
Opnieuw een inkijkje in de geschiedenis: Een brief van mijn opa Herman over de dagen tijdens en na de bevrijding rond Eindhoven.

Opnieuw een inkijkje in de geschiedenis: Een brief van mijn opa Herman over de dagen tijdens en na de bevrijding rond Eindhoven.
1 comment
Knegsel, 4 juni 1945.
Lieve Rie,
Bedankt voor je felicitatie die ik vanmorgen ontvangen heb. Mijn verjaardag heb ik in Breda gevierd. Ik ga momenteel ‘s Zaterdags en ‘s Zondags dikwijls naar Breda op de fiets. Je brief heb ik vorige week ontvangen. Mijn tweede briefkaart heb je hopelijk ook wel ontvangen. Dan zul je wel gelezen hebben dat het hier nog geen weelde is al lijden we geen honger. In de krant is o.a. geschreven dat de kolenpositie komende winter nog zeer slecht zal zijn, voor huisbrand zou er maar een paar mud per huishouden beschikbaar zijn. Er zal dus nog hard gewerkt moeten worden.
Misschien dat ik op Vrijdag 28 Juni naar Leiden gefietst kom. Zondag 30 Juni zal ik dan weer terug moeten. Maar ik zal hierover nog wel nader schrijven. We zullen elkaar wel enorm veel te vertellen hebben.
Knegsel heeft van de oorlog niets geleden, gevochten is er niet. Wel een paar k.m. verderop o.a. in Vessem, Wintelre en Middelbeers. Verschillende dorpen in de Kempen zijn zeer zwaar beschadigd, zoals Wintelre in onze eigen gemeente nog. Bij de eerste stoot naar Arnhem over Eindhoven zaten we precies tussen de Engelsen en Duitsers in. We konden ongehinderd naar de Engelsen in Veldhoven en Eindhoven gaan kijken. Dit was op 18 Sept. 1944. Op 20 Sept. word Knegsel definitief bezet en op 21 Sept. werd Vessem dat de Duitsers nog bezet hadden bevrijd. En na 6 weken Breda. Voor Breda was de oorlog hier niet mee afgelopen want daar begon de plaag van V1 op Antwerpen. In Antwerpen zelf is veel beschadigd. Maar op de havens zijn geen V1 neergekomen. Wonderlijk is dat.
Gelukkig is dat alles afgelopen en is Moeder weer geheel tot rust gekomen, want dat was nodig en nu de L.B.D. binnenkort ophoudt krijgt Pa ook een rustiger leven.
Zoals je ziet ben ik nog steeds in het burgerleven en geen vrijwilliger, ik ken het soldatenvak te goed. Ik zou trouwens ontslag moeten nemen uit mijn betrekking want geen enkel schoolbestuur staat hiervoor verlof toe, en zo dwaas zal zal ik natuurlijk niet zijn. Binnenkort komen wel de officiële oproepingen maar ik hoop er buiten te blijven.
Zoals je schreef heerst er bij jullie ook de “Engelse ziekte”. Het is hier ook erg geweest met de meisjes. Veel verlovingen met Hollandse jongens zijn afgegaan daardoor, o.a. van Kees Buise en Piet Buise en nog vele anderen die met “degelijke” burger meisjes gingen.
Hier in Knegsel zijn heel de afgelopen winter Engelsen ingekwartierd geweest. Ook bij mijn kostbaar. Het was wel gezellig, het bracht tenminste wat leven in Knegsel. Nu liggen hier in deze streek nog maar weinig Engelsen meer. Het waren in het algemeen nette en beleefde mensen die een betrouwbare indruk maakten. Volgens hen zijn de Canadese soldaten drinkers. Amerikanen zijn er hier betrekkelijk weinig geweest. Volgens onze begrippen zijn dat ongegeneerde ruwe types zonder vormen tot en met de officieren toe. Op straat zijn ze direct te kennen. Ze lopen op een lelijke onverschillige wijze, gewoonlijk met de handen in de zak of ze hangen of ze zitten tegen een paal of een muur met ‘n krant in de hand en kauwgum in de mond. Volgens personen die er kennis mee gemaakt hebben zijn ze meer mens dan de Engelsen wanneer er b.v. geholpen moet worden doen ze dat vlotter en beter dan de Engelsen.
Nu Rie tot een volgende keer. Veel hartelijke groeten van je broer.
Herman