Bij zijn aantreden als procureur des Konings besloot Julien Moinil meteen om een strikt strafrechtelijk beleid te voeren, om grip te krijgen op het toenemende onveiligheidsgevoel in de hoofdstad, dat niet in het minst het gevolg is van het stijgend aantal schietpartijen. Zo vonden er in 2025 101 schietpartijen plaats, en in 2024 91. 

Snelrecht

Sinds januari 2025 moet elk crimineel feit een gerechtelijk antwoord krijgen, en dat laat zich merken in de cijfers. Zo werden in 2025 10.569 meerderjarigen ter beschikking gesteld van het parket, wat een stijging betekent van 174 procent tegenover 2024, toen het om 3.852 ter beschikking gestelde personen ging. Van die 10.569 personen werden er in 2025 2.222 onder aanhoudingsbevel geplaatst, terwijl dat er in 2024 nog 1.092 waren. Daarnaast werden alleen al door de Franstalige onderzoeksrechters in Brussel nog eens 1.387 personen in verdenking gesteld, maar vrijgelaten onder voorwaarden. In 2024 waren dat er 995.

Daarnaast heeft het Brusselse parket het voorbije jaar ook sterk ingezet op dagvaardingen in snelrecht, waarbij verdachten van misdrijven meteen op korte termijn voor de rechtbank gedagvaard worden. Het gaat dan vooral om dossiers waarin de feiten vaststaan en de dader geïdentificeerd is, zoals bijvoorbeeld feiten van diefstal, verdovende middelen, slagen en verwondingen, bepaalde dossiers inzake belaging, maar ook bepaalde dossiers in verband met intrafamiliaal geweld. In 2025 werd zo in 2.520 dossiers een rechtstreekse dagvaarding uitgebracht, tegenover 907 in 2024, een stijging van 177 procent. 

Minnelijke schikking

Het parket kan er in een aantal gevallen ook voor kiezen om een inbreuk af te handelen door de verdachte een minnelijke schikking voor te stellen. Als die minnelijke schikking betaald wordt, gaat het parket niet meer over tot vervolging voor de rechtbank. In 2025 stelde het Brusselse parket 2.759 keer een dergelijke minnelijke schikking voor, meer dan vijfmaal zo vaak als in 2024, toen het om 505 minnelijke schikkkingen ging.

Die stijging is voor een groot deel te verklaren door de onmiddellijke minnelijke schikkingen (OMS), die verdachten meteen aan de politie kunnen betalen via een bankkaart of een QR-code, of via een overschrijving binnen de 15 dagen. In Brussel werd het voorbije jaar 2.261 keer een OMS gebruikt, voornamelijk voor verdovende middelen, terwijl dat in 2024 slechts 11 keer gebeurde. 

Ook bij de minderjarigen laat de strengere aanpak zich voelen. In 2025 werden dossiers geopend voor 7.166 minderjarigen die als misdrijf omschreven feiten hebben gepleegd. 1.592 van die minderjarigen werden ter beschikking gesteld van het parket, onder meer voor feiten van diefstal met geweld, handel in verdovende middelen en andere misdaden en wanbedrijven. In 2024 waren dat er nog 627.

“Geen extra middelen”

“Voor alle duidelijkheid, wij hebben in vergelijking met de voorbije jaren geen extra middelen gekregen”, zegt procureur des Konings Moinil. “Er zijn een aantal magistraten bij gekomen, maar enkel om het wettelijk voorziene kader van 117 magistraten op te vullen. Daarnaast kunnen we rekenen op 59 juristen, 13 criminologen en 297 leden van het administratief personeel.” 

Het nieuwe beleid van het parket heeft wel gevolgen voor de rest van de strafrechtelijke keten. Zo is de overbevolking in de gevangenissen sterk toegenomen, en trok de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, Simon Cardon, al aan de alarmbel over de gestegen werklast. Bij die Nederlandstalige rechtbank werd een extra onderzoeksrechter aangesteld, maar volgens voorzitter Cardon heeft de rechtbank minstens 14 bijkomende rechters nodig. Ook de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel liet eerder deze week verstaan dat zij voor een zeer grote uitdaging stond om alle dossiers tijdig te behandelen en op haar limieten botste.

Bij de minderjarigen werden ook heel wat opgepakte jongeren vrijgelaten door het gebrek aan middelen of aan plaatsen in de jeugdinstellingen. Zo werd in 142 gevallen een opvolging door een mobiel begeleidingsteam opgelegd, maar kon die niet worden uitgevoerd door een gebrek aan middelen. 179 jongeren konden ook niet in een gemeenschapsinstelling geplaatst worden door een gebrek aan beschikbare plaatsen. 

“We staan dan ook voor een dilemma”, zegt procureur Moinil. “Doorgaan op de ingeslagen weg, of minder gaan doen en een aantal misdrijven niet te vervolgen. Voor mij is de keuze duidelijk, we gaan door. Justitie moet zijn werk doen, en het is aan de politiek om daartoe de nodige middelen te voorzien, op alle niveaus.”