O Sylvana, o Sylvana, waarom pak jij je koffers niet?/ O Sylvana, o Sylvana, wat ben jij toch een zielepiet. Thierry Aartsen had een heerlijk avondje gehad bij NAC. Op het veld Zwarte Pieten in clubshirts en door de speakers het carnavalslied Oh Sylvana, dat Sylvana Simons op de korrel nam, een activiste tegen racisme die werd bedolven onder haat. Kun jij niet gaan emigreren?/ Het is met jou echt kut met peren. Aartsen, destijds fractievoorzitter van de VVD in Breda, had genoten van de ‘humor’.
Dat was in 2016. We spoelen vooruit naar afgelopen week. ‘Ik geef graag even het woord door aan collega Simons’, stamelt Thierry Aartsen. Hij schiet vol. Tegenover hem heeft de 24-jarige Milton Moreira Moreno net verteld dat hij op zijn 14de is begonnen met werken, omdat zijn moeder de Belastingdienst meer dan 100 duizend euro moest betalen aan teruggevorderde kinderopvangtoeslag en boetes. Een slachtoffer van beleid waar Aartsens VVD een voortrekkersrol in heeft gespeeld. ‘Anders hadden we geen eten, geen kleren, niks’, aldus Moreira Moreno.
Als lid van de Parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening heeft Aartsen de jonge man verhoord. Die heeft onder meer gezegd dat zijn moeder zeker weet dat ze is gediscrimineerd. Pal naast Aartsen zit Bij1-voorvrouw Sylvana Simons, ook commissielid. In volstrekte kalmte neemt zij het verhoor over.
Wat een schone taak was geweest voor de publieke omroep? Elke avond op primetime een uitgebreide samenvatting van de verhoren door deze enquêtecommissie. Met uitleg van deskundigen. Niet alleen vanwege dramatische momenten, die je nog lang aan het denken zetten over maatschappelijke verhoudingen. De verhoren barsten van de lessen over ons bestuur.
Je leert te waken voor simplisme. Zo is het een mantra dat de ontspoorde fraudebestrijding een uitvloeisel is van een overheid die burgers met wantrouwen bejegent. Maar ga je verder terug, dan kun je ook betogen dat de problemen ooit begonnen met naïviteit. Met het uitkeren van toeslagen op grond van een inschatting door aanvragers zelf, die achteraf pas zou worden gecontroleerd. Met een kinderopvangtoeslag zonder bovengrens voor oppasoma’s en -opa’s.
Dat is belangrijk, want als we nu een overheid eisen die van vertrouwen uitgaat, kunnen we dan niet voorzien dat over een paar jaar de fraudepaniek opnieuw opkomt en de slinger wéér te ver naar de andere kant doorslaat? Aan vertrouwen hebben we weinig zonder op deskundigheid gebaseerd en aan de praktijk getoetst beleid.
Je leert uit de verhoren wat het belang daarbij is van rechtstreeks contact. Mohamed El Bali, eigenaar van een gastouderbureau dat ten onrechte van fraude werd beticht, was tien jaar van zijn leven kwijt aan het ondersteunen van zijn gedupeerde cliënten. Hij vertelde dat het haast onmogelijk was om een levend mens met wat gezag te spreken bij de Belastingdienst.
Andersom bekennen ambtenaren dat de mensen over wie zij verwoestende beslissingen namen, op momenten helemaal uit hun gedachten waren. Een hoge ambtenaar van de Belastingdienst vertelde dat zij jaarlijks 25 miljoen euro aan onterecht uitgekeerde toeslagen moest vinden, anders werd haar afdeling gekort. Om aan dat bedrag te komen, besloot ze mensen met hoge bedragen aan toeslagen extra te controleren, want daar was het meest te halen. Dit betrof de allerarmsten. En voor die jacht werden ambtenaren ingezet die eigenlijk tot taak hadden om bezwaren van burgers te behandelen. Dat moest maar wachten. ‘Het ging over de rug van aanvragers’, zei ze nu, zelf haast verwonderd.
