Bij het opsporen van fraude in arme wijken is privacy voor de overheid geen obstakel
De sleepnetmethode waarmee de overheid armere wijken doorlicht om fraude en andere misstanden op te sporen, kan niet door de beugel. Dat zeggen interne toezichthouders in vertrouwelijke adviezen over de projecten van de zogeheten Landelijke Stuurgroep Interventieteams. ‘De wettelijke grondslag ontbreekt en de risico’s voor de rechten en vrijheden van kwetsbare mensen zijn onvoldoende weggenomen.’
Een schuld bij de Belastingdienst. Te weinig geld om van te leven. Een gezin in de voormalige volkswijk Schiedam-Oost heeft het niet makkelijk wanneer op een dag in 2013 een interventieteam met medewerkers van de gemeente en andere overheden voor de deur staat.
De familieleden zitten dan al een paar jaar in de bijstand. Ze denken dat de ambtenaren zijn gekomen om te helpen. Dat hadden ze begrepen uit de aankondiging van een project in hun wijk. In werkelijkheid staat het team voor de deur omdat er sprake is van een ernstige verdenking: uitkeringsfraude.
De woning van de familie, zo zal later tijdens rechtszaken blijken, was een verwonderadres. Dat is volgens de Dikke Van Dale, die het woord in 2019 opnam in een lijstje ‘Woorden van de Week’, een adres dat ‘de aandacht van de overheid trekt omdat big data duiden op gedragspatronen van bewoners die afwijkend en daarom verdacht zijn’.
In het geval van het Schiedamse gezin kwamen er uit een geautomatiseerde risicoanalyse meerdere van die ‘rode vlaggen’. Leerplichtmeldingen bijvoorbeeld. Want volgens die analyse was ‘ten aanzien van de ouders van dergelijke leerlingen meer oplettendheid nodig.’ Een ander signaal dat er iets aan de hand kon zijn: een onbekend bankrekeningnummer; dat kon op verborgen inkomsten wijzen. Ook de schulden bij de Belastingdienst waren een indicatie voor mogelijk gesjoemel. Volgens de logica van het systeem kan zo’n schuld namelijk een aanwijzing zijn voor ‘gedrag dat onzorgvuldig of niet conform regelgeving is’.
Samen met een anonieme melding van zwartwerken over een van de gezinsleden was dit genoeg voor een huisbezoek door de instanties en een diepgaande fraudecontrole.
Het Schiedamse gezin maakte kennis met de manier waarop de overheid sinds jaar en dag gebieden doorlicht op fraude en misstanden. Straten, flats, vakantieparken en vaak hele buurten en wijken worden zo onder de loep genomen.
Achter de voordeur
De aanpak wordt in stelling gebracht als veel bewoners in een buurt of wijk een uitkering of toeslag ontvangen, er sociale problematiek is, overlast en criminaliteit wordt ervaren of de overheid de indruk heeft dat bewoners zich niet aan de wet willen houden. ‘Als we niet of onvoldoende optreden tegen misstanden, zullen kwaadwillende inwoners de ruimte voelen zich niet te houden aan wet- en regelgeving,’ staat bijvoorbeeld in een van de projectplannen.
Vrijwel altijd gaat het om sociaal-economisch zwakkere buurten en wijken waarin veel huishoudens financiële problemen hebben, met veel alleenstaande ouders of mensen van buitenlandse afkomst. Het hogere doel van de projecten: de ‘leefbaarheid’ in deze wijken verbeteren.
Gemeenten, de Belastingdienst, de politie, het UWV, de SVB, de Arbeidsinspectie en de IND delen, analyseren en bespreken gevoelige informatie en risicosignalen over adressen en mensen in deze wijken, om hier huisbezoeken af te leggen.
Dat doen ze onder de vlag van een samenwerkingsverband dat bij het grote publiek nauwelijks bekend is, maar al twintig jaar bestaat: de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI), onder voorzitterschap van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ‘Met de LSI kom je echt achter de voordeur,’ zo prijst de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die de aanpak propageert en coördineert.
Uit een overzicht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van eind vorig jaar blijkt dat er sinds 2003 meer dan tweehonderd LSI-projecten zijn geweest. Ze luisteren naar weinig onthullende namen als ‘wijkgerichte aanpak’, ‘flexibele inzet controlecapaciteit’ en ‘flexibel regionaal interventieteam’ (FRIT).
Hulpproject
Het vermoeden dat een van de Schiedamse ouders zwart werkte, klopte niet. Wel bleek uit het onderzoek dat een volwassen dochter die nog bij haar ouders inwoonde, geld op haar rekening gestort kreeg van een vriendin, als bijdrage aan haar levensonderhoud. Hiervan betaalde de dochter geregeld ook uitgaven voor haar ouders.
