[Archive](https://archive.ph/2UqD6)
Een nieuwe linkse kerk
De linkse samenwerking schaakte maandenlang op twee borden. Meerdere draaiboeken lagen klaar en zelfs over die moeilijke leiderschapsvraag bestonden al ideeën. Toen het kabinet viel werd binnen één week Frans Timmermans binnenskamers gekroond.
Er heerst verraderlijke lichtheid in het Skatecafé. Het zijn de laatste dagen van juni en niemand hier kan bevroeden dat het kabinet over anderhalve week zal vallen. Grofweg driehonderd PvdA’ers en GroenLinksers hebben zich verzameld in deze hippe loods in Amsterdam-Noord om met elkaar de ‘linkse zomer’ in te luiden. De aankondiging belooft dat het zal gaan over het discussiestuk van de ideologische instituten van beide partijen en over systeemverandering, solidariteit en gelijkwaardigheid. En hoewel op eerdere avonden thema’s als migratie en degrowth nog iets van debat konden ontlokken, gaat het er hier braaf aan toe. Scherpe tegenstellingen zijn ook niet de bedoeling, geven mensen uit beide partijtoppen toe. Dit is vooral een ‘beleving’, de laatste editie van een serie van elf bijeenkomsten verspreid over het land waarbij leden elkaar over en weer kunnen ontmoeten.
Jesse Klaver klimt op een picknicktafel. Hij vertelt enthousiast over hoe hij zich de afgelopen maanden in de sociaal-democratie heeft verdiept, vooral in de ‘doorbraakperiode’, een moment in het naoorlogse Nederland waarop progressieven hun hokjes verlieten en samensmolten in één beweging: de PvdA. ‘Toen had je nog zuilen’, zegt Klaver. ‘Dan dronk je op zondagochtend bijvoorbeeld wijn en at je een hostie, nu drink je op zondagochtend een glas havermelk. Dat is voor sommigen van ons haast ook een religie geworden.’
De menigte lacht, maar twee dagen later zegt Klaver op zijn werkkamer dat in het grapje bittere ernst ligt besloten. ‘Ik ben opgevoed in het rooms-katholieke Brabant, met tradities en liturgie. Symbolen en rituelen zijn belangrijk, dat soort toneel geeft inkleuring, het zijn ankers. Maar zodra die ankers dogma’s worden en ervoor zorgen dat je elkaar niet meer ontmoet, heb je een probleem. Een brede volksbeweging moet dat tegengaan. Of je nou een gehaktbal eet of een glas havermelk drinkt, het mag nooit religie worden en ons verdelen.’
Wat hij maar wil zeggen: focus op dat wat gezamenlijk is. En toegegeven, de bijeenkomst in het Skatecafé heeft inderdaad de trekken van een katholiek samenzijn: er is veel retoriek en symboliek, maar weinig scherp debat. ‘Dit soort gezamenlijke bijeenkomsten, deze meet-ups, kun je inderdaad zien als de kerkgang’, zegt Klaver. ‘Wij zijn nu samen op zoek naar hoe je idealen viert en hoe je elkaar treft.’ Inmiddels is hij zelf ook veranderd. En niet voor het eerst, zo geeft hij toe. Hij is minder naïef geworden over macht, heeft het geloof verloren dat je ‘met alleen een goed idee er komt’ en hij vindt dat ‘links weer moet leren vechten’. Ook noemt hij zichzelf sinds enkele maanden steeds vaker een ‘groene sociaal-democraat’. Een week na de kabinetsval wordt hij lid van de PvdA.
Wanneer Klaver de picknicktafel weer verlaat, springt er een presentator op die aankondigt dat ze een groepsspel gaan spelen. Op de grond is met tape een lijn getrokken. Er zullen stellingen klinken en op basis van je antwoord moet je aan een van de kanten van de streep gaan staan. Al snel klinkt die ene existentiële vraag door de microfoon: bent u optimistisch of pessimistisch over de linkse samenwerking? Massaal beweegt de massa zich richting het optimistische vak. ‘Ik ga het moeilijker maken’, zegt de presentator. ‘Gaat het te snel of te langzaam?’ De menigte beweegt zich naar ‘te langzaam’.
Slechts zestien mensen blijven eenzaam achter in het sceptische hoekje dat vindt dat de fusietrein te snel gaat. ‘Iedereen ziet ons hier alleen staan’, zegt een lokale GroenLinks-bestuurder. Een PvdA’er die ook tegen samenwerking is vult haar aan. ‘Alle prominenten staan daar!’ Ook op andere ledenavonden ging het zo, alleen in Groningen is het PvdA-Kamerlid Henk Nijboer nét aan de sceptische kant van de streep gaan staan.
