De fraudewet past naadloos in het patroon van snelle, rommelige en snoeiharde wetgeving
Afgelopen weken verhoorde een enquêtecommissie meer dan veertig betrokkenen bij ruim dertig jaar aan ontspoort fraudebeleid. Waar het in dikke rapporten van Haagse adviseurs graag gaat over het ‘doenvermogen’ van de burger, gaat het nauwelijks over het doenvermogen van politici en bestuurders.
Een foutje, dacht Dulce Gonçalves-Tavares toen ze in 2009 de brief las. Daarin stond het duizelingwekkende bedrag van 125 duizend euro. De fiscus had zich vast een paar nulletjes vergist, vermoedde ze in eerste instantie, en bedoelde dat ze 125 euro moest terugbetalen. Maar het was geen foutje.
Vanaf dat moment stortte het leven van de alleenstaande moeder van drie kinderen in. ‘Ik was een vrouw die altijd een glimlach op haar gezicht had en een hardwerkende moeder, totdat die glimlach van mijn gezicht werd afgenomen met een brief van de Belastingdienst.’ Er werd beslag gelegd op haar loon en ze moest rond zien te komen van 250 euro per maand. Daarvan moest ze haar huur, gas, stroom en eten betalen. ‘Er kwamen alleen maar schulden bij.’
In de brief stond niet waarom ze zoveel geld moest terugbetalen. De reden kreeg ze jarenlang niet te horen. Ze belde naar de Belastingdienst en kreeg steeds weer andere mensen aan de telefoon die haar vooral wilden afwimpelen. ‘Ze waren niet vriendelijk,’ zei ze tijdens de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening. ‘Maar ik neem het niemand kwalijk, zij hadden ook een opdracht.’
Jaren voelde ze zich schuldig. De gedachte dat ze zelf iets verkeerds had gedaan bleef door haar hoofd spoken. Maar wat dan? Pas in 2018 hoorde ze de reden: de Belastingdienst zag haar al die jaren als fraudeur. Niet omdat zij zelf iets onoorbaars had gedaan, ze werd automatisch gekoppeld aan haar kinderopvanginstelling die fraudeerde. De staatssecretaris kwam bij haar thuis om persoonlijk excuses aan te bieden. Ze dacht aan de schaamte en aan alles wat haar kinderen was afgepakt, aan de jarenlange spanning die haar gezin en zoveel andere gezinnen moesten doorstaan.
BESCHULDIGENDE VINGER
Een eerdere parlementaire ondervragingscommissie legde in het rapport Ongekend onrecht (2021) bloot hoe de overheid tienduizenden ouders en kinderen had vermorzeld. Tijdens de nietsontziende jacht op fraudeurs met kinderopvangtoeslagen werden de grondbeginselen van de rechtsstaat geschonden, concludeerde de commissie. Het kabinet-Rutte III trad af na het verschijnen van het snoeiharde rapport.
Nu is er de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening die onderzoek doet naar ruim dertig jaar fraudebeleid in de sociale zekerheid en analyseert hoe de jacht op fraudeurs zo kon ontsporen. Afgelopen weken werden er meer dan veertig betrokkenen openbaar onder ede verhoord: slachtoffers, bewindspersonen, journalisten, Tweede Kamerleden en ambtenaren. Politici wezen als vanouds met een beschuldigende vinger naar de ander.
Maar een ander patroon werd ook goed zichtbaar. Waar er in dikke rapporten van Haagse adviseurs graag gesproken wordt over het ‘doenvermogen’ van de burger, ging het al die jaren nauwelijks over het doenvermogen van politici en bestuurders. De Haagse tekentafel ligt, zo bleek uit de verhoren, mijlenver van de werkelijkheid. ‘De wetten werden complexer, er werd bezuinigd op de sociale advocatuur en het contact met gemeenten werd steeds ingewikkelder,’ vertelde Petra Gerritsen in een verhoor. Gerritsen was ruim dertig jaar jurist en later sociaal advocaat. ‘De optelsom is dat burgers in de knel komen.’
