Opinie | Ambtenaren hebben het beste voor met het land. Gun ons het vertrouwen

by tobiaspardoen

6 comments
  1. ‘De overheid’: bron van alle ellende in Nederland, incapabel instituut, en er werken mensen die weinig weten en nooit genoeg doen. Of die juist te veel doen, maar dan altijd het verkeerde. De overheid is mijn werkgever. Of ben je als ambtenaar zelf ‘de overheid’? Hoe dan ook: het is een vreemde tijd om een jonge ambtenaar te zijn.
    Vol goede moed en vervuld met idealisme begon ik een aantal jaar geleden mijn loopbaan in de ambtenarij. Covid- 19 moest Nederland nog platleggen toen ik mij in februari 2020 zorgen maakte of ik voldoende nette kleren had om dagelijks acceptabel te verschijnen op het kantoor in Den Haag. De periode die volgde was een collectief trauma voor ons allemaal. Als jonge ambtenaar beleefde ik een niche versie van dat trauma.

    Het heeft namelijk iets wonderlijks om te zien hoe duizenden boze mensen op het Museumplein geloven dat ‘de overheid’ ze probeert te onderdrukken met coronamaatregelen als je net in een matig online overlegje zat over testbewijzen. Die demonstranten overschatten gruwelijk de vaardigheden van ambtenaren om zich te organiseren. Zij zagen een mondiale politieke agenda van de elite om mensen met testbewijzen te onderdrukken. Ik zag katten door het scherm lopen, collega’s die het geluid niet aan kregen of te laat waren omdat ze het linkje van de vergadering niet konden vinden. Een grandioze samenzwering? Zeer onwaarschijnlijk, als je het mij vraagt.

    Andere mensen onderschatten juist de overheid. Het was moeilijk om te praten met vrienden die het altijd beter wisten dan onze ambtelijke adviezen, die de basis vormden van de besluiten van ministers. Soms liet ik me verleiden, maar meestal had ik na een 60-urige thuiswerkweek geen zin om alle discussies die ik al op een scherm voerde met collega’s van vijf ministeries en dertig belangenorganisaties nog een keer over te doen met een emotionele leek. En dus leed ik vaak in stilte. Aanhoren, in m’n hoofd de altijd aanwezige tegenargumenten herhalen, zachtjes m’n hoofd schudden en proberen te blijven herinneren dat je het beste probeert te doen voor Nederland. Oók voor m’n koppige, betweterige en een tikkeltje ondankbare vrienden – zelfs als zij dat niet doorhebben.

    ​

    Wat ik beschrijf gaat verder dan Covid-19 of de ontevredenheidsstemmen op de BBB. Het frustreert bijvoorbeeld enorm om te zien welke invloed BN’ers en andere willekeurige Nederlanders hebben als ze bij een praatprogramma maar wat zeggen over een onderwerp waar ze niks van weten. Waar heb ik dan voor gestudeerd? Waar werk ik elke dag zo hard voor als Tweede Kamerleden mijn zorgvuldig geformuleerde Kamerbrieven, waar ze zélf om hebben gevraagd, bewust negeren in hun optredens? Wat heeft mijn werk voor zin als politiek enkel een spel van afrekenen is, in plaats van een zoektocht naar de beste oplossing? Hoe wordt het ooit beter als we altijd zoeken naar de schuldige, in plaats van ons afvragen waarom het tegenwicht ontbrak?

    Wat deze ervaringen specifiek voor jonge ambtenaren schrijnend maakte is het contrast. We zijn begonnen met werken midden in een verhard maatschappelijk klimaat. De ambtenarij is allang geen slome grijze brei meer maar zit vol met jonge, hoogopgeleide, gedreven mensen. De meeste van mijn jonge collega’s werken vanuit overtuiging bij de overheid. Ze willen bijdragen aan een beter Nederland, echt verschil maken. De eed of belofte om een onkreukbare en betrouwbare landsdienaar te zijn staat nog vers in het geheugen gegrift.
    Natuurlijk beginnen jonge mensen idealistisch en vlakt men na ervaring af. Natuurlijk hebben ook meer ervaren ambtenaren last van al het bovenstaande. Maar de manier waarop het in het publieke debat momenteel geoorloofd en zelfs hip is om de overheid in alle toonaarden af te kraken, is extra schadelijk voor mijn generatie jonge ambtenaren. Verschillen van mening en harde discussies zijn goed en horen erbij, maar gebrek aan inhoudelijke discussies en een overvloed aan gebrul voor de bühne van Kamerleden demotiveert. Tel daar het steeds lelijker wordende maatschappelijke debat bij op en voor Nederland werken lijkt ineens niet meer zo lonend.

