Braziliaanse onderzoekers hebben meerdere bacteriën gevonden die een ernstige ziekte bij gekweekte vissen kunnen veroorzaken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Voor het eerst zijn in Brazilië verschillende soorten bacteriën aangetroffen die columnaris kunnen veroorzaken. Deze ziekte komt voor bij vissen die worden gekweekt voor menselijke consumptie. De bacteriën werden gevonden bij nijltilapia, maar ook bij meerdere vissoorten die van nature in Brazilië leven. De ontdekking laat zien dat de ziekteverwekkers zich goed kunnen aanpassen aan het warme Braziliaanse water. Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Microbial Pathogenesis.

Ernstige ziekte

Columnaris is een ernstige ziekte bij vissen. Besmette dieren krijgen vaak witte plekken op hun huid en vinnen. Ook kunnen hun kieuwen beschadigd raken en afsterven. Deze ziekte wordt soms ook wel ‘bekschimmel’ genoemd. Maar let op: de ziekte wordt dus niet door een schimmel veroorzaakt. “De bacteriën voeden zich met cellen aan de buitenkant van het lichaam”, legt onderzoeker Fabiana Pilarski uit. “Daardoor kunnen vissen binnen enkele dagen sterven. Dat geldt vooral voor vislarven en jonge vissen.”

De onderzoekers bestudeerden elf bacteriestammen die uit gekweekte vissen waren gehaald. Zes daarvan bleken te behoren tot de soort Flavobacterium oreochromis. Deze bacterie was in Brazilië tot nu toe alleen bekend bij nijltilapia. Dat is de meest gekweekte vissoort van het land.

Nu werd de bacterie ook gevonden bij piranha’s en karperzalmen. Daaronder vallen vissoorten die van nature in Brazilië voorkomen en daar soms worden gekweekt als voedsel. De ontdekking betekent dat de bacterie meer soorten kan besmetten dan eerder werd gedacht.

Ook vonden de wetenschappers voor het eerst Flavobacterium davisii bij een soort die valt onder de antennemeervallen. “Dit laat zien dat de bacterie ook vissen uit een andere groep kan besmetten”, zegt onderzoeker Daniel de Abreu Reis Ferreira. “Daardoor wordt de groep mogelijke gastheren groter.”

Glijdend door de voedingsbodem

De bacteriën zijn niet altijd makkelijk te vinden. Een eerste controle gebeurt door kolonies in het laboratorium onder een microscoop te bekijken. Maar sommige bacteriën bewegen glijdend door de voedingsbodem waarop ze groeien. Daardoor kunnen de kolonies bijna onzichtbaar worden. “Afhankelijk van de gebruikte voedingsbodem kan een kolonie bijna onzichtbaar worden”, zegt Ferreira. “Daarom moeten onderzoekers tijdens de controle extra goed opletten.”

Om precies te bepalen met welke bacteriën ze te maken hadden gebruikten de onderzoekers ook moleculaire technieken. Daaruit bleek dat er meerdere soorten aanwezig waren. Naast F. oreochromis en F. davisii vonden de onderzoekers ook F. indicum en F. inkyongense. Sommige van deze ziekteverwekkers werden voorheen alleen aangetroffen in Azië en de Verenigde Staten.

Biofilm

De wetenschappers onderzochten daarna hoe de bacteriën reageren op verschillende temperaturen. Ze testten onder meer 20, 28 en 35 graden Celsius. Vooral bij 28 graden maakten veel bacteriën grote hoeveelheden biofilm. “Een biofilm werkt als een beschermende omgeving”, legt Pilarski uit. “De bacteriën kunnen daarin als het ware wachten totdat de omstandigheden weer gunstig zijn.”

Dat is belangrijk voor viskwekerijen. Biofilms kunnen zich namelijk vastzetten op bakken, netten en andere materialen die bij het verzorgen van vissen worden gebruikt. Daardoor kunnen bacteriën lang aanwezig blijven. “Dit onderzoek onderstreept het belang van goede ontsmetting”, zegt Ferreira. “Zo kan worden voorkomen dat de bacteriën zich op apparatuur vestigen.”

Leestip: Gaan deze bacteriën samen eindelijk de plasticvervuiling aanpakken?

Sommige soorten groeiden ook goed bij hogere temperaturen. F. indicum groeide het sterkst bij 35 graden Celsius. Dat kan betekenen dat deze bacterie voordeel heeft van warmer water. Bij F. davisii zagen de onderzoekers iets anders. Bij 35 graden bewoog de bacterie minder goed, maar maakte deze wel meer biofilm. Volgens Ferreira lijkt dat op een soort van ‘evolutionaire ruil’: de bacterie levert bewegingsvermogen in, maar krijgt daar een betere bescherming voor terug.

Er is ook positief nieuws. Eerder onderzoek laat zien dat bacteriën uit deze groep slecht tegen zout water kunnen. Het team denkt daarom dat het toevoegen van zout aan het water aanzienlijk kan helpen. Wetenschappers moeten echter nog wel bepalen hoeveel zout de geïdentificeerde vissoorten kunnen verdragen. Daarnaast onderzoeken de wetenschappers momenteel het DNA van de bacteriën. Daarmee hopen ze aanknopingspunten te vinden voor toekomstige vaccins.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom potvissen kleine bubbels blazen in hun slaap en Kleine rifvissen zoeken soms bewust de beschutting van kokerwormen op . Of lees dit artikel: Woestijnmossen blijken mogelijk toch hulp te krijgen van schimmels .

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast: !