Fossiele subsidies zijn troebel en hardnekkig: steekt Nederland jaarlijks echt 17,3 miljard in vervuilende industrieën?

9 comments
  1. [archive](https://archive.ph/2023.02.11-002011/https://www.nrc.nl/nieuws/2023/02/10/173-of-43-miljard-fossiele-subsidies-zijn-troebel-en-hardnekkig-a4156839)

    Fossiele subsidies zijn troebel en hardnekkig: steekt Nederland jaarlijks echt 17,3 miljard in vervuilende industrieën?
    Klimaatbeleid – Voor hoeveel miljard precies weet eigenlijk niemand, maar Nederland steunt het gebruik van fossiele brandstoffen nog steeds fors. Terwijl er tien jaar geleden al over werd gesproken om hiermee te stoppen.

    Veel spandoeken op de geblokkeerde A12 gingen vorige maand over ‘fossiele subsidies’, of preciezer gezegd: de 17,3 miljard euro waarmee Nederland jaarlijks de vervuilende industrie zou steunen. Het is deze eis – een eind aan de miljardensteun voor fossiel – van protestbeweging Extinction Rebellion die duizenden mensen op de been bracht.

    Maar klopt het getal van 17,3 miljard euro? Is te achterhalen hoeveel het kabinet precies uitgeeft aan de fossiele (olie, gas, kolen) industrie?

    Wie wil weten wat de Nederlandse overheid uitgeeft aan fossiele subsidie, stuit als eerste op de vraag: wat is ‘subsidie’? Grote internationale organisaties, waaronder de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hanteren een brede definitie: niet alleen directe geldstortingen door de overheid, maar ook indirecte steun kan subsidie zijn. Denk aan het door de overheid inkopen van diensten, belastingteruggaven of vrijstellingen.

    Het steunen van ‘fossiel’ gaat in tegen eerdere beloftes. Al in 2009 namen de G20-landen zich voor hun belastingen beter af te stemmen op klimaatbeleid – een initiatief waar Balkenende IV zich bij aansloot. In 2017 concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving dat de toenmalige belastingtarieven niet effectief waren om de CO2-uitstoot van Nederlandse bedrijven te verlagen. In 2018 werden twee Kamermoties aangenomen om fiscale prikkels die de klimaatdoelen tegenwerken af te bouwen, en mee te doen aan een grootschalig onderzoek om het Nederlandse subsidiebeleid door te lichten.

    In 2020 deelde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de uitkomsten van dit onderzoek. Er kwamen dertien regelingen boven water die voldeden aan de subsidiedefinitie van de WTO. Aan negen van die regelingen hing het ministerie een prijskaartje: samen goed voor bijna 4,3 miljard euro in 2019. De grootste posten waren de belastingvrijstellingen op vervuilende brandstof, waar luchtvaart en scheepvaart flink van profiteren. Voor kerosine is er een belastingvrijstelling. Kosten: 2,4 miljard euro. Voor diesel- en stookolie voor de commerciële vaart is dit bijna 1,5 miljard.

    Het bedrag van 4,3 miljard was echter een ondergrens: vier regelingen telden wel degelijk als fossiele subsidie, maar de financiële impact ervan was volgens het ministerie „niet te kwantificeren”. Deels omdat er niet genoeg bruikbare data beschikbaar waren, en omdat vergelijkingsmateriaal ontbrak. Berekenen in hoeverre fossiele bedrijven bij een belastingtarief worden ontzien, kan alleen als je een benchmark hebt. EZK zei geen geschikte benchmark te hebben, en dus bleven de posten leeg.

    Man van 17,3 miljard.
    Daarover viel Alman Metten. Hij is voormalig Europarlementariër voor de PvdA, economisch onderzoeker, en de man die het bedrag van 17,3 miljard euro berekende. „[Het internationale economisch samenwerkingsverband] OESO suggereerde in een evaluatie dat als benchmark het consumententarief gebruikt kan worden”, zegt hij. Metten sloeg in 2021 aan het rekenen om de vier ‘vraagtekens’ van het ministerie in te vullen. Eén daarvan was de degressieve energiebelasting, waardoor grootverbruikers, zoals de zware industrie, relatief minder belasting betalen. Vergeleken met het consumententarief bleek de gunstige regeling voor grootschalig verbruik van gas- en elektriciteit grofweg 4,6 miljard euro aan belasting te schelen. De andere vraagtekens die Metten invulde waren bijvoorbeeld de lagere belastingheffing op diesel (1,8 miljard), de vrijstelling voor het gebruik van aardgas, olie en kolen voor elektriciteitsopwekking (5,1 miljard) en een vrijstelling van energiebelasting voor raffinaderijen (1,4 miljard). Zo kwam Metten uit op 17,3 miljard.

