. Voor het koninklijk huis is het deel van de machtsbasis. Voor de bevolking is het Nederlandse paspoort ontzettend belangrijk. Dat opent deuren en maakt onbekommerd reizen mogelijk.’
**Boeli van Leeuwen schreef ooit: was Johannes van Walbeeck, die in 1634 Curaçao veroverde op de Spanjaarden, maar doorgezeild, dan waren we nooit in deze kille verhouding beland. Maar jullie adviseren om níét onafhankelijk te worden.**
Veenendaal: ‘Saint Kitts is het laatste Caribische eiland dat onafhankelijk is geworden, in 1983. Dat is niet voor niets. Het verschil tussen soevereine en niet-soevereine kleine eilandstaten is enorm. In welvaartsontwikkeling, in militaire bescherming, in weerbaarheid tegen grote criminaliteit, in bescherming van burgerrechten, in toegang tot hoger onderwijs. Op veel vlakken zijn kleine eilanden beter af als ze verbonden blijven met een oud-kolonisator. De voordelen aan de postkoloniale status zijn zo groot, dat ook Antilliaanse politici soms zéggen dat ze soevereiniteit willen, maar nooit nu. Altijd later.’
Interessante gedachte, in het buitenland is het niet ongewoon dat ze zetels reserveren voor hun ‘buitengebieden’, en vaak proportioneel iets zwaarder. In Denemarken bijvoorbeeld reserveren ze speciale zetels voor kiezers uit Groenland en Farroer eilanden.
Doe hetzelfde ook voor de provincies.
Voorstel van Pieter Omtzigt is prima, om het Deens model te volgen.
Lijkt me geen verkeerd idee, alleen al om de zichtbaarheid van Caribisch Nederland te vergroten, want volgens mij is het voor de meeste mensen vooral iets waar men even over hoort als er weer wat naars (vluchtelingencrisis, een ramp, of corruptie of zo) over in het nieuws komt – en dan is men dat deel van het land weer vergeten.
En het mag wel eens wat vaker deel gaan uitmaken van de Europees Nederlandse mediasfeer. Doen we die teringbende van Onguur Nederland eruit, en tijd voor een Caribisch Nederlandse zender. Eerst maar eens goed de mensen hier herinneren dat het land een stukje groter is dan we vaak denken – want als het overgrote deel van de Nederlandse bevolking niet echt bewust is van het Caribische deel is het lastig om het mensen te laten boeien.
Maar ja, eerst maar eens van Rutte af zien te komen.
Enkele opmerkingen over dit artikel vanuit een Arubaans perspectief:
Op Aruba is Nederland niet decennia lang bezig met het investeren op het eiland. Dit is een misverstand dat vloeit uit de media die altijd de eilanden in een hoop willen gooien. Zelfs in dit artikel zie je dat nog steeds. Veel vergelijkingen die gemaakt worden tussen “eilanden en Nederland” kunnen worden aangepast naar “Curacao en Nederland”. Er wonen dus niet meer mensen uit de “Antillen” in Nederland dan op het grootste eiland Curacao, maar er wonen bijna zoveel Curacaoenaars in NL dan in Curacao zelf. Dit is maar een voorbeeld, maar het is belangerijk om de context te begrijpen van de relatie tussen de bevolkingen van elk eiland tegenover NL.
Hier is helemaal niemand en dus ook geen enkel politieke partij met onafhankelijkheid bezig. Aruba betaalt al decennia alles zelf(met uitzondering van COVID, en die zijn ook maar leningen die terugbetaalt hoeven te worden). Er was ooit een soort van ontwikkelingshulp van zo’n 15-25 miljoen Florin per jaar, maar dit is in de jaren 90 door Aruba zelf stopgezet.
Over het voorstel van Veenendaal en Oostindie ben ik volstrekt mee eens. Ik heb hier op de subreddit ooit ook al opgemerkt dat er een grote democratische achterstand bestaat in ons koninkrijk en dat enkele zetels toegevoegd aan het Nederlands parlement dit zou kunnen oplossen. We hebben namelijk een “rijksministerraad”, maar er ontbreekt een “rijksparlement”. Dit leidt tot “powertrips” van Nederlandse bestuurders tegenover de eilanden waar ze adviezen van de Raad van State(waar continu de Nederlandse overheid filleert word over de handelingen mbt het koninkrijk) gewoon kunnen negeren. Dit kan zomaar gebeuren omdat de commissie koninkrijksrelaties veelal de Nederlandse regering op hun woord geloven of te laat reageert op gebeurtenissen.
Parlamentaire zetels zou naast een onafhankelijk geschillencommissie(zoals er al plannen voor waren) en toetsen naar het statuut wat wel en niet mag, zou kunnen leiden tot orde op zaken waar politici niet meer beleid proberen te voeren gebasseerd op hun persoonlijke gedachten of bereidheid.
>Oostindie: ‘Geef ze daarom drie zetels in het Nederlandse parlement, zodat volksvertegenwoordigers het debat kunnen beïnvloeden. Over koninkrijkszaken, buitenlands beleid, justitie; alles dat ze raakt.’
Behoorlijk absurd dat we dit niet doen, hoe snel kan dit geregeld worden?
Oh ja, en hoe snel denk je dat dit zal gaan…?