Jonas Vingegaard heeft de eerste negen dagen van de Tour de France goed doorstaan. De Deen van Visma | Lease a Bike neemt op de rustdag welverdiend gas terug en organiseert geen persconferentie, maar schoof zondagavond wel aan in AftenTour: de Deense variant van wat we in Nederland hebben met bijvoorbeeld De Avondetappe.Vingegaard sprak de laatste maanden al vaker over het plezier dat hij dit jaar heeft teruggevonden, maar in AftenTour onthult hij dat hij vorig jaar zelfs naar de directie van Visma | Lease a Bike is gestapt om dat bespreekbaar te maken.
‘Ik zei vorig jaar al dat als het zo door zou gaan, ik niet langer zou mee zou kunnen doen of gaan. Dat is ook de reden waarom we een aantal dingen hebben veranderd. Ik denk dat het team zich ook realiseerde dat dit de situatie was, en ze merkten ook aan mij dat ik vorig jaar niet gelukkig was. Ze accepteerden dat we iets moesten veranderen, en dat hebben we gedaan’, stelt Vingegaard.
Wat de renner precies wilde veranderen? Allereerst wilde hij een verandering van programma, waar Visma | Lease a Bike met het inpassen van de uiteindelijk door hem gewonnen Giro d’Italia mee instemde. Een ander aspect zijn de vele hoogtestages en lange trainingskampen, waar Vingegaard deels vanaf wilde.
Lees verder onder de foto!

Jonas Vingegaard in de Tour de France.
Vingegaard: ‘Duidelijk dat het slechts een stap is’
‘Als wielrenner heb je het gevoel dat je constant aan het diëten bent. Je moet altijd aan je gewicht denken en je bent altijd aan het trainen. Er wordt veel van je gevraagd. Dat eist zijn tol van je lichaam en geest’, aldus Vingegaard, die blij is met de keuzes die in overleg zijn gemaakt. ‘We hebben een stap in de goede richting gezet, maar het is duidelijk dat het slechts een stap is. Ik ben wel veel gemotiveerder en gelukkiger als wielrenner’, zegt Vingegaard, die benadrukt dat het nog steeds moeilijk is om wielrenner te zijn.
De kopman van Visma | Lease a Bike, die nu tweede staat in de Tour de France, legt uit. ‘Ik denk dat je het over het algemeen meer per geval moet bekijken, wat het beste bij de individuele renner past. Om van wielrennen weer een duurzame sport te maken, is het waarschijnlijk beter om individuele trainingsprogramma’s voor alle renners te ontwikkelen. Als het moeilijk is om zo lang van huis te zijn, moet je iets anders doen, en dat is wat we dit jaar voor mij hebben gedaan’, stelt hij.