**Zeven jaar na zijn dramatisch geëindigde stage krijgt journalist Geerlof de Mooij een nieuwe kans**
*Je bent 19, hebt nog nooit een nieuwsbericht geschreven en gaat stagelopen bij een landelijke krant. Je voelt een enorme druk, blokkeert, vraagt geen hulp, maar kiest een verkeerde afslag. Geerlof de Mooij (27) plagieerde ruim zeven jaar geleden op grote schaal. Nu krijgt hij een nieuwe kans bij deze krant. „Er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt dit op het spel te zetten”*
Hij komt net terug van een lange reis. Veertien maanden lang fietste Geerlof de Mooij door Europa en het Midden-Oosten; van het Zuid-Hollandse Rijnsburg naar Iran en weer terug. Of hij tijdens die reis, waarop hij grotendeels op zichzelf was aangewezen, nog veel aan zijn misstap van zeven jaar geleden heeft gedacht? „Ik was er niet continu mee bezig – het is inmiddels lang geleden – maar de gebeurtenis sluimert altijd op de achtergrond”, vertelt de inmiddels 27-jarige journalist.
Zeven jaar geleden was beginnend journalist Geerlof één dag landelijk nieuws. Zijn naam stond in De Volkskrant, in een hoofdredactioneel bericht aan de lezer. De aanleiding was niet plezierig: Geerlof, student International Studies aan de Universiteit Leiden, had tijdens zijn stage bij De Volkskrant bij ongeveer een derde van zijn stukken passages gekopieerd uit andermans artikelen. In het ernstigste geval had hij een compleet interview met een van de uitvoerders van de massamoord in Srebrenica bij elkaar geknipt en geplakt. Het interview zou telefonisch hebben plaatsgevonden, in werkelijkheid had hij de Bosnische Kroaat Drazen Erdemovic niet gesproken.
Het was een glijdende schaal, vertelt Geerlof nu, op de vraag hoe het zo kon misgaan. Hij praat er openhartig over, maar aan zijn stem is te horen dat het hem nog altijd niet koud laat. Als stagiair kwam hij op de economieredactie terecht. Hij had nog nooit een nieuwsbericht geschreven en economische vraagstukken waren niet zijn expertise. „In mijn eerste stageweek ging het best goed, maar de tweede week lukte niets. Toen ik aan de derde week begon, was ik daardoor heel gestrest. Ik dacht: dit móét lukken.”
Hij moest een stuk schrijven over de hypotheekschuld. Naar eigen zeggen een ’supertechnisch verhaal, waar hij geen verstand van had’. „Wat ik had móéten doen, was om hulp vragen, maar dat lag niet in mijn aard. Ik zag een artikel in Het Financieele Dagblad en daarin werd het onderwerp heel kernachtig verwoord. Ik nam de zinsnede over met het idee die later aan te passen. Rond half 7 ’s avonds vroeg de eindredactie: gaat het nog lukken met het stuk? Tot het laatste moment ben ik blijven stressen en uiteindelijk heb ik de passage erin gelaten.”
**Hoe ging je die dag naar huis?**
„Ik was doodsbang dat iemand het zou zien. Ik wist donders goed wat ik had gedaan. Ik zat in de trein terug naar huis en dacht: dit komt uit. Maar niemand begon erover. De volgende dag dacht ik: pff, dit moet ik nooit meer doen.”
**Je was door het oog van de naald gekropen.**
„Ja, maar de volgende dag moest ik weer een artikel leveren en de dag erna weer. Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik net zoveel moest produceren als de rest. Ik vergeleek mezelf met iedereen: met de andere stagiairs, maar ook met mensen die er al jaren werkten. Ik wilde net zo goed zijn als zij, maar dat was ik natuurlijk niet. Voordat ik het wist, kwam ik in dezelfde situatie en deed ik het weer.”
