>Hoe kansrijker de leerlingenpopulatie van een school is, hoe positiever de leerkracht de prestaties beoordeelde. Dat blijkt uit een enquête van de progressieve onderwijsorganisatie Oproep Voor een Democratische School (OVDS). Leerkrachten in de meest ‘kansarme’ scholen beoordelen het niveau van bijna de helft van de leerlingen als zwak of totaal onvoldoende. Op kansrijke scholen krijgt ‘slechts’ een kwart van de leerlingen dat label. “De werkende en onderklasse lijden onder deze daling van het niveau”, aldus het rapport van OVDS.
Mensen die al goed af zijn, sturen hun kinderen veelal naar dezelfde groep scholen, die dan zitten met een groep die goed gesteund is, wat op zijn beurt de school ten goede komt, en je zit met een cyclus van goede kwaliteit onderwijs en leerlingen die het grotendeels ook aankunnen, en daarin goed ondersteund zijn.
Staat daar tegenover: kansarme leerlingen die veelal op scholen met minder middelen terecht komen, die minder steun hebben, wat de onderwijskwaliteit naar beneden sleept.
Spreek gerust van klasseverschil, dat is in de praktijk waar het op neerkomt.
Hoe pakken we dat aan?
>Daarnaast vraagt de organisatie al langer aan de overheid om ‘concentratiescholen’ uit te bannen. Dat zijn scholen waarin de leerlingen weinig verschillen op het vlak van sociaal-economische thuissituatie. OVDS wil onder meer een inschrijvingsbeleid “waarbij aan elk kind in eerste instantie vanuit de overheid een plaats wordt aangeboden in een vlot bereikbare en sociaal gemengde school.”
Als je in de praktijk moet concluderen dat het niveau daalt, maar tevens dat je duidelijk zit met scholen waar de kwaliteit veel beter is, dan moet de barrière tussen goede en slechte scholen verbroken worden. Wie steun nodig heeft, moet die krijgen.
Voor wie reageert “maar dan zend je slimme mensen naar een kansarme omgeving”, dat is in de praktijk al zo. Dat zijn mensen uit kansarme omgevingen. Die zijn best slim, maar krijgen de kansen niet om te groeien. Zo’n reactie doet vermoeden dat het enkel belangrijk is, als het gaat om mensen van “goede komaf”.
De minister ziet het echter niet zitten:
>Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) lijkt alvast niet gewonnen voor dat laatste idee: “Een opgelegde sociale mix betekent dan ook werken met bindende quota op grond van inkomen en afkomst. Zo draconisch ingrijpen op de keuzevrijheid… zal de onderwijskwaliteit eerder doen dalen.” Hij wijst ook op het actieplan Nederlands, dat 20 miljoen euro extra middelen voorzag voor scholen met een groot aandeel leerlingen met een andere thuistaal.
In de praktijk is er helemaal gaan keuzevrijheid. Je keuzes zijn al in 1ste instantie beperkt. Veelal is er maar 1 die je echt wil. De rest is vaak veel te ver. En eenmaal je er een paar opgegeven hebt, krijg je te horen dat je niet je eerste keus kan nemen.
Weyts’s visie is compleet ideologisch, los van de materiële situatie waarin alles echt gebeurt!
Scholen met middelen, financieel en sociaal, zijn in staat tot het niveau van de leerlingen op te tillen. Dat moet gaan naar hen die het meest nodig hebben. Het niveau kan enkel omhoog gaan.
Weyts is echter vooral bezig met politieke stemmingmakerij, in plaats van de materiële problemen van het onderwijs. Dat wat hij kan spinnen in de media om er goed uit te zien, dat komt er door. De rest niet.
1 comment
>Hoe kansrijker de leerlingenpopulatie van een school is, hoe positiever de leerkracht de prestaties beoordeelde. Dat blijkt uit een enquête van de progressieve onderwijsorganisatie Oproep Voor een Democratische School (OVDS). Leerkrachten in de meest ‘kansarme’ scholen beoordelen het niveau van bijna de helft van de leerlingen als zwak of totaal onvoldoende. Op kansrijke scholen krijgt ‘slechts’ een kwart van de leerlingen dat label. “De werkende en onderklasse lijden onder deze daling van het niveau”, aldus het rapport van OVDS.
Mensen die al goed af zijn, sturen hun kinderen veelal naar dezelfde groep scholen, die dan zitten met een groep die goed gesteund is, wat op zijn beurt de school ten goede komt, en je zit met een cyclus van goede kwaliteit onderwijs en leerlingen die het grotendeels ook aankunnen, en daarin goed ondersteund zijn.
Staat daar tegenover: kansarme leerlingen die veelal op scholen met minder middelen terecht komen, die minder steun hebben, wat de onderwijskwaliteit naar beneden sleept.
Spreek gerust van klasseverschil, dat is in de praktijk waar het op neerkomt.
Hoe pakken we dat aan?
>Daarnaast vraagt de organisatie al langer aan de overheid om ‘concentratiescholen’ uit te bannen. Dat zijn scholen waarin de leerlingen weinig verschillen op het vlak van sociaal-economische thuissituatie. OVDS wil onder meer een inschrijvingsbeleid “waarbij aan elk kind in eerste instantie vanuit de overheid een plaats wordt aangeboden in een vlot bereikbare en sociaal gemengde school.”
Als je in de praktijk moet concluderen dat het niveau daalt, maar tevens dat je duidelijk zit met scholen waar de kwaliteit veel beter is, dan moet de barrière tussen goede en slechte scholen verbroken worden. Wie steun nodig heeft, moet die krijgen.
Voor wie reageert “maar dan zend je slimme mensen naar een kansarme omgeving”, dat is in de praktijk al zo. Dat zijn mensen uit kansarme omgevingen. Die zijn best slim, maar krijgen de kansen niet om te groeien. Zo’n reactie doet vermoeden dat het enkel belangrijk is, als het gaat om mensen van “goede komaf”.
De minister ziet het echter niet zitten:
>Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) lijkt alvast niet gewonnen voor dat laatste idee: “Een opgelegde sociale mix betekent dan ook werken met bindende quota op grond van inkomen en afkomst. Zo draconisch ingrijpen op de keuzevrijheid… zal de onderwijskwaliteit eerder doen dalen.” Hij wijst ook op het actieplan Nederlands, dat 20 miljoen euro extra middelen voorzag voor scholen met een groot aandeel leerlingen met een andere thuistaal.
In de praktijk is er helemaal gaan keuzevrijheid. Je keuzes zijn al in 1ste instantie beperkt. Veelal is er maar 1 die je echt wil. De rest is vaak veel te ver. En eenmaal je er een paar opgegeven hebt, krijg je te horen dat je niet je eerste keus kan nemen.
Weyts’s visie is compleet ideologisch, los van de materiële situatie waarin alles echt gebeurt!
Scholen met middelen, financieel en sociaal, zijn in staat tot het niveau van de leerlingen op te tillen. Dat moet gaan naar hen die het meest nodig hebben. Het niveau kan enkel omhoog gaan.
Weyts is echter vooral bezig met politieke stemmingmakerij, in plaats van de materiële problemen van het onderwijs. Dat wat hij kan spinnen in de media om er goed uit te zien, dat komt er door. De rest niet.