Journalistiek ontbeert kwaliteitscontrole

8 comments
  1. *Wie controleert de controleur, vraagt Francine Giskes. Het schort de pers aan zelfreflectie.*

    Hoewel de volksvertegenwoordiging natuurlijk de echte controle op de macht uitvoert, dicht de journalistiek zichzelf een soortgelijke rol toe. Maar politici ondergaan dagelijks een publiek functioneringsgesprek en eens in de zoveel jaar echt een beoordeling door ‘het volk’. Journalisten ontspringen zulke dansen. De vraag wie deze controleurs controleert wordt zelden gesteld. Maar daarmee ontstaat het risico dat de journalistieke vrijheid, terecht benadrukt in het nieuwe coalitieakkoord, verwordt tot journalistieke vrijbrief.

    Journalisten babbelen inmiddels vrolijk mee aan de praattafels op radio en televisie en geven daar, onder het mom van duiding van het nieuws, regelmatig gewoon hun eigen, onvermijdelijk niet-neutrale mening. Manhaftige pogingen van rubrieken als het journalistenpanel in het radioprogramma Spraakmakers, of het televisieprogramma Medialogica leiden zelden tot serieuze zelfreflectie in de journalistieke gelederen. Men schiet meteen in de verdediging of gaat snel over op wat anderen of andere media zoal vinden of deden. En als het om het functioneren van de rijksoverheid gaat, bestaat er een niet te missen voorliefde voor gemakzuchige politieke sportverslaggeving (wie trapte het hardst, wie scoorde leuk, wie won?).

    **Medailles**

    Ook blijft het ‘wat’ nogal eens ondergeschikt aan het ‘hoe’. We krijgen recensies van persconferenties in termen van hoe de voorstelling was en of het ‘ze’ zo lukt ‘de mensen’ te overtuigen. Heus, dat maken die mensen zelf wel uit. In plaats daarvan mogen we van de parlementaire journalisten verwachten: zo objectief mogelijke analyses van de dilemma’s waar kabinet en parlement zich voor gesteld zien, de informatie waar zij zich op baseren, de andere kant van medailles, kortom hulp bij het interpreteren van de wereld om ons heen.

    Tevergeefs zocht ik op internet bij kranten en omroepen naar jaarverslagen of andere verantwoordingen met informatie over het eigen kwaliteitsbeleid. Codes en klachtregelingen zijn daarvoor een uitgangspunt, geen eindpunt. Het dichtst in de buurt komt misschien het lezenswaardige essay van scheidend NRC-ombudsman Sjoerd de Jong (31/12). Volgens De Jong is in de hele journalistiek „de bereidheid om lezers openheid van zaken te geven en om te reflecteren op beroepsethische vragen” toegenomen. Maar zijns inziens maakt zich met dat toegenomen zelfvertrouwen soms „een merkwaardige ponteneur meester van de ‘kwaliteitsjournalistiek’”, met bijbehorende „lichtgeraaktheid”. Helaas komt ook De Jong niet verder dan een oproep tot „onophoudelijk, ruimdenkend en waarheidsgetrouw onderzoek – en zelfonderzoek”. Hoe dat zelfonderzoek er uit moet zien, kenbaar moet worden en welke rol het algehele publiek daarin mag of moet spelen, blijft helaas open.

    **Verplicht onderzoek**

    Voor de broodnodige hygiëne in dit belangrijke onderdeel van checks and balances in ons maatschappelijk systeem is het onontbeerlijk dat de journalistiek meer werk maakt van de eigen kwaliteitscontrole en zich daarover publiekelijk verantwoordt, vanuit de hopelijk nog steeds aanwezige eigen beroepsethiek en -eer. Verder kan ik mij voorstellen dat er eens in de zoveel tijd verplicht een onafhankelijk onderzoek onder de gehele bevolking plaatsvindt met de vraag hoe men zich bediend voelt door de journalistiek, uitgesplitst naar diverse terreinen en media. Zo’n enquête zou bijvoorbeeld kunnen worden gekoppeld aan een van de verkiezingen, zoals er nu weer één op komst is. Niemand anders dan de journalistiek zelf, want vrij en onafhankelijk, kan consequenties verbinden aan de uitkomsten van zo’n onderzoek. Maar het lijkt mij behulpzaam om ook in die wereld de beide benen op de grond te houden en, waar nodig, met open vizier de discussie over het eigen werk aan te gaan.

  2. >van de parlementaire journalisten verwachten: zo objectief mogelijke analyses van de dilemma’s waar kabinet en parlement zich voor gesteld zien

    Gespeelde neutraliteit lijkt me niet per se de beste aanpak, journalistiek mag(of hoort naar mijn mening) ook verontwaardiging uit te kunnen spreken over wantoestanden. Dat hoeft echt niet tot de opiniekatern beperkt te blijven.

    Verder denk ik dat ze een nogal idealistisch beeld heeft van wat uit zo’n onderzoek onder de bevolking komt. Grosso modo is men echt niet op zoek naar neutrale(lees ‘saaie’) analyses. Het punt over kwaliteit van de parlementaire pers is terecht, maar ik zou de accenten toch anders leggen.

  3. Het is een vrij zwak stuk. Ik had verwacht dat er naar de bron wordt gekeken met de vraag: “Wie controleert de controleurs?” Aangezien de meeste kranten onderdeel zijn van een bedrijf is dat antwoord vrij eenvoudig: de aandeelhouders.

    Het is bizar en overduidelijk hoe commerciële belangen onderbelicht blijven onder en door de journalistiek. Want dat is juist hetgeen wat het narratief drijft in deze maatschappij.

  4. > Hoewel de volksvertegenwoordiging natuurlijk de echte controle op de macht uitvoert, dicht de journalistiek zichzelf een soortgelijke rol toe.

    ‘Dicht zichzelf toe’ Dat is gewoon één van de taken van de serieuze onderzoeksjournalistiek.

    > De vraag wie deze controleurs controleert wordt zelden gesteld.

    Die wordt vaak gesteld door wappies en extreemrechtse politici die tegen de “msm” ageren en de npo willen saneren. En nu blijkbaar ook door oud-politici van D66.

    > We krijgen recensies van persconferenties in termen van hoe de voorstelling was en of het ‘ze’ zo lukt ‘de mensen’ te overtuigen. Heus, dat maken die mensen zelf wel uit. In plaats daarvan mogen we van de parlementaire journalisten verwachten: zo objectief mogelijke analyses van de dilemma’s waar kabinet en parlement zich voor gesteld zien, de informatie waar zij zich op baseren, de andere kant van medailles, kortom hulp bij het interpreteren van de wereld om ons heen.

    Dat eerste is relevant omdat het pandemiebeleid voor iedereen te volgen moet zijn. De laatste jaren wint de beeldvorming het vaak van de inhoud, maar daar zijn politici zelf minstens zo verantwoordelijk voor als journalisten. En die analyses waar ze om vraagt zijn er ook zeker in programma’s als nieuwsuur en Zembla en bladen als De Groene Amsterdammer, maar politici geven nu eenmaal zelf ook liever een kritiekloos interview aan het AD of gaan aan tafel bij OP1.

    > Verder kan ik mij voorstellen dat er eens in de zoveel tijd verplicht een onafhankelijk onderzoek onder de gehele bevolking plaatsvindt met de vraag hoe men zich bediend voelt door de journalistiek, uitgesplitst naar diverse terreinen en media.

    [Dit wordt al gedaan.](https://www.cvdm.nl/actueel/covid-19-zorgt-voor-toename-nieuwsgebruik-interesse-en-vertrouwen) Goed, niet onder de gehele bevolking maarvraag me af of dat nodig is.

    Wat een zwak en nietszeggend stuk.

  5. Zwak verhaal dat onder meer voorbij gaat aan de Raad van de Journalistiek. Ze noemt wel de ombudsman van NRC maar meerdere kranten hebben die in het leven geroepen (goede zaak). Daarnaast is er als het goed is ook interne reflectie, heus niet iedereen op een redactie zal het altijd eens zijn met de keuzes die gemaakt worden; daar vindt discussie over plaats. Over afwegingen kun je denk ik af en toe ook extern communiceren, zoals omroep west hier heeft gedaan: https://www.omroepwest.nl/nieuws/4511361/van-de-hoofdredactie-afwegingen-bij-vermoorde-esmee

    Enige waar ik mij wel in kan vinden is het uitnodigen van journalisten in praatprogramma’s als duiders van het nieuws. Een keertje kan dat wel, maar bij Op1 gebeurt dat veel te veel. Terwijl er genoeg experts zijn te vinden naar mijn idee. Dit komt denk ik voort uit angst (iemand die het mogelijk minder goed doet op TV vs iemand waarvan je zeker weet dat ie het goed doet op TV) of uit luiheid van de redacties.

    Overigens zijn de afnemers van nieuws in zekere zin ook beoordelaars, zeker Twitter is een soort 24/7 review van journalistiek.

  6. Zoals al meer opgemerkt: een zwak, nogal richtingloos opiniestuk.

    Ter aanvulling, ik vind het niet fijn dat het stuk van een actieve parlementarier komt. Politici die journalisten vertellen dat het anders moet vind ik eerder iets voor onprettige landen. In dit geval is het er eentje van D66, een onschuldige middenpartij, maar wat als dit er eentje van DENK of Forum was geweest?

    TL;DR Wees voorzichtig met wat je wenst, en wie het wenst.

  7. “Het schort de pers aan zelfreflectie”

    ‘De pers’ is niet echt één ding toch? Hoe kan zij dan reflecteren op ‘zichzelf’. Individuele media zouden dat moeten doen, maar die doen dat in theorie natuurlijk al. Beetje een non-artikel als je het mij vraagt.

Leave a Reply