En dat mag niet. De gemeente legde een boete op voor het schenden van de inlichtingenplicht. Wie een bijstandsuitkering heeft en inkomsten verzwijgt, kan daarvoor hard aangepakt worden.
De ouders legden zich hier niet bij neer. Ze stapten in 2018 zelfs naar de hoogste rechter in sociale-zekerheidszaken, de Centrale Raad voor Beroep. Daar brachten ze een fundamenteel bezwaar in: de wijkgerichte aanpak was in hun ogen onrechtmatig.
Op de website van de gemeente Schiedam was de aanpak volgens de familie namelijk gepresenteerd als een hulpproject waarbij bewoners thuis zouden worden bezocht, terwijl het echte doel fraudebestrijding bleek te zijn. Het argument maakte weinig indruk op de rechters. Ze waren er kort over: ‘Appellant heeft zijn stelling niet onderbouwd.’
Toch is daarmee de vraag niet beantwoord of wat de overheidsorganisaties doen, eigenlijk wel mag. Zij moeten controleren op fraude met uitkeringen en belastingen, maar op basis waarvan een programma als de wijkgerichte aanpak toegestaan zou zijn, is minder duidelijk. Dat gaat namelijk veel verder dan het aanpakken van concrete fraudegevallen. Zo worden er op grote schaal gegevens verwerkt om ‘verdachte’ burgers en adressen in beeld te krijgen, zonder dat er op voorhand een verdenking bestaat.
Er zijn flinke vraagtekens te plaatsen bij de rechtmatigheid van de LSI-methode. In documenten die Follow the Money en collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports met een beroep op de Wet open overheid (Woo) bij gemeenten en landelijke overheden hebben opgevraagd, waarschuwen interne privacytoezichthouders dat de methode te ver gaat. Rechten en vrijheden van burgers zijn in het geding, schrijven ze.
Ook brachten de privacytoezichthouders in kaart welke risico’s de methode voor de overheid oplevert: van schadevergoedingen tot dwangsommen en een verwerkingsverbod.
Desondanks gaat de aanpak in veel plaatsen gewoon door. Op dit moment lopen er elf projecten en staan er nog twee op de planning.
1 week geleden: “Ambtenaren hebben het beste voor met het land. Gun ons het vertrouwen”
2 comments
Bij het opsporen van fraude in arme wijken is privacy voor de overheid geen obstakel
De sleepnetmethode waarmee de overheid armere wijken doorlicht om fraude en andere misstanden op te sporen, kan niet door de beugel. Dat zeggen interne toezichthouders in vertrouwelijke adviezen over de projecten van de zogeheten Landelijke Stuurgroep Interventieteams. ‘De wettelijke grondslag ontbreekt en de risico’s voor de rechten en vrijheden van kwetsbare mensen zijn onvoldoende weggenomen.’
Een schuld bij de Belastingdienst. Te weinig geld om van te leven. Een gezin in de voormalige volkswijk Schiedam-Oost heeft het niet makkelijk wanneer op een dag in 2013 een interventieteam met medewerkers van de gemeente en andere overheden voor de deur staat.
De familieleden zitten dan al een paar jaar in de bijstand. Ze denken dat de ambtenaren zijn gekomen om te helpen. Dat hadden ze begrepen uit de aankondiging van een project in hun wijk. In werkelijkheid staat het team voor de deur omdat er sprake is van een ernstige verdenking: uitkeringsfraude.
De woning van de familie, zo zal later tijdens rechtszaken blijken, was een verwonderadres. Dat is volgens de Dikke Van Dale, die het woord in 2019 opnam in een lijstje ‘Woorden van de Week’, een adres dat ‘de aandacht van de overheid trekt omdat big data duiden op gedragspatronen van bewoners die afwijkend en daarom verdacht zijn’.
In het geval van het Schiedamse gezin kwamen er uit een geautomatiseerde risicoanalyse meerdere van die ‘rode vlaggen’. Leerplichtmeldingen bijvoorbeeld. Want volgens die analyse was ‘ten aanzien van de ouders van dergelijke leerlingen meer oplettendheid nodig.’ Een ander signaal dat er iets aan de hand kon zijn: een onbekend bankrekeningnummer; dat kon op verborgen inkomsten wijzen. Ook de schulden bij de Belastingdienst waren een indicatie voor mogelijk gesjoemel. Volgens de logica van het systeem kan zo’n schuld namelijk een aanwijzing zijn voor ‘gedrag dat onzorgvuldig of niet conform regelgeving is’.
Samen met een anonieme melding van zwartwerken over een van de gezinsleden was dit genoeg voor een huisbezoek door de instanties en een diepgaande fraudecontrole.
