**In het kort**
De veehouderij veroorzaakt jaarlijks minstens €9 mrd schade, becijfert een econoom voor de actiegroep MOB.
Eerdere schaderamingen kwamen veel lager uit, namelijk zo’n €6 mrd.Schadetaxaties spelen een rol in de juridische druk van milieugroepen op zuivel- en vleesbedrijven.
De intensieve veehouderij in Nederland veroorzaakt jaarlijks minstens €9 mrd aan schade aan gezondheid en het milieu. Dat is miljarden euro’s meer dan gedacht.
Deze kosten komen niet terecht bij de veehouders, de samenleving draait op voor de schade met hogere zorguitgaven en schoonmaakkosten van het milieu. Dit constateert econoom Max van der Sleen in een maatschappelijke kosten-batenanalyse voor de milieugroep Mobilisation for the Environment (MOB).
Van der Sleen is oud-directeur van het Nederlands Economisch Instituut en adviesbureau Ecorys. De toegevoegde waarde van de veeteelt is volgens hem €3 mrd gerekend op basis van cijfers van Wageningen Economic Research. De maatschappelijke schade van de intensieve veehouderij bedraagt daarmee het drievoudige van de economische opbrengst. Met Johan Vollenbroek van MOB concludeert Van der Sleen dat ‘de welvaart van Nederland beter af is zonder intensieve veehouderij’.
Schadetaxaties spelen een rol in de juridische druk van actiegroepen als MOB, Milieudefensie en Greenpeace op de zuivel- en vleessector. Onder meer zuivelconcern FrieslandCampina, vleesproducent Vion en landbouwfinancier Rabobank kregen mogelijke schadeclaims aangekondigd.
De lagere schaderamingen van voorheen waren gebaseerd op zes jaar oude aannames van onderzoeksbureau CE Delft. Die kwamen uit op een maatschappelijke kostenpost van de veehouderij van hooguit €6 mrd.
**Ziekmakend fijnstof**
Volgens Van der Sleen blijkt de werkelijke schade door de intensieve veeteelt de helft hoger dan werd aangenomen. Dat komt volgens hem doordat recent onderzoek meer duidelijkheid heeft gebracht. Ziekmakend fijnstof, verzurende ammoniak uit mest en de klimaateffecten van broeikasgassen uit de agrarische sector hebben nu een hoger prijskaartje gekregen.
Het schadebedrag van €9 mrd is een minimum, omdat Van der Sleen andere kostenposten dan de schade door emissies in de lucht niet meerekent. Zijn rekensom is bijvoorbeeld exclusief de schade door agrarische emissies in water. Die raamt hij voor de totale landbouwsector op jaarlijks €1 mrd op basis van onderzoek door derden, zonder dat een uitsplitsing naar de veehouderij mogelijk is. Zijn berekening is ook exclusief schade door toeleveranciers en verwerkende industrie in de keten. ‘Want daarover ontbreken goede gegevens’, zegt Van der Sleen.
**’Politici doen niets’**
De samenleving lijdt ook schade door uitgestelde vergunningen na de verlammende uitspraak van de Raad van State in 2019 over het stikstofbeleid. Het Financieele Dagblad berekende vorig jaar dat de schade aan de economie door uitgestelde bouwprojecten oploopt met €8 mrd per jaar. Ook dat, en het aandeel van de veehouderij daarin, laten Van der Sleen en Vollenbroek buiten beschouwing. Deze schadepost valt volgens Vollenbroek de veehouderij niet aan te rekenen. ‘Die schade ontstaat doordat politici niets doen.
‘Theun Vellinga, onderzoeker van veehouderij en milieu aan de Wageningen Universiteit, zegt in een reactie de nieuwe berekeningen van Van der Sleen goed te kunnen volgen. In eigen onderzoek kijkt Vellinga uitsluitend naar emissies en niet naar de economische schade daarvan. Toch verbaast het nieuwe cijfer hem niet. ‘De emissies zijn gelijk gebleven en de prijzen daarvan zijn omhooggegaan. Dan hangt er een ander prijskaartje aan.