ALLEMAAL EIGEN OPVATTINGEN OVER FRAUDE
Een wet die veel werd besproken tijdens de verhoren was de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid, oftewel de fraudewet. Het kabinet-Rutte I had in het toenmalige regeerakkoord staan dat fraude in de sociale zekerheid hard moest worden aangepakt. Twee bewindspersonen van de VVD, Paul de Krom en Henk Kamp, gingen ermee aan de slag. Maar wat is fraude eigenlijk? Uit de verhoren kwam naar voren dat bewindspersonen, ambtenaren en rechters daar allemaal eigen opvattingen over hadden.
Er was geen eenduidige definitie, verklaarde oud-topambtenaar Rob Krug van het ministerie van Sociale Zaken. ‘Moet je álles wat een gevolg is van het overtreden van regels en wat op een of andere manier tot financiële consequenties leidt “fraude” noemen, of moet je iets “fraude” noemen op het moment dat iemand de regels overtreedt met het oogmerk om financieel voordeel te behalen?’
Krug trof in zijn tijd als ambtenaar een zeer stugge en botte nieuwe minister: Henk Kamp. Die wilde niets weten van de feiten die de topambtenaar hem voorlegde tijdens een overleg, namelijk dat uit jaarrapporten van instanties blijkt dat meer dan 95 procent van de uitkeringsgerechtigden niet fraudeerde. De minister reageerde zo bot, dat collega’s ‘helemaal aangeslagen en met hangende schouders’ vertrokken na het gesprek.
Ik vind de enquête commissie maar een wasse neus als je het mij vraagt. Het is toch ergens verwonderlijk dat de Kamer onderzoek doet naar misstanden waar zij zelf een zeer grote rol in heeft gespeeld. De fraudewet is door de 2e Kamer aangespoord en met grote meerderheid aangenomen. Je had de verhoren in handen moeten laten van onafhankelijke onderzoekers. Die ook onderzoek doen naar de Kamer. Want bij de invoering is de kamer ook gewaarschuwd
2 comments
De fraudewet past naadloos in het patroon van snelle, rommelige en snoeiharde wetgeving
Afgelopen weken verhoorde een enquêtecommissie meer dan veertig betrokkenen bij ruim dertig jaar aan ontspoort fraudebeleid. Waar het in dikke rapporten van Haagse adviseurs graag gaat over het ‘doenvermogen’ van de burger, gaat het nauwelijks over het doenvermogen van politici en bestuurders.
Een foutje, dacht Dulce Gonçalves-Tavares toen ze in 2009 de brief las. Daarin stond het duizelingwekkende bedrag van 125 duizend euro. De fiscus had zich vast een paar nulletjes vergist, vermoedde ze in eerste instantie, en bedoelde dat ze 125 euro moest terugbetalen. Maar het was geen foutje.
Vanaf dat moment stortte het leven van de alleenstaande moeder van drie kinderen in. ‘Ik was een vrouw die altijd een glimlach op haar gezicht had en een hardwerkende moeder, totdat die glimlach van mijn gezicht werd afgenomen met een brief van de Belastingdienst.’ Er werd beslag gelegd op haar loon en ze moest rond zien te komen van 250 euro per maand. Daarvan moest ze haar huur, gas, stroom en eten betalen. ‘Er kwamen alleen maar schulden bij.’
In de brief stond niet waarom ze zoveel geld moest terugbetalen. De reden kreeg ze jarenlang niet te horen. Ze belde naar de Belastingdienst en kreeg steeds weer andere mensen aan de telefoon die haar vooral wilden afwimpelen. ‘Ze waren niet vriendelijk,’ zei ze tijdens de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening. ‘Maar ik neem het niemand kwalijk, zij hadden ook een opdracht.’