Het Schiedamse gezin maakte kennis met de manier waarop de overheid sinds jaar en dag gebieden doorlicht op fraude en misstanden. Straten, flats, vakantieparken en vaak hele buurten en wijken worden zo onder de loep genomen.
Achter de voordeur
De aanpak wordt in stelling gebracht als veel bewoners in een buurt of wijk een uitkering of toeslag ontvangen, er sociale problematiek is, overlast en criminaliteit wordt ervaren of de overheid de indruk heeft dat bewoners zich niet aan de wet willen houden. ‘Als we niet of onvoldoende optreden tegen misstanden, zullen kwaadwillende inwoners de ruimte voelen zich niet te houden aan wet- en regelgeving,’ staat bijvoorbeeld in een van de projectplannen.
Vrijwel altijd gaat het om sociaal-economisch zwakkere buurten en wijken waarin veel huishoudens financiële problemen hebben, met veel alleenstaande ouders of mensen van buitenlandse afkomst. Het hogere doel van de projecten: de ‘leefbaarheid’ in deze wijken verbeteren.
Gemeenten, de Belastingdienst, de politie, het UWV, de SVB, de Arbeidsinspectie en de IND delen, analyseren en bespreken gevoelige informatie en risicosignalen over adressen en mensen in deze wijken, om hier huisbezoeken af te leggen.
Dat doen ze onder de vlag van een samenwerkingsverband dat bij het grote publiek nauwelijks bekend is, maar al twintig jaar bestaat: de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI), onder voorzitterschap van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ‘Met de LSI kom je echt achter de voordeur,’ zo prijst de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die de aanpak propageert en coördineert.
Uit een overzicht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van eind vorig jaar blijkt dat er sinds 2003 meer dan tweehonderd LSI-projecten zijn geweest. Ze luisteren naar weinig onthullende namen als ‘wijkgerichte aanpak’, ‘flexibele inzet controlecapaciteit’ en ‘flexibel regionaal interventieteam’ (FRIT).
Hulpproject
Het vermoeden dat een van de Schiedamse ouders zwart werkte, klopte niet. Wel bleek uit het onderzoek dat een volwassen dochter die nog bij haar ouders inwoonde, geld op haar rekening gestort kreeg van een vriendin, als bijdrage aan haar levensonderhoud. Hiervan betaalde de dochter geregeld ook uitgaven voor haar ouders.
En dat mag niet. De gemeente legde een boete op voor het schenden van de inlichtingenplicht. Wie een bijstandsuitkering heeft en inkomsten verzwijgt, kan daarvoor hard aangepakt worden.
De ouders legden zich hier niet bij neer. Ze stapten in 2018 zelfs naar de hoogste rechter in sociale-zekerheidszaken, de Centrale Raad voor Beroep. Daar brachten ze een fundamenteel bezwaar in: de wijkgerichte aanpak was in hun ogen onrechtmatig.
Op de website van de gemeente Schiedam was de aanpak volgens de familie namelijk gepresenteerd als een hulpproject waarbij bewoners thuis zouden worden bezocht, terwijl het echte doel fraudebestrijding bleek te zijn. Het argument maakte weinig indruk op de rechters. Ze waren er kort over: ‘Appellant heeft zijn stelling niet onderbouwd.’
Toch is daarmee de vraag niet beantwoord of wat de overheidsorganisaties doen, eigenlijk wel mag. Zij moeten controleren op fraude met uitkeringen en belastingen, maar op basis waarvan een programma als de wijkgerichte aanpak toegestaan zou zijn, is minder duidelijk. Dat gaat namelijk veel verder dan het aanpakken van concrete fraudegevallen. Zo worden er op grote schaal gegevens verwerkt om ‘verdachte’ burgers en adressen in beeld te krijgen, zonder dat er op voorhand een verdenking bestaat.
Er zijn flinke vraagtekens te plaatsen bij de rechtmatigheid van de LSI-methode. In documenten die Follow the Money en collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports met een beroep op de Wet open overheid (Woo) bij gemeenten en landelijke overheden hebben opgevraagd, waarschuwen interne privacytoezichthouders dat de methode te ver gaat. Rechten en vrijheden van burgers zijn in het geding, schrijven ze.
Ook brachten de privacytoezichthouders in kaart welke risico’s de methode voor de overheid oplevert: van schadevergoedingen tot dwangsommen en een verwerkingsverbod.
Desondanks gaat de aanpak in veel plaatsen gewoon door. Op dit moment lopen er elf projecten en staan er nog twee op de planning.
1 week geleden: “Ambtenaren hebben het beste voor met het land. Gun ons het vertrouwen”