Marginale druk: Hoe zit het nu echt?

by suuz95

4 comments
  1. In de politiek gaat het tegenwoordig vaak over de marginale druk. Zo hoor je nog wel eens dat eenverdieners in sommige gevallen een belastingdruk van boven de 90% ervaren en lijkt er nu het idee te zijn dat de middenklasse netto evenveel overhoud als mensen die weinig verdienen, omdat er een hoop toeslagen wegvallen.

    Omdat ik eens wou weten hoe het echt zat, heb ik de formules opgezocht van toeslagen opgezocht en deze eens in python gezet. Hier heb ik grafiekjes over de marginale druk van gemaakt. Zo zie je inderdaad dat een alleenstaande in een huurhuis met een huur van 600 euro per maand er nauwelijks op vooruit gaat als diegene van 25000 euro per jaar naar 30000 euro per jaar gaat, slechts 820 euro per jaar, een effectieve marginale druk van bijna 85%. Echter zie je ook dat een alleenstaande pas gaat ‘bijdragen’ als die meer dan 27000 euro per jaar bruto verdient.

    Het eerste plaatje laat de daadwerkelijke bedragen in euros zien die een alleenstaande in een huurhuis netto overhoudt en hoe deze zijn opgebouwd. De tweede laat de marginale druk van een alleenstaande, oftwel als iemand bruto 100 euro meer zou gaan verdienen, hoeveel krijgt deze dan netto meer te besteden. Ook laten beide zien hoe dit is opgebouwd in algemene belasting, huurtoeslag en zorgtoeslag.

    De derde laat alleen de marginale inkomstenbelasting zien en hoe deze is opgebouwd. Veel mensen denken dat we maar 2 schrijven hebben, eentje van bijna 37% en eentje van 49.5%. In de praktijk ligt dit iets genuanceerder, omdat we ook een inkomensafhankelijke algemene heffingskorting hebben en een inkomensafhankelijke arbeidskorting. De eerste bouwt op een gegeven moment af, en geeft daarmee een extra marginaal belastingdruk totdat deze op 0 staat. De tweede bouwt eerst langzaam op en vervolgens sneller, om daarna heel rustig weer af te bouwen tot deze ook op 0 staat. Omdat je nooit geld terug krijg van de inkomstenbelasting, hebben we effectief 6 schijven: 0%, 7%,40%, 49.5%, 56% en weer 49.5%.

    Het vierde plaatje en vijfde plaatje zijn ingewikkelder. Hier ben ik van de situatie uitgegaan dat er 2 mensen zijn die verdienen en 2 kinderen, eentje van 3 en eentje van 7. Het inkomen van de eerste partner vast staat op 15000 euro per jaar en de tweede varieert. Verder ben ik uitgegaan van 3 dagen kinderopvang van 1 kind voor 143 uur per maand (opvang 11 uur open per dag) met het maximale uurtarief van de dagopvang (9.12 euro/uur). Verder ga ik uit van een huur van 800 euro per maand. De kinderopvangtoeslag gaat een beetje schokkerig, aangezien het percentage niet op een formule is gebaseerd, maar op inkomenstabellen. Voor de marginale druk heb ik dit dan ook per inkomensblokje uitgerekend. Hier zie je dat je soms echt een hoge marginale druk kunt hebben, ook boven de 80%, maar ook dat dit vrij consequent hoog blijft (rond de 70%) als de tweede partner meer dan modaal gaat verdienen. Ook zie je hier weer dat dit gezin pas gaat ‘bijdragen’ zodra de tweede partner meer dan 50k per jaar verdient.

    Ik ben nog een beetje aan het puzzelen op andere scenario’s. Als iemand suggesties heeft voor situaties (bijvoorbeeld tweeverdieners, kinderen, etc etc) waarbij die het marginale tarief wilt weten: laat het me weten, dan genereer ik de plotjes zsm!

  2. Doe mij ook maar zo een huurhuis van 600 euro en ik klaag nergens meer over.

  3. Interessant! Kun je de code delen? Via GitHub bijvoorbeeld?

  4. Discussies over marginale druk door toeslagen heb ik altijd een dubbel gevoel bij.

    Dat men er niet op vooruit gaat door “meer” (bruto) te verdienen wordt gezien als iets negatiefs. Men kan het echter ook zo zien dat ons toeslagen systeem zo is opgezet dat zelfs met een lager bruto inkomen men evenveel overhoudt.

    Als we willen voorkomen dat voltijd werken niet aantrekkelijk is tegenover deeltijd zouden toeslagen afhankelijk moeten zijn van het uurloon ipv inkomsten. Ik neem echter aan dat dat geen populaire maatregel zou zijn.

Leave a Reply