Op de avond in Amsterdam staat Klaver van een afstandje naar het lijnenspel te kijken. Vanuit een andere hoek kijkt ook de Amsterdamse PvdA-wethouder Marjolein Moorman toe. Klaver en Moorman zijn fusievoorstanders van het eerste uur. En hoewel ze op dat moment allebei nog nadenken over of zij de leider kunnen zijn van die nieuwe linkse beweging, zullen ze binnen enkele weken gepasseerd worden voor Frans Timmermans. Maar ook dat weet op dat moment nog niemand.
De kabinetsval heeft veel veranderd. In slechts twee weken tijd zijn er binnen de linkse samenwerking ingrijpende keuzes gemaakt: er komt één gezamenlijke lijst, één verkiezingsprogramma en één boegbeeld. Daar is twee jaar lang naartoe gewerkt, met vallen en opstaan. Dit voorjaar nog had het gezamenlijke project het bij vlagen moeilijk. De partijen waren samen de Provinciale-Statenverkiezingen ingegaan, hadden daar een prima uitslag geboekt en als gevolg kropen ze in de Eerste Kamer zonder enige frictie gebroederlijk bij elkaar. Maar bij de formaties in de provinciehuizen lieten met name sociaal-democraten GroenLinksers soms met verrassend gemak los. Zij verkozen macht op de korte termijn boven idealen en samenwerking.
Ook uit Brussel kwam slecht nieuws. Bij de Europese verkiezingen van volgend jaar doen de partijen niet mee met een gezamenlijk verkiezingsprogramma, terwijl de steun onder leden daarvoor groot is. Het probleem? De PvdA’ers zijn onderdeel van de zeer grote sociaal-democratische familie, de GroenLinksers van een veel kleinere groene club. En hoewel met name PvdA’ers in Europa erg voor hechtere samenwerking zijn, is de Brusselse GroenLinks-leider Bas Eickhout afhoudend. ‘Grappig genoeg is dat voor ons best een opluchting’, zegt een Haagse PvdA’er. ‘Dat zij een keer op de rem trappen en niet wij.’
Tegen die achtergrond woedt er dit voorjaar nog een ander debat tussen beide partijbesturen. Zij buigen zich over een ledenvoorstel dat op het eerste gezamenlijke partijcongres in Den Bosch met grote meerderheid is aangenomen: er moet een referendum komen over de vraag of de partijen bij een volgende Tweede-Kamerverkiezing samen meedoen. ‘Dat was vooral een stok achter de deur’, zegt Frank van de Wolde die de motie indiende namens RoodGroen, een club van leden uit beide partijen die de samenwerking aanjaagt. ‘Zodat als het kabinet valt er hoe dan ook een ledenraadpleging komt.’
De puzzel die de partijbesturen samen moeten leggen is: wanneer en hoe schrijf je zo’n ledenraadpleging uit? De innig samenwerkende partijen vallen terug in hun oude gedrag. Voor GroenLinks kan het niet snel genoeg gaan. Zij zijn bang dat het vuurtje uitdooft. ‘Elke keer als we een stap naar voren zetten, zag je dat zij die hier wel aan werken maar niet volledig overtuigd zijn toch weer twijfelen’, zegt een GroenLinkser die nauw betrokken is bij de samenwerking. ‘Daarom moeten we constant de druk erop houden.’
De PvdA vindt dat eerst alle lopende ledengesprekken afgerond moeten zijn en dat je pas daarna zo’n ingrijpende vraag mag voorleggen. Het mag op geen enkele manier op een top-downproces lijken. Als het PvdA-bestuur tijdens onderlinge gesprekken opnieuw begint over ‘procesrechtvaardigheid’, schrikken ze bij GroenLinks. Het is de term die door PvdA-voorzitter Esther-Mirjam Sent in de afgelopen twee jaar op cruciale momenten is gebruikt bij het vertragen van fusiestappen.
Een andere zorg binnen de partij van Sent is of je een ledenraadpleging direct na een kabinetsval wel kunt beloven. ‘GroenLinksers geloven dat je alles wel oplost in het moment’, zegt een ingevoerde PvdA’er. ‘PvdA’ers vragen zich altijd sneller af of zoiets praktisch wel kan.’
Uiteindelijk worden de partijen het eens over een grof tijdsplan: vlak na de zomer zullen de partijbesturen een besluit nemen over wanneer ze aan de leden de vraag voorleggen over wel of niet gezamenlijk meedoen met de Tweede-Kamerverkiezingen. Waarschijnlijk zou dat dan oktober of november worden. Daarna kan de publieke zoektocht naar een nieuwe leider beginnen.