Geerlof liep voor het eerst tegen de lamp toen hij een reportage over Fokker moest maken. Hij kon pas laat op de dag naar de vliegtuigfabrikant toe en toen hij terugkwam, hoorde hij dat er meer ruimte was vrijgekomen. In plaats van 400 woorden, moest hij er 700 leveren. „Ik was in paniek en kwam er niet uit. Uiteindelijk heb ik een paar zinnen overgenomen uit een artikel van de NRC. De auteur van dat stuk las dat en nam contact op met De Volkskrant. Ik werd op het matje geroepen. Mijn chef zei: ’Dit kan echt niet. Dit is een doodzonde in de journalistiek. Besef je dat?’.”
Geerlof kreeg nog een kans. „Dit moet ik nóóit meer doen, dacht ik. Ik loop op het randje en was er bijna af gevallen.” Maar in plaats van het over een andere boeg te gooien, ging het plagiëren verder. De druk in zijn hoofd liep verder op, waardoor hij nog minder uit zijn vingers kreeg en steeds vaker zijn heil zocht bij de woorden van anderen.
**Wat je vertelt is voor veel beginnende journalisten denk ik herkenbaar. Je voelt een druk, wilt graag publiceren en vergelijkt jezelf continu met anderen. Wijt je het plagiëren ook aan de sfeer op zo’n redactie?**
„Iedereen die begint is continu gestresst, maar dat is geen reden om vals te spelen. Stress is nu eenmaal verbonden aan een baan bij een landelijke krant met een dagelijkse deadline – zeker als je net begint. Een andere stagiair met wie ik veel optrok sliep bijvoorbeeld niet van de stress, maar hij plagieerde niet en ik wel.”
**Waarom deed jij dat wel en anderen niet?**
„Dat is een vraag waarover ik veel heb nagedacht. Het korte antwoord is: ik zat daar niet voor De Volkskrant, maar voor mezelf.”
Het plagiëren kwam tot een hoogtepunt toen het twintig jaar geleden was dat de genocide in Srebrenica had plaatsgevonden. Een onderwerp waar Geerlof veel vanaf wist, omdat hij zijn profielwerkstuk op de middelbare school hierover had geschreven. De krant wilde uitpakken met een special en Geerlof wilde meehelpen. „Ik wilde een groot stuk in de zaterdagbijlage hebben. Ik dacht: hoe gaaf zou het zijn als ik een van de daders van de massamoord kan spreken? Daar ging ik volledig voor.”
„Ik had een boek gelezen over een van de daders, dus probeerde hem te pakken te krijgen. Daarin ben ik ver gegaan. Ik belde met Bosnische kranten, maar uiteindelijk kwam ik erachter dat hij in een getuigenbeschermingsprogramma van het Joegoslaviëtribunaal zat. Het was daardoor onmogelijk hem te spreken. Ik had er al veel tijd ingestopt toen mijn chef vroeg: gaat het lukken? Op dat moment besloot ik te zeggen: ja, het gaat lukken. Terwijl ik wist dat dat niet zo was.”
Geerlof sprokkelde het interview bij elkaar uit onder meer een boek en een toneeltekst. „Dat is het stuk waarvoor ik me het meest schaam. De chef heeft samen met mij de tekst doorgenomen, terwijl ik het had overgenomen uit een boek.”
**Hoe voel je je op zo’n moment? Je chef is enthousiast dat het gelukt is en jij weet dat je het hebt overgenomen.**
„Ik was bang. Je moet tegen veel mensen liegen als je plagieert. Dat is waar ik me het meest voor schaam. Er kwamen redacteuren naar me toe om te vragen hoe ik dat interview voor elkaar had gekregen. Ik kon daar best goed antwoord op geven, want ik had veel research gedaan. Blijkbaar was mijn eerzucht groter dan mijn morele besef.”
