**Mijn beide opa’s waren kleine Twentse keuterboeren, schrijft hoogleraar ethiek Wim Dubbink. Ook zij kregen destijds te horen dat ze de tekenen des tijds niet hadden verstaan.**
In de discussie over de noodzakelijke aanpassingen van de Nederlandse agro-industrie hanteren de agro-ondernemers nogal eens het argument dat ‘het boer-zijn hun in de genen zit’. Ook lezen we – bijvoorbeeld in klagerige borden langs de weg – dat ‘het boerenbestaan hier al vier generaties bestaat’.Deze argumenten lijken niet alleen bedoeld om sympathie op te wekken voor de belangen van de agro-industriëlen. Op de een of andere manier moeten deze argumenten ook het idee ondersteunen dat de agro-industriëlen in hun recht staan in hun pogingen de noodzakelijke aanpassingen in het landelijk gebied te weerstreven.
Nu zou men mogelijk verwachten dat ik een tirade afsteek tegen de geldigheid van deze argumenten. Dat doe ik niet. Ik neem de argumenten graag uiterst serieus. Want als boer-zijn ‘in de genen zit’, dan ben ik – net als vele miljoenen Nederlanders – óók een boer. Genen raak je immers niet zomaar kwijt, mijn beide opa’s (opa Dubbink en opa Beldman) waren kleine Twentse keuterboeren en mijn beide ouders zijn bijgevolg op de boerderij opgegroeid.
Pas midden jaren vijftig maakten ze de stap naar het dorpse leven. En hoewel de huidige agro-industriële propaganda het dorp graag associeert met ‘boer-zijn’, markeerde dat toen een radicaal afscheid van het boerenleven. Hoe erg mijn opa Dubbink aan het boer-zijn was gehecht, weet ik niet,maar over mijn opa Beldman gaat in de familie het verhaal rond dat hij zo vreselijk graag boer was en naar mogelijkheden bleef zoeken om maar niet naar ‘het fabriek’ (Ten Cate) te hoeven.
Gegeven de huidige discussie over de rechten van de agro-industriëlen is het relevant stil te staan bij de vraag waarom hij niet gewoon boer bleef. De reden was de industrialisatie van de landbouw, die doorgeduwd werd door een coalitie van het ministerie van LNV, de Wageningse kennisinstituten (nu die o zo groene WUR), De Rabobank, de Heidemij (nu Arcadis, die leuke duurzaamheidsindexen maakt), voederondernemingen als De Heus, enzovoorts. Mijn opa’s waren niet opgewassen tegen die georganiseerde macht.
Kom ook uit een lijn boeren en loonwerkers. Zo ging dat tot industrialisatie het allemaal veranderde.
Toch prettig dat iemand de waarheid durft te vertellen
Boer, ofwel bio-industrieel waarbij op dat hele terrein nog geen enkele bloem valt te bespeuren.
Ik ook, en ik zal eens wat vertellen deze “boer” is voor de stikstof maatregelen!
Please overheid, koop mij ook ff uit voor een paar miljoen! Ik ben ook een boer in mn genen!!!
Mijn familie is sinds 1460 boer geweest. Altijd op dezelfde postzegel gewoond. Mijn vader was de eerste zonder boerderij (wel gedwongen door mijn opa om een boerenschool te volgen). Ik ben de eerste met een hoge opleiding.
Zo gaan die dingen.
Iedereen is diep van binnen boer, en de huidige disconnectie met voedsel, natuur en omgeving is gewoonweg ongezond. Wellicht kan niet iedereen meer het als beroep hebben, een beetje boer zijn is belangrijk. Zelf zit ik bijvoorbeeld bij de lokale weidevogelwacht, machtig.
8 comments
**Mijn beide opa’s waren kleine Twentse keuterboeren, schrijft hoogleraar ethiek Wim Dubbink. Ook zij kregen destijds te horen dat ze de tekenen des tijds niet hadden verstaan.**
In de discussie over de noodzakelijke aanpassingen van de Nederlandse agro-industrie hanteren de agro-ondernemers nogal eens het argument dat ‘het boer-zijn hun in de genen zit’. Ook lezen we – bijvoorbeeld in klagerige borden langs de weg – dat ‘het boerenbestaan hier al vier generaties bestaat’.Deze argumenten lijken niet alleen bedoeld om sympathie op te wekken voor de belangen van de agro-industriëlen. Op de een of andere manier moeten deze argumenten ook het idee ondersteunen dat de agro-industriëlen in hun recht staan in hun pogingen de noodzakelijke aanpassingen in het landelijk gebied te weerstreven.
Nu zou men mogelijk verwachten dat ik een tirade afsteek tegen de geldigheid van deze argumenten. Dat doe ik niet. Ik neem de argumenten graag uiterst serieus. Want als boer-zijn ‘in de genen zit’, dan ben ik – net als vele miljoenen Nederlanders – óók een boer. Genen raak je immers niet zomaar kwijt, mijn beide opa’s (opa Dubbink en opa Beldman) waren kleine Twentse keuterboeren en mijn beide ouders zijn bijgevolg op de boerderij opgegroeid.
Pas midden jaren vijftig maakten ze de stap naar het dorpse leven. En hoewel de huidige agro-industriële propaganda het dorp graag associeert met ‘boer-zijn’, markeerde dat toen een radicaal afscheid van het boerenleven. Hoe erg mijn opa Dubbink aan het boer-zijn was gehecht, weet ik niet,maar over mijn opa Beldman gaat in de familie het verhaal rond dat hij zo vreselijk graag boer was en naar mogelijkheden bleef zoeken om maar niet naar ‘het fabriek’ (Ten Cate) te hoeven.
Gegeven de huidige discussie over de rechten van de agro-industriëlen is het relevant stil te staan bij de vraag waarom hij niet gewoon boer bleef. De reden was de industrialisatie van de landbouw, die doorgeduwd werd door een coalitie van het ministerie van LNV, de Wageningse kennisinstituten (nu die o zo groene WUR), De Rabobank, de Heidemij (nu Arcadis, die leuke duurzaamheidsindexen maakt), voederondernemingen als De Heus, enzovoorts. Mijn opa’s waren niet opgewassen tegen die georganiseerde macht.
Kom ook uit een lijn boeren en loonwerkers. Zo ging dat tot industrialisatie het allemaal veranderde.
Toch prettig dat iemand de waarheid durft te vertellen
Boer, ofwel bio-industrieel waarbij op dat hele terrein nog geen enkele bloem valt te bespeuren.
Ik ook, en ik zal eens wat vertellen deze “boer” is voor de stikstof maatregelen!
Please overheid, koop mij ook ff uit voor een paar miljoen! Ik ben ook een boer in mn genen!!!
Mijn familie is sinds 1460 boer geweest. Altijd op dezelfde postzegel gewoond. Mijn vader was de eerste zonder boerderij (wel gedwongen door mijn opa om een boerenschool te volgen). Ik ben de eerste met een hoge opleiding.
Zo gaan die dingen.
Iedereen is diep van binnen boer, en de huidige disconnectie met voedsel, natuur en omgeving is gewoonweg ongezond. Wellicht kan niet iedereen meer het als beroep hebben, een beetje boer zijn is belangrijk. Zelf zit ik bijvoorbeeld bij de lokale weidevogelwacht, machtig.