>Hoewel Friesland een provincie is die op allerlei manieren probeert te vernieuwen, zetten boeren er vaak nog de toon
Waar, en dit staat op gespannen voet met een groot deel van de andere aannames die in dit artikel worden geuit. Dit wordt opgevoerd alsof de meerderheid van de boeren erachter staat:
>Je moet niet alleen de natuur bewaken, maar ook het landschap. Overal is het typische Friese cultuurlandschap de afgelopen 25 jaar naar de gallemiezen geholpen. Friese politici en bestuurders kunnen tranen met tuiten huilen als ze het over het landschap hebben – in werkelijkheid interesseert het ze geen bal.’
Die politici en bestuurders zijn degenen die traditiegetrouw de boerenbelangen verdedigen. Het CDA is in deze provincie al heel erg lang de grootste machthebber en er zitten veel mensen van boerenkomaf op lokale bestuursplekken. Het cultuurlandschap is er vernietigd om de productiviteit van de melkveehouderij te verhogen vrijwel iedere boer, bestuurder en politicus die hem vertegenwoordigde stond daar bij te juichen.
Raar cookiebeleid, ik sla deze over.
Jammer dat ze meneer Mak vooral aan het woord laten, maar zelf geen verdere duiding willen geven. Het is natuurlijk een interview, maar wanneer het over een gebied gaat waar ik niet zo heel veel van weet dan vind ik het wel fijn om wat meer feiten erbij te krijgen om te begrijpen waar het over gaat en eventueel te kunnen inschatten hoeveel Geert Mak nu mening geeft of feiten weergeeft.
​
Wat hij noemt over dat ‘in de goede tijd’ Friesland een soort uitgestrekte stad was komt wel overeen met andere industriële gebieden. Het concept van een paar megafabrieken in één stad is in Nederland heel schaars: gewoonlijk was het juist een productieketen die zich in een regio ontwikkelde: zie bijvoorbeeld de Zaanstreek, of de 19e-eeuwse stadjes langs de Hollandse IJssel. Wat dat betreft is het niet gek om als overheid meer na te denken over grotere regio’s en daardoor ook te vermijden dat elke dorpskern in directe concurrentie staat met elke andere dorpskern. Als je het goed aanpakt profiteert een groter gebied van economische impulsen. (simplistisch voorbeeld: als de trein stopt in dorp A, hoeft dat niet te betekenen dat dorp B heeft verloren: dat betekent alleen dat de connectie tussen dorp A en B goed moet aansluiten op de spoorverbinding)
3 comments
>Hoewel Friesland een provincie is die op allerlei manieren probeert te vernieuwen, zetten boeren er vaak nog de toon
Waar, en dit staat op gespannen voet met een groot deel van de andere aannames die in dit artikel worden geuit. Dit wordt opgevoerd alsof de meerderheid van de boeren erachter staat:
>Je moet niet alleen de natuur bewaken, maar ook het landschap. Overal is het typische Friese cultuurlandschap de afgelopen 25 jaar naar de gallemiezen geholpen. Friese politici en bestuurders kunnen tranen met tuiten huilen als ze het over het landschap hebben – in werkelijkheid interesseert het ze geen bal.’
Die politici en bestuurders zijn degenen die traditiegetrouw de boerenbelangen verdedigen. Het CDA is in deze provincie al heel erg lang de grootste machthebber en er zitten veel mensen van boerenkomaf op lokale bestuursplekken. Het cultuurlandschap is er vernietigd om de productiviteit van de melkveehouderij te verhogen vrijwel iedere boer, bestuurder en politicus die hem vertegenwoordigde stond daar bij te juichen.
Raar cookiebeleid, ik sla deze over.
Jammer dat ze meneer Mak vooral aan het woord laten, maar zelf geen verdere duiding willen geven. Het is natuurlijk een interview, maar wanneer het over een gebied gaat waar ik niet zo heel veel van weet dan vind ik het wel fijn om wat meer feiten erbij te krijgen om te begrijpen waar het over gaat en eventueel te kunnen inschatten hoeveel Geert Mak nu mening geeft of feiten weergeeft.
​
Wat hij noemt over dat ‘in de goede tijd’ Friesland een soort uitgestrekte stad was komt wel overeen met andere industriële gebieden. Het concept van een paar megafabrieken in één stad is in Nederland heel schaars: gewoonlijk was het juist een productieketen die zich in een regio ontwikkelde: zie bijvoorbeeld de Zaanstreek, of de 19e-eeuwse stadjes langs de Hollandse IJssel. Wat dat betreft is het niet gek om als overheid meer na te denken over grotere regio’s en daardoor ook te vermijden dat elke dorpskern in directe concurrentie staat met elke andere dorpskern. Als je het goed aanpakt profiteert een groter gebied van economische impulsen. (simplistisch voorbeeld: als de trein stopt in dorp A, hoeft dat niet te betekenen dat dorp B heeft verloren: dat betekent alleen dat de connectie tussen dorp A en B goed moet aansluiten op de spoorverbinding)