Toen Geerlof bijna dagelijks begon over te schrijven, was er geen houden meer aan: zijn buitenlandchef ontdekte het bedrog. Hij werd op het matje geroepen bij de toenmalige Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque. „Ik ben hem veel verschuldigd. Hij is nooit tegen me gaan schreeuwen of wat dan ook. Hij zei: ik vergeef niet wat je hebt gedaan, maar ik vergeef je wel als persoon. Het was zijn prioriteit te zorgen dat het goed met me zou aflopen. Hij wilde dat ik hulp zocht en ik moest beloven dat ik mijn ouders zou bellen, die op dat moment op vakantie waren. Ik was er slecht aan toe. Ik ben naar een oudere kennis gegaan. Hij zei: beloof me dat je geen gekke dingen gaat doen.”
Bij de meeste beroepen wordt het niet breeduit in de media vermeld als je er een potje van maakt. Ook dat maakt deze zaak wel redelijk uniek.
Dat is Mooij voor Geerlof, maar wat een domme actie.
Wel vreemd dat men niet een beetje op de stagiair let en deze stuurt, moet die zelfstandig al volwaardig werk doen?
Ik gun die jongen het beste, en het komt vast wel goed. Maar een tweede kans (dixit zijn nieuwe hoofdredacteur) is het natuurlijk niet:
>*Geerlof kreeg nog een kans. „Dit moet ik nóóit meer doen, dacht ik. Ik loop op het randje en was er bijna af gevallen.” Maar in plaats van het over een andere boeg te gooien, ging het plagiëren verder.*
Dát was zijn tweede kans, en ook die verprutste hij. Inmiddels is dit dus zijn derde kans. Dat maakt het geheel wel een stuk opvallender.
Naast het plagiaat vind ik het bizar hoe weinig journalisten blijkbaar van iets hoeven te weten om er over te schrijven in een landelijke krant:
>Hij moest een stuk schrijven over de hypotheekschuld. Naar eigen zeggen een ’supertechnisch verhaal, waar hij geen verstand van had’.
>Het plagiëren kwam tot een hoogtepunt toen het twintig jaar geleden was dat de genocide in Srebrenica had plaatsgevonden. Een onderwerp waar Geerlof veel vanaf wist, omdat hij zijn profielwerkstuk op de middelbare school hierover had geschreven.
En ik had altijd het idee dat de Volkskrant een van de betere kranten is.
5 comments
**Zeven jaar na zijn dramatisch geëindigde stage krijgt journalist Geerlof de Mooij een nieuwe kans**
*Je bent 19, hebt nog nooit een nieuwsbericht geschreven en gaat stagelopen bij een landelijke krant. Je voelt een enorme druk, blokkeert, vraagt geen hulp, maar kiest een verkeerde afslag. Geerlof de Mooij (27) plagieerde ruim zeven jaar geleden op grote schaal. Nu krijgt hij een nieuwe kans bij deze krant. „Er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt dit op het spel te zetten”*
Hij komt net terug van een lange reis. Veertien maanden lang fietste Geerlof de Mooij door Europa en het Midden-Oosten; van het Zuid-Hollandse Rijnsburg naar Iran en weer terug. Of hij tijdens die reis, waarop hij grotendeels op zichzelf was aangewezen, nog veel aan zijn misstap van zeven jaar geleden heeft gedacht? „Ik was er niet continu mee bezig – het is inmiddels lang geleden – maar de gebeurtenis sluimert altijd op de achtergrond”, vertelt de inmiddels 27-jarige journalist.
Zeven jaar geleden was beginnend journalist Geerlof één dag landelijk nieuws. Zijn naam stond in De Volkskrant, in een hoofdredactioneel bericht aan de lezer. De aanleiding was niet plezierig: Geerlof, student International Studies aan de Universiteit Leiden, had tijdens zijn stage bij De Volkskrant bij ongeveer een derde van zijn stukken passages gekopieerd uit andermans artikelen. In het ernstigste geval had hij een compleet interview met een van de uitvoerders van de massamoord in Srebrenica bij elkaar geknipt en geplakt. Het interview zou telefonisch hebben plaatsgevonden, in werkelijkheid had hij de Bosnische Kroaat Drazen Erdemovic niet gesproken.