    Er gaan dingen mis, zeker. Het kan beter, altijd. Maar er gaan bij de overheid ook veel dingen goed die (blijkbaar) te saai of te veel routine zijn om nieuwswaarde te hebben. En er werken veel mensen met hart en ziel voor Nederland, zoals ik. Een beetje menselijkheid, redelijkheid en gematigdheid in het debat is belangrijk voor onze bewindspersonen die met hun gezicht in de krant staan en kans lopen thuis met fakkels te worden bezocht. Maar ook wij, mensen die je niet ziet maar wel bestaan, in de schaduw maar hardwerkend met de beste bedoelingen, horen en zien wat men schrijft en zegt. Ondanks alle politieke ophef en de aankomende verkiezingen zetten we met geheven hoofd en weerbarstig enthousiasme ons werk stug voort.

    De ambtenarij is allang geen slome grijze brei meer maar zit vol met jonge, hoogopgeleide, gedreven mensen Lauren Marijnen is senior beleidsmedewerker bij de Rijksoverheid.

  2. Wat stel je voor? Een stemadvies? Hoe kunnen we volgens jou bv de asiel, stikstof en huizenmarkt crisis het beste te lijf gaan?

  3. Jammer dat het sentiment hier direct gekoppeld wordt aan de wappies en complotdenken.

    Ik geloof absoluut niet in de babybloeddrinkende, populatie onderdrukkende WEF ambtenarij, maar ik denk wel dat een gezonde dosis kritiek op de gehele overheid niet zou misstaan. Niet vanwege allerlei complot theorieën, maar omdat er meer corruptie en incompetentie in de overheid zit dan we zelf willen toegeven. We spreken graag laatdunkend over de zogenoemde “bananenrepublieken” maar het zou verstandig zijn onszelf eerst een spiegel voor te houden.

  4. >Waar werk ik elke dag zo hard voor als Tweede Kamerleden mijn zorgvuldig geformuleerde Kamerbrieven, waar ze zélf om hebben gevraagd, bewust negeren in hun optredens?

    Volgens mij zit hier meer het probleem dan de ‘wantrouwende complotdenker’ die de ambtenaar geen vertrouwen geeft. De zin die hierop volgt, verwoordt meteen de veelgehoorde kritiek op de ambtenaar:

    >Wat heeft mijn werk voor zin als politiek enkel een spel van afrekenen is, in plaats van een zoektocht naar de beste oplossing?

    Deze politieke werkelijkheid lijkt me veel kwalijker dan een enkele complotdenker die denkt dat je met z’n allen kinderbloed aan het drinken bent bij de borrel.

  5. Ik vind de nadruk op hoogopgeleid hier apart , goed geïnformeerd, gedegen enz had ik passend gevonden maar ik denk dat er maar weinig mensen in dit land zijn die iets accepteren puur op dat je er voor opgeleidt bent. Dat is geen wantrouwen , dat is gewoon iets dat in onze cultuur zit… je mag als leek of lager geplaatste tot op zekere hoogte meepraten en je opleiding geeft je niet alleen status maar vooral de kennis waarmee je het kunt toelichten.

    Tuurlijk is het prima als je daar als overwerkte ambtenaar niet de batterij voor hebt maar ik ben hoogopgeleid en jij niet is in Nederland nooit afdoende voor een gesprek ( iets waar mijn van oorsprong Duitse moeder als arts vroeger nog wel eens tegenaan liep). Het is niet een gebrek aan vertrouwen, het is het ontbreken van een scheiding in gezag.

    Kijk het is natuurlijk dan niet de bedoeling dat politici niks met je brief doen , en tuurlijk het is rot als iemand voor de tiende keer met iets komt wat je al besproken hebt en zijn grenzen die gruwelijk overscheden worden, maar zelfs Nederlanders die een soort VROM fan zijn ofzo zullen nooit de houding aannemen waarbij je als ambtenaar helemaal met rust gelaten wordt.

    Empathie daar kun je zeker om vragen.

  6. Ik heb jaren voor de overheid gewerkt (ingehuurd als ICT project- en interim-manager) en het probleem is niet de “lagere” ambtenaren, maar het management. Vaak zijn dit onbenullen die geen kennis van zaken hebben en vooral bezig zijn met hun eigen carrière. De meesten zijn net zeemeeuwen: ze komen krijsend aanvliegen, schijten de hele boel onder en verdwijnen weer met stille trom om bij een ander departement of overheidsinstelling hetzelfde te doen.

Leave a Reply