[Archive](https://archive.ph/HTtsl)
Als ggz-patiënt wil je niet dapper zijn, je wil behandeling
GGZ – Politici lossen met woorden van medeleven de problemen in de ggz niet op. Ze kunnen er ook voor kiezen de macht van zorgverzekeraars in te perken en delen van de zorg buiten de marktwerking te halen. Dat is pas dapper, schrijft Lotte Bouwman.
Bij het verkiezingsdebat van het tv-programma College Tour van zondag vertelde een student dat hij suïcidaal was en een jaar had moeten wachten op zorg. Hij vroeg de aanwezige politici wat ze gaan doen aan de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz).
Dilan Yesilgöz van de VVD en BBB-leider Caroline van der Plas gaven antwoord. Ze herkenden het, natuurlijk ook uit eigen kring, en zeiden vooral allebei: „Zo dapper dat je dit zegt.”
Stel je voor dat iemand die vertelt dat hij kanker heeft, geen behandeling krijgt, en vraagt wat politici daaraan gaan doen, als enige reactie krijgt: wow, echt dapper dat je dit zegt!
Ik kan het me niet voorstellen, want dat zou nooit gebeuren.
Deze reactie was niet empathisch. Iemand met een serieuze vraag over gebrekkige zorg geen inhoudelijk antwoord geven en alleen benoemen hoeveel moed het vergt om publiekelijk uit te komen voor je eigen ervaring met psychische problematiek, is betuttelend en stigmabevestigend. Politici zouden allang nagedacht moeten hebben over de wachtlijsten in de ggz en met een voorstel moeten komen, want het is niet nieuw dat dit speelt. Het is inmiddels bijna vier jaar geleden dat een suïcidaal meisje hiervoor in actie kwam voor de deur van het ministerie van Volksgezondheid en de crisis in de ggz groot nieuws was.
Dat suïcidale meisje was ik.
‘Lijm de zorg’
Ik was 26 en had lang geprobeerd me staande te houden, te midden van doorverwijzingen, opstapelende diagnoses en zeer nare crisisopnames. Mijn houvast was dat ik eindelijk een behandeling zou krijgen. Wachttijd: twee jaar.
Maar twee jaar was te lang. Halverwege verloor ik mijn baan – mijn droombaan, toevallig bij deze krant. Ik mocht het traineeprogramma niet afmaken. Ze maakten zich te veel zorgen om me. En terecht. Voor de ggz bleef ik een hete aardappel. Na twee jaar wachten kreeg ik te horen dat het centrum waar ik in behandeling zou gaan werd gesloten.
Een maand later zat ik voor het ministerie. Met naast me op de grond mijn hond en in mijn hand het manifest ‘Lijm de Zorg’, vertelde ik premier Rutte dat ik geen voorrang wilde op de wachtlijst – dan zouden anderen langer moeten wachten. Ik wilde dat er echt iets veranderde. Vanaf nu zou ik iedere dag voor het ministerie zitten, en ik ging pas weg als ik toezeggingen had op mijn drie belangrijkste punten: een helpdesk voor mensen zoals ik, die in het systeem waren vastgelopen; landelijke centra met klinische plekken voor de meest specialistische zorg en stabiele financiering; en meer crisisopnameplekken, want door de afbouw daarvan is zelfs de meest acute zorg niet meer gegarandeerd.
Ontzettend moedig, zei Rutte. De vrouw van de week, zei Matthijs van Nieuwkerk. En dapper, volgens alle politici was ik vooral héél dapper.
Dapper ja. En bijna dood.
Is er eigenlijk een land dat de ggz wel op orde heeft, maar niet onbeperkt oliegeld heeft zodat het als voorbeeld kan dienen?
2 comments
[Archive](https://archive.ph/HTtsl)
Als ggz-patiënt wil je niet dapper zijn, je wil behandeling
GGZ – Politici lossen met woorden van medeleven de problemen in de ggz niet op. Ze kunnen er ook voor kiezen de macht van zorgverzekeraars in te perken en delen van de zorg buiten de marktwerking te halen. Dat is pas dapper, schrijft Lotte Bouwman.
Bij het verkiezingsdebat van het tv-programma College Tour van zondag vertelde een student dat hij suïcidaal was en een jaar had moeten wachten op zorg. Hij vroeg de aanwezige politici wat ze gaan doen aan de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz).
Dilan Yesilgöz van de VVD en BBB-leider Caroline van der Plas gaven antwoord. Ze herkenden het, natuurlijk ook uit eigen kring, en zeiden vooral allebei: „Zo dapper dat je dit zegt.”
Stel je voor dat iemand die vertelt dat hij kanker heeft, geen behandeling krijgt, en vraagt wat politici daaraan gaan doen, als enige reactie krijgt: wow, echt dapper dat je dit zegt!
Ik kan het me niet voorstellen, want dat zou nooit gebeuren.
Deze reactie was niet empathisch. Iemand met een serieuze vraag over gebrekkige zorg geen inhoudelijk antwoord geven en alleen benoemen hoeveel moed het vergt om publiekelijk uit te komen voor je eigen ervaring met psychische problematiek, is betuttelend en stigmabevestigend. Politici zouden allang nagedacht moeten hebben over de wachtlijsten in de ggz en met een voorstel moeten komen, want het is niet nieuw dat dit speelt. Het is inmiddels bijna vier jaar geleden dat een suïcidaal meisje hiervoor in actie kwam voor de deur van het ministerie van Volksgezondheid en de crisis in de ggz groot nieuws was.
Dat suïcidale meisje was ik.
‘Lijm de zorg’
Ik was 26 en had lang geprobeerd me staande te houden, te midden van doorverwijzingen, opstapelende diagnoses en zeer nare crisisopnames. Mijn houvast was dat ik eindelijk een behandeling zou krijgen. Wachttijd: twee jaar.
Maar twee jaar was te lang. Halverwege verloor ik mijn baan – mijn droombaan, toevallig bij deze krant. Ik mocht het traineeprogramma niet afmaken. Ze maakten zich te veel zorgen om me. En terecht. Voor de ggz bleef ik een hete aardappel. Na twee jaar wachten kreeg ik te horen dat het centrum waar ik in behandeling zou gaan werd gesloten.
Een maand later zat ik voor het ministerie. Met naast me op de grond mijn hond en in mijn hand het manifest ‘Lijm de Zorg’, vertelde ik premier Rutte dat ik geen voorrang wilde op de wachtlijst – dan zouden anderen langer moeten wachten. Ik wilde dat er echt iets veranderde. Vanaf nu zou ik iedere dag voor het ministerie zitten, en ik ging pas weg als ik toezeggingen had op mijn drie belangrijkste punten: een helpdesk voor mensen zoals ik, die in het systeem waren vastgelopen; landelijke centra met klinische plekken voor de meest specialistische zorg en stabiele financiering; en meer crisisopnameplekken, want door de afbouw daarvan is zelfs de meest acute zorg niet meer gegarandeerd.
Ontzettend moedig, zei Rutte. De vrouw van de week, zei Matthijs van Nieuwkerk. En dapper, volgens alle politici was ik vooral héél dapper.
Dapper ja. En bijna dood.
Is er eigenlijk een land dat de ggz wel op orde heeft, maar niet onbeperkt oliegeld heeft zodat het als voorbeeld kan dienen?