Ambtenaar Sandra Palmen sloeg al in 2017 alarm over de toeslagenaffaire: ‘Als er was geluisterd, had dat jaren leed gescheeld’

8 comments
  1. [Archive](https://archive.ph/bgTSR)

    INTERVIEW – Ambtenaar Sandra Palmen sloeg al in 2017 alarm over de toeslagenaffaire: ‘Als er was geluisterd, had dat jaren leed gescheeld’
    Al in het voorjaar van 2017 waarschuwt ambtenaar Sandra Palmen voor ernstige gebreken in het toeslagensysteem. Pas jaren later wordt haar memo openbaar. Hoe kijkt zij terug op de affaire, en op het hardnekkig negeren van haar advies?

    Ze wil het gesprek ‘waardig’ voeren. Ze weet dat een ambtenaar met kritiek al gauw gebrek aan loyaliteit wordt verweten. Maar, zegt ze: ‘Ik blijf loyaal aan het recht.’ Sandra Palmen (51) is de ambtenaar bij de Belastingdienst die al in het voorjaar van 2017 alarm sloeg over wat het toeslagenschandaal zou worden. Onder de vlag van fraudebestrijding werden hoge bedragen aan toeslagen onterecht stopgezet en teruggevorderd en zouden duizenden huishoudens gedupeerd raken.

    Haar waarschuwing werd terzijde geschoven, haar functie werd uitgekleed en het zou jaren duren totdat het advies, dat bekend zou worden als het ‘memo-Palmen’, naar buiten zou komen.

    Op het moment zelf kon ze het niet bevroeden – ‘ik deed gewoon mijn werk’ – maar achteraf noemt ze het schrijven van dat advies life changing. Met lede ogen ziet ze hoe de ellende van gezinnen tot op de dag van vandaag voortduurt. Voor Palmen persoonlijk zijn er ‘minder leuke’ maar ook mooie dingen uit de affaire voortgekomen. Zo merkt ze dat sommige collega’s haar met ongemak bekijken: gaat ze wéér zo’n explosief memo schrijven? Maar ze is ook gevraagd om rechter-plaatsvervanger te worden bij de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter in bijstandszaken. Ze ontwikkelde een dierbare vriendschap met Alex Brenninkmeijer, de oud-Ombudsman die april vorig jaar overleed. En hoewel ze formeel nog onder Financiën valt, heeft ze de bijzondere taak gekregen om onder alle rijksambtenaren rechtsstatelijk handelen uit te dragen.

    Alles doordat ze dat ene advies schreef over ‘CAF-11-Hawaii’, een codenaam die het ‘Combiteam Aanpak Facilitators’ (CAF) had bedacht. De ‘facilitator’ die dit fraudeteam in deze zaak op de korrel had, was een gastouderbureau. Palmen was destijds de hoogste juridisch adviseur bij de dienst Toeslagen van de Belastingdienst. ‘Ik kwam van de ‘blauwe’ Belastingdienst, het oudere deel van de dienst dat gaat over het heffen en innen van belastingen. Daar stond die inhoudelijke advisering al veel steviger. Recentelijk was ik bij Toeslagen ingevlogen om zoiets daar ook verder te ontwikkelen.’

    Wat belandde er op uw bureau?
    ‘In november 2016 vroeg een directeur bij Toeslagen die fraude in zijn portefeuille had mij om een advies over dat onderzoek naar het gastouderbureau. Hij voelde zich er niet senang bij. Dat kwam doordat de advocaat die een groot aantal ouders vertegenwoordigde hardnekkig was. En omdat de Nationale Ombudsman een onderzoek naar de zaak had aangekondigd.

    ‘Al snel werd me duidelijk dat er zaken niet goed liepen. Zo vond ik het vreemd dat de boeken van het gastouderbureau al waren gecontroleerd en dat er geen fraude was vastgesteld. Toch bleef het onderzoek gericht op fraude. En daar werd een methode voor gebruikt waardoor ouders die gebruikmaakten van het bureau volledig klem kwamen te zitten.

    ‘Die ouders kregen een brief waarin stond dat de uitkering van hun kinderopvangtoeslag per direct stopte. Er stond niet bij waarom. Alleen dat ze moesten bewijzen dat ze recht hadden op de toeslag. Een goede mogelijkheid om bezwaar te maken was er niet. Wat ze helemaal in een onmogelijke positie bracht, was dat ze intussen wel de kinderopvang moesten blijven doorbetalen, want anders kon de conclusie zijn dat ze onterecht toeslag hadden ontvangen en riskeerden ze terugvordering.

    ‘Je moet bedenken dat het mensen waren met niet zulke hoge inkomens en dus grote bedragen aan toeslag, soms wel 1.000 of 2.000 euro per maand. Ze stonden hun boodschappen af te rekenen bij de supermarkt en hadden ineens geen saldo. Ze begrepen het niet, dachten dat het vast een administratief foutje zou zijn, dat volgende maand zou zijn opgelost.’

    Hoe luidde uw advies?
    ‘Stel deze ouders in het gelijk en ga hen compenseren.’

    Palmen werkte al sinds 1997 bij de Belastingdienst, waar ze was opgeklommen tot landelijk vakgroepcoördinator. Ze had veel ervaring met hardheidsclausules: uitzonderingsbepalingen voor als een wet onvoorzien onrechtvaardig uitpakt. In dat werk had ze in direct contact gestaan met burgers of hun advocaten. En ze was gespecialiseerd in de beginselen van behoorlijk bestuur, zoals rechtszekerheid, gelijkheid en evenredigheid. ‘Er is’, zegt ze, ‘verschil tussen het uitvoeren van de wet en het toepassen van het recht. Ons rechtsstelsel is zo ingericht dat niemand in de knel hóéft te komen. Er zit een gelaagdheid in. Je begint weliswaar bij de letterlijke tekst van de wet, maar soms merk je dat die tot schrijnende gevallen kan leiden. Dan is het belangrijk om te weten dat er instrumenten zijn om dat te corrigeren.’