Het was een glijdende schaal, vertelt Geerlof nu, op de vraag hoe het zo kon misgaan. Hij praat er openhartig over, maar aan zijn stem is te horen dat het hem nog altijd niet koud laat. Als stagiair kwam hij op de economieredactie terecht. Hij had nog nooit een nieuwsbericht geschreven en economische vraagstukken waren niet zijn expertise. „In mijn eerste stageweek ging het best goed, maar de tweede week lukte niets. Toen ik aan de derde week begon, was ik daardoor heel gestrest. Ik dacht: dit móét lukken.”
Hij moest een stuk schrijven over de hypotheekschuld. Naar eigen zeggen een ’supertechnisch verhaal, waar hij geen verstand van had’. „Wat ik had móéten doen, was om hulp vragen, maar dat lag niet in mijn aard. Ik zag een artikel in Het Financieele Dagblad en daarin werd het onderwerp heel kernachtig verwoord. Ik nam de zinsnede over met het idee die later aan te passen. Rond half 7 ’s avonds vroeg de eindredactie: gaat het nog lukken met het stuk? Tot het laatste moment ben ik blijven stressen en uiteindelijk heb ik de passage erin gelaten.”
**Hoe ging je die dag naar huis?**
„Ik was doodsbang dat iemand het zou zien. Ik wist donders goed wat ik had gedaan. Ik zat in de trein terug naar huis en dacht: dit komt uit. Maar niemand begon erover. De volgende dag dacht ik: pff, dit moet ik nooit meer doen.”
**Je was door het oog van de naald gekropen.**
„Ja, maar de volgende dag moest ik weer een artikel leveren en de dag erna weer. Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik net zoveel moest produceren als de rest. Ik vergeleek mezelf met iedereen: met de andere stagiairs, maar ook met mensen die er al jaren werkten. Ik wilde net zo goed zijn als zij, maar dat was ik natuurlijk niet. Voordat ik het wist, kwam ik in dezelfde situatie en deed ik het weer.”
Geerlof liep voor het eerst tegen de lamp toen hij een reportage over Fokker moest maken. Hij kon pas laat op de dag naar de vliegtuigfabrikant toe en toen hij terugkwam, hoorde hij dat er meer ruimte was vrijgekomen. In plaats van 400 woorden, moest hij er 700 leveren. „Ik was in paniek en kwam er niet uit. Uiteindelijk heb ik een paar zinnen overgenomen uit een artikel van de NRC. De auteur van dat stuk las dat en nam contact op met De Volkskrant. Ik werd op het matje geroepen. Mijn chef zei: ’Dit kan echt niet. Dit is een doodzonde in de journalistiek. Besef je dat?’.”
Geerlof kreeg nog een kans. „Dit moet ik nóóit meer doen, dacht ik. Ik loop op het randje en was er bijna af gevallen.” Maar in plaats van het over een andere boeg te gooien, ging het plagiëren verder. De druk in zijn hoofd liep verder op, waardoor hij nog minder uit zijn vingers kreeg en steeds vaker zijn heil zocht bij de woorden van anderen.
**Wat je vertelt is voor veel beginnende journalisten denk ik herkenbaar. Je voelt een druk, wilt graag publiceren en vergelijkt jezelf continu met anderen. Wijt je het plagiëren ook aan de sfeer op zo’n redactie?**
„Iedereen die begint is continu gestresst, maar dat is geen reden om vals te spelen. Stress is nu eenmaal verbonden aan een baan bij een landelijke krant met een dagelijkse deadline – zeker als je net begint. Een andere stagiair met wie ik veel optrok sliep bijvoorbeeld niet van de stress, maar hij plagieerde niet en ik wel.”
**Waarom deed jij dat wel en anderen niet?**
„Dat is een vraag waarover ik veel heb nagedacht. Het korte antwoord is: ik zat daar niet voor De Volkskrant, maar voor mezelf.”
Het plagiëren kwam tot een hoogtepunt toen het twintig jaar geleden was dat de genocide in Srebrenica had plaatsgevonden. Een onderwerp waar Geerlof veel vanaf wist, omdat hij zijn profielwerkstuk op de middelbare school hierover had geschreven. De krant wilde uitpakken met een special en Geerlof wilde meehelpen. „Ik wilde een groot stuk in de zaterdagbijlage hebben. Ik dacht: hoe gaaf zou het zijn als ik een van de daders van de massamoord kan spreken? Daar ging ik volledig voor.”
