Wat denken ambtenaren over fraude-aanpak overheid? ‘De minister had zijn eigen werkelijkheid.’

by GeneraalSorryPardon

4 comments
  1. ^Parlementaire ^enquête ^Fraudebeleid
    **Wat denken ambtenaren over fraude-aanpak overheid? ‘De minister had zijn eigen werkelijkheid.’**

     

    Bij de invoering van de strenge Fraudewet in 2013 was de regering doof en blind voor de werkelijkheid. Dat blijkt uit de verhoren van twee ambtenaren door de enquêtecommissie Fraudebeleid.
    Emiel Hakkenes12 september 2023, 18:31

     

    Het gebeurde in het najaar van 2010, vlak na het aantreden van het eerste kabinet-Rutte. Topambtenaar Rob Krug van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid kreeg zijn nieuwe politieke bazen op bezoek: minister Henk Kamp en staatssecretaris Paul de Krom, beiden van de VVD. Zij wezen Krug op wat de VVD, het CDA en gedoogpartner PVV hadden afgesproken: een hardere aanpak van fraude met uitkeringen.

     

    In zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening vertelde Krug dinsdag dat hij in antwoord op die mededeling de bewindslieden de feiten schetste: van alle uitkeringsgerechtigden in Nederland houdt zo’n 95 procent zich keurig aan de regels, slechts 5 procent niet. “*Voor minister Kamp kwam dit als een verrassing*”, zei Krug. “*Hij geloofde niet dat zó veel mensen zich aan de regels hielden. Volgens hem moest het aantal fraudeurs wel het dubbele zijn.*”

     

    **Luistert een minister wel?**
    Behalve de inmiddels gepensioneerde Rob Krug verhoorde de enquêtecommissie dinsdag ook Daniëlle Schiet. Zij is nu een hoge onderwijsambtenaar maar werkte in het verleden bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid mee aan het opstellen van de Fraudewet. In de verhoren was de onuitgesproken overkoepelende vraag hoe een ambtenaar zich verhoudt tot een bewindspersoon. Wanneer je als ambtenaar van mening bent dat een wens van de minister in de praktijk onverstandig of onhaalbaar is, laat je dat dan weten? En luistert de minister daar dan ook naar?

     

    Dat een minister opmerkelijke wensen kan hebben, ervoer Rob Krug. Bij toeval ontdekten hij en zijn collega’s dat Rutte I zich ten doel had gesteld om 180 miljoen euro éxtra te incasseren aan boetes en naheffingen voor burgers die frauderen met een uitkering. Waar dat bedrag op was gebaseerd, was Krug volstrekt onduidelijk. En hoe het geld precies binnengehaald moest worden eveneens. “*De minister had zijn eigen werkelijkheid.*”

     

    **‘De minister krijgt wat hij wil’**

    Maar, wilde de enquêtecommissie weten, is het dan niet van belang dat beleid deugdelijk is onderbouwd? Jawel, vond Krug. “*Maar als ambtenaar ben je dienend. Zolang de Grondwet of mensenrechten niet in het geding zijn, krijgt de minister wat hij wil. Het stond nu eenmaal in het regeerakkoord.*”

     

    Een ambtenaar, zo zei Daniëlle Schiet in haar verhoor, dient de minister omdat die deel is van de regering die de meerderheid van de kiezers vertegenwoordigt. Maar, zei ze, een ambtenaar moet ook oog en oor voor de praktijk hebben en de minister wijzen op de uitvoerbaarheid van zijn ideeën.

     

    Zelf werd Schiet geconfronteerd met twee wensen van minister Kamp. Kamp wilde fraude strenger bestraffen door de boetes liefst tien keer zo hoog te maken. Ook wilde hij fraudeurs drie maanden lang hun uitkering kunnen ontnemen. Van gemeenten, die de bijstandsuitkeringen toekennen, hoorde Schiet grote bezwaren tegen deze ideeën. Ten eerste: dat hogere boetes leiden tot minder fraude, was nooit aangetoond. Daarbij: een burger die drie maanden geen bijstand krijgt of wordt opgezadeld met een hoge boete, belandt in de schulden en klopt dan weer aan bij de gemeente voor hulp.

     

    **Het veranderde niets**
    Deze “geluiden uit de uitvoering” bracht Schiet onder Kamps aandacht. Het veranderde niets. “*De politieke overtuiging dat fraude niet mag lonen was sterker, bij een meerderheid in de Kamer.*”

     

    Na hun kennismaking met de kersverse minister Kamp, zo vertelde Rob Krug, vertrokken de medewerkers van het ministerie ‘aangeslagen’ en ‘met hangende schouders’ weer naar hun bureaus. “*Staatssecretaris De Krom kwam ons achterna. Hij zei dat we er maar niet te zwaar aan moesten tillen, want de minister was altijd wat onbehouwen.*”

  2. Simpele en goedkope poging om de schuld van je af te laten glijden en naar de ander te wijzen.

  3. >“Maar als ambtenaar ben je dienend. Zolang de Grondwet of mensenrechten niet in het geding zijn, krijgt de minister wat hij wil. Het stond nu eenmaal in het regeerakkoord.”

    Ja, maar niet aan een of andere “onbehouwen” idioot die toevallig minister is. Aansturen om mensen zonder inkomen te laten eindigen gaat wel in tegen wat we als menselijk beschouwen, behalve dan de VVD. Tel daarbij op dat het volledig ingaat tegen de feiten, als je dan beleid formuleert dien je de maatschappij niet meer maar alleen die politieke partij met hun alternatieve feiten.
    Wel goed dat ze dit nu, al is de schade al aangericht, zeggen, benieuwd naar wat er van terugkomt in de rapportage.

  4. [14 mei 2013; Het is omstreeks tien uur ’s avonds als de staatssecretaris de Kamerleden waarschuwt. We nemen hier een nieuwe horde, zegt hij. De goeden zullen onder de kwaden lijden.](https://decorrespondent.nl/10628/tienduizenden-gedupeerden-maar-geen-daders-zo-ontstond-de-tragedie-achter-de-toeslagenaffaire/)

    Het was bij voorbaat al duidelijk dat het verkeerd uit zou pakken maar dat interesseerde niemand in Den Haag en wat de ambtenaren wel of niet wilden interesseerde ze nog minder.

    Ironisch genoeg was Pieter Omtzigt een van de drijfveren voor het invoeren van de nieuwe volslagen debiele fraude aanpak die we nu de toeslagen affaire noemen. Daar heeft hij 20 jaar later politiek mooi aan verdiend. lmao.

Leave a Reply