Het openbaar vervoer bestaat niet meer. Het is collectief individueel vervoer geworden

5 comments
  1. Op deze plek schrijven Peter Giesen en Sheila Sitalsing beurtelings wat hun is overkomen of opgevallen op de weg en in de berm.

    25 oktober 2022
    ‘Wie een spoorwegcoupé betreedt, geeft zijn vrijheid op. Elke rit met de spoorwegen is een gevangenentransport’, schreef de Duitse dichter Otto Julius Bierbaum in 1902. De auto verloste Bierbaum van de beperkingen van het spoorboekje, de mensenmassa’s in het station en vooral de aanwezigheid van hinderlijke medereizigers. ‘We zullen nooit meer het gevaar lopen met een onuitstaanbaar mens in een coupé te worden opgesloten, wiens venster ook bij drukkende hitte niet mag worden geopend’, schreef hij.

    Ik moet steeds vaker aan Bierbaum denken als ik met de trein reis. In Frankrijk kun je een speld horen vallen in de tgv. Telefoneren doe je op het balkon. Uiteraard is die vorm van etiquette in ons ‘dat-maken-we-zelf-wel-uit-land’ niet te handhaven. Dus wordt er luidruchtig geconverseerd en oeverloos in de telefoon gewauweld. Ook een trend: video’s kijken met de luidspreker aan, alsof de koptelefoon nog moet worden uitgevonden.

    Zolang passagiers in hun eigen afgesloten bubbel zitten – muziekje op met oortjes – is er niets aan de hand. Erger zijn de reizigers die een halfdoorlatende bubbel hebben opgetrokken. Zelf kun je niet tot ze doordringen. Ze mijden oogcontact en worden totaal in beslag genomen door het telefoongesprek dat ze voeren. Maar omgekeerd schreeuwen ze ongegeneerd de intiemste informatie door de wagon. Zo heb ik reizigers hun relatie horen beëindigen (‘godverdomme, klootzak, ik dacht ik je kon vertrouwen’) of de seksuele eigenaardigheden van een meisje horen evalueren (‘die is zo geil, die doet alles, behalve anaal’).

    Vluchten naar de eerste klas biedt geen soelaas. Daar wordt telefonisch zaken gedaan en weerklinkt het managementjargon (‘Piet is de trekker van dit project, maar hij begint toch een liability te worden, daar moeten we proactiever in optreden’). Moderne treinreizigers communiceren met de buitenwereld, maar behandelen elkaar als lucht. Het openbaar vervoer bestaat niet meer. Het is collectief individueel vervoer geworden.

    Als historicus wantrouw ik mijn eigen gemopper. Zijn reizigers inderdaad luidruchtiger geworden? Of erger ik me sneller naarmate ik ouder word? Of allebei? Hoe dan ook, ik verlang naar de auto van de toekomst die op de snelweg autonoom zal rijden. Onderweg lezen en werken, net als in de trein, maar dan zonder het rumoer van medepassagiers. Als we dan toch in bubbels reizen, kies ik liever mijn eigen bubbel.

  2. Heeft hij nooit van stilte coupes gehoord? Die bevallen mij prima, de paar keer per jaar dat ik de trein (lang) nodig heb.

  3. Een stiltecoupé, noisecancelling oortjes/koptelefoon of iets minder lange tenen. Als je 1 van deze dingen hebt is de overlast die hij benoemt echt een non-probleem. Sterker nog, als iemand haar relatie uitmaakt in de trein doe ik mn oortje uit. Gratis entertainment.

  4. Ik zeg meestal wel iets tegen m’n treingenoten als ik ga zitten. Iets als goedemorgen, lekker weertje, wat een chaos weer bij de NS. En 7 van de 10 keer rolt daar wel een gesprekje uit.

    En als mensen echt irritant doen. Luid muziek op hebben staan (zeker als het muziek is die ik niet trek). Of echt een lang / luid gesprek voeren op de telefoon e.d. Moet je ze gewoon er op aanspreken. Denk dat de schrijver van het stukje het er zelf een beetje naar maakt.

Leave a Reply