1 comment
[Archive](https://archive.ph/2UqD6)
Een nieuwe linkse kerk
De linkse samenwerking schaakte maandenlang op twee borden. Meerdere draaiboeken lagen klaar en zelfs over die moeilijke leiderschapsvraag bestonden al ideeën. Toen het kabinet viel werd binnen één week Frans Timmermans binnenskamers gekroond.
Er heerst verraderlijke lichtheid in het Skatecafé. Het zijn de laatste dagen van juni en niemand hier kan bevroeden dat het kabinet over anderhalve week zal vallen. Grofweg driehonderd PvdA’ers en GroenLinksers hebben zich verzameld in deze hippe loods in Amsterdam-Noord om met elkaar de ‘linkse zomer’ in te luiden. De aankondiging belooft dat het zal gaan over het discussiestuk van de ideologische instituten van beide partijen en over systeemverandering, solidariteit en gelijkwaardigheid. En hoewel op eerdere avonden thema’s als migratie en degrowth nog iets van debat konden ontlokken, gaat het er hier braaf aan toe. Scherpe tegenstellingen zijn ook niet de bedoeling, geven mensen uit beide partijtoppen toe. Dit is vooral een ‘beleving’, de laatste editie van een serie van elf bijeenkomsten verspreid over het land waarbij leden elkaar over en weer kunnen ontmoeten.
Jesse Klaver klimt op een picknicktafel. Hij vertelt enthousiast over hoe hij zich de afgelopen maanden in de sociaal-democratie heeft verdiept, vooral in de ‘doorbraakperiode’, een moment in het naoorlogse Nederland waarop progressieven hun hokjes verlieten en samensmolten in één beweging: de PvdA. ‘Toen had je nog zuilen’, zegt Klaver. ‘Dan dronk je op zondagochtend bijvoorbeeld wijn en at je een hostie, nu drink je op zondagochtend een glas havermelk. Dat is voor sommigen van ons haast ook een religie geworden.’
De menigte lacht, maar twee dagen later zegt Klaver op zijn werkkamer dat in het grapje bittere ernst ligt besloten. ‘Ik ben opgevoed in het rooms-katholieke Brabant, met tradities en liturgie. Symbolen en rituelen zijn belangrijk, dat soort toneel geeft inkleuring, het zijn ankers. Maar zodra die ankers dogma’s worden en ervoor zorgen dat je elkaar niet meer ontmoet, heb je een probleem. Een brede volksbeweging moet dat tegengaan. Of je nou een gehaktbal eet of een glas havermelk drinkt, het mag nooit religie worden en ons verdelen.’
Wat hij maar wil zeggen: focus op dat wat gezamenlijk is. En toegegeven, de bijeenkomst in het Skatecafé heeft inderdaad de trekken van een katholiek samenzijn: er is veel retoriek en symboliek, maar weinig scherp debat. ‘Dit soort gezamenlijke bijeenkomsten, deze meet-ups, kun je inderdaad zien als de kerkgang’, zegt Klaver. ‘Wij zijn nu samen op zoek naar hoe je idealen viert en hoe je elkaar treft.’ Inmiddels is hij zelf ook veranderd. En niet voor het eerst, zo geeft hij toe. Hij is minder naïef geworden over macht, heeft het geloof verloren dat je ‘met alleen een goed idee er komt’ en hij vindt dat ‘links weer moet leren vechten’. Ook noemt hij zichzelf sinds enkele maanden steeds vaker een ‘groene sociaal-democraat’. Een week na de kabinetsval wordt hij lid van de PvdA.
Wanneer Klaver de picknicktafel weer verlaat, springt er een presentator op die aankondigt dat ze een groepsspel gaan spelen. Op de grond is met tape een lijn getrokken. Er zullen stellingen klinken en op basis van je antwoord moet je aan een van de kanten van de streep gaan staan. Al snel klinkt die ene existentiële vraag door de microfoon: bent u optimistisch of pessimistisch over de linkse samenwerking? Massaal beweegt de massa zich richting het optimistische vak. ‘Ik ga het moeilijker maken’, zegt de presentator. ‘Gaat het te snel of te langzaam?’ De menigte beweegt zich naar ‘te langzaam’.
Slechts zestien mensen blijven eenzaam achter in het sceptische hoekje dat vindt dat de fusietrein te snel gaat. ‘Iedereen ziet ons hier alleen staan’, zegt een lokale GroenLinks-bestuurder. Een PvdA’er die ook tegen samenwerking is vult haar aan. ‘Alle prominenten staan daar!’ Ook op andere ledenavonden ging het zo, alleen in Groningen is het PvdA-Kamerlid Henk Nijboer nét aan de sceptische kant van de streep gaan staan.