    Het was wat haar oorspronkelijk al aantrok in het recht: ‘Altijd op zoek naar de ruimte, naar wat er wél mogelijk is. Met het perspectief van de burger, maar wel verder kijkend dan het individueel belang.’

    In haar advies wond Palmen er geen doekjes om. Ze zag zich gesterkt door een uitspraak van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter. Die vonniste over het algemeen nog tot 2019 keihard in het nadeel van toeslagenouders. Maar juist in deze zaak had een ouder toch op een belangrijk punt gelijk gekregen: ook de Raad van State oordeelde dat je niet eerst een toeslag kon stopzetten en daarna kon verwachten dat iemand aan alle betalingsverplichtingen bleef voldoen.

    Het fraudeonderzoek was ingesteld zonder duidelijke, vooraf bepaalde regels, schreef Palmen. ‘Hoe is het mogelijk geweest de toeslag voor 300 burgers op deze manier stop te zetten (onjuiste rechtsgrond, geen acht slaan op de rechtsbescherming, inbreuk op vereiste zorgvuldigheid, inbreuk op motiveringsvereiste en de bewijslastverdeling)?’ Ze begreep niet hoe het managementteam dit goed had kunnen vinden en raadde ‘met klem’ aan om de werkwijze aan te passen. ‘Ik was in shock’, zegt ze daar nu over. ‘Ontdaan.’ Ze noteerde dat de Belastingdienst ‘laakbaar’ had gehandeld.

    Ziet u zichzelf als dapper?
    ‘Zeker toen ik het advies schreef niet. Als iemand mij vraagt om een juridisch-inhoudelijk advies, dan krijgt hij ook een juridisch-inhoudelijk advies.’

    Wat gebeurde er doorgaans na zo’n advies?
    ‘Normaal gesproken werden die adviezen zonder meer opgevolgd. Ik had nog nooit anders meegemaakt. Het gaat vaak om heel ingewikkelde zaken, dus als het spannend wordt, steunen managers bij de blauwe dienst graag op hun deskundigen. Ik was helemaal verbaasd toen ik merkte dat dat nu niet gebeurde.

    ‘Behalve de directeur voor wie het advies was, had ik ook mijn directe leidinggevende meegenomen in mijn denkproces. Toen ik hem een concept stuurde, schrok hij. Die twee zagen de urgentie, want ze besloten om het stuk meteen aan de algemeen directeur te sturen en de volgende dag te bespreken op een heidag van het managementteam die toevallig gepland stond.

    ‘Ik zei nog: ik kan me voorstellen dat jullie wat uitleg willen, aarzel niet om me erbij te vragen. Maar dat signaal is nooit gekomen. Ik mocht daarna nog wel meepraten in een werkgroep, maar al snel was duidelijk dat er werd gekozen om niets aan de koers te wijzigen. Ik heb gezegd: deze mensen hebben gewoon gelijk, dit kan echt niet, dit moeten we zo snel mogelijk oplossen. Er worden grondrechten geschonden. Maar er werd botweg geantwoord: we gaan door. Ik heb geen bijval ervaren.’

  2. ‘Aan haar rol in de toeslagenaffaire heeft ze haar nieuwe baan te danken: ze mag onder rijksambtenaren de boer op met de rechtsstaat. ‘Meestal begint het ermee dat een ambtenaar merkt: het voelt niet goed wat ik hier aan het doen ben. Veel collega’s worstelen daarmee. Ik help om woorden aan dat gevoel te geven en het te onderbouwen. Ambtenaren weten vaak niet dat het recht daarvoor veel ruimte en instrumenten heeft. Dat dat gevoel vaak een basis vindt in grondrechten. De beginselen van behoorlijk bestuur staan ook gewoon in de wet. Er is gebrek aan kennis. Al zijn hiervoor inmiddels wel waardevolle programma’s opgezet.’

  3. Dit lijkt een artikel dat de Argos podcast aflevering met haar over dit onderwerp 1 op 1 overneemt.

  4. Rutte deed niets aan de toeslagenaffaire.

    Rutte deed niets aan Groningen.

    Rutte deed niets aan heel veel dingen.

    Want Rutte geeft alleen om het MKB.

    Nu wil ik niet beweren dat het MKB niet belangrijk is, want dat is het wel degelijk. Maar er zijn meer zaken die spelen in de samenleving. En dat kan Rutte niet zoveel schelen. Dat kan de VVD niet zoveel schelen.

    Als je denkt dat dit wordt opgelost met de VVD aan het roer, heb je het afgelopen decennium liggen slapen.

  5. Dit laat toch zien dat het hele systeem door en door verrot is. Dit is niet “per-ongeluk” gebeurd. Dit was express. Waarom kom de mensen die dit hebben gedaan met zeer weinig tot geen kleerscheuren ervan af?

  6. ABD’ers, een klein clubje overwegend witte mensen die met zijn allen positiemacht bezitten binnen het rijk en elkaar de hand boven het hoofd houden. Walgelijk, vind dat betreffende secretaris-generaal, directeur-generaal, directeur en de onderliggende managers een rood kruisje moeten dragen in hun dossier.

  7. Naar vrouwen wordt niet geluisterd en ze worden niet serieus genomen door de heertjes in Den Haag. Net zoals de landgenoten uit Groningen. Allemaal old boys network daar

Leave a Reply