„Ik had een boek gelezen over een van de daders, dus probeerde hem te pakken te krijgen. Daarin ben ik ver gegaan. Ik belde met Bosnische kranten, maar uiteindelijk kwam ik erachter dat hij in een getuigenbeschermingsprogramma van het Joegoslaviëtribunaal zat. Het was daardoor onmogelijk hem te spreken. Ik had er al veel tijd ingestopt toen mijn chef vroeg: gaat het lukken? Op dat moment besloot ik te zeggen: ja, het gaat lukken. Terwijl ik wist dat dat niet zo was.”
Geerlof sprokkelde het interview bij elkaar uit onder meer een boek en een toneeltekst. „Dat is het stuk waarvoor ik me het meest schaam. De chef heeft samen met mij de tekst doorgenomen, terwijl ik het had overgenomen uit een boek.”
**Hoe voel je je op zo’n moment? Je chef is enthousiast dat het gelukt is en jij weet dat je het hebt overgenomen.**
„Ik was bang. Je moet tegen veel mensen liegen als je plagieert. Dat is waar ik me het meest voor schaam. Er kwamen redacteuren naar me toe om te vragen hoe ik dat interview voor elkaar had gekregen. Ik kon daar best goed antwoord op geven, want ik had veel research gedaan. Blijkbaar was mijn eerzucht groter dan mijn morele besef.”
Toen Geerlof bijna dagelijks begon over te schrijven, was er geen houden meer aan: zijn buitenlandchef ontdekte het bedrog. Hij werd op het matje geroepen bij de toenmalige Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque. „Ik ben hem veel verschuldigd. Hij is nooit tegen me gaan schreeuwen of wat dan ook. Hij zei: ik vergeef niet wat je hebt gedaan, maar ik vergeef je wel als persoon. Het was zijn prioriteit te zorgen dat het goed met me zou aflopen. Hij wilde dat ik hulp zocht en ik moest beloven dat ik mijn ouders zou bellen, die op dat moment op vakantie waren. Ik was er slecht aan toe. Ik ben naar een oudere kennis gegaan. Hij zei: beloof me dat je geen gekke dingen gaat doen.”
Bij de meeste beroepen wordt het niet breeduit in de media vermeld als je er een potje van maakt. Ook dat maakt deze zaak wel redelijk uniek.
Dat is Mooij voor Geerlof, maar wat een domme actie.
Wel vreemd dat men niet een beetje op de stagiair let en deze stuurt, moet die zelfstandig al volwaardig werk doen?
Ik gun die jongen het beste, en het komt vast wel goed. Maar een tweede kans (dixit zijn nieuwe hoofdredacteur) is het natuurlijk niet:
>*Geerlof kreeg nog een kans. „Dit moet ik nóóit meer doen, dacht ik. Ik loop op het randje en was er bijna af gevallen.” Maar in plaats van het over een andere boeg te gooien, ging het plagiëren verder.*
Dát was zijn tweede kans, en ook die verprutste hij. Inmiddels is dit dus zijn derde kans. Dat maakt het geheel wel een stuk opvallender.
Naast het plagiaat vind ik het bizar hoe weinig journalisten blijkbaar van iets hoeven te weten om er over te schrijven in een landelijke krant:
>Hij moest een stuk schrijven over de hypotheekschuld. Naar eigen zeggen een ’supertechnisch verhaal, waar hij geen verstand van had’.
>Het plagiëren kwam tot een hoogtepunt toen het twintig jaar geleden was dat de genocide in Srebrenica had plaatsgevonden. Een onderwerp waar Geerlof veel vanaf wist, omdat hij zijn profielwerkstuk op de middelbare school hierover had geschreven.
En ik had altijd het idee dat de Volkskrant een van de betere kranten is.