Op de avond in Amsterdam staat Klaver van een afstandje naar het lijnenspel te kijken. Vanuit een andere hoek kijkt ook de Amsterdamse PvdA-wethouder Marjolein Moorman toe. Klaver en Moorman zijn fusievoorstanders van het eerste uur. En hoewel ze op dat moment allebei nog nadenken over of zij de leider kunnen zijn van die nieuwe linkse beweging, zullen ze binnen enkele weken gepasseerd worden voor Frans Timmermans. Maar ook dat weet op dat moment nog niemand.
De kabinetsval heeft veel veranderd. In slechts twee weken tijd zijn er binnen de linkse samenwerking ingrijpende keuzes gemaakt: er komt één gezamenlijke lijst, één verkiezingsprogramma en één boegbeeld. Daar is twee jaar lang naartoe gewerkt, met vallen en opstaan. Dit voorjaar nog had het gezamenlijke project het bij vlagen moeilijk. De partijen waren samen de Provinciale-Statenverkiezingen ingegaan, hadden daar een prima uitslag geboekt en als gevolg kropen ze in de Eerste Kamer zonder enige frictie gebroederlijk bij elkaar. Maar bij de formaties in de provinciehuizen lieten met name sociaal-democraten GroenLinksers soms met verrassend gemak los. Zij verkozen macht op de korte termijn boven idealen en samenwerking.
Ook uit Brussel kwam slecht nieuws. Bij de Europese verkiezingen van volgend jaar doen de partijen niet mee met een gezamenlijk verkiezingsprogramma, terwijl de steun onder leden daarvoor groot is. Het probleem? De PvdA’ers zijn onderdeel van de zeer grote sociaal-democratische familie, de GroenLinksers van een veel kleinere groene club. En hoewel met name PvdA’ers in Europa erg voor hechtere samenwerking zijn, is de Brusselse GroenLinks-leider Bas Eickhout afhoudend. ‘Grappig genoeg is dat voor ons best een opluchting’, zegt een Haagse PvdA’er. ‘Dat zij een keer op de rem trappen en niet wij.’
Tegen die achtergrond woedt er dit voorjaar nog een ander debat tussen beide partijbesturen. Zij buigen zich over een ledenvoorstel dat op het eerste gezamenlijke partijcongres in Den Bosch met grote meerderheid is aangenomen: er moet een referendum komen over de vraag of de partijen bij een volgende Tweede-Kamerverkiezing samen meedoen. ‘Dat was vooral een stok achter de deur’, zegt Frank van de Wolde die de motie indiende namens RoodGroen, een club van leden uit beide partijen die de samenwerking aanjaagt. ‘Zodat als het kabinet valt er hoe dan ook een ledenraadpleging komt.’
De puzzel die de partijbesturen samen moeten leggen is: wanneer en hoe schrijf je zo’n ledenraadpleging uit? De innig samenwerkende partijen vallen terug in hun oude gedrag. Voor GroenLinks kan het niet snel genoeg gaan. Zij zijn bang dat het vuurtje uitdooft. ‘Elke keer als we een stap naar voren zetten, zag je dat zij die hier wel aan werken maar niet volledig overtuigd zijn toch weer twijfelen’, zegt een GroenLinkser die nauw betrokken is bij de samenwerking. ‘Daarom moeten we constant de druk erop houden.’
De PvdA vindt dat eerst alle lopende ledengesprekken afgerond moeten zijn en dat je pas daarna zo’n ingrijpende vraag mag voorleggen. Het mag op geen enkele manier op een top-downproces lijken. Als het PvdA-bestuur tijdens onderlinge gesprekken opnieuw begint over ‘procesrechtvaardigheid’, schrikken ze bij GroenLinks. Het is de term die door PvdA-voorzitter Esther-Mirjam Sent in de afgelopen twee jaar op cruciale momenten is gebruikt bij het vertragen van fusiestappen.
Een andere zorg binnen de partij van Sent is of je een ledenraadpleging direct na een kabinetsval wel kunt beloven. ‘GroenLinksers geloven dat je alles wel oplost in het moment’, zegt een ingevoerde PvdA’er. ‘PvdA’ers vragen zich altijd sneller af of zoiets praktisch wel kan.’
Uiteindelijk worden de partijen het eens over een grof tijdsplan: vlak na de zomer zullen de partijbesturen een besluit nemen over wanneer ze aan de leden de vraag voorleggen over wel of niet gezamenlijk meedoen met de Tweede-Kamerverkiezingen. Waarschijnlijk zou dat dan oktober of november worden. Daarna kan de publieke zoektocht naar een nieuwe leider beginnen.