Een andere hoge ambtenaar erkende dat de Belastingdienst op enig moment tegen de wet inging. Toeslagen werden onterecht stopgezet. En gevraagd of de gevolgen voor getroffenen waren overwogen, zei hij dat hij en zijn collega’s door de druk van politiek en publiciteit om fraude te voorkomen ‘die blik helemaal niet meer hadden’. Zulke ontmenselijking zou minder gedijen wanneer alle beleidsmakers en uitvoerders regelmatig verplicht in aanraking komen met de mensen over wie ze het hebben.
Zelfs bínnen de overheid heeft de persoonlijke ontmoeting vaak ontbroken. Alsof ze aan de lopende band stonden in een oude autofabriek, waren ambtenaren extreem gericht op hun deeltaak. Niet alleen komt noodzakelijke informatie dan niet op de juiste plekken. Het vertrouwen tussen ambtenaren onderling ontbreekt om gemakkelijk alarm te kunnen slaan wanneer iets misloopt of niet door de beugel kan.
En dat is niet alleen gevolg van fordiaanse arbeidsdeling, maar ook van angst. Uit het verhoor van klokkenluider Pierre Niessen leren we hoe hoog de prijs is als je je mond opentrekt. Hij kon het als belastingambtenaar niet met zijn geweten rijmen dat bij de Belastingdienst bezwaren van burgers zomaar werden omgetoverd in informatieverzoeken, waarmee – poef! – alle rechten verdwenen die bij een bezwaar horen. Hij protesteerde en brandde op. ‘Je voelt je onmachtig, want je vecht tegen een systeem en als het systeem de verkeerde kant op kijkt, wie kan wie dan iets maken?’
Er is iets dat ik pas recentelijk begin door te krijgen. Het gaat veel over angst van burgers voor de overheid. En over de angst van ambtenaren voor politiek en pers. Maar sinds ik vaker bij ambtenaren over de vloer kom, merk ik dat ze – als ze bang zijn om een euro te veel uit te geven of een regeltje te soepel toe te passen – vaak bang zijn voor elkaar.
1 comment
[Archive](https://archive.ph/DOeZv#selection-789.7-797.1)
Iedereen moet de fraudeverhoren zien. En leren hoe belangrijk de persoonlijke ontmoeting is
O Sylvana, o Sylvana, waarom pak jij je koffers niet?/ O Sylvana, o Sylvana, wat ben jij toch een zielepiet. Thierry Aartsen had een heerlijk avondje gehad bij NAC. Op het veld Zwarte Pieten in clubshirts en door de speakers het carnavalslied Oh Sylvana, dat Sylvana Simons op de korrel nam, een activiste tegen racisme die werd bedolven onder haat. Kun jij niet gaan emigreren?/ Het is met jou echt kut met peren. Aartsen, destijds fractievoorzitter van de VVD in Breda, had genoten van de ‘humor’.
Dat was in 2016. We spoelen vooruit naar afgelopen week. ‘Ik geef graag even het woord door aan collega Simons’, stamelt Thierry Aartsen. Hij schiet vol. Tegenover hem heeft de 24-jarige Milton Moreira Moreno net verteld dat hij op zijn 14de is begonnen met werken, omdat zijn moeder de Belastingdienst meer dan 100 duizend euro moest betalen aan teruggevorderde kinderopvangtoeslag en boetes. Een slachtoffer van beleid waar Aartsens VVD een voortrekkersrol in heeft gespeeld. ‘Anders hadden we geen eten, geen kleren, niks’, aldus Moreira Moreno.
Als lid van de Parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening heeft Aartsen de jonge man verhoord. Die heeft onder meer gezegd dat zijn moeder zeker weet dat ze is gediscrimineerd. Pal naast Aartsen zit Bij1-voorvrouw Sylvana Simons, ook commissielid. In volstrekte kalmte neemt zij het verhoor over.
Wat een schone taak was geweest voor de publieke omroep? Elke avond op primetime een uitgebreide samenvatting van de verhoren door deze enquêtecommissie. Met uitleg van deskundigen. Niet alleen vanwege dramatische momenten, die je nog lang aan het denken zetten over maatschappelijke verhoudingen. De verhoren barsten van de lessen over ons bestuur.
Je leert te waken voor simplisme. Zo is het een mantra dat de ontspoorde fraudebestrijding een uitvloeisel is van een overheid die burgers met wantrouwen bejegent. Maar ga je verder terug, dan kun je ook betogen dat de problemen ooit begonnen met naïviteit. Met het uitkeren van toeslagen op grond van een inschatting door aanvragers zelf, die achteraf pas zou worden gecontroleerd. Met een kinderopvangtoeslag zonder bovengrens voor oppasoma’s en -opa’s.
Dat is belangrijk, want als we nu een overheid eisen die van vertrouwen uitgaat, kunnen we dan niet voorzien dat over een paar jaar de fraudepaniek opnieuw opkomt en de slinger wéér te ver naar de andere kant doorslaat? Aan vertrouwen hebben we weinig zonder op deskundigheid gebaseerd en aan de praktijk getoetst beleid.
Je leert uit de verhoren wat het belang daarbij is van rechtstreeks contact. Mohamed El Bali, eigenaar van een gastouderbureau dat ten onrechte van fraude werd beticht, was tien jaar van zijn leven kwijt aan het ondersteunen van zijn gedupeerde cliënten. Hij vertelde dat het haast onmogelijk was om een levend mens met wat gezag te spreken bij de Belastingdienst.
Andersom bekennen ambtenaren dat de mensen over wie zij verwoestende beslissingen namen, op momenten helemaal uit hun gedachten waren. Een hoge ambtenaar van de Belastingdienst vertelde dat zij jaarlijks 25 miljoen euro aan onterecht uitgekeerde toeslagen moest vinden, anders werd haar afdeling gekort. Om aan dat bedrag te komen, besloot ze mensen met hoge bedragen aan toeslagen extra te controleren, want daar was het meest te halen. Dit betrof de allerarmsten. En voor die jacht werden ambtenaren ingezet die eigenlijk tot taak hadden om bezwaren van burgers te behandelen. Dat moest maar wachten. ‘Het ging over de rug van aanvragers’, zei ze nu, zelf haast verwonderd.
Een andere hoge ambtenaar erkende dat de Belastingdienst op enig moment tegen de wet inging. Toeslagen werden onterecht stopgezet. En gevraagd of de gevolgen voor getroffenen waren overwogen, zei hij dat hij en zijn collega’s door de druk van politiek en publiciteit om fraude te voorkomen ‘die blik helemaal niet meer hadden’. Zulke ontmenselijking zou minder gedijen wanneer alle beleidsmakers en uitvoerders regelmatig verplicht in aanraking komen met de mensen over wie ze het hebben.
Zelfs bínnen de overheid heeft de persoonlijke ontmoeting vaak ontbroken. Alsof ze aan de lopende band stonden in een oude autofabriek, waren ambtenaren extreem gericht op hun deeltaak. Niet alleen komt noodzakelijke informatie dan niet op de juiste plekken. Het vertrouwen tussen ambtenaren onderling ontbreekt om gemakkelijk alarm te kunnen slaan wanneer iets misloopt of niet door de beugel kan.
En dat is niet alleen gevolg van fordiaanse arbeidsdeling, maar ook van angst. Uit het verhoor van klokkenluider Pierre Niessen leren we hoe hoog de prijs is als je je mond opentrekt. Hij kon het als belastingambtenaar niet met zijn geweten rijmen dat bij de Belastingdienst bezwaren van burgers zomaar werden omgetoverd in informatieverzoeken, waarmee – poef! – alle rechten verdwenen die bij een bezwaar horen. Hij protesteerde en brandde op. ‘Je voelt je onmachtig, want je vecht tegen een systeem en als het systeem de verkeerde kant op kijkt, wie kan wie dan iets maken?’
Er is iets dat ik pas recentelijk begin door te krijgen. Het gaat veel over angst van burgers voor de overheid. En over de angst van ambtenaren voor politiek en pers. Maar sinds ik vaker bij ambtenaren over de vloer kom, merk ik dat ze – als ze bang zijn om een euro te veel uit te geven of een regeltje te soepel toe te passen – vaak bang zijn voor elkaar.
VERHOREN TERUGKIJKEN
De verhoren van de Parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening zijn terug te zien via [Debat Gemist](https://debatgemist.tweedekamer.nl/zoeken?search_api_views_fulltext=fraudebeleid).