    Dat bedrag leidde begin 2021 tot Kamervragen. EZK gaf aan het oneens te zijn met de onderliggende aannames, en dat niet alle data „1-op-1 bruikbaar” waren. Op het platform waar Metten zijn berekening publiceerde, schreef econoom Wouter Roorda een tegenstuk. Het belasten van elektriciteit uit kolen en gas zou dubbel zijn: er is al een belasting op kolen en gas an sich. Ondanks de steunmaatregelen betaalt de fossiele industrie wel miljarden aan belasting.

    „Daar gaat het helemaal niet om”, stelt Metten. „Grootverbruikers hebben nu geen prikkel om minder te verbruiken.” De degressieve belasting zorgt er namelijk voor dat wie meer verbruikt, ook relatief minder betaalt. Hij wijst erop dat in de laatste Miljoenennota door ambtenaren zelf ook een bedrag op het effect van de degressieve belasting werd geplakt: 6,5 miljard euro voor het jaar 2019, waarvan 4,8 miljard voor elektriciteit, en 1,7 miljard voor gas.

    De belastingtarieven zijn wel fors verhoogd in 2023, maar volgens Metten verandert die verhoging niet zoveel. „Het is nog steeds een fractie van wat huishoudens betalen.”

    Tussen de 4,3 en 17,3 miljard zweeft nog een andere berekening: een onderzoek van Milieudefensie uit 2020. Dat komt uit op een jaarlijkse steun van minstens 8,3 miljard euro. Met de nadruk op mínstens, aldus onderzoeker Laurie van der Burg van Milieudefensie. „Wij hebben alleen posten meegenomen waar we, geholpen door overheidsdocumenten, een bedrag op konden plakken. Als wij het bedrag niet goed konden inschatten, namen we de post niet mee.” In de berekening van Milieudefensie is de degressieve energiebelasting van de grote industrie bijvoorbeeld niet meegenomen.

  2. Gewoon de energiebelasting voor huishoudens flink ~~verhogen~~ **verlagen** en dan neemt – volgens deze definitie – de “subsidie” aan de grootverbruikers af.

  3. Gelukkig heeft het kabinet “voornemens” en:

    >Minister Jetten antwoordde dat hij dit voorjaar meer informatie zal geven over „de wijze waarop het kabinet voornemens is de transparantie nog verder te vergroten.”

    hij gaat informatie geven over hoe ze informatie gaan geven.

    We’re doomed 🙁

  4. Wat ik niet begrijp is dat je een onderzoek naar de kosten van iets doet, en voor een aantal posten geen concrete bedragen kunt bepalen dat je dan doet alsof die kosten er niet zijn.

    Misschien is die 17,3 miljard te hoog. Dat kan. Maar overduidelijk heeft iemand die 4,3 miljard ook ergens uit z’n reet getrokken wetende dat het werkelijke bedrag sowieso hoger is.

  5. > Van der Burg van Milieudefensie vindt het allemaal erg lang duren. „We blijven nu al heel lang hangen in een discussie over transparantie. Maar uiteindelijk maakt het weinig uit waar we wel of niet het label ‘subsidie’ op plakken. Het gaat er natuurlijk om dat het beleid niet strookt met de klimaatdoelen.”

    Deze discussie is juist heel erg van belang omdat de subsidies naar €0 brengen de optimale manier is om welvaart, inclusief klimaat, eerlijk te verdelen over de huidige en toekomstige generaties.

    Het is goed dat iemand gezien heeft dat Metten bepaalde subsidies dubbel telt, dat had ik al eerder opgemerkt. Maar is er nog een veel groter probleem met deze definitie: het hele concept externe schade wordt genegeerd. Stel dat we er morgen achter komen dat de externe schade van CO2 2x zo hoog is als gedacht, vraag een willekeurige econoom of de subsidies dan toenemen, hij/zijn zal bevestigend antwoorden. Maar volgens de definitie die hier gehanteerd wordt blijven de subsidies gelijk.

    Het zou beter zijn om gewoon te berekenen wat de klimaatschade is. Dan kan de onderzoeker zeggen: op basis van de assumptie €100/ton is de subsidie voor fossiele brandstoffen €X, en voor €200/ton is de subsidie €Y. Wat het juiste bedrag is? Dat is natuurlijk een politieke mening.

  6. Een indirecte subsidie die me danig irriteert ondaks dat die relatief klein is, gewoon omdat het zo’n verworven recht is? Gratis parkeerplaatsen langs de weg.

    Vrijwel ieder bouwproject wordt uiteindelijk aangeklaagd over dat de gemeente meer openbare parkeerplaatsen moet maken.

    Waarom is dit een ding? Een gemeente hoeft geen gratis tuintje voor mensen te leveren maar wel een parkeerplaats? Dat is toch zeker een subsidie voor auto’s?

    Anyways zoiets sluipt er ook tussen dat echt nergens als officiële subsidie zal staan.

  7. Dus, eigenlijk subsidieert iedere Nederlander de fossiele-brandstofindustrie met €1000,- per jaar? Ongelofelijk…

    Edit: dit is natuurlijk bovenop wat iedereen direct sponsort door oa spullen te kopen en te reizen.

Leave a Reply