Jaren voelde ze zich schuldig. De gedachte dat ze zelf iets verkeerds had gedaan bleef door haar hoofd spoken. Maar wat dan? Pas in 2018 hoorde ze de reden: de Belastingdienst zag haar al die jaren als fraudeur. Niet omdat zij zelf iets onoorbaars had gedaan, ze werd automatisch gekoppeld aan haar kinderopvanginstelling die fraudeerde. De staatssecretaris kwam bij haar thuis om persoonlijk excuses aan te bieden. Ze dacht aan de schaamte en aan alles wat haar kinderen was afgepakt, aan de jarenlange spanning die haar gezin en zoveel andere gezinnen moesten doorstaan.
BESCHULDIGENDE VINGER
Een eerdere parlementaire ondervragingscommissie legde in het rapport Ongekend onrecht (2021) bloot hoe de overheid tienduizenden ouders en kinderen had vermorzeld. Tijdens de nietsontziende jacht op fraudeurs met kinderopvangtoeslagen werden de grondbeginselen van de rechtsstaat geschonden, concludeerde de commissie. Het kabinet-Rutte III trad af na het verschijnen van het snoeiharde rapport.
Nu is er de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening die onderzoek doet naar ruim dertig jaar fraudebeleid in de sociale zekerheid en analyseert hoe de jacht op fraudeurs zo kon ontsporen. Afgelopen weken werden er meer dan veertig betrokkenen openbaar onder ede verhoord: slachtoffers, bewindspersonen, journalisten, Tweede Kamerleden en ambtenaren. Politici wezen als vanouds met een beschuldigende vinger naar de ander.
Maar een ander patroon werd ook goed zichtbaar. Waar er in dikke rapporten van Haagse adviseurs graag gesproken wordt over het ‘doenvermogen’ van de burger, ging het al die jaren nauwelijks over het doenvermogen van politici en bestuurders. De Haagse tekentafel ligt, zo bleek uit de verhoren, mijlenver van de werkelijkheid. ‘De wetten werden complexer, er werd bezuinigd op de sociale advocatuur en het contact met gemeenten werd steeds ingewikkelder,’ vertelde Petra Gerritsen in een verhoor. Gerritsen was ruim dertig jaar jurist en later sociaal advocaat. ‘De optelsom is dat burgers in de knel komen.’
ALLEMAAL EIGEN OPVATTINGEN OVER FRAUDE
Een wet die veel werd besproken tijdens de verhoren was de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid, oftewel de fraudewet. Het kabinet-Rutte I had in het toenmalige regeerakkoord staan dat fraude in de sociale zekerheid hard moest worden aangepakt. Twee bewindspersonen van de VVD, Paul de Krom en Henk Kamp, gingen ermee aan de slag. Maar wat is fraude eigenlijk? Uit de verhoren kwam naar voren dat bewindspersonen, ambtenaren en rechters daar allemaal eigen opvattingen over hadden.
Er was geen eenduidige definitie, verklaarde oud-topambtenaar Rob Krug van het ministerie van Sociale Zaken. ‘Moet je álles wat een gevolg is van het overtreden van regels en wat op een of andere manier tot financiële consequenties leidt “fraude” noemen, of moet je iets “fraude” noemen op het moment dat iemand de regels overtreedt met het oogmerk om financieel voordeel te behalen?’
Krug trof in zijn tijd als ambtenaar een zeer stugge en botte nieuwe minister: Henk Kamp. Die wilde niets weten van de feiten die de topambtenaar hem voorlegde tijdens een overleg, namelijk dat uit jaarrapporten van instanties blijkt dat meer dan 95 procent van de uitkeringsgerechtigden niet fraudeerde. De minister reageerde zo bot, dat collega’s ‘helemaal aangeslagen en met hangende schouders’ vertrokken na het gesprek.
Ik vind de enquête commissie maar een wasse neus als je het mij vraagt. Het is toch ergens verwonderlijk dat de Kamer onderzoek doet naar misstanden waar zij zelf een zeer grote rol in heeft gespeeld. De fraudewet is door de 2e Kamer aangespoord en met grote meerderheid aangenomen. Je had de verhoren in handen moeten laten van onafhankelijke onderzoekers. Die ook onderzoek doen naar de Kamer. Want bij de invoering is de kamer ook gewaarschuwd