‘Een hogere schadepost dan tot nu toe gedacht verandert niets aan het onderliggende probleem, zegt Vellinga. ‘Er is de afgelopen jaren niet of nauwelijks een dalende trend in de emissies te zien. Het probleem is onverminderd groot. Ik denk niet dat we een hoger schadebedrag nodig hebben om die boodschap over te brengen.
‘Van der Sleen en Vollenbroek melden hun analyse twee maanden geleden te hebben besproken met ambtenaren van het landbouwministerie. Die zouden weinig oor hebben naar de conclusie dat Nederland welvarender zou zijn zonder intensieve veeteelt, zelfs ondanks miljarden omschakelingskosten.
**Eerste levensbehoefte**
Het departement laat weten niet inhoudelijk op de berekeningen van Van der Sleen te kunnen reageren, maar dat het ‘bekend is dat de veehouderij in Nederland ook gepaard gaat met negatieve effecten’. Anderzijds, aldus de woordvoerder, ‘levert de agrarische sector ons ook veel op, al staat buiten kijf dat iets moet veranderen in de manier van produceren’.
Veehouderijspecialist Mark Heijmans van boerenkoepel LTO ziet twee belangrijke ‘missers’ in de analyse van Van der Sleen. ‘Voedsel is een eerste levensbehoefte. De productie van zoiets wezenlijks kun je niet zomaar inwisselen voor de productie van iets anders. En hoe wordt de boer beter van de opheffing van de veehouderij? Dat blijkt nergens uit.
Ik vind de argumenten van Mark over de missers nogal slecht:
Voedsel is inderdaad een levensbehoefte, intensieve veehouderij voor vlees/melk etc valt daar niet onder maar mijn mening. Het land van een intensieve veehouderij kan ook gebruikt worden voor gewassen (minder schadelijk voor het milieu) als men zorgen heeft over genoeg voedsel productie, wat me erg sterk lijkt.
En opties voor de boer? Het zuigt maar deze manier is gewoon ronduit slecht voor Nederland. Zijn manier van vee houden kan en mag Nederland gewoon niet zo erg schaden. Dan moet het bedrijf uitgekocht worden of 180 graden draaien en wel milieuvriendelijke werken. Er zijn meer opties dan intensieve veehouderij.
2 comments
**In het kort**
De veehouderij veroorzaakt jaarlijks minstens €9 mrd schade, becijfert een econoom voor de actiegroep MOB.
Eerdere schaderamingen kwamen veel lager uit, namelijk zo’n €6 mrd.Schadetaxaties spelen een rol in de juridische druk van milieugroepen op zuivel- en vleesbedrijven.
De intensieve veehouderij in Nederland veroorzaakt jaarlijks minstens €9 mrd aan schade aan gezondheid en het milieu. Dat is miljarden euro’s meer dan gedacht.
Deze kosten komen niet terecht bij de veehouders, de samenleving draait op voor de schade met hogere zorguitgaven en schoonmaakkosten van het milieu. Dit constateert econoom Max van der Sleen in een maatschappelijke kosten-batenanalyse voor de milieugroep Mobilisation for the Environment (MOB).
Van der Sleen is oud-directeur van het Nederlands Economisch Instituut en adviesbureau Ecorys. De toegevoegde waarde van de veeteelt is volgens hem €3 mrd gerekend op basis van cijfers van Wageningen Economic Research. De maatschappelijke schade van de intensieve veehouderij bedraagt daarmee het drievoudige van de economische opbrengst. Met Johan Vollenbroek van MOB concludeert Van der Sleen dat ‘de welvaart van Nederland beter af is zonder intensieve veehouderij’.
Schadetaxaties spelen een rol in de juridische druk van actiegroepen als MOB, Milieudefensie en Greenpeace op de zuivel- en vleessector. Onder meer zuivelconcern FrieslandCampina, vleesproducent Vion en landbouwfinancier Rabobank kregen mogelijke schadeclaims aangekondigd.
De lagere schaderamingen van voorheen waren gebaseerd op zes jaar oude aannames van onderzoeksbureau CE Delft. Die kwamen uit op een maatschappelijke kostenpost van de veehouderij van hooguit €6 mrd.
**Ziekmakend fijnstof**
Volgens Van der Sleen blijkt de werkelijke schade door de intensieve veeteelt de helft hoger dan werd aangenomen. Dat komt volgens hem doordat recent onderzoek meer duidelijkheid heeft gebracht. Ziekmakend fijnstof, verzurende ammoniak uit mest en de klimaateffecten van broeikasgassen uit de agrarische sector hebben nu een hoger prijskaartje gekregen.
Het schadebedrag van €9 mrd is een minimum, omdat Van der Sleen andere kostenposten dan de schade door emissies in de lucht niet meerekent. Zijn rekensom is bijvoorbeeld exclusief de schade door agrarische emissies in water. Die raamt hij voor de totale landbouwsector op jaarlijks €1 mrd op basis van onderzoek door derden, zonder dat een uitsplitsing naar de veehouderij mogelijk is. Zijn berekening is ook exclusief schade door toeleveranciers en verwerkende industrie in de keten. ‘Want daarover ontbreken goede gegevens’, zegt Van der Sleen.
**’Politici doen niets’**
De samenleving lijdt ook schade door uitgestelde vergunningen na de verlammende uitspraak van de Raad van State in 2019 over het stikstofbeleid. Het Financieele Dagblad berekende vorig jaar dat de schade aan de economie door uitgestelde bouwprojecten oploopt met €8 mrd per jaar. Ook dat, en het aandeel van de veehouderij daarin, laten Van der Sleen en Vollenbroek buiten beschouwing. Deze schadepost valt volgens Vollenbroek de veehouderij niet aan te rekenen. ‘Die schade ontstaat doordat politici niets doen.
‘Theun Vellinga, onderzoeker van veehouderij en milieu aan de Wageningen Universiteit, zegt in een reactie de nieuwe berekeningen van Van der Sleen goed te kunnen volgen. In eigen onderzoek kijkt Vellinga uitsluitend naar emissies en niet naar de economische schade daarvan. Toch verbaast het nieuwe cijfer hem niet. ‘De emissies zijn gelijk gebleven en de prijzen daarvan zijn omhooggegaan. Dan hangt er een ander prijskaartje aan.
‘Een hogere schadepost dan tot nu toe gedacht verandert niets aan het onderliggende probleem, zegt Vellinga. ‘Er is de afgelopen jaren niet of nauwelijks een dalende trend in de emissies te zien. Het probleem is onverminderd groot. Ik denk niet dat we een hoger schadebedrag nodig hebben om die boodschap over te brengen.
‘Van der Sleen en Vollenbroek melden hun analyse twee maanden geleden te hebben besproken met ambtenaren van het landbouwministerie. Die zouden weinig oor hebben naar de conclusie dat Nederland welvarender zou zijn zonder intensieve veeteelt, zelfs ondanks miljarden omschakelingskosten.
**Eerste levensbehoefte**
Het departement laat weten niet inhoudelijk op de berekeningen van Van der Sleen te kunnen reageren, maar dat het ‘bekend is dat de veehouderij in Nederland ook gepaard gaat met negatieve effecten’. Anderzijds, aldus de woordvoerder, ‘levert de agrarische sector ons ook veel op, al staat buiten kijf dat iets moet veranderen in de manier van produceren’.
Veehouderijspecialist Mark Heijmans van boerenkoepel LTO ziet twee belangrijke ‘missers’ in de analyse van Van der Sleen. ‘Voedsel is een eerste levensbehoefte. De productie van zoiets wezenlijks kun je niet zomaar inwisselen voor de productie van iets anders. En hoe wordt de boer beter van de opheffing van de veehouderij? Dat blijkt nergens uit.
Ik vind de argumenten van Mark over de missers nogal slecht:
Voedsel is inderdaad een levensbehoefte, intensieve veehouderij voor vlees/melk etc valt daar niet onder maar mijn mening. Het land van een intensieve veehouderij kan ook gebruikt worden voor gewassen (minder schadelijk voor het milieu) als men zorgen heeft over genoeg voedsel productie, wat me erg sterk lijkt.
En opties voor de boer? Het zuigt maar deze manier is gewoon ronduit slecht voor Nederland. Zijn manier van vee houden kan en mag Nederland gewoon niet zo erg schaden. Dan moet het bedrijf uitgekocht worden of 180 graden draaien en wel milieuvriendelijke werken. Er zijn meer opties dan intensieve veehouderij.