[Archive](https://archive.ph/30QsI)
De topambtenaren achter het toeslagenschandaal blijven nog altijd buiten schot
Topambtenaren die betrokken waren bij de toeslagenaffaire worden nog steeds uit de wind gehouden, schrijft Thijs Broer. Terwijl maatregelen recht zou hebben gedaan aan zowel de getroffen ouders als de ambtenaren die zich er wél iets van aantrokken.
Nadat het toeslagenschandaal stapsgewijs aan het licht was gekomen, waarbij de levens van tienduizenden onschuldige burgers systematisch de vernieling in werden geholpen, met bittere armoede, torenhoge schulden, gedwongen huisuitzettingen, verwoeste huwelijken en zelfs zelfmoordpogingen onder getroffen kinderen tot gevolg, waren er misschien mensen die dachten: nu zal het kwartje wel gevallen zijn bij de betrokken ambtenaren van de Belastingdienst. Des te onthutsender was de hoorzitting met Peter Veld, oud-directeur-generaal, onder wiens verantwoordelijkheid de fraudejacht werd opgetuigd, deze week voor de parlementaire enquetecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening.
Bij de eerdere verhoren van de parlementaire ondervragingscommissie die in 2020 de toeslagenaffaire zelf onderzocht, deden Peter Veld en zijn collega Gerard Blankestijn, oud-directeur Toeslagen, hun best de schuld in de schoenen te schuiven van het ministerie van Sociale Zaken, dat als opdrachtgever halsstarrig zou hebben vastgehouden aan de ‘alles of niets-benadering’ die nu eenmaal in de wet stond, ondanks de waarschuwingen waarmee de beide heren zouden zijn gekomen. Die houding leidde toen al tot grote woede bij de enquêtecommissie, die de stelling van de topambtenaren ‘hypocriet’ noemde: alsof incomplete en zoekgeraakte dossiers, het overschrijden van bezwaartermijnen, het aansporen van lager geplaatste ambtenaren om ‘langs de randen van de wet’ te opereren en het negeren en verzwijgen van waarschuwingen zoals het roemruchte memo-Palmen te wijten zouden zijn aan het ministerie van Sociale Zaken en niet aan de Belastingdienst zelf.
Zo ging het deze week opnieuw. Andermaal kwam Peter Veld met louter ontwijkende antwoorden, zonder enig spoor van betrokkenheid bij de slachtoffers, zelfreflectie of schaamte voor wat er mede onder zijn verantwoordelijkheid in gang was gezet.
Het was Renske Leijten, Kamerlid van de SP, die in januari 2020 tijdens een Kamerdebat over de reorganisatie van de Belastingdienst fel van leer trok tegen de ‘banencarrousel’: waarom waren betrokken ambtenaren na de toeslagenaffaire rustig doorgeschoven naar andere banen? Waarop premier Mark Rutte met stemverheffing betoogde dat het geen pas gaf zo over topambtenaren te spreken: het zou ‘beschadigend’ zijn om de ambtelijke top aldus ‘vogelvrij te verklaren’.
In november 2019 onthulden Trouw en RTL dat medewerkers van de fiscus via de Beeldkrant, het intranet van de Belastingdienst, opriepen tot disciplinaire straffen of zelf strafrechtelijke vervolging tegen leidinggevenden in de ‘hogere echelons’ die de onmenselijke praktijken lieten ontstaan. Er werd niets met die herhaalde oproepen gedaan, de betrokken ambtenaren werden jarenlang en nog steeds vakkundig uit de wind gehouden. Zelfs disciplinaire maatregelen bleven achterwege, terwijl dat niet alleen recht zou hebben gedaan aan de getroffen ouders maar ook aan de ambtenaren die zich wél schaamden voor de nietsontziende fraudejacht.
Zo werkt het in Nederland, het land waar niemand de baas is: als iedereen een beetje schuldig is, is niemand schuldig, en kunnen we rustig over tot de orde van de dag, alsof er niets is gebeurd.
Wat willen we dan, dat de ambtenaren strafrechtelijk vervolgd worden? Lijkt me ook een slechte zaak.
2 comments
[Archive](https://archive.ph/30QsI)
De topambtenaren achter het toeslagenschandaal blijven nog altijd buiten schot
Topambtenaren die betrokken waren bij de toeslagenaffaire worden nog steeds uit de wind gehouden, schrijft Thijs Broer. Terwijl maatregelen recht zou hebben gedaan aan zowel de getroffen ouders als de ambtenaren die zich er wél iets van aantrokken.
Nadat het toeslagenschandaal stapsgewijs aan het licht was gekomen, waarbij de levens van tienduizenden onschuldige burgers systematisch de vernieling in werden geholpen, met bittere armoede, torenhoge schulden, gedwongen huisuitzettingen, verwoeste huwelijken en zelfs zelfmoordpogingen onder getroffen kinderen tot gevolg, waren er misschien mensen die dachten: nu zal het kwartje wel gevallen zijn bij de betrokken ambtenaren van de Belastingdienst. Des te onthutsender was de hoorzitting met Peter Veld, oud-directeur-generaal, onder wiens verantwoordelijkheid de fraudejacht werd opgetuigd, deze week voor de parlementaire enquetecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening.
Bij de eerdere verhoren van de parlementaire ondervragingscommissie die in 2020 de toeslagenaffaire zelf onderzocht, deden Peter Veld en zijn collega Gerard Blankestijn, oud-directeur Toeslagen, hun best de schuld in de schoenen te schuiven van het ministerie van Sociale Zaken, dat als opdrachtgever halsstarrig zou hebben vastgehouden aan de ‘alles of niets-benadering’ die nu eenmaal in de wet stond, ondanks de waarschuwingen waarmee de beide heren zouden zijn gekomen. Die houding leidde toen al tot grote woede bij de enquêtecommissie, die de stelling van de topambtenaren ‘hypocriet’ noemde: alsof incomplete en zoekgeraakte dossiers, het overschrijden van bezwaartermijnen, het aansporen van lager geplaatste ambtenaren om ‘langs de randen van de wet’ te opereren en het negeren en verzwijgen van waarschuwingen zoals het roemruchte memo-Palmen te wijten zouden zijn aan het ministerie van Sociale Zaken en niet aan de Belastingdienst zelf.
Zo ging het deze week opnieuw. Andermaal kwam Peter Veld met louter ontwijkende antwoorden, zonder enig spoor van betrokkenheid bij de slachtoffers, zelfreflectie of schaamte voor wat er mede onder zijn verantwoordelijkheid in gang was gezet.
Het was Renske Leijten, Kamerlid van de SP, die in januari 2020 tijdens een Kamerdebat over de reorganisatie van de Belastingdienst fel van leer trok tegen de ‘banencarrousel’: waarom waren betrokken ambtenaren na de toeslagenaffaire rustig doorgeschoven naar andere banen? Waarop premier Mark Rutte met stemverheffing betoogde dat het geen pas gaf zo over topambtenaren te spreken: het zou ‘beschadigend’ zijn om de ambtelijke top aldus ‘vogelvrij te verklaren’.
In november 2019 onthulden Trouw en RTL dat medewerkers van de fiscus via de Beeldkrant, het intranet van de Belastingdienst, opriepen tot disciplinaire straffen of zelf strafrechtelijke vervolging tegen leidinggevenden in de ‘hogere echelons’ die de onmenselijke praktijken lieten ontstaan. Er werd niets met die herhaalde oproepen gedaan, de betrokken ambtenaren werden jarenlang en nog steeds vakkundig uit de wind gehouden. Zelfs disciplinaire maatregelen bleven achterwege, terwijl dat niet alleen recht zou hebben gedaan aan de getroffen ouders maar ook aan de ambtenaren die zich wél schaamden voor de nietsontziende fraudejacht.
Zo werkt het in Nederland, het land waar niemand de baas is: als iedereen een beetje schuldig is, is niemand schuldig, en kunnen we rustig over tot de orde van de dag, alsof er niets is gebeurd.
Wat willen we dan, dat de ambtenaren strafrechtelijk vervolgd worden? Lijkt me ook een slechte zaak.