Renske was pas veertien jaar toen ze een eetstoornis ontwikkelde. Acht jaar lang bepaalde die haar leven. De behandelingen binnen de ggz brachten haar niet het herstel waar ze op hoopte. Pas toen ze begeleiding kreeg van iemand die zelf een eetstoornis had overwonnen, begon haar herstel. Nu helpt ze als ervaringsdeskundige anderen die dezelfde strijd voeren. In een tijd waarin steeds meer mensen kampen met een eetstoornis en de wachtlijsten in de ggz oplopen, kiezen steeds meer mensen voor begeleiding door iemand die uit eigen ervaring weet hoe het voelt.

Wie bij Renske thuis aankomt voor een sessie, wordt als eerste begroet door Bloom, haar therapiehond. Daarna schuift cliënt Britt aan. Zij krijgt begeleiding in de praktijk Bloom by Renske, nadat ze jarenlang verschillende behandelingen in de reguliere zorg volgde.

Renske kijkt met gemengde gevoelens terug op haar eigen behandeltraject. Volgens haar lag de nadruk vooral op het bestrijden van de symptomen. “Waar er heel erg op werd gefocust, was het eten. En ik kwam de eerste keer in een groep terecht met alleen maar mensen met een eetstoornis. De eetstoornissen versterkten elkaar, om minder te eten of om meer te bewegen.” Ook de groepsdynamiek werkte volgens haar averechts. “Als iemand in het ziekenhuis terechtkwam en jij niet, dan dacht je: oh, zij is erger. Dus dan dacht je: je bent niet erg genoeg.”

Binnen de ggz werd Renske niet beter. Pas toen ze buiten de reguliere zorg in contact kwam met een coach die zelf een eetstoornis had gehad, veranderde haar perspectief. “Het stukje mens voorop en niet symptoombestrijding, maar echt kijken: waarom heb je die eetstoornis nodig?” Juist die vraag bleek voor haar het begin van herstel. Ze ontdekte dat genezen niet alleen draait om anders eten, maar ook om opnieuw een leven opbouwen. “Als je niks hebt waarvoor je het doet, waarom zou je dan uit een eetstoornis komen?”

Die holistische aanpak vormt inmiddels de basis van haar eigen coachingspraktijk. In plaats van alleen naar eetgedrag te kijken, onderzoekt Renske samen met haar cliënten wie ze zijn, wat ze hebben meegemaakt en waarom de eetstoornis is ontstaan.

Ook Britt liep jarenlang vast binnen de reguliere zorg. Tijdens een bezoek aan een inloophuis in Zeeland, opgezet door ervaringsdeskundigen, ontmoette ze Renske. “Dat klikte gelijk. In die tijd was ik nog best wel terughoudend in dingen vertellen over mijn eetstoornis, maar bij haar ging dat best wel makkelijk. Dat voelde heel fijn en veilig.”

Volgens Britt zit de grootste meerwaarde niet in het praten over eten, maar juist in de bredere blik op herstel. “Dan heb je aan een half woord genoeg, en dat is heel fijn. Dat is iets wat ik heel erg miste in de reguliere behandelingen.”

Tijdens de sessies bij Renske is er veel aandacht voor de toekomst. Niet alleen voor wat er misgaat, maar juist ook voor wat iemand weer wil opbouwen. Stap voor stap merkt Britt dat haar leven weer groter wordt dan haar eetstoornis. “Ik ben in de zorg gaan werken en ga weer verder met mijn opleiding, die was stopgezet door mijn eetstoornis. Dat zijn allemaal hele grote dingen voor mij, die ik zonder Renske niet had kunnen doen, denk ik.”

Voor Renske is dat precies waar haar begeleiding om draait: niet alleen herstellen van een eetstoornis, maar mensen helpen weer een toekomst op te bouwen waarin die eetstoornis niet langer de